De Y 8651 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

De Y 8651

WILLEM GELENS 1

                            Op de “Twee” en  De Y8651 ( De Tien  )           

Terug uit de knijp kwam ik op de Twee. Hier was Btsm. Ringelberg de baas. Het was een zeikerdje maar je kon ze slechter hebben
De overigen waren Giel de Nijs - Giel Bruel en Toontje Vroegrijk.
Ringelberg had zijn vrouw af en toe aan boord en als je dan b.v. naar de spuikom ging zat mevr.
de bootsman op het dak van de opbouw in een hoge, gejatte scheidsrechterstoel van een tennis
veld.
Als zij aan boord was moest iedereen zijn kop houden zodat zij geen onvertogen woord zou horen
Het was in de winter en we waren aan het routine duiken. Na +/- 15 á 20 minuten kwam je het water uit want het was stervens koud.
Ik had mijn torn gemaakt, kwam omhoog en klom tegen de ladder op waar ik slipte op een van de treden. Sloeg met de helm tegen mijn vinger die open barste omdat hij nagenoeg bevroren was.
Het deed verrekte veel pijn en ik stond te tieren en de hele wereld te vervloeken
Het eerste wat ik hoorde toen de helm van mijn kop was , Gelens je gaat van boord want ik wil dat gevloek niet hebben. Hij deed mij daar een hoop plezier mee
Ik ging naar "de Tien"  
De RD-10 of y 8651 nog later de Argus ( de ouwe) Voor ons was het de 10
De gezagvoerder was Kwmr. Klaas de Waard. De machinist was Bennie van Loon en ik was de matroos
Het was een fijne plaatsing en we hadden aan Klaas een prettige baas, Hij was trots op zijn schip
Ook hadden we vaak "Spatje" Burgstede aan boord. Spatje was ook machinist maar op de Castor was je van alles. De bijnaam Spatje had hij te danken aan het feit dat hij , behalve zijn ondergoed , er altijd bijliep als een vetvlek
De kwmr. nam tijdens de weekenden de plunje van Spatje mee naar huis waar het werd gewassen door mevr. de Waard. Spatje was zo trots als een aap op die mooie spullen, zó trots dat hij verdomde om het aan te trekken
Om de e.o.a. reden ging Spatje nooit met weekend
De 10 was het schip om allerlei klusjes op te knappen en ook gingen we vaak naar de spuikom voor opleidingen en voor het routine duiken op dubbele diepte
Ik was op een ochtend de eerste die te water ging. Er werd verwacht dat je beneden een beetje rondstrompelde hetgeen ik dus ging doen. Na een aantal meter werd het lopen nog moeilijker dan het al was tot het volledig onmogelijk was. Vroeg meer loos in seinlijn en luchtslang maar het hielp geen donder. Van boven werd gevraagd waarom wil je meer loos, je loopt helemaal niet. Ik pakte de seinlijn en die stond horizontaal hetgeen ik doorgaf Niemand snapte er iets van en ik vroeg om het zootje stijf door te halen en volgde de seinlijn en luchtslang om te zien of het spul ergens knijp liep. Wat was er gebeurd, ik was afgedaald, precies in een gat die in een van de matten zat Deze matten waren op de bodem neergelaten en werden daarna verzwaard met véle tonnen basaltblokken. Ik stak mijn hand boven mijn hoofd en had misschien 30 cm. ruimte
Toen ik aan al dat gewicht boven mijn hoofd dacht raakte ik nog net niet in paniek maar maakte als de sodemieter dat ik uit het gat kwam. Als je met opzet zou proberen om in zo'n gat af te dalen zou het je niet gelukt zijn.
Ik maakte de koffie aan boord . Had een truc geleerd van een van de vissers, je maakte een pook witheet en als de koffie ongeveer klaar was douwde je de pook in de ketel en dat scheen de koffie een beetje te verbranden. Het was inderdaad lekker en Klaas wilde altijd weten hoe ik het deed maar ik vertelde hem als je het niet weet plaats je me ook niet over. Heb het hem wel verteld natuurlijk
We gingen weer een "zorg dat je erbij komt" rondje maken. Deze keer bezochten we dorpen langs het IJsselmeer
Als passagiers gingen mee (wilde) Bill Hartkoorn en schipper Molier. Geloof dat het Medenblik was waar Molier de ster van de avond was met zijn Charleston. Het was ook voor ons een plezier om naar te kijken en de vrouwen waren er dol op en op hem. Hij danste tot ie omdonderde vanwege de drank. De schipper en Klaas zaten allebei aan de jenever en Molier moest meedoen of hij wilde of niet
Toen ze terug aan boord kwamen ging het feest door.. Bennie en ik kregen aangezegd dat we de andere morgen om 08.30 vertrokken , terug naar den Oever. Bennie had zijn spul gestart en ik had de trossen weggenomen op een stootgarentje na.
Om een uur of 9 komt Wilde Bill aan dek en zei Willem breng jij het schip maar naar buiten. We kunnen niet langer wachten. Klaas is ziek , heeft iets verkeerds gegeten en ik kan niet want moet de papierwinkel bijwerken
Als je de haven uit bent moet je die kant op en hij maakte een zwaai met zijn arm van ongeveer 360 gr.
Ik had al meer met de 10 gevaren maar dan stond Klaas er altijd bij. Ook wist ik welke kant we uit moesten want het was niet de eerste maal dat we vandaar vertrokken. Het was een kwestie van de boeienlijn volgen
De 10 bewoog zich als een krab door het water wilde altijd de een of de andere kant op maar nooit rechtdoor maar daar wende je aan
Toen we Den Oever in zicht kregen heeft Bennie het spul gepord en bij het binnenlopen van de sluis stond Klaas weer aan het grote wiel
Ik moest emmers koffie maken, mijn koffie.
          Mosselen en Garnalen

Zoals ik al eerder vertelde, ik had een hoop goeie kennissen in het dorp maar ook op de vissersschepen. Zowel de mossel als de garnalen vissers
Ik kon bij beiden krijgen wat ik wilde en vooral naar de mossel vissers ging ik veel. Moest daar aan boord ook vaak accordeon spelen en hopen mosselen eten. De visssers aten de mosselen rauw waar ik later ook aan meedeed. Destijds kon dat nog, het water was niet zo vervuild
De 10 had naar verhouding een groot kombuis met een wel heel grote oliekachel
Een groot deel van de potten en pannen waren van koper en van binnen vertind of zoiets ze waren niet te tillen
's Nachts hing ik de mosselen in metalen manden buitenboord zodat het tij er een keer overheen ging en zodoende de mosselen schoonspoelde en het zand eruit. De volgende morgen de baard plukken wat het meeste werk was en bovendien een klote job
's Middags had ik de kachel vol staan met pannen en emmers vol met die beesten en vaak moest ik het in twee maal doen. Had altijd oplopers in het kombuis als dat lui waren die niet welkom waren hielp een handvol sambal of een beetje trassi op de kachel enorm goed
Twee van de vaste afnemers waren de commandant Teer en Klaas de Waard. De eerste kreeg ze dat hij niet zou gaan zeuren dat ik de hele dag met de mosselen bezig was en Klaas omdat hij Klaas was
Teer wilde ze graag in het zuur want zijn vrouw was daar zo gek op. Ik zette ze in iets verdunde azijn extract en dan kon je ze binnen een paar dagen eten. Hij was walplaatser en later hoorde ik dat hij vóór de bus in den Helder was alle mosselen al op had. Mevr.Teer heeft dus nooit van mijn mosselen gegeten
Als ik wist dat ik met weekend zou gaan haalde ik een partij garnalen. een deel daarvan was voor men beste maten en de rest ging mee naar Groningen, naar mijn ouders. Die vonden ze heerlijk en ik vond het fijn om ze een plezier te doen na alle ellende die ik ze wel eens aandeed

                                         Tot op de "De Ruyter"

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu