HrMs de Ruyter.14 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.14

WILLEM GELENS 4

Antwerpen               

We zaten gelukkig weer op zee. Het rook weer naar stookolie en af en toe nog een beetje naar geteerd touw werk. Niet die smerige geurtjes van bloemen, fris gras en koeien stront.
Je werd weer eens lekker zeiknat van de overkomende zeetjes
Zoals altijd werd er weer een hoop geoefend , en oorlogswacht gelopen maar dat was een kwestie van wennen
Onze eerste haven was Antwerpen en daar was ik nog nooit geweest dus was benieuwd.
We gingen tegen de kant in het hol van de leeuw, het "schipperskwartier" en waren natuurlijk van plan de wal op te gaan.
Dit ging zoals altijd, tot een uur of 10 in het verblijf een beetje vol laten lopen en daarna de wal op. De eerste tent waar we binnenkwamen was een ongure geschiedenis waar 4 slonzen rondliepen . Dezen liepen al heel snel Top-less rond . Toen was het niet alleen onguur maar
ook om onpasselijk van te worden. We hadden nog niet genoeg bier op om dat vette slingerende zootje mooi te vinden. Misschien niet te geloven maar wij waren op dat gebied toch wel een beetje kritisch
We gingen het verderop zoeken , richting Keizerley.
Voor we daar waren kwamen ergens langs waar een hoop gezellige geluiden naar buiten kwamen, muziek , gelach , noem maar op. Wij naar binnen en daar werden we met een hoop gejuich onthaald. Dit was dus wat wij zochten.
De tent zat vol met madammekes,dachten wij tot we plotseling hoorden, godverdomme dit is een kerel. Een sergt. had een van die lui in der kruis getast en had een pik in zijn handen. Een poosje later een hoop gekrijs en geschreeuw, dit kwam ergens van boven. Er kwam iets de trap afgerold, een van de “dames” in de blote kont. Dit was het gezelschap van óók een sergeant, in dit geval een machinist die tevens een heel goed bokser was.. Hij was er achter gekomen terwijl ze boven aan de trap stonden en mepte dat “ding” de trap af. Toen zij beneden aangekomen was had ze geen rok meer aan en ook de pruik was ze kwijt.
Deze sergeant heeft een hoop te verduren gehad van zijn collega's, nog tijden lang
Natuurlijk bleven wij niet in die poten tent en een van ons ging afrekenen. Deze rekening was belachelijk hoog. Toen wij wilden weten hoe hij aan dat bedrag kwam zei hij dat we ook voor ons gezelschap moesten betalen. Natuurlijk was daar voor wat ons betrof geen sprake van en toen begon de klootzak te zeiken dat hij de politie erbij zou halen en daar ging hij de fout in.
We waren nog niet dronken en een van ons trok hem over de kist en gaf hem een klap voor z'n eikel. Er werd hem tevens aangezegd dat wanneer we de politie op ons dak kregen, of wie dan ook, we met zijn allen terug zouden komen om zijn kroeg in elkaar te trappen.
We zijn weggegaan zonder ook maar iets te betalen en hebben geen last gehad, tenminste niet van hem of zijn kornuiten . Even later kwamen we weer ergens langs waar weer muziek en feest geluiden naar buiten kwamen maar we zagen geen kroeg. Bill ging op onderzoek uit en kwam er achter dat het lawaai ergens van beneden kwam. En ja, we daalden een trap af en daar werd de deur voor ons open gedaan. Binnen zat het stampvol met overwegend jongelui die ons hartelijk verwelkomden. Ook zaten er een hoop jonge meiden, in het kort wij zaten op rozen tot…ze het “Horst Wessel” lied begonnen te zingen, het lijflied van de SS.
Wij waren politiek niet geïnteresseerd maar dit ging te ver en zo links en rechts begonnen de moeilijkheden. Wij waren met zo'n man of twaalf, de onderofficieren waren ook bij ons, maar in die tent zaten op zijn minst 100 man en daar was dus niet veel tegen te beginnen. We hebben ons al vechtende teruggetrokken richting trap en diegenen die ons achterna kwamen kregen een schop voor der grote rot kop. Toen we er uit waren hoorden we van omstanders , die op de herrie af waren gekomen dat het een bijeenkomst plaats was van ultra rechtse rakkers. Weet niet of destijds het Vlaamse Blok al bestond . We hadden overigens tot nu toe een goedkope avond gehad want ook hier gingen we zonder betalen vandaan.
Eindelijk kwamen we aan op de Keizerley.  Dit zag er gezellig uit. We waren intussen weer met ons eigen ploegje, de o.off. waren ergens anders heengegaan.
Van al al de drukte die we hadden gehad waren we hongerig geworden en we gingen op zoek naar iets te eten. Dat was niet moeilijk te vinden, het stond vol met allerlei soorten gelegenheden waar je kon eten en drinken
We belanden in een soort cafetaria, erg groot en erg druk. De bar stond vol met allerlei soorten belegde broodjes waarvan de broodjes garnaal ons het meest aantrokken
We stonden op een hoek van de bar en daarachter stond iemand die broodjes garnaal klaar te maken We bestelde vijf van deze heerlijkheden en toen ze op waren haalden we ze gewoon van de grote stapel. Toen we eindelijk onze zakken vol hadden ging Bill afrekenen. Hij vroeg de rekening en intussen namen we nog een broodje. De rekening kwam en was erg hoog, begrijpelijk. Bill zegt tegen de man hoe kan dit we hebben de man maar twee broodjes besteld waarop deze zei, jullie hebben al de broodjes opgevreten die daar stonden. Bill was nooit om een antwoord verlegen en zei, jij zette die broodjes voor ons neer en wij dachten dat we die van het huis kregen
Tot ons grote geluk beschouwde de meerderheid van de klanten dit als een goeie mop. Bill rekende in totaal 10 broodjes af maar we besloten we om de broodjes belegger een flinke fooi te geven.

Brest

Van Antwerpen gingen we naar Brest. Dat is de pest met deze reizen, je deed zoveel havens aan dat ik nu niet meer precies weet waar wát gebeurde. Ze spraken Frans dus ergens in dat land was het.
Na het gebruikelijke ritueel gingen we de wal op. Er was helemaal niets te beleven. Na verloop van tijd besloten we terug gaan naar boord. Op de terugweg kwamen we voorbij een dancing en besloten naar binnen te gaan, iets wat we nooit hadden moeten doen. We wisten, zoals iedereen dat je in Frankrijk over het algemeen niet welkom bent als buitenlander en dat zeker niet in dergelijke gelegenheden. Dit kwam dan ook snel tot uiting en ik was het slachtoffer daarvan. Toen we vertrokken was ik de eerste die de deur uitging en kreeg meteen een onmogelijke dreun voor Mn hersens. Dit was zo ongeveer de eerste maal dat ik en niemand van ons aanleiding daartoe hadden gegeven
Onze enige fout was dat we buitenlanders waren. We waren al gauw omringd door een heel zootje van die kikkers maar hadden het geluk dat de politie er aankwam. Dezen hebben ons ontzet en naar boord gebracht
Ik ben er nu nog van overtuigd dat ook zij graag mee hadden gedaan om ons in elkaar te slaan, want in hun rapport stond dat wij e.a. hadden geprovoceerd hetgeen ook onze commandant niet geloofde
De volgende dag, het moet een zondag geweest zijn, waren er roeiwedstrijden georganiseerd. Wij ,de kwartiermeesters tegen de korporaals machinisten. Wij waren aan de winnende hand niet omdat we zo goed waren maar omdat we met de ballastschuitjes hadden gerotzooid.
Plotseling kwam er een seintje van het schip dat de kwartiermeester sloep terug moest komen. Daar aan gekomen moest ik bij de commandant, Siem de Boer, komen. Je wist in zo'n geval nooit wat je denken moest maar de eerste gedachte was altijd, wat heb ik nu weer uitgevreten
Wel, ik had deze keer niets uitgevreten maar het waren wel  wéér twee lui met gele strepen(slecht volk).
Terugkomend van de wal hadden ze van twee vissersschepen de kompassen afgesloopt en te water gegooid. Siem was pisnijdig omdat zelfs kikkers niet zonder kompas naar zee konden waar hun broodwinning lag. Mij persoonlijk interesseerde dat niet want ik liep nog steeds met de bulten en schrammen op mijn bakkes van de vorige avond.
Ik moest met hem mee om de kompassen op te zoeken en nam ter assistentie mach. V. Gool mee Siem had ,zoals altijd de algehele leiding op zich genomen.
Toen we met de sloep dichterbij de wal kwamen zagen we dat het daar vol stond met mensen. Aan de kleding te zien waren het haast allemaal vissers
De ontvangst was verre van vriendschappelijk maar we werden niet lastig gevallen, ten eerste was er nogal wat politie op de been maar bovendien hadden ze ons nog nodig. Wat wij kwamen doen konden ze zien want ik stond al gekleed in het pak ook waren ze denk ik ingelicht door da autoriteiten.
Gelukkig ware beide vissersschepen niet verhaald en omdat beide korporaals hadden gezegd dat de kompassen nagenoeg naast de schepen te water gegooid waren. Wisten waar we moesten beginnen.
Ik ging naar beneden en kwam ,zoals altijd het geval was in een haven, meteen in de grote rotzooi terecht, flessen, verfpullen afijn van alles . Ook de shit was in ruime mate aanwezig maar daar haalde je het pak of de handen niet aan open
Ik was nog geen 5 minuten beneden of ik stapte in , wat later een emmer bleek te zijn. De loden zooltjes in de laars namen de vorm van de emmer aan en ik kreeg dat pokken ding met geen mogelijkheid van Mn been. Ik kroop dus door met een ijzeren poot. Tot overmaat van ramp stak ik ook nog mijn vinger in een afgebroken fles
Ik was er nu van overtuigd dat heel Frankrijk tegen mij was
Al gauw vond ik het eerste kompas en bracht het naar boven waar Siem het met een dolgelukkig gezicht in ontvangst nam. Ik moest wel het water uit om die verrekte emmer van mijn poot te halen. Om dit te kunnen doen moest laars met emmer er aan vast uitgetrokken worden pas daarna kon de emmer er af. Intussen werd mijn vinger een beetje schoongemaakt en zo goed en kwaad mogelijk weer verbonden.
Ik ging weer te water en kreeg weer hulp van mijn persoonlijke “duikers” beschermengel. Na weer een tijdje door de stront gekropen te hebben kwam ik het tweede kompas tegen. Schrok er zelf een beetje van. Normaal gesproken zou ik het kompas bij het afdaaleind gelegd hebben om meer minuten te maken maar ik beschouwde dit als een soort ere zaak en ging meteen naar boven. Toen ik met dat ding boven kwam schrok ik nog meer want er stonden zelfs enkele Fransen te lachen en Siem op zijn rug te rammen
De kompassen waren gelukkig niet stuk allen de bekisting er omheen was beschadigd. De oorzaak hiervan was dat beide korporaals de dingen los gebroken hadden maar het was te repareren
Geld hadden we niet veel aan deze klus overgehouden maar ik had wel weer mijn “puntenlijst” behoorlijk op peil gebracht voor het geval ik weer in de “ bakkies” kwam
Terug aan boord , van Gool stond het pak nog van m'n kont te trekken, kwam de stem van Siem over de scheeps omroep. Hier de commandant, hij vertelde dat het een kolere streek geweest was om die kompassen vrij te zetten en dat de daders zeer streng gestraft zouden worden. Ik weet niet meer wat zij trokken maar ze zijn inderdaad behoorlijk te grazen genomen
Het hele smaldeel kreeg passagiers verbod behalve mach. v/ Gool en kwmr Gelens Dit was een mazzel voor ons tweeën maar voor de beide misdadigers nog een bijkomende straf Zij hadden nu niet alleen Siem de Boer tegen zich maar ook de bemanning van het hele smaldeel Een van de twee maakte ook nog de grote fout om 's avonds over het voorval op te pijpen in het korporaals verblijf en werd dan ook meteen in puin geslagen. We hebben hem niet meer in het verblijf gezien.
Van Gool en ik besloten , na enige potten bier de wal op te gaan. Veel zin hadden we niet maar we gingen toch, uit hufterigheid. De sloep voer alleen voor ons en moest aan de wal blijven wachten tot wij terug naar boord wilden
Aan de wal gekomen bleven we in het havenkwartier, voor de veiligheid want we waren maar met ons tweeën. Er was helemaal niets te beleven tot we door de een of andere steeg kwamen waar juist een kelner uit de achter ingang van een restaurant naar buiten kwam met een grote schaal . Toen we iets dichterbij kwamen zagen we dat op de schaal een vis lag, een grote vis waar de damp afsloeg. Waarom de vent dat ding buiten zette weet ik niet maar hij stond er.
Natuurlijk vonden wij dat die vis van ons was en ik pakte hem van de schaal.
Ik verbrande meteen mijn handen maar verdomde het om dat ding weg te gooien.
Harde lopend liepen we de steeg uit waarbij ik steeds de vis omhoog gooide want dat kreng was witheet. Toen we op een veilige afstand waren stopten we om eens lekker te eten. Helemaal niks er zat geen gram vlees meer aan de graten, was er allemaal tijdens het harde lopen afgedonderd. Het enige wat ik er aan over hield waren verbrande handen
Ook die verrekte Franse vissen hadden een hekel aan buitenlanders.

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu