HrMs de Ruyter.13 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.13

WILLEM GELENS 4

De  "Koso"                                                          

De Koso ofwel de korporaals sociëteit ofwel de koperen sociëteit.
Deze club bestond al een tijdje maar ik was er nog nooit geweest  na de eerste keer kwam ik er achter dat ik een hoop gemist had
Dit was niet direct omdat het enorm gezellig was. Er zaten veel zeikerds die aan boord in het korporaals verblijf niet welkom waren. Om die zeikerds ging het mij dan ook absoluut niet maar wel om hun gezelschap, de dames
Een goeie tactiek was om heel vriendelijk tegen de zeikerds te doen , dezen voelden zich daardoor erg gevleid en dachten dat ze meetelden, de klootzakken
Je werd dan aan hun tafeltje uitgenodigd en werd netjes voorgesteld aan de
dame(s). Je kwam er meestal gauw achter dat de zeikerds die aan boord niet welkom waren dit bij hun vrouw ook niet waren . Als je daar eenmaal achter was dan was het meestal voldoende om een blik met charmes open te trekken.
Als je de gelegenheid had vroeg je aan de dame in kwestie of ze ook wel eens in de club kwam als haar vent er niet was en dat was meestal zo en vaak werd er bij gezegd, die en die dag heeft hij de wacht. Ik zat dus helemaal op rozen
Zeg nu niet dat dit een rot streek was , ik zat nog steeds in mijn wraak periode en die werd steeds gezelliger. Bovendien kwam het voort uit mijn sociale gevoelens
Ik werd een keer gebeld door een van de dames dat ze zo bang was voor het onweer en een volgende keer dat ze mooie muziek had maar om daar alleen naar te moeten luisteren was niet zo gezellig. Natuurlijk offerde ik mij op en ging. Het kwam wel voor dat we tenminste 10 minuten naar de muziek luisterden
De gevolgen van mijn sociale werk kom ik later nog op terug

De Fietsen
                  

Vaak moest ik om niet te laat aan boord te komen 's morgens de fiets van een verloofde lenen. We spraken dan af dat de fiets de volgende avond bij een bepaalde kroeg stond. Het sleuteltje werd afgegeven bij de kroegbaas . Dit was altijd in orde want de kroegbaas kende mij , altijd, en mijn verloofde meestal ook
Als ik 's avonds om de een of andere reden niet de wal opging dan ging ik na vastwerken bij de valreep staan en vroeg aan iemand die in zijn eentje de wal op ging of hij de fiets mee wilde nemen en het sleuteltje af te geven in de kroeg.
Natuurlijk was dat voor elkaar, het was toch nog altijd een heel stuk lopen van de haven naar het dorp.
De fietsen zijn altijd weer bij de eigenaar terecht gekomen
In die tijd kon je gelukkig nog op de mensen vertrouwen !!!
Op een dag hadden Gerrit en ik ons eigen vervoer. Hoe ik eraan kwam weer ik niet meer maar ik had een fiets, Gestolen had ik hem niet daar ben ik zeker van
(geloof ik) De fiets werd helemaal volgens de regels onderhanden genomen,
geschraapt, geschuurd , in de menie gezet. Daarna werd hij geschilderd , heel mooi donkergroen en dit helemaal . Het frame, de velgen, het stuur tot de bel toe
Dit alles deden we in het kleine duikbedrijf. Gerrit schilderde er nog een handjevol vlaggen op. Het was een juweeltje. Toen we de fiets eenmaal aan de wal hadden , op slot met ketting en Hopmi slot,  stond iedereen met verbazing naar deze kermis attractie te kijken maar zodra ze er achter kwamen dat hij van ons was vonden ze het wel bij ons passen
Een van de eerste malen dat we met ons eigen vervoer de wal opgingen kwamen we bij tante Aal of het was toen al haar schoondochter Lenie (Narriman) in de kroeg. Gerrit schoof de fiets naar binnen zodat iedereen onze  mooie aanwinst zou zien. We kregen van alle aanwezigen een pot bier omdat we zo'n artistiek stuk werk hadden geleverd
Ik zat met een verloofde aan de tap tot Gerrit begon te zeiken ga je mee, ik sterf van de honger. Normaal gesproken zou ik meteen meegegaan zijn maar ik had nu iets anders in zin. Gerrit begreep het en ging, zonder fiets gelukkig
Na een tijd komt Narriman naar me toe, Willem er is telefoon voor je. Het eerste wat er bij mij opkwam was dat er iemand buitenboord gelazerd was met een dronken kont . Ik melde me en vroeg wat is er aan de hand Een stem zei je spreekt met ...... uit Sjanghai , het Chinese restaurant (kan ook een ander restaurant geweest zijn), heb jij een maat die Gerrit heet , een kwartiermeester met een kale kop. Ik zeg ja dat klopt Gerrit lag midden in het restaurant op de vloer te slapen in het gangpad.
Of ik hem meteen op wilde halen want de tent zat vol mensen en dit maakte een slechte indruk. Dat is wat de hufter zei. Die tent zat om die tijd van de avond vol met voor 99% bezopen jannen met hun gezelschap
Ik ging er wel heen natuurlijk want ik kon Gerrit niet in de moeilijkheden laten komen, zelfs niet voor mijn verloofde. Hij was mijn beste maat en verloofdes waren er in overvloed, te veel zo nu en dan.
Ik nam teder afscheid van mijn verloofde en ging ,op de fiets Gerrit op zoeken Toen ik bij de Chinees binnen kwam lag hij nog steeds op de grond. Met behulp van anderen kregen we Gerrit op een stoel. Deze anderen hadden het al eerder willen doen maar Gerrit verdomde dat, hij bleef liggen tot Willem kwam vertelde hij ze.
Toen ik ging afrekenen zei een van de obers plotseling, kijk nou es, ik keek en daar lag Gerrit weer , op de grond. Met een hoop gesodemieter kreeg ik hem weer op de stoel en na liters koffie was hij eindelijk zover dat we konden gaan.
Intussen had ik terwijl ik zat te wachten tot Gerrit weer een beetje bij zijn positieven was weer een partij bier op en dat bovenop hetgeen wat ik al gedronken had met mijn verloofde was genoeg om mij ook bezopen te maken.
Een taxi namen we niet want we hadden “eigen vervoer”. Ik reed en Gerrit sprong achterop tenminste dat was de bedoeling. In plaats van erop te springen sprong hij steeds tégen de fiets aan dus flikkerden we steeds om. Dit moest dus anders Gerrit zou gaan fietsen en ik zou er op springen. Het resultaat was hetzelfde, weer gingen we steeds omver
Vol met bulten en schrammen en een uniform wat naar de kloten was besloten we dat eigen vervoer ook niets waard was en hebben de fiets een zeemansgraf gegeven. Vlak bij de Schorpioen hebben we hem te water gelazerd.
De mooie groene fiets, ons eigen vervoer, had een heel kort leven gehad en we moesten weer lopen of op de fiets van een van de verloofdes
                        Vermagering dieet


Wij, Gerrit en ik vonden dat we te dik werden en besloten een vermageringskuur te gaan houden. Bertus van Nispen, de baas van “Le Vinicole” hielp ons hier bij want hij wist er alles van,dit volgens zijn zeggen
We moesten aan de sherry. Wij vonden het mannetje op een van de etiketten leuk
En moesten dus dat merk sherry. Het was “Sandeman” niet direct het goedkoopste maar we hadden er wel iets voor over om er als jonge Goden uit te zien. Wat een rot troep was dat we vonden er helemaal niets aan en wij waren er van overtuigd dat het een drankje voor flikkers was. Over dus op de jenever wat volgens Bertus ook heel goed was en wij geloofden hem omdat hij er , nog steeds, alles van wist.. Wat hij ook wist en Gerrit en ik ook , wij waren bier drinkers, grote hoeveelheden bierdrinkers en wij dronken de jenever als bier en dat liep dus helemaal uit de hand
Gelukkig had de zoon van Bertus een grote wagen, een slee kon je het noemen en hij bracht ons vaak terug naar boord/ Pa verdiende meer als genoeg aan ons om zich dat te kunnen veroorloven.
Het volgend advies wat we van Bertus kregen was één glas bier en twéé glazen jenever, hij wist er alles van. Van afvallen was geen sprake meer het enige waar we vanaf vielen waren de barkrukken
Ook ons dieet net als ons eigen vervoer kwam dus snel tot een einde. Uit eindelijk was ook het hele dieet gedoe iets voor flikkers, deze laatste groep mensen was volgens ons óveral schuldig aan
Ik zelf moest wel weer op dieet en dit maal in opdracht van de duikarts
Tijdens een van de periodieke keuringen vond men dat ik teveel vet op mijn donder had. Ze hadden een nieuw systeem uit gevonden. Er werd een soort van krompasser op verschillende delen van je lichaam gezet om het vetgehalte op te meten. Misschien was het wel een krompasser maar het stond best interessant
Ik kreeg duikverbod tot dat het vetgehalte weer acceptabel was. Als je onder de vleugels van het kantoor werkte was dit natuurlijk een kwalijke zaak maar als je , net als ik , op de vloot zat maakte het geen ene donder uit. Niemand wist van het duikverbod en als al iemand het wist dan trokken ze zich er niets van aan.
De moeilijkheid lag opeen ander gebied, als dit vet gehalte te hoog blééf dan werd je gedreigd dat je het brevet afgenomen werd en waar moest je dan bier van kopen
Ik ging dus nu op een “echt” dieet. Dit hield in dat ik iedere dag een biefstuk of een afgewassen kip kreek . De afgewassen kip hield in , een gekookte kip waar het vel afgestroopt werd en vervolgens met water afgespoeld zodat er geen greintje vet op bleef zitten. Het was niet te vreten.. Deze twee dingen werd geregeld afgelost door 2 gekookte eieren. Er waren altijd wel liefhebbers voor dit spul gelukkig dus hoefde ik het niet weg te gooien
Als er aan de bak snert was , heerlijke snert met die grote blokken wit spek (drijfijs) er in of rijsttafel of wat dan ook dan stak ik de moord van de honger maar dat werd gemakkelijk opgelost. Iemand en dat was meestal Gerrit, nam een pul, tot de rand gevuld met snert mee naar het korporaals , waar wij aten, en ik kwam toch wel aan de kost. Gerrit had een hekel aan het drijfijs en dat was dus allemaal voor mij, bovendien wat er over was aan drijfijs - dat heerlijke drijfijs, bewaarde ik in de koelkast van het korporaals verblijf en dat at ik 's avonds op brood met peper en zout of met stroop
Je ging er van uit dat niemand je zou verlinken maar dat was niet zo. Bij ons in het verblijf zat ook een korporaal kok, een collega dus en die begon te zeiken Die werd hem niet van harte afgenomen, door niemand en het werd hem dan ook wel heel duidelijk gemaakt. Toch verlulde hij mij bij de sergeant kok die het hem ook niet in dank afnam. De sergt. Riep mij en vertelde wat er aan de hand was. Hij vond het piekfijn dat ik hetgeen hij kookte zo lekker vond maar zei me ik heb er niets op tegen wat je eet maar doe het op een manier dat die klootzak het niet ziet
Was niet moeilijk, Gerrit bracht mij allerlei soorten eten, met medewerking van de chef kok, in het duikbedrijf
Hoe het met het dieet is afgelopen weet ik niet meer maar ik ben nooit gestopt met 't duiken.

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu