HrMs de Ruyter.18 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.18

WILLEM GELENS 4

Terug in Den Helder                            


Na de voor mij toch wel moeilijke tijden met gelukkig een goeie afloop gingen we op de terug reis naar den Helder. De stad van de drank en de door ons zo op prijs gestelde ontucht.
Vóór het binnenlopen zag je , meestal 's nachts allerlei schimmen over dek schuiven met , soms grote zakken op de nek. Hierin zat de smokkelwaar. Zeker de oudgedienden onder de bemanning hadden allemaal wel een min of meer veilige plaats om het spul op te bergen.
Ik zelf kocht voor Pa, altijd virginia sigaretten en dan meestal Senior Service of Players Medium. Ik had altijd het idee dat hij aan deze twee merken de voorkeur gaf ook al vanwege de mooie plaatjes die op de doosjes stonden. De Gold Flake sigaretten werden vaak gratis door de toko uitgedeeld en ook dezen waren voor Pa. Niemand aan boord rookte dat spul en als het weer uitdeling was kreeg ik van de jongens sloffen vol van dat spul. Na verloop van tijd wist ik niet meer waar ik er mee naar toe moest en zei dat tegen de mensen waarop de sigaretten over boord gingen.
Ik verpakte dit alles in grote plastic zakken, 4 of 5 over elkaar heen. Iedere zak werd apart verzegeld en als ik weer een lading had ging dat spul het scheepsvlak in en daar dreef het dan op het lenswater en de olie. Ik had het wel zodanig goed ingepakt dat ze nooit nat zijn geworden en er ook geen rot smaak aan de sigaretten kwam.
Als we een tijdje binnen lagen haalde ik de zakken uit het scheepsvlak en maakte van de inhoud pakken van zo'n 15 sloffen sigaretten en gaf dezen aan de facteur die ze voor me op de post deed naar Pa in Groningen. De facteur wist wel degelijk wat er in deze pakken zat maar hij zeurde er nooit over . Pa was weer dolgelukkig met het spul

De Jenever

Op een avond, ik was o.off. v/d wacht, zag ik een auto aankomen die stopte ter hoogte van het achterschip. Er kwamen een paar burgers uit die met elkaar stonden te ouwe hoeren. Dit was allemaal een beetje vreemd want niemand had daar iets te zoeken ook al omdat daar geen valreep lag.
Ik nam voorlopig nog geen actie maar wachtte rustig af wat er zou gebeuren. Even later zag ik de korporaal hofmeester van de officieren naar buiten komen met een paar jerry cans van een liter of 5. Dezen gooide hij naar de burgers die aan de wal stonden die de jerry cans meteen in de wagen stouwden.
Ik liet ze in eerste instantie rustig hun gang gaan want ik wist toen haast zeker waar ze mee bezig waren en dat was het smokkelen van drank. Wat mij betrof was dit geen misdaad maar wel de manier waarop het gebeurde. Het was nog klaarlichte dag , er liep een hoop volk op de steiger en bovendien kon de off. v.d. wacht ieder moment aan dek komen.
Ik kreeg de ziekte in dat hij mij op deze manier zwaar voor het blok zette. Ik liep naar het achterschip en dit was precies op het goeie moment want ook de off. v.d. wacht kwam aan dek. Deze vroeg mij wat die lui aan het doen waren en ik vertelde hem dat ik juist onderweg was om dat uit te zoeken.
Het was inderdaad drank, jonge jenever. het enige wat ik kon doen was hem opdracht te geven om het spul weer aan boord te halen.
Later bleek dat hij de drank wel had betaald, het was dus geen diefstal. Wel was het smokkel maar daar interesseerde helemaal niemand zich voor want gesmokkeld werd er door iedereen van hoog tot laag. Het kwalijke van de zaak was, hij runde een kroeg samen met een vriendin en daar werd de jenever verkocht. Hij kocht in voor 10 ct. per borrel en verkocht het voor 'n gulden in de kroeg. Ook dit was een bekend verschijnsel want ik heb verscheidene toko bazen meegemaakt die hetzelfde deden.
Wat er verder met deze korporaal gebeurde weet ik niet meer en wie de in beslag genomen jenever opgezopen hebben is alleen naar te raden maar ik denk dat ik het wel weet en wat mij betreft hadden ze gelijk

Het legitimatie bewijs

Op een avond kwam ik terug van de wal en besloot nog even bij Henk de Haas aan te wippen. Henk was een oude stapmaat van oom Piet en ik kon erg goed met hem overweg. Dat ik er niet zó vaak kwam had als reden dat bijna alle klanten ouwe vissers kwamen De kroeg lag dan ook in de visbuurt waar je als marine man eigenlijk niet thuis hoorde. Na een paar maal daar geweest te zijn werd ik echter volledig geaccepteerd en dit was ook grotendeels te danken aan de accordeon die Henk had. Dit was een oud beestje maar met een hele goeie klank erin. Ik speelde er graag op. Ook het cafe leende zich er uitstekend voor, met potkachel en al.
Ik was vlak bij de kroeg toen er een dame naar me toe kwam en me vroeg om een sigaret. Aangezien Pa al mijn sigaretten had kon ik haar alleen maar een zware shag aanbieden en ook dat was welkom. Ik vroeg haar of ze zin had in een biertje en ja dat had ze wel. Op naar Henk de Haas. Dit was de eerste maal dat ik daar in gezelschap binnen kwam maar de ontvangst was als altijd, zonder gezeik en eerlijk.
Henk vond mij de jongere uitgave van oom Piet en waarschuwde mij altijd daarvoor maar vroeg dan wel meteen om alsjeblieft niet te veranderen.
Toen we buiten kwamen regende het als de hel maar ik wist dat in de gracht tegenover tegenover de yachtclub (de oude Castor) een rondvaartboot lag, een oud kreng maar naar ik hoopte droog want voor hetgeen ik van plan was moesten we min of meer uitgekleed zijn.
De deur was gauw opengebroken en binnen gekomen was het inderdaad nagenoeg droog. Mijn verloofde durfde niet meer naar huis, zei ze, bang dat ze op haar donder zou krijgen van pa.
Om het een beetje behaaglijk te maken sloopte ik een paar kussens van de banken en legde die in het gangpad op de grond. Ons bed was niet erg breed maar die breedte hadden we ook niet nodig, het ging meer om de hoogte en die was ruim voldoende, tot het dag werd. Er begon toen meer verkeer langs te komen waaronder de bussen uit Leeuwarden en Alkmaar. De passagiers in deze bussen zaten op de eerste rang, ze keken recht op een paar blote konten, we waren onze pyama's vergeten.
Het werd toen ook tijd om op te stappen want het werd te link. De eigenaar van de boot was als ik mij niet vergis een vent met de naam Dokter. Hij was tevens eigenaar van de dancing Formosa en was een grote rotzak.
Ik kwam er later achter dat mijn verloofde bij, vooral de mensen van de mijnendienst de bijnaam “legitimatiebewijs” had. Deze naam had ze te danken aan het feit dat wanneer ze met iemand de koffer inging eerst zijn legitimatie bewijs wilde zien. Dit was misschien om te weten met welke achternaam ze later door het leven moest.
Ik hoefde mijn legitimatie bewijs niet te laten zien, wij hadden uiteindelijk niet in de koffer gelegen maar in het gangpad van een stinkende -  steenkoude -  verrotte rondvaart boot. Ergens moest ze blij zijn dat ik voor onderdak had gezorgd. Hoe had zij als Dame een boot open moeten breken?

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu