Duikopleiding - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Duikopleiding

WILLEM GELENS 1

Opleiding Duiker 2 . HrMs.Castor

Hr Ms Castor         

Nadat we met de Brouwershaven in Nederland waren aangekomen kreeg ik een oproep voor de duikerskeuring
Stopte meteen met het bier drinken want voor die keuring had je veel lucht nodig werd mij verteld De keuring was destijds nog in de ziekenboeg van de mijnendienst
De keuring was zwaarder dan alle keuringen die ik tot nu toe had meegemaakt
Ik werd goedgekeurd
Na nog een hele hoop afscheid avonden aan boord van de Brouwershaven werd ik geplaatst op den Oever Btsm. Ruighendijk ging mee, werd chef d' Equip. op de Castor
Van tenminste één goed mens was ik al verzekerd.
Ik denk niet dat Hr.Ms. ooit geweten heeft dat ze in het bezit was van zoiets "moois" als
de Castor
De mensen die in opleiding gingen stroomden zachtjesaan binnen Ze kwamen van over de hele marine. Er waren vertegenwoordigers van de dekdienst - machinisten en timmerlui. Dit waren de enige dienstvakken die in aanmerking kwamen om duiker te worden
Na het inrouleren moesten we in de maintenance ons duikzakje halen. De inhoud daarvan was een dikke trui- dikke lange broek en sokken die tot ver boven de knieën reikten
Dit allemaal was van wol en tot de draad versleten. Verder nog schoenklompen en de neusklem
We hadden als instructeurs Spr. Hartkoorn (wilde Bill) , de bootslui Castricum . van Berkel ,  Ringelberg en Kooiman en dan nog Kwmr. Klaas de Waard
De commandant was ltz Teer. Was zeker geen lastig mens, bemoeide zich eigenlijk nergens mee.
De schipper gaf de meeste theoretische lessen. Later moest hij naar het MOK.H om te leren les geven. e.o.a. Jong bezigde tegen zijn moeder uitdrukkingen die door de Spr. tijdens het lesgeven werden gebruikt. Zij heeft zich hierover beklaagd en de Spr moest naar school. Wat had die man de ziekte in Hij heeft waarschijnlijk nooit geweten wie hem dit gelapt heeft. Hij had het jong verzopen
De opleiding begon met een handjevol theorie. waarin je verteld werd dat de vreselijkste dingen gebeurden als je niet precies deed wat je geleerd werd. Het minst erge was dat je verzoop. Een van de mindere prettige manieren om dood te gaan was
dat wanneer je viel van b.v. een diepte van 0 naar 10 mtr. je helemaal in de helm samengeperst werd en ze je daar uitmoesten lepelen.
Het eerste duikpak waar we in moesten duiken was het P.Pak (port pak)
Dit was een colere pak. Door iedereen gehaat. Het meest smerige eraan was het mondstuk. Als er een duiker uit het water kwam werd dat ding in een emmer gegooid waarin een mengsel van water met Dettol zat .Je had grote kans dat je datzelfde mondstuk pakte als je de volgende duiker was en dat was niet zo fris want vaak zat de kwijl van je voorganger er nog in
Als er teveel Dettol gebruikt was had je ook het gevoel dat je je bakkes verbrande
Je zag alleen maar mensen duiken in het P Pak tijdens een opleiding. Daarna bleven ze er vér vandaan
In de eerste week gingen er een hoop mensen de opleiding uit Dit bleek in iedere opleiding hetzelfde te zijn. Ik ga nu enkele getallen noemen waar ik niet helemaal zeker van ben. Wij , onze opleiding,  begon met 55 man en we eindigden met 6 á 7.
Vergeet niet dat de toestanden anders waren als enkele jaren daarna b.v. toen de Soemba kwam. Over deze toestanden heb ik het , nog in dit hoofdstuk
Eindelijk kwam de dag waar we allemaal naar uitgekeken hadden. we gingen duiken in het standaard pak. Vóór je op de Oever kwam wist je niet dat er nog andere duikerspakken bestonden als "dat pak met de grote koperen helm" Het standaardpak
De eerste maal dat je in het pak geholpen werd ging, in het begin, de aardigheid er wel een beetje af Wat was dat zootje zwaar 80 kilo was ons gezegd maar daar sta je dan niet bij stil tot ze dat spul aan je geraamte hangen.
Dan kwam het grote moment, het voorglas ging dicht. Je was afgesloten van de buitenwereld. Een grote opluchting was, je kon blijven ademhalen. Je kreeg echte buitenlucht en niet die troep uit flessen zoals bij het P-Pak
Daarna kwam het werkelijk grote ogenblik . Je daalde de trap af nadat je je daarnaar toe gesleept had. Het water bedekte het voorglas en je zat in je eigen wereld
Op de bodem gekomen kon je geen pas lopen. Wij durfden nog niet aan de ontlastklep te komen om het gewicht een beetje op te heffen Vergeet niet de vreselijke doden die je kon sterven als je iets verkeerd deed
Na een paar duiken ging het allemaal een beetje gemakkelijker. We kregen onze lucht via de "dubbelwerkende Siebe Gormann handpomp" een ander ding wat we nog wel eens vervloekten. Gelukkig werd je wel eens afgelost als je stond te pompen
Als de schipper wist dat je téveel gezopen had moest je als eerste het pak in en als je het water uitkwam meteen aan de pomp. Je kreeg niets voor niets
Verder werden we nog ingewijd in het M.R.S pak(Mine Recovering Suit.).Ook dit was geen prettig pak. Als je stand by zat in dit pak zat je vanaf het begin met het vólle gewicht op je donder en dat was in dit geval 89 kg. Met dit pak werd weinig gedoken, gelukkig.
Dan was er nog het z.g. Amerikaanse standaard pak . Dit was verreweg het prettigste pak. Het enige nadeel was , je kroop via een opening in de rug het pak in en dan hadden je maten alle mogelijkheden om een handjevol steentjes in het pak te gooien. Dit liep niet bepaald prettig
Dit pak moest altijd gereserveerd worden voor de hoge druk als zij kwamen duiken
De winter begon dichterbij te komen en het werd minder plezierig op de vlotjes Er bestonden duikhandschoenen maar die mochten wij niet aan want zo werd gezegd dan had je geen feeling in je vingers als je moest werken. Dit had je echter ook niet als je vingers bevroren waren
In die tijd kwam het nogal eens voor dat een pak lekte en werd je dus zeiknat We moesten harden werd er dan gezegd en harden deden we.
Je kon er toch niets tegen doen. Het gevolg hiervan was dat je de rest van de dag nat en steenkoud rondliep Een warme douche nemen was er niet bij, we waren toch geen flikkers. Later was er helemaal geen sprake meer van een warme douche. De water voorziening van de Castor was een grote tank die op het dak stond. Als de leidingen of zelfs het water in de tank bevroor dan had je niets meer.
Je natte plunje drogen kon ook niet want de enige verwarming die er was waren een paar verwarmings elementen die absoluut helemaal niets uitmaakten. Als je 's avonds naar je tampatje ging dan kleedde je je niet uit, integendeel je trok alles aan wat je kon vinden. Je hield je natte duikkleding aan, daaronder had je je uniform en werkkleding en als je er een kon bemachtigen had je over dit alles nog een duffels coat aan
Dit alles nam dan een beetje de kou weg maar droog werden we nooit
Als we met weekend gingen dan wasten onze nek en polsen en handen zo goed mogelijk bij hotel Zomerdijk. Dit was tevens de bushalte. De uniform was natuurlijk een vod want dat was tevens onze pyjama
Ja we werden gehard en na een tijdje wen je overal aan
Ondanks of dankzij al deze ellende hadden we een gezellige tijd op
Hr.Ms goede schip de “Castor”
Het aantal mensen in opleiding werd steeds minder en na verloop van tijd
Vormden zich een paar groepjes..Er was geen sprake van een scheiding tussen deze groepen maar vaak ging je met dezelfde mensen de wal op. In mijn geval waren dat Arie Burgers , Bennie van Loon , Toontje Vroegrijk en Cor Hommel. Iedereen die mee wilde was van harte welkom
De Haan had een dochter die 's avonds vaak hielp in de bar waar overigens geen barst aan was. Zij sliep boven het hotel en wij wisten waar haar slaapkamer was. Toen we er op een avond weer eens uitgegooid waren gingen we op de uitkijk staan en ja , daar ging het licht aan op haar kamer. Toontje ging het platte dak op via een ladder die we klaar gezet hadden en stampte over het dak. Dit zal de Haan gehoord hebben want plotseling kwam hij naar buiten Hij zag de ladder staan en haalde die weg.
Hij ging naar binnen maar kwam een moment later het platte dak op.
Toontje had niet veel keus en sprong van het dak af..Verstuikte daarbij zijn enkel. Voor de Haan weer buiten was hadden wij Toontje al in veiligheid gebracht. We hadden al een beetje een idee wat er de volgende morgen zou gebeuren en we spraken af om Toontje nog een keer op zijn bek te laten vallen. Het was een paarden middel maar nodig
Hij kwam binnen om te gaan schaften en iemand van ons stak zijn been uit en inderdaad Toontje viel weer. We piekelde hem de ziekenboeg in en vertelde de ziekenpa dat hij gestruikeld was. Het was voor elkaar
We legde Toontje uit waarom we dit alles op touw gezet hadden en hij was het er mee eens
En inderdaad tijdens baksgewijs kwam de Haan en ging rechtstreeks naar de 1e officier met wie hij een tijdje stond te babbelen. Hij vertelde o.a dat de indringer misschien wel letsel opgelopen had want hij had hem horen vloeken en tieren. Toontje was intussen ziek gemeld vanwege zijn verstuikte enkel en de 1e off. En de Haan dachten we hebben hem tot de ziekenverpleger vertelde dat het net 10 minuten geleden gebeurd was en daar waren een hele hoop getuigen voor
Toontje ging dus vrijuit. Het was weer gefikst “STOMME BURGER” om zo maar iemand te beschuldigen
Eindelijk kwam de grote dag. Het was 5december en Sinterklaas zou ons de uitslag brengen, wel of niet geslaagd
Schipper Hartkoorn was de Sint  en bootsman Rinus Kooiman zwarte Piet. Bootsman Jaap Ruighendijk was aanwezig in zijn functie van
Chef d' Equipage. Hij had de heilig man en zijn maatje Piet op de Castor ontvangen. Toen ze met z'n drieën in hotel de Haan (waar het feest was)
binnen kwamen hadden ze hem al behoorlijk zitten
Ook was aanwezig een Italiaanse dame Zij logeerde in het hotel. Zij werd natuurlijk prompt uigeroepen tot miss Castor Dit werd ons niet in dank afgenomen door de locale schoonheden
Sinterklaas had onder zijn baard een fles jenever hangen waar hij ,Piet en bootsman Ruighendijk geregeld uitlurkten. Ze waren .zoals ze zeiden heel erg vermoeid van de lange reis en bovendien was het in Nederland stervens koud. Wij begonnen allemaal aan de jenever want ook wij hadden het koud
Toen kwam de uitslag en ik was een van de gelukkigen. We hadden het met een paar man ondanks alle ellende toch gefikst en we waren er trots op
Of er die avond nog rare dingen gebeurden, ik zou het niet weten. We werden allemaal stom bezopen maar dat was niets raars.
We bleven met een paar man als vaste bemanning op den Oever en ik werd geplaatst op de Rozenburg. Ook dat heb ik overleefd
Tot straks

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu