HrMs de Ruyter.20 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.20

WILLEM GELENS 4


Overplaatsing

Ergens eind 1965 moest ik mij weer melden op sociale zaken KM.
Had er geen idee van waar dit voor zou zijn, voor zo ver ik wist had ik geen slechte dingen uitgevreten, maar je kon nooit weten.
Mijn vriendin zat er nog en was vriendelijk genoeg maar zat wel met haar hoofd te schudden.
Ze hielp me gauw uit de droom. Er waren klachten binnen gekomen over mij. De eerste kwam van die kaffer bij de raad van de kinderbescherming, hij had geklaagd dat ik hem onbeschoft te woord had gestaan. Zij vroeg mij wat ik allemaal gezegd had waarbij ze meteen zei dat ze het wel van hem had gehoord maar toch ook wel van mij wilde horen. Ik vertelde haar dus dat ik hem o.a.  "schijthuis" had genoemd en gevraagd had of hij de hele dag met z'n pik zat te spelen. Dit waren voor haar geen onbekende uitdrukkingen, ze hoorde wel ergere dingen.
Toen haar ,op haar vraag ,uitlegde waarom ik e.e.a. had gezegd vroeg ze of dit werkelijk waar was. Ik kon met een gerust hart  ja hierop antwoorden . Ik wilde hier niet omheen draaien omdat het de werkelijkheid was en ook omdat ik mijn reactie normaal vond en ook omdat het me niets kon verdommen wat de eventuele gevolgen konden zijn.
Toen ik haar uitlegde waarom ik zo gereageerd had werd ook zij behoorlijk pissig op de vent.
Het was een feit, en ik weet zeker dat ik niet de enige ben geweest die iets dergelijks overkwam, deze ambtenaren maakten waar ze maar konden misbruik van hun macht en dan vooral tegenover marine mensen. Dit was zo destijds in de kop van Noord Holland.
Ze wilden zo graag vergeten dat ze grotendeels of helemaal van de Marine vraten en dachten dit te wreken op deze manier.
Mijn vriendin zou wel eens een hartig woordje met hem spreken en ik ben er van overtuigd dat ze dat ook gedaan heeft.
Ik stond op om weg te gaan maar nee, ik moest weer gaan zitten. Zij had nog een paar klachten die allemaal ongeveer op hetzelfde neerkwamen. Het leek of ze er een verzameling van aan gelegd had.
Deze klachten hielden n.l. verband met mijn verloofdes. Via, ik weet niet wie en ook niet hoe, zij was ingelicht dat ik geregeld gezien was met getrouwde vrouwen.
Ook waren er enige echtgenotes die er over geklaagd hadden. Van deze laatste heb ik nooit begrepen dat ze mij niet op mijn sodemieter geslagen hadden . Wie weet wist ik wel te veel van hen. Mijn wraak actie begon in ieder geval vruchten af te werpen.
Ik vroeg haar wat er op tegen was dat ik over straat liep met een vrouw die gehuwd was daar stak volgens mij geen kwaad in. Je hebt gelijk zei ze maar als ze je 's nachts met haar het huis binnen zien gaan, en dit meerdere malen dan wordt het verdacht. Bovendien hadden enkele van de dames het voorgevallene bij de mannen opgebiecht. Ook een stelletje zeikerds dus.
Ik probeerde van mijn vriendin te weten te komen wie het waren die mijn naam genoemd hadden maar dat vertelde ze mij natuurlijk niet.
Wat mij opviel, zij maakte mij geen enkele maal uit voor oud vuil o.i.d. en toen ik weg ging had ik even de gedachten om haar uit te nodigen voor een drankje maar heb dat toch maar niet gedaan.
Je weet nooit hoe een goeie bedoeling uitgelegd wordt.
De volgende dag moest ik bij mijn divisie chef komen die mij vertelde dat ik overgeplaatst werd en wel met spoed. Er was helemaal niets aan te doen.
Ik werd overgeplaatst naar wat voor mij een strafplaatsing was de mijnendienst kazerne. Het woord kazerne haat ik nu nog.
Ik moest mij melden op het kantoor duikbedrijf,dus bij de halfgoden en operette figuren. Wat een doffe ellende was dit voor mij. Er kwam enige verbetering in toen men mij vertelde dat ik mijn plunjezak niet uit hoefde pakken want ik ging de volgende morgen meteen door naar Hellevoetsluis en van daar uit te werk gesteld
In Hoek van Holland. Toen ik vroeg waarom al die haast werd me verteld dat ik daarheen ging en voor de tijd van een jaar mijn kop niet in den Helder mocht laten zien. Ze gingen zelfs zover dat wanneer het om de e.o.a. reden echt nodig was dat ik toch naar den Helder moest de tijden van aankomst en vertrek genoteerd werden. Je kunt dus zeggen dat men mij in de gaten hield. Ergens vond ik het allemaal wel leuk maar ik vroeg mij wel af of ik nu werkelijk zo'n zware misdadiger was.
Ik heb trouwens niet geprobeerd om op de mijnendienst te blijven want ik was veel te blij dat ik daar weer het hek uitging.
's Avonds heb ik afscheid genomen van een hoop mensen en ze gevraagd om even de boodschap rond te laten gaan omdat ik min of meer zo maar van de aardbodem verdween
De volgende morgen zat ik met en heel zware kop in de trein op weg naar Hellevoetsluis waarvan ik nauwelijks wist waar het lag. Ik vertrouwde op de trein conducteur want die zou het wel weten.
Ik kwam zonder moeilijkheden in Hellevoet en mijn eerste indrukken, waar ik altijd erg op vertrouwde waren niet bepaald de besten. Op de e.o.a. manier had ik het idee dat ik nog op de mijnendienst kazerne in den Helder was waar de mijnendienst kazerne Hellevoetsluis een onderdeel van was. Ik wist wel dat ik zo snel mogelijk naar Hoek van Holland moest zien te komen hetgeen gelukkig niet zo moeilijk was. Ik kwam er achter dat Hoek van Holland v.w.b. de marine in de rol van Hellevoet liep waar ik dus in moest rouleren
De namen van mensen en ook enkele voorvalletjes weet ik van Piet Maarten Graveland die daar in die tijd geplaatst was als matr. Zeemilicien. Bedankt Piet!
Een van de redenen dat ik niet zo goed op de hoogte ben is dat ik zoveel mogelijk in Hoek van Holland zat maar wil toch een paar kleine dingetjes vertellen.
Enkele van de mensen die daar geplaatst waren de commandant overste Wirth, geen slecht mens, Ltz 2 kmr. Korthals-Altes die later minister werd. Sergt. Mach. Stapel (zeg maar Toon want ik maak toch geen bevordering meer), btsm. Theo van Workum, een goeie vent die het ook niet zag zitten in Hellevoet, verder mijn collega kwmr. Stofmeel die door de jongens Stofzak genoemd werd vanwege z'n figuur, Jan Kamps, matroos 1e klas. Jan was kabelgast en tevens tokobaas wat dus inhield dat ik het meeste met Jan optrok want ik zat of in het kabelgat of in de toko.
Mijn baas en tevens chef der equipage was schipper Kaptein, een zeikerdje en onmogelijke ogen dienaar.
Als eerder genoemde Piet Maarten de hondewacht had vroeg btsm. Van Workum hem om de fuiken te lichten die onder het slaapkamerraam van de burgermeester stonden. Dit moest natuurlijk uiterst voorzichtig en geruisloos gebeuren. Waarschijnlijk was Piet hier goed in want hij heeft nooit vast gezeten, tenminste niet hiervoor.
Het lichten van fuiken of te wel jatten van paling was schijnbaar een hobby van bootslui, denk aan boer Schakel maar vergelijk de twee niet want Theo v. Workum was een goed mens en de Boer een groot varken
Een voorval waar Piet mij aan herinnerde was het voorval met de dominee of aalmoezenier. Ik herhaal de woorden van Piet -“ Willem moest eens duikuren maken, de houten luchtkist op de steiger en jij op de bodem van het bassin. Twee machinisten staan te draaien (pompen) vraagt de een kwartiermeester wil je de dominee spreken? Door het lul ijzer klonk, Gvd. sta niet te ouwehoeren, belazer een ander waarop de geestelijke wegliep en dacht , deze heiden is toch verloren”-
Ik weet dit nog maar ben er niet zeker van of dit een dominee was of een vlootaalmoezenier, deze laatste en ik waren beiden van de zelfde club de dominee mocht niet meespelen.. De reden voor mijn uitval was dat deze figuren sinds mijn scheiding konstant achter mijn reet zaten of er mogelijk nog iets te lijmen viel.
Nu hadden ze me zelfs hier in deze uithoek ontdekt. De kaffers konden of wilden niet begrijpen dat ik dolgelukkig was met de scheiding.
Wel ging de hufter klagen bij de schipper dat ik hem grof te woord gestaan had (alweer een) en dit terwijl ik helemaal niet tegen hem geluld had.
De schipper kwam bij mij ouwehoeren dat hetgeen ik gezegd had niet door de beugel kon. Toen werd ik er schijtziek van en heb hem verteld dat hij , zeker hij zich niet met mijn zaken moest bemoeien.
Bootsman v. Workum waarschuwde mij later, Willem hou je gedeisd die vent gaat je zoeken. Was fijn om in zo'n geval gewaarschuwd te zijn en ik was hem er ook dankbaar voor maar ik had het al een tijdje in de gaten. De schipper kon het n.l. niet uitstaan dat ik min of meer kon gaan en staan waar ik wilde en hij ergens niet veel over mij te vertellen had. Ik zou nooit van deze omstandigheden misbruik gemaakt hebben maar in dit speciale geval heb ik het wel gedaan.
Als we de wal op gingen was het meestal naar de kroeg van tante Mien. Veel te beleven was er niet maar er was bier. Er was trouwens in heel Hellevoet sluis niet veel te beleven. Ik zat al enkele weken in Hellevoet en had nog geen enkele verloofde. Was het dan toch “verstandig” geweest van de marine om mij daar te plaatsen ? Ik moest natuurlijk nog wel naar Hoek van Holland en dat lag aan de meer “wereldse” kant van de waterweg. Mijn hoop was nog niet helemaal vervlogen.
Mach. Piet Vermeulen had drankschulden bij tante Mien maar daar werd een oplossing voor gevonden. Piet schilderde de slaapkamer van tante en zijn schulden waren hem kwijtgescholden. Misschien heeft hij er ook nog horizontale arbeid voor moeten verrichten maar dat weet ik niet. Zou trouwens van een heel slechte smaak getuigen. Welke kleur de slaapkamer kreeg weet ik ook niet maar ik ben er haast zeker van dat het lichtgrijs M-2 is geweest, marineverstrekking.
Wie ik als duikers had weet ik niet meer maar op een dag kwam het verzoek of de marine een van de deuren van Delta werken kon controleren. Natuurlijk kon dat maar toch wel met enige moeilijkheden. De enige manier om er te komen was met het ouwe gammele sleepbootje wat we hadden en we zaten in de winterperiode met veel slecht weer. Ik heb geen idee hoe precies deze deuren werkten maar het hield in dat ik een gat in moest om een van de armen te controleren. Ik besloot om met het standaard pak te gaan werken, dat was destijds de gewoonte met dergelijke klussen. Je had normaal gesproken altijd genoeg lucht en dat was wel prettig. Om te standaarden moest de handpomp mee want op het bootje was geen compressor. Om de pomp heel aan boord te krijgen was een ding maar dat ging goed . Toen kwamen er echt moeilijkheden want ik had mensen nodig om de pomp te bedienen, zeker vier man. Voor deze mensen moest ik natuurlijk bij mijn grote vriend de schipper zijn. Ook natuurlijk was dat hij weigerde, tegen beter weten in want hij wist dat hij ze toch af moest staan want de duik opdracht kwam van hoger hand en bovendien , de commandant in hoogst eigen persoon zou meegaan. Hij wilde het graag eens zien.
Ik weet niet of de schipper op dat moment wist dat de ouwe mee wilde, ik wist het nog niet en het interesseerde me niet maar toen hij weigerde om mensen af te staan om te pompen liet ik meteen al het materiaal van boord halen. Er waren natuurlijk meer als genoeg mensen die gehoord hadden dat hij weigerde. Dit noemde men bij de marine, je kloten klaren , voor nette mensen, je indekken
We waren nog aan het lossen toen de ouwe, de eerste officier en…. de schipper er aan kwamen . De commandant vroeg aan mij waarom ik de zaak weer van de sleepboot  haalde en ik vertelde hem dat ik geen mensen had of kreeg om de pomp te bedienen. Hij zegt , als je die aan de schipper vraagt weet ik zeker dat je die mensen krijgt waarop ik hem vertelde dat de schipper het geweigerd had. De spr. Zei je begrijpt toch wel dat dat een geintje was . Ik zei tegen de ouwe het was om de verdommenis geen geintje en al de mensen die hier staan weten dat, dezen beaamden dit met veel genoegen. De schipper had geen vrienden.
Ik heb al gezegd dat we veel slecht weer hadden , het was koud en intussen was het gaan regenen en hard. De klus die ik voor de boeg had was behoorlijk zwaar en als je dan ook nog zeiknat van de regen, voor je het pak in ging al steenkoud was dan werd je humeur er niet bepaald beter op. Om met andere woorden te spreken, het interesseerde mij geen ene barst of de job wel of niet gedaan werd. Ze konden doodvallen.
De ouwe suste de zaken, voor dat moment en ik liet me sussen. Ik kon inplaats van vier wel twintig man krijgen om te pompen van die koelere schipper.
Ik moest met de sleepboot varen maar daar had ik gewoon geen tijd voor want het hele zootje moest opgetuigd worden. Aangezien de bootsman er niet was moest de schipper de boot varen.
Ik had maar een duiker 2e klas en ik kende hem nauwelijks en zeker niet in zijn werk als duiker. Het was in ieder geval geen ouwehoer en het leek er op dat hij genoeg verantwoordelijkheids gevoel bezat zonder de patser uit te hangen, Ik moest op hem kunnen vertrouwen want hij moest aan de seinlijn en tevens al het andere in de gaten houden wat duizend en een dingen konden zijn vooral bij een klus als dit.
Een stand-by duiker had ik ook niet, iets wat ook wel gewenst zou zijn geweest.
Gelukkig had je daar ter plekke een beetje zicht, was niet veel maar meer als b.v. op het wad of IJsselmeer waar je geen ene barst zag.
Het werk bestond er in eerste instantie uit om de loopbaan van de armen te controleren en indien mogelijk te klaren. De mensen van de waterstaat gingen er van uit dat het 'n opeenhoping van stenen was wat inderdaad zo bleek te zijn. Na twee dagen hard werk was het spul vrij en kon er proef gedraaid worden.
Het was in orde en iedereen was blij maar ik misschien nog wel het meest. Ik nam mij voor om bij een eventuele volgende klus van deze aard te eisen om meer duikers tot mijn beschikking te hebben, al moesten ze dezen uit de hel vandaan halen. Ook nam ik mij voor om nog dezelfde week naar Hoek van Holland te verkassen.
Ik had nu meer medewerking van de ouwe omdat de job gunstig verlopen was en van de schipper omdat hij me kwijt wilde.
Een van de daarop volgende dagen ging ik dan ook en was niet van plan snel terug te komen. Voor mij kon Hoek van Holland niet slechter zijn.
                      
Tot in Hoek

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu