HrMs de Ruyter.12 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.12

WILLEM GELENS 4

Chris Stroop

Heb het al eens gezegd maar i.v.m. het volgende vind ik het nodig dit nog eens te doen
Cris (Stroop) was matroos eerste klas
Als we de wal opgingen was het natuurlijk altijd Chris en Willem. Ik zou mij behoorlijk lullig hebben gevoeld als Chris kwartiermeester had gezegd
Zodra we echter terug kwamen van de wal , in welke toestand dan ook zei Chris kwartiermeester
Ik werd v.w.b. het passagieren met een "mindere" terecht gewezen door schipper de Vet ,die vond dit niet correct. Hij was een van die klootzakken die dacht dat twee koperen strepen een soort halfgod van iemand maakten. Het tegendeel was heel vaak waar. Dit vertelde ik hem ook en ook dat wij al een paar jaar samen de wal opgingen en dat wat mij betreft dit zo door zou gaan.. Wel bereikte hij er bijna mee dat Chris niet meer met mij de wal op wilde . Hij dacht dat ik in de moeilijkheden zou kunnen komen. Ik geloofde daar niet zo in en bovendien had ik graag dergelijke moeilijkheden
Chris was een door velen, in alle lagen, erg gezien figuur vanwege zijn vakmanschap en zijn menselijke manier van optreden. Wat mij persoonlijk aangaat, ik had voor hem meer respect als voor velen van mijn collega's. Op een bootsman fluitje blazen kan iedereen , mens zijn schijnt voor velen erg moeilijk te zijn.
Ik weet dat Chris al een aantal jaren geleden is overleden, beschouw dit als een posthume onderscheiding die zeker niet van mij alleen komt

Zeilen met Chris
We hadden besloten om nette sportieve jongelui te worden. We gingen nog wel op stap met de verloofdes maar het stomme gezuip was afgelopen
We werden lid van de marine zeilvereniging, kochten een paar mooie T-shirts met blauwe ankers en nog meer rotzooi er op.Ook kochten we de man een pet, zo'n mooie witte met een hoop goud erop. (eindelijk was ik admiraal). Ook natuurlijk gym schoenen
Het was bedroevend hoe weinig zelfkennis we hadden
De grote dag brak aan. Zaterdagsmiddags gingen we zeilen, we zouden het weekend het IJsselmeer op gaan
"Onze" yachtclub huisde op de Castor die inmiddels bij het duikbedrijf was afgedankt.
Wie stond daar achter de balie? Jawel Dirk Voeten met echtgenote. Wie van deze twee het spul werkelijk onder controle had was duidelijk waar te nemen , Zij.
Hij was na de opleiding kwmr, militair werkman geworden en dat was goed, heel goed voor de mensen die onder hem geplaatst zouden worden
Wij kochten dus bij de kapiteinse een groot stuk kaas (marineverstrekking) een brood en een krat bier. We hadden de drank wel afgezworen maar een kratje bier voor een weekend was niet te veel. Wij voelden ons een beetje zeeverkenners
Gelukkig wist ik iets van zeilen vanwege de kwartiermeester opleiding en ook het optuigen was niet moeilijk als je maar zorgde dat de smalle delen van het zeil aan de bovenkant kwamen. Chris wist er helemaal geen barst van en we flikkerden dan ook bijna om vóór we los van de kant waren
Na tien minuten in ons mooie witte T shirt zaten we de moord te steken van de kou maar we hadden tenminste één wijs ding gedaan, we hadden onze truien meegenomen. Die zaten we vol met gaten maar uiteindelijk waren we "zeerovers"
We zeilden via het Noord Hollands kanaal richting Kooibrug. Hier pas zetten we onze “mooie” petten op maar toen we na een paar minuten overstag gingen vergat ik Chris te waarschuwen en die kreek de boom voor z'n eikel. De “mooie” pet over de muur en om alle moeite van het oppikken te omzeilen ging mijn pet er achteraan. We voelden ons met dat ding op ons hersens toch al een paar flikkers
Voor de kooibrug gingen we bakboord uit voor het laatste stuk, richting IJsselmeer want we gingen meteen de “grote vaart” op Ook dit was een uitdrukking die we wel eens van echte zeilers hadden gehoord zoals ook Fok te loevert. Toen ik dat tegen Chris zij vroeg , welke kant is dat. Chris was dus geen geboren zeiler maar dat was ik ook niet want al gauw liepen we muurvast. Er was geen beweging in die kolere boot te krijgen dus trokken we maar een fles bier open en gingen overleggen wat we moesten doen. Wat we moesten doen wisten we al maar geen van ons twee wilde het zeggen want we hadden geen van beiden zin om overboord te gaan het water in, was koud. Chris kwam al gauw met het bezwaar dat hij niet kon zwemmen maar ik zei hem dat hij naar de kloten kon lopen want hij hoefde niet te zwemmen , het water was ongeveer een lullengte diep. We gingen er om loten en Chris moest voor de bijl
Ik beloofde hem dat wanneer hij zou verzuipen ik er voor zou zorgen dat hij een militaire begravenis zou krijgen met alle toeters en bellen of , als hij dat liever had , ik zijn as uitstrooien in het kanaal. Hij zei dat ik wel dood kon vallen maar begon zich toch uit te kleden. Na een tijdje kwam die rot sloep gelukkig vlot en Chris begon te krijsen , stop dat pokke ding, ik moet er nog in wat gelukkig na een hoop gelazer lukte. Hij stond te rammelen in zijn tuig van de kou
We piekerden er zwaar over om terug te gaan want we vonden het zeilen helemaal niet leuk meer. Was een sport voor flikkers. We besloten toch maar door te gaan want anders had de familie Voeten zich de koorts staan lachen om ons en dan waren er heel waarschijnlijk moeilijkheden gekomen
Bij de brug aangekomen waar we door moesten om op het IJsselmeer te komen moesten we op en neer houden tot de brug open was. Er was intussen een sterke wind op komen zetten en ik kwam een beetje in de moeilijkheden hoe door dat kleine rot gat te komen wat nog erger werd want toen de brug open was lagen we met de kont richting gat. Gelukkig dacht ik er toen aan dat je alleen op de fok een pijlsnelle wending kon maken, en zei tegen Chris het grootzeil te laten zakken We hadden maar twee zeilen aan boord en na enige berekeningen liet Chris inderdaad het grootzeil zakken. Toen met de hulp van de Heer en zijn complete engelen schaar draaide de boot en wel met zo'n snelheid dat je er duizelig van werd. We zeilde op een zeer kundige wijze door het gat. Chris zat mij vol bewondering aan te kijken en ik zei hem dat dit dé manier was en voor een kwartiermeester heel normaal. Toen vertelde hij me weer op ,wat ik toch wel een beetje onmilitaire manier vond dat ik wel dood kon vallen
Na door de brug gevaren te zijn konden we maar een kant uit B.B. Er lag een rij boeien en als we daar maar dicht langs voeren kon het niet mis gaan. Ik wilde in geen geval weer vastlopen want dan had ik te water gemoeten
Het weer begon nu echt slecht te worden Stak meer wind op het begon te regenen
En bovendien werd het donker. We hadden al besloten om niet het hele meer over te varen maar het eerste de beste haventje of wat dan ook binnen te lopen. Dat werd , ik geloof de Haukes en we gingen tegen de kant.. We waren intussen stervens koud geworden en besloten om te kijken of we ons ergens op konden warmen en warme hap konden krijgen. Een “vette hap” verkering was natuurlijk nog veel beter geweest maar daar mochten we in dit gehucht niet op hopen.
Voor we gingen dekten we eerst de boot af zodat ons tampatje niet zeiknat zou regenen . Het feit dat de boot gejat kon worden interesseerde ons geen barst, we
Hoopten er zelfs op, dat gore rot kreng.
We kwamen in een klein kroegje waar we de enige klanten waren. Het was er lekker warm bij de potkachel en de baas kwam meteen bij ons zitten met een fles jenever onder de arm maar wij wilden eerst iets te eten. We hadden geluk, zijn vrouw had nog een pan soep over en deze soep samen met een paar gebakken eieren met een grote hoeveelheid spek zorgde ervoor dat we in leven bleven
We nodigden de baas en zijn vrouw uit om een borrel met ons te drinken hetgeen ze allebei graag aannamen. Toen de baas begon te vertellen over zijn verleden als vissersman werd het best gezellig maar die tijden waren voor hen niet zo gezellig geweest. Armoe en de daaraan verbonden ellende. Wij beiden, Chris en ik waren er al heel snel achter dat we bij de marine een stuk beter af waren
Logeer gelegenheid was er niet en toen we de fles leeg hadden vroeg ik om de rekening. De jenever moesten we natuurlijk betalen maar de soep kregen we van Moeders
Toen we buiten kwamen was het nog harder gaan regenen en we voelden ons meteen weer ellendig. Een staaflamp o.i.d. hadden we natuurlijk niet en we namen ons voor om Dirk Voeten daarvoor op zijn sodemieter te geven. We braken overal ons nek over in die rot jol en buiten de kou waren we nu nog zeiknat ook. Dekens waren er natuurlijk ook niet, om kort te gaan we voelden ons ellendig. Wat hadden we graag bij tante Aal in de kroeg gezeten of achter kaap kont gelegen. Al zou het met de meest vette snol geweest zijn.
We kregen een hekel aan al die “nette” lui waar wij een voorbeeld aan wilden nemen maar het meest van al aan al de klootzakken die zeilen zo'n mooie sport vonden, wat een waardeloos rot volk
Zodra het een beetje licht werd tuigden we de boot op en vertrokken. Het weer was nog slechter geworden . Nog meer wind nog meer regen en geen spetter zicht. Chris begon te zeiken dat hij deze dag zeker zou verzuipen, hij kon inderdaad niet zwemmen, ik vroeg hem om te wachten tot we in Nieuwe diep waren. Ook vertelde ik hem dat er niets aan de hand was maar ik zag het zelf ook niet zo zitten. Om vooruit te komen moesten we steeds slagen maken. Met zo'n echt fijn ijzeren schip met grote dikke diesels kon je recht tegen de wind in varen maar met deze kloten tobbe ging dat niet
Als we een slag moesten maken zagen we de boeitjes ook niet meer en het was gokken. Het enige waaraan je een beetje je koers kon bepalen was de wind -
deze blies betrekkelijk constant uit dezelfde hoek. Toen we eindelijk de brug in zicht kregen was ik, op Chris na, de gelukkigste vent op aarde. Bij de brug aangekomen legden we de boot vast en gingen de brugwachter opscharrelen. We moesten een tijdje wachten voor de brug openging maar dat was nu geen bezwaar meer. Wel vroeg hij ons of we krankzinnig waren om met dat weer over het IJsselmeer te zeilen waarop Chris hem vertelde dat het voor ons normaal was om met dit weer te zeilen en dat zelfs een beetje meer wind welkom was geweest
De brugwachter had eens moeten weten
Toen hij ons kwam waarschuwen dat we door de brug konden hebben we hem het stuk kaas gegeven wat er nog over was, het was een stuk van nagenoeg 2 kilo en hij was er blij mee
De rest van de reis was zonder moeilijkheden alleen waren we er zeker van dat we nooit meer warm zouden worden
Bij de Castor aangekomen stond Dirk Voeten op ons te wachten met een grote smile op zijn bolle rotkop. Hij vroeg of we een gezellige reis hadden gehad en of we volledig lid van die potenclub wilden worden waarop ik hem zei dat ie naar de hel kon lopen
Zijn volgende vraag was typisch een vraag die dat soort mensen tekent , hebben jullie nog kaas overgehouden . Het antwoord van Chris was , die kaas vreten we iedere dag aan boord en daar zul jij het wel gejat hebben via de e.o.a. bottelier. Ben er nu nog van overtuigd dat dit ook zo was
Terug aan boord gingen we douchen , schaften en de wal op. Wij wilden helemaal niet netjes meer zijn , wij wilden leven , lekker de beest uithangen.
                          

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu