HrMs de Ruyter.21 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.21

WILLEM GELENS 4

Hoek van Holland

Ter verduidelijking, ik heb meerdere malen op en neer gependeld tussen Hellevoetsluis en Hoek van Holland maar heb in mijn vorige verhaaltje nagenoeg alles beschreven wat er zich in Hellevoet afspeelde om er geen al te grote rotzooi van te maken.
Na de eerste maal in de Hoek geweest te zijn had ik mij al voorgenomen om mij tijd zoveel mogelijk door te brengen. Ik had vanaf de eerste dag iets of wel heel veel tegen de mijnendienst kazerne te Hellevoet sluis, en in Hoek van Holland had ik veel meer vrijheid.
Ik had het geluk dat ik met een vrachtwagen van de Marine mee kon rijden van Hellevoet naar Maassluis want met openbaar vervoer was ook dat een gebed zonder end. Van Maassluis met de trein naar de Hoek. Eenmaal daar was het niet zo moelijk om op de plaats van bestemming te komen. Deze plaats was een marine kazerne die tevens in gebruik was bij de marechaussee.
De mensen die de wacht liepen waren van het  "marine bewaking korps" (M.B.K.). Ik werd ontvangen met een mok koffie en dat was een goed voorteken, vond ik, tot zijn baas binnenkwam. Deze vent was een echte VOPO zoals zij bij de marine genoemd werden. Ik vroeg hem waar precies de opslag van het duikmateriaal was. Dat bleek niet op deze kazerne te zijn maar nogal ver weg, aan de andere kant van  het dorp. Ik moest dus een middel van vervoer hebben want, voor mij, was het te ver om te lopen.
Ik had bij binnenkomst een paar dienst fietsen zien staan en zei de VOPO dat ik daarvan wel een kon gebruiken. Dit was volgens hem onmogelijk, deze fietsen waren alleen voor gebruik door het MBK. en hij maakte uit wie er een mocht gebruiken. Hij zette mij meteen op mij verkeerde been. Ik maakte hem duidelijk dat hij in dienst was bij de marine en deze marine was ik en zo ook de dienst fietsen. Ik vond dat ik dit moest doen om van het begin af aan een goeie start te maken. Ik liet mij niet door een kloten burger bevelen. Ik kreeg dus mijn dienst fiets en wel een die ikzelf uitzocht. Met de rest van deze mensen heb ik nooit geen enkele last gehad.
De enige marine mensen in de Hoek waren de commandant, een kolonel, zijn chauffeur, een korporaal, een bottelier 1e klas en een korporaal kok. Deze korporaal kende ik. Hij had altijd op de onderzeeërs gezeten en toevallig op de laatste boot waar hij op zat had ik verschillende malen gedoken. Na de duikwerkzaamheden was het dan altijd feest aan boord van de sub en daar moest ik bij aanwezig zijn. Hier tegen heb ik nooit geprotesteerd.
Deze korporaal liep in de Hoek de hele dag met een groot mes rond in het kombuis en schreeuwde dan "de nacht van de lange messen is aangebroken" al zwaaiend met het grote mes. Zelfs de marechaussee mensen bleven op een afstand. Dit was overigens niet nodig want hij deed niets, wachten alleen tot ie met pensioen ging.
Verder liepen er nog 4 militaire werklui rond. Dit waren Brakke - Freek - Willem en nog een die dienst deed als hofm. commandant.
Freek was zeuntje en een goeie. Had altijd wel iets in de koelkast voor mij voor 's avonds omdat ik de enige "boordplaatser" was.
Brakke was de man die ik af moest lossen. Een heel goeie man, misschien een beetje eigenaardig. Brakke was een Zeeuw en had bij de mariniers gediend. Zoals gezegd werd was hij een hele goeie marinier maar hij had een groot nadeel, zijn Nederlands was één puinhoop
en hij kon het niet aanleren. Dit was erg jammer want om deze reden kon hij geen bevordering maken en was zodoende gedwongen om ontslag te nemen.
De man die dienst deed als hofm. commandant wees mij een kamer aan en ik had het niet beter kunnen treffen, ik kon trouwens ook een ander uitzoeken want ik was de enige die in dat grote gebouw sliep
Om kort te zijn ik werd door al deze mensen goed ontvangen en zo is het altijd gebleven.
Ook ging ik kennismaken met de marechaussee, vanzelfsprekend mensen waarmee ik op goeie voet moest komen en blijven. Je wist het nooit. Zij huisden in een apart gebouw. Waren beste kerels, ook de adjudant of dat heet geloof ik opper bij de marechaussee.
Toen ik eenmaal ingeburgerd was ging ik met Brakke naar de opslag ruimte van het duikbedrijf. Zoals ik het was redelijk ver, je moest het dorp door en dan nog een behoorlijk eind tot voorbij de Synress heette dat geloof ik, de e.o.a. chemische toestand waar het stonk al de hel en als de wind uit het zuiden kwam had je je bakkes vol met zure troep. Dan kwam je bij ,wat Brakke noemde de Domeinen. Op dit terrein was de opslag ruimte van het duikbedrijf. Hier was ik werkelijk de enige marine man. De bewaking was ook hier in handen van het marine bewaking korps en de overigen waren militair werkmensen. Heb ze nooit geteld maar het waren er niet veel en ik heb nooit veel contact met ze gehad.
De loods die het duikbedrijf ter beschikking had was klein en stond en hing vol met duikmateriaal. Ook stonden er een paar kisten met “uitruk materialen” voor het demonteren van verschillende types bommen en mijnen.
De hele zaak zag er piekfijn uit en de inventaris klopte tot op het laatste boortje uit de demonteer kisten. Het wat mij betreft belangrijkste onderdeel van de inventaris, was een potkachel die we meteen aanmaakten. Mijn eerste werk was een grote kist organiseren en met behulp van Brakke heb ik die kist volgestouwd met cokes. Volgens Brakke was het ten strengste verboden om 's nachts de kachel aan te houden, deze regel kwam van de baas van de VOPOS. Deze vent kon wat mij betreft dood vallen en ik heb wanneer ik het nodig vond de kachel aan gelaten.
Eigenlijk had Brakke ergens redenen om iets tegen mij te hebben want door ijn komst was zijn plaatsing in Hoek van Holland onzeker geworden. De Hoek was voor deze mensen zo ongeveer de beste plaatsing die ze bij de marine konden krijgen ook al omdat ze allemaal in of nabij Rotterdam woonden. Toch heb ik met Brakke altijd erg goed op kunnen schieten en toen ik weer overgeplaatst werd heb ik mijn uiterste best gedaan dat hij mij weer afloste. Dit is me ook gelukt met behulp van ltz 2 Piersma. Deze was officier van vakdiensten en een van de weinige heren die ik ooit meegemaakt heb. Hij kwam eens in de zoveel tijd inspectie houden waarvan de eigenlijke reden was dat hij er eens tussenuit kon gaan. Ook hij voelde zich niet op zijn plaats op het kantoor duikbedrijf in den Helder.
Als hij kwam inspecteren belde hij een paar dagen van te voren op en spraken we op een bepaald uur af in het Anker waar we bleven zitten tot hij weer weg moest. Wel gingen we eten, in het Chinees restaurant die ongeveer recht tegenover het Anker was. Het eten was daar bijzonder goed en hij declareerde alles. Als hij wegging zei hij altijd, Willem het zag er weer keurig uit. Ik weet niet of hij het materiaal ooit heeft gezien.
Ik begon met de aanleg van een kaart systeem, dit was niet de sterkste kant van Brakke. Ik kreeg deze kaarten toegestuurd vanuit den Helder. Ook daar wisten ze nu dus dat ik hard aan het werk was.
Heb inderdaad het hele systeem opgezet in mijn kamer in Hoek van Holland, want hier zat ik een heel stuk gezelliger als in het hok van het duikbedrijf.
Ik begon zo zachtjes aan bij de inventaris van deze kazerne te behoren. Ook de weekenden was ik altijd aanwezig en deed dan vaak dienst als kok. Normaal wisselden de kok en de bottelier elkaar af v.w.b. deze dienst en zij waren dolgelukkig dat ik het waar wilde nemen. Ik kookte voor de marechaussee want voor de rest was er niemand aanwezig. De marechaussee schakelde ik altijd in om aardappels te jassen en blokjes te snijden. Dit deden zij met plezier en ik zorgde wel dat er voldoende bier was. Ook wasten zij af, als goeie kok bemoeide ik mij daar niet mee. Ik heb het ze trouwens ook nooit hoeven vragen.
Beetje bij beetje begon ik deze walplaatsing zelfs leuk te vinden.
Als ik de wal op ging was dit meestal naar het cafe “Het Anker” waar ik dus ook inventaris op maakte met Ltz. Piersma (Jan voor hen die hem kenden).
Het Anker was een gezellige kroeg. De baas was Jim, hij was hier tijdens de oorlog gelegerd bij een Schots onderdeel van het leger en trouwde met Annie . Annie was de eigenares van het cafe. Jim is na de oorlog blijven hangen. Als hulp hadden zij Lenie die meestal achter de tap diens deed. Lenie was volgens zeggen lesbisch maar ik heb het nooit gemerkt. Ook niet het tegenovergestelde trouwens.
De overige bezoekers waren meestal mensen van de Hoek van Holland - Harwich line en we werden grote vrienden . Natuurlijk waren er altijd de geintjes tussen koopvaardij en marine maar aangezien ik over het algemeen meer jaren meeliep als een van hen en toch ook wel enkele dingen wist v.w.b. zeemanschap was deze periode van geintjes gauw achter de rug. We hebben nooit moeilijkheden gehad, integendeel zelfs.
Tijdens de weekends  kwamen er veel Westlanders uit de dorpen in de omgeving, dezen kwamen meer voor de dans avonden op zaterdag en zondag maar toch kwamen ze ook veel in het Anker. Misschien was het bier hier goedkoper . Zeker was , je werd minder besodemieterd.
Deze westlanders waren over het algemeen niet de prettigste mensen en daarom ging ik tijdens de weekends niet vaak de wal op. Ik had geen zin om tegen een man of 4 - 5 te moeten knokken want dit was waar ze op uit waren en als je in uniform liep was je altijd de gebeten hond Ook had ik geen zin om iedere week een nieuw uniform te moeten aanschaffen. In het volgende verhaaltje lees je dat het aanschaffen van een nieuw uniform toch wel eens nodig was.

                          

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu