Erfprins - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Erfprins

WILLEM GELENS 1


                                                                Castor slapen op de  Hondenwacht                             

Op een nacht lag ik te slapen op een bank in het dagverblijf (cafetaria) Dat was op zich niets bijzonders maar ik had de wacht, de hondenwacht
Ik werd gepord en wie stond daar Ltz. de Waard. Hij stond klaar te komen van genot. Natuurlijk werd ik gerapporteerd
Als hij een beetje handiger was geweest had hij mij af laten lossen want ik had een sloot bier op, dan was ik goed voor de bijl gegaan
Dat ik gerapporteerd werd was terecht maar niet leuk. Ik zat té veel in de bakkies.
De volgende morgen komt de bootsman Jaap Ruighendijk bij me in het kabelgat en zei me mijn uniform in orde te maken want ik moest op parade komen. De commandant was Stighel en dat was niet zo best.
Ik was matroos 1 maar had geen strepen op mijn baaien hemd. Had ook geen zin om ze erop te naaien. Het kabelgat lag naast de maintenance en daar hadden ze plakmiddelen in overvloed Met de hulp van een van de torpedomakers plakten we de strepen erop
Bij de ouwe gekomen werd ik voor alles uitgemaakt wat in staat van verbindingen was. Hoorde volkomen nieuwe uitdrukkingen
Toen gebeurde het. Stond in de houding en mijn strepen vielen van mijn linker mouw. Dat was al erg genoeg maar die krengen vielen niet op de grond en bleven aan draadjes lijm op en neer bengelen. De bootsman schoot in de lach, het moet ook wel een komisch gezicht geweest zijn.
Stighel kon niets meer bedenken. Had me al een half uur voor rotte vis uit staan maken en had waarschijnlijk geen vreselijke ziektes meer in voorraad
Kreeg meteen de straf aangezegd 14 dagen streng arrest met inhouding (natuurlijk)
14 Dagen uitrusten en mediteren. . Ik belde meteen een van mijn verloofdes in Groningen dat ik niet met weekend kwam omdat we naar zee gingen, naar Engeland. Als wij gestraft werden gingen we altijd naar zee want daar kon je niet gebeld worden en ook niet bellen. Het werd altijd geloofd.
. Naar fort Erfprins de cel in.

De 14 dagen waren wel doorheen te komen, de inhouding van soldij was minder leuk maar het niet mogen roken was het meest besodemieterde. Bij binnenkomst in het cellenblok moest je alles inleveren. Veters  het stomme petlintje want je was niet waardig om dat te dragen, dit was denk ik een directe order van het koningshuis. Ook je scheergerij moest je inleveren. De dag waarop je de cel uitkwam mocht je je pas weer scheren .
Dan de zwaarste straf, je moest je tabak inleveren
Als je je straf erop had zitten kreeg je alles terug. Dan werd je gevraagd of je de rokerij achter wilde laten, dit was voor mensen die b.v. de gang aan dweilden. Natuurlijk liet je dat achter en dan werd het in een groot GEEL blik
Gedaan( Als je snel was kon je van je eigen tabak roken als je weer terugkwam.)
Na een dag of wat most ik bij de hoofdcipier komen en Vlissingen herhaalde zich. De sergeant zei, ik heb een maat gehad die heette ook Gelens was dat mogelijk familie van jou?. Ik zeg jawel oom Piet
Oom Piet had mij weer terug gevonden. Hij zal best in zijn nopjes geweest zijn want ik begon een waardig opvolger te worden
Ik mocht gaan zitten  en als ik wilde roken hij wees op de pul  De verhalen over oom Piet kwamen weer los en intussen rookte ik mij strontmisselijk
Hij moest even weg zei hij, een minuutje of 5. Ik kon dus mijn zakken volladen met tabak en lucifers. Hij zei dat niet zo maar het was wel de bedoeling. Toen hij terugkwam werd ik bevorderd, ik kreeg de zo begeerde baan van gang schoonmaker. Mijn rokerij  zoals dat van mijn maten
Er zijn nog genoeg goeie mensen op deze wereld , zelfs onder de mariniers en het is erg belangrijk om connecties te hebben zoals oom Piet
Als ik in de cel op de rand van mijn bed ging staan kon ik net naar buiten kijken door een spleet boven in het tuimel raam. Dit was tevens de plaats waar je een paar trekjes nam. Op een dag terwijl ik daar stond komt de sergeant langs, buiten. Hij zegt verrek er groeien hier sigaretten. Als je oom in de cel zat gebeurde dat nooit, die nam de peukjes mee en spoelde ze door de W.C. Weer een les geleerd
Als je opgesloten werd kwam er   een kartonnetje op je deur waar o.a. opstond welk geloof je had. Je ging inlichtingen winnen bij je maten die er een paar dagen langer zaten en dan hoorde je dat je of het een of het andere geloof moest kiezen Het hing er van af wie van de twee geestelijken je te roken gaf als hij op bezoek  kwam Hij ging dan met zijn rug voor het kijkgat staan zodat niemand iets kon zien. Werd je toch overvallen door een ongelovige hond dan gaf je de peuk aan hem
Zondags was er alleen een kerkdienst voor de katholieken maar als je er op stond moesten ze je daar als gereformeerde ook heen laten gaan. Deze dienst werd gehouden in het cafetaria en de arrestanten  stonden achterin
Er warden je daar allerlei soorten rokerij toegestopt. Het was dus wel degelijk goed om gelovig te zijn, welk geloof dan ook
De cipiers waren mariniers, natuurlijk. Zij moesten hun werk doen en we hadden geen last van hen ,in het algemeen
De gang tussen de cellen was betrekkelijk smal en als je de deuren van 2 tegen over elkaar  liggende cellen opendeed  werd de gang afgesloten. Een van de cipiers deed dat wel tijdens luchten en gooide dan een pakje shag met toebehoren over de deuren De deur naar de buitenluchtplaats werd dan open gezet en we konden roken
Dit was dus een fijne marinier
Bij aankomst in de cel hadden de mensen die er al meer hadden gezeten in de mouw omslagen van de overall al de nodige voorrad shag, vloei en lucifers gerold. Als je de shag goed samen perste kon er genoeg in voor 14 dagen
Op een nacht werd de deur van mijn cel open gegooid en komt de Off.v.d.Wacht binnen samen met een cipier. Ze pakten mijn overall en haalden de rokerij uit de omslagen. Die fuck marinier had het dus geweten
Deze cipier kwam uit de stad Groningen waar ook mijn maat uit de cel naast mij en ikzelf vandaan kwamen
Als we met weekend gingen moest dat met de bus Den Helder - Den Oever Leeuwarden en vandaar verder met de trein naar Groningen
Het eerste weekend was het meteen raak. Henk en ik stapten in de bus en wie zat daar De cipier. Henk was een onderwereld figuur die voor de duivel niet bang was. In Den Oever liet hij de cipier uitstappen met de aanzegging dat hij pas met de volgende bus verder kon reizen. De cipier zag in dat hij beter niet kon protesteren
In Leeuwarden controleerden we nog of hij niet in “Onze” trein stapte. Dit was mogelijk geweest als hij van den Oever was komen liften
Dit was dus geen fijne marinier, dit was een etterbak

           Tot op de Castor.

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu