Anekdotes - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Anekdotes

DIENSTVAKKEN KM

Zo maar wat anekdotes

Hr. Ms.Castor, logementschip,

In september 1956 werd ik geplaatst op de Castor. Het viel op dat er veel duikzakjes in de wacht (hal) minstens één meter hoog van de grond hangen. Oké, daar dacht ik verder niet aan ik moest in rouleren. Later zag ik wat de reden was dat de duikzakjes zo hoog werden op gehangen. Aan boord was namelijk een scheepshond Cinda genaamd, een reu, en dat ding was zo geil en als hij de kans kreeg vierde hij zijn lusten bot op een duikzakje met alle smerigheid van dien. Het was ook geen wonder dat dit hondje zo was want de chef der equipage, bootsman van Trigt, voerde het beestje geregeld met gecondenseerde melk. Toen de Castor werd vervangen door de Soemba is het hondje mee verhuisd. Hij ging ook wel mee als de kikkers gingen hardlopen. Tijdens een van deze oefeningen is het hondje aangereden maar dat heeft hij overleeft. Later is hij van de Soemba gevallen en kwam hij op een van de duikvlotten terecht. Deze val heeft hij niet overleeft. Cinda is vervangen door Bruno een bruin hondje die helmaal kaal werd geschoren omdat zijn vacht vol klitten zat. Toen hij zo kaal was verstopte hij zich het was net of schaamde hij zich. Bruno was goede maatjes met de koks. Cinda is bij de Soemba begraven er heeft lang een gedenkteken gestaan. Diegene die hier het meeste van weet is Wyb Feddema.

De chauffeur,

Douwes, Chauffeur,voornaam onbekend, kwam uit Friesland. Hij onderhield een pendeldienst van de mijnendienst kazerne naar de Castor te Den oever, schepte er een genoegen in om overdag binnen door van Den Oever naar Den Helder, visa versa, te rijden (racen) los lopende katten waren niet veilig voor hem. Ook nam hij wel eens het scheepshondje “Cinda”,reu, mee naar de kazerne en daar was het teefje “Sletje”. Wat daar gebeurde Is mij niet bekend.  

Passagieren  

Het verhaal deed de ronde dat de maten, van de kazerne, het hondje “Sletje” wel mee namen te passagieren en als ze dan voor het Marva schip “ de Schorpioen” langs kwamen dan werd aan het hondje gevraagd, wat doen de Marva's?, waarop het hondje prompt op zijn rug ging liggen met al de vier pootjes omhoog. Of dit ook een keer fout is afgelopen weet ik niet, het zou me niets verwonderen dat het eens gebeurd is. Dan verder naar de kroeg waar het beestje de bakjes lekbier kreeg voorgeschoteld en straal bezopen werd. Het hondje werd niet in de steek gelaten, werd, ook wel met een taxi, naar de kazerne gebracht. Als zij terug op de kazerne kwam werd ze, in een cel, achter de wacht opgesloten ter ontnuchtering

Tante Pietje,

Achter de tap stond tante Pietje. Haar dochter Guurtje bestierde het café en de man van Guurtje ome Henk hielp mee. Jan Hegeman ook wel ome Jan genoemd stond naast tante Pietje en kneep haar in de kont. Tante Pietje reageerde met, niet doen Jan, maar draaide wel zo dat Jan het
nogmaals deed dat ging paar keer door. Dit soort dingen moet je zien en beleven ik ben het nooit vergeten.
Ook het kaartspelletje boeren vergeet ik nooit. Samen rond de tafel, een borrelglaasje in de midden. Kaarten schudden en rond delen. Wie de eerste boer kreeg moest bestellen, bij voorbeeld een jonge jenever, deze kwam dan in het glaasje midden op de tafel. De ontvanger van de tweede boer moest aan het glaasje nippen. Wie de derde boer kreeg moest het op drinken en diegene die de vierde boer in ontvangst nam moest betalen. Er mochten verschillende drankje besteld worden. Dus als het mee zat dan dronk je alles door elkaar. Had je het geluk dat je geregeld de derde boer kreeg dan werd je goedkoop dronken maar evenzo kon je ook behoorlijk beroerd worden omdat je alles door elkaar dronk.
Als iedereen behoorlijk boven zijn theewater was dan werd er ook wel eens gezongen en wel het volgende liedje,

Tante Guurtje ging uit zwemmen en riep o grote gut,
Ome Henk kom er eens kijken er zit een haring aan mijn kut.
Ome Henk dook onder en kwam boven met de buit
Er is geen haring te bekennen maar je voering hangt eruit

Ettertje

Een hofmeester 1e klas, een ettertje werd ook te pakken genomen. Hij moest koffie brengen bij de instructeurs op de vlotten. De maten zetten een loopplank tussen twee vlotten op scherp en toen de hofmeester midden op de plank stond gaf men een ruk aan het touw zo dat een kant van de plank van het vlot afgleed en de hofmeester roemloos ten onder ging met koffie en al. De instructeurs hebben echt wel koffie gehad daar was van te voren voor gezorgd.

Even afkoelen

Bootsman van Trigt werd vervangen door schipper Smit een fanatiekeling. Pet op,groeten, groetenvoor de vlag, niet met klompschoenen aan boord van de Castor en meer van dat soort fratsen. Er hing aan het achterschip van de Castor een steil laddertje en via dit laddertje was het de enige manier om op de duikvlotten te komen. Als de wind uit de goede hoek kwam dan werden de vlotten van de Castor af geblazen zodat er een flinke ruimte tussen het schip en de vlotten ontstond. En dit gebeurde in november en het werd de schipper fataal, hij stapte mis en belande in het ijskoude water. De vlotten altijd vol mensen waren leeg, de mensen waren er wel maar lieten zich niet zien, hij heeft eerst een poosje moeten zwemmen voor er een helpende hand werd toe gestoken. Hij was later wel anders, minder fanatiek.

De Pater

Volgens mijn herinneringen was er een bootsman die last had van steenpuisten.
Tijdens zijn wacht, officier van de wacht, stond hij 's avonds om een uur of elf bij de valreep te controleren of alle minderjarige schepelingen binnen waren. Ik kwam aan gewaggeld, had een aardig biertje op, toen zag ik dat de bootsman een wit verband om zijn nek had. Ik kon het niet laten om hem te begroeten met, “Goedenavond pater”. Hij werd witheet en het scheelde niet veel of ik werd op rapport gezet. Duidelijk iemand die geen gevoel voor humor had.

Kano naar de wal

Harry van der Wal, kok 1e klas op de Soemba. Komt uit Lemmer.                                                           Na het vol laten lopen met bier in de kantine werd, door ons na de laatste sloep naar de wal, besloten de wal op te gaan. Langs de valreep ging niet, daar werd je gegarandeerd tegen gehouden. Nu lagen op de duikvlotten kano's van OS&O maar geen peddels. Dus werd besloten twee handzame plankjes op te scharrelen en ook gevonden, om deze te gebruiken als peddels. Harry had het middenhandsbeentje van zijn rechterhand gebroken. Deze hand, je mag wel zeggen arm, zat tot zijn elleboog in het gips maar dat mocht de pret niet drukken. De kano werd te water gelaten en zo stil mogelijk naar de andere kant van de haven gevaren. Daar aan gekomen stoten we iets te hard tegen een slikpraam en daar gingen we roemloos ten onder. Ik zie Harry nog zwemmen met zijn gips arm wat nogal veel tumult veroorzaakte. Maar uiteindelijk belanden we, na de kano op het droge te hebben gezet, zeiknat in de kroeg. Al snel stonden we midden in een plas water. Zoals we waren gekomen zijn we ook terug gegaan alleen iets meer bezopen. Harry had daarna veel last van jeuk aan zijn rechterarm.

Grote neus

Roel de Weert had voor het standaardpak een speciaal corselet hierin was in v - vorm een gleuf gevijld. Dit was omdat zijn neus een enorm eind uitstak en daar was zonder voorzieningen geen corselet over heen te krijgen. Het corselet werd dan ook heel voorzichtig over zijn hoofd geschoven de neus werd iets opzij geduwd om beschadigingen te voorkomen.

Kees Vermiert,

Kees Vermiert, kwartiermeester, na de actie die de marine uitvoerde in Agadier konden de mensen die hier aan deel hadden genomen hun kleding laten reinigen op kosten van de marine.
Zo ook Kees Vermiert. Na verloop van tijd kreeg hij zijn uniform terug en kon hij het gelijk weggooien. Het uniform was lichtblauw geworden en enorm gekrompen. De reactie van hem was geweldig om te zien. Kees kreeg eens een maaltje levende paling in een papieren zak. Al redelijk snel ging de bodem uit de zak. Hij, flink aangeschoten op knieën achter de paling aan en stak deze zo in zijn broekzakken en de zakken van jasje. Het uniform was niet om aan te zien. Van hem komt het gezegde, “kom maar lief musje”. Kees is na een slopende ziekte overleden. Het was een prettige vent. Hij was erg close met een Zeeuw waarvan ik allen de voornaam (Jan) weet. Vermoedelijk Verbeke ??. Jan was klein van stuk en kwartiermeester

Uit de bocht

Jan Verbeke ?? had een motor die, als Jan met weekend was, geparkeerd stond voor de MUZ - loods tegenover de Castor. Bastemeyer pikte deze motor en ging er op rijden. Hij vloog, tussen Den Oever en Hypolytushoef, uit de bocht. Hij  daar overleden. We zijn met een bus marine mensen naar zijn begrafenis geweest. Hij is met militaire eer begraven.

Porren

Arie Burger, (rooie Arie) Ik moest Arie aflossen bij de valreep en tijdens het porren hield hij me een geladen pistool onder de neus. Mijn reactie was, “doe dat ding aan de kant want strak hoor je een knal en sta je te janken”, dat heeft geholpen want hij schrok. Het bedoelde er geen kwaad mee. Een van zijn geintjes. Arie is overleden, zie de verhalen van Willem Gelens.

Liedje

Scheepje onder Davids (Teer) hoede met de duikvlag hoog in top
Met een stel bezopen duikers koos hij weer het ruime sop.
Al stond de zee ook nog zo hol wij hebben Davids zoon aan boord.

Deze regels kan ik me herinneren maar het liedje is langer

Allemaal strikjes

Bij het bergen van de oude jol met balken, lucht tanken en touw werd, na gedane onderwater werkzaamheden de door Lt Nollens, de Jol omhoog geblazen toen het geheel boven water kwam was zijn eerste reactie, goh allemaal strikjes. Er zat niet een fatsoenlijke knoop bij.

Duiker Jaap,

Jaap had het Downsyndroom.
Hij kwam geregeld, op zijn damesfiets bij de Castor kijken en werd ook wel naar binnen gehaald.
Letterlijk naar binnen gehaald want hij durfde niet allen over de valreep , nou valreep meer een loopplank, Eenmaal binnen werd hem wel eens een biertje aangeboden wat hij steevast weigerde een flesje limonade wilde hij wel. Een gedraaid shagje wilde hij niet maar een merk sigaret wel. Jaap gaf te kennen dat hij wel eens wilde duiken en dat werd hem toe gezegd er werd een afspraak gemaakt. Jaap kwam keurig op tijd, de damesfiets werd netjes gestald en Jaap werd naar de vlotten geholpen. Hij werd in het standaardpak gehesen en op een duikstoeltje gezet. Een paar maten voorzagen hem van lucht en Jaap werd  nat gegooid. Door de telefoon werd geregeld met hem gesproken en dan riep hij meer lucht, op het duikstoeltje verscheen meer en meer een Michelin mannetje. Aan het eind van de maand kwam Jaap zijn duikcentjes ophalen.


Ik ben gelukkig zonder jou

In 1961, net uit dienst, luisterde ik naar een verzoekprogramma op de radio en toen vroeg schipper Fluit een plaatje aan voor kapitein Rudolphy. De titel van dat plaatje was, Ik ben gelukkig zonder jou, omdat ik niet meer van je hou. Conclusie Fluit was niet gecharmeerd van deze persoon.

Herhaling,

April 1966 kreeg ik het bericht dat ik voor herhaling op moest komen en me te melden bij de mijnendienst kazerne. Mijn plunje was niet compleet dus heb ik bij verschillende ex marine mannen barang (kleding) geleend om de plunje compleet te krijgen. Begin mei 1966 ging ik met de bus over de afsluitdijk naar mijn bestemming. Er zaten meer marine mensen in de bus en die zaten mij aan te staren. Ik heb me zelf eens bekeken maar kon niets vreemds ontdekken.
Aangekomen op de mijnendienst kazerne heb ik, via het kleine hekje bij de wacht, me gemeld bij de o.o v/d wacht, wat kom je doen, was het welkom, en dat borstlapje wordt niet meer gedragen dat kun je wel af doen. Ik wordt geroepen door de marine maar ik wil me wel omdraaien en naar huis gaan, was mijn antwoord. Het commentaar luide, “doe dat hek dicht”, het antwoord was, “tocht het te veel”. Wat een hurk was dat, ik kon het ook niet helpen dat ik daar moest verschijnen. De kwartiermeester, waar ik me daarna heb gemeld was een stuk vriendelijker maar hij moest een plunje inspectie houden. De enige aanmerking was over mijn regenjas (eerste verstrekking). Dat was z'n gummie ding, ook wel kapotje genoemd. Deze jas was minstens vijf jaar opgerold geweest en was met geen mogelijkheid uit te vouwen. Daarvoor moet je een nieuwe aanschaffen, werd gezegd. Dat waren niet mijn gedachten. De oude inleveren voor een nieuwe, was beter. De marine had deze oude jassen afgeschaft voor een ander soort, ik vond , als de marine de mode gaat veranderen dan hoef ik daar niet voor te bloeden. Dit ging tot aan de eerste officier, met gevolg dat ik geen nieuwe regenjas kreeg maar ook niet een hoefde te kopen.
“s Middags werd ik naar Den Oever overgeplaatst waar ik schipper Fluit tegen het lijf liep. Morgenvroeg op het vlot in het p-pak. Het waren 32 mooie zonnige dagen

Jelle van der Meulen.
Ex. Machinist 1e klas duiker 2e klas

Schaften bij de Koninklijke Marine
Hilversum. (1955)
De gehele bak ging tegelijk naar de eetzaal. Daar werden de mannen in een lange sliert langs een balie geleid. Onderweg kon men een plate en eetgerei pakken dan werd er, 's morgens een paar sneeën brood en een minuscuul blokje margarine, amper genoeg om twee sneetjes brood mee te smeren,  een paar speculaasjes of ander broodbeleg  op de plate gekwakt. En dan naar een lange bakstafel om te eten. 's Middags en 's avond hetzelfde ritueel maar dan met andere ingrediënten.
Amsterdam. (1955)
Hetzelfde ritueel als in Hilversum alleen de eetzaal was anders. Dit was een enorme hoog aftands gebouw.
De mijnendienst kazerne(1956)
Hier had men het bakken systeem. Iedere bak had een eigen bakstafel waar de baksmaten aan konden zitten naar rangorde en het eten werd verzorgt door een zeuntje.
Op de mijnenvegers (WU's) at men 's morgens en 's avonds van een baksplankje. Het middageten werd opgeschept door het zeuntje. Niet op een plankje maar op echte borden. Op de Castor had men ook het bakkensysteem.Soemba cafetaria systeem. De tafels werden wel van een bakskleedje voorzien.
De Jagers (1957-1958)
Hier had men het cafetaria systeem, weer langs een balie lopen een plate en gereedschap pakken en het eten werd weer op de plate gekwakt.                                                                                            
Dit alles wil niet zeggen dat het eten bij de marine slecht was integendeel het eten was goed, voor al de rijsttafel, en er was genoeg.
Baksplank,
Deze werd niet allen voor het brood eten gebruikt maar ook voor andere doeleinden zo als, bij het meerderjarig worden van een schepeling.
Als een schepeling meerderjarig werd, dan kreeg hij, na eerst over de bakstafel te zijn gelegd, 21 klappen op zijn achterwerk met de baksplank. Uitsluitend meerderjarige schepelingen mochten de klappen uitdelen. De baksmeester mocht de eerste klap geven. Was er toevallig een minderjarige die de euvele moed had om ook te slaan dan werden de resterend klappen aan de minderjarige uit gedeeld. Er werd wel geprobeerd om een minderjarige er in te luizen.
E.M.V. Hilversum

Na zes weken eerst militaire vorming in Hilversum mochten we een weekend naar huis.
Lopend naar het station Hilversum. Voor sommigen was het beter in te stappen op het stationnetje Hollandse Rading.
Je kon zien dat we  baroe's waren, een gloednieuwe uniform van sergestof zonder uitmonstering en een pet die meer weg had van een vliegdekschip, Helidek bestond toen nog niet.
Als men terug kwam van verlof  moest men van het station, Hilversum of Hollandse Rading naar het kamp terug lopen. Een stevig stukje lopen.
Na zes weken kon men ook de wal op maar om 22.00 uur moest men binnen zijn. Had men de wacht op zondag dan moest men verplicht naar de kerk mits men ouderlijke toestemming had om niet te gaan.

De eerste verstrekking,

Deze bestond uit ondergoed dat vormloos en veel te groot was je kon je onderbroek op hijsen tot onder je oksels. Sokken, na één keer wassen werden die te groot of te klein.
Het uniform was gemaakt van sergestof, een ruwe stof, het schuurde en je kreeg er blauwe knieën van. De zwembroek was vaak te groot en daardoor te wijd. Vooral lastig als er gemengd gezwommen werd. De regenjas, een met een rubber laagje bekleed iets, wat niet te dragen was. Ook wel kapotje genoemd. Plunjezakken, dekenzakken, dekens, jekker en schoenen waren vaak wel goed.Veel van de eerste verstrekking werd dan ook snel vervangen door eigen ondergoed, sokken , ect. ect. Een laken pak was te verkiezen boven een serge pak dus had de kleermaker in Den Helder het druk met aanmeten en maken van uniformen.
Vertier op de Castor


De plattegrond van de Castor  heb ik gemaakt om te laten zien dat er niet veel vertier was aan boord. Een oude lampenradio zorgde voor muziek al moest je deze af en toe een dreun verkopen.
Kaarten zoals toepen, zwikken, klaverjassen en pokeren werd wel gedaan. Ook werd er gedobbeld. Zo af en toe werd er een feestje gecreëerd met als muzikant ons aller Willem met zijn lucht verdeelkast c.q. tranenpers en dan werd er het nodige genuttigd.

Illegaal passagieren

Na zo'n feestje gingen er sommigen clandestien de wal op en wel via de patrijspoorten naar de duikvlotten en vandaar via het achterdek, als de wacht even niet aanwezig was, naar de bulten basaltblokken die de nodige camouflage gaven om weg te komen om 's avonds laat langs de zelfde weg weer terug te keren. Deze stunt heb ik meerdere keren uitgehaald tot dat het spaak liep. Er waren visserijfeesten in Den Oever en ik had de eerste wacht tot 24 uur, die heb ik netjes uitgelopen. Het was zonde om dan nog aan boord te blijven want op de wal was iets te beleven. Dus via de patrijspoorten de wal op en weer terug. De volgende morgen liep op de Castor en kwam de ouwe tegen in gezelschap van een rijkspolitieagent. Hij was gisteravond ook op de wal zij de man, op mij wijzend. Ik kon er niet omheen en bovendien wist je dat je aan boord moest blijven als je de wacht had dus moet je de consequenties ook aanvaarden. Op parade en de beloning voor mijn onmilitair gedrag was, 14 dagen streng arrest met vermindering van kost om de andere dag. In de nor kreeg je een overall met een hele grote witte A op de rug, je werd enkele keren per dag gelucht, roken was uit den boze en overdag werd de matras uit de cel gehaald, een klein houten tafeltje met een krukje en een bijbel was overdag het meubilair. Het om de andere dag eten werd zo geregeld dat je de rijsthap niet misliep en dat was tof van de mariniers die als bewaker waren aangesteld
Nu was ik altijd in de veronderstelling dat de maten uit Den Helder fietsen hadden gejat en dat de rijkspolitie aan boord was om informatie, maar door de verhalen van Willem ben ik er achter gekomen wat die juut daar moest en daar van werd ik de dupe. Toch een leuke tijd in de bak gehad de ouwe had mij daar helemaal niet mee.

De Krans

Het moet in 1957 zijn geweest dat het 25 jaar geleden was dat de afsluitdijk is gedicht.
Ter ere hiervan werd een krans gelegd bij het monument van Ir. Dr. Lely wat op de kop van de afsluitdijk, dicht bij Den Oever maar ook bij de Castor, stond.
Op de dag van de krans legging, 's avonds laat, zal de wacht wel raar hebben gekeken.
Een van de maten kwam, lekker bezopen, met de krans om zijn nek aan boord.
Het wachtvolk heeft de krans onmiddellijk terug gebracht om problemen te voorkomen.
Vertier op de Castor
Klik even hier naast voor Van Baroe tot Branie


 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu