HrMs de Ruyter.22 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.22

WILLEM GELENS 4

HOEK van HOLLAND                                                       

Ik was bezig ,op mijn kamer. met het kaartensysteem toen op een dag de commandant bij me kwam. Na een inleidend babbeltje ook wel smoesje genoemd kwam hij voorgaats met zijn vraag.
Er zouden binnekort mensen van de herhaling geplaatst worden, een man of 15 . Dezen bleven 14 dagen. Of ik dezen een beetje in de gaten wilde houden en de orde handhaven.
Ik werd dus een soort o.officier van Politie . Met het doen van oefeningen of het geven van lessen hoefde ik mij niet te bemoeien maar of ik wel baksgewijs af wilde nemen. Na baksgewijs gaf ik dan de mensen over aan een sergt. van de mariniers die iedere dag samen met een korporaal uit Rotterdam kwam
. Ook zou er nog een kwartiermeester meekomen die waar en indien nodig zou kunnen helpen
Dit had de commandant zelf geregeld omdat ik toch wel druk was met mijn eigen werk.
DRUK MET MIJN EIGEN WERK. Toen ik daar eens over nadacht werd ik plotseling doodmoe
en nam het besluit om het rustiger aan te gaan doen maar ik wist niet hoe!
Natuurlijk kon ik niet weigeren maar vroeg hem wel om de halfgoden op het duikbedrijf in den Helder in te lichten. Dit heeft hij gedaan en natuurlijk waren zij accoord want hij was kolonel en dat was zelfs hoger als de commandant van de mijnendienst kazerne die alleen maar overste was.
Op de afgesproken dag tegen het middaguur kwam het spul aan met de trein. Ik stond ze op te wachten en zag een hoop bekende koppen . Een heel bekende kop was die van de kwartiermeester, Piet van der Heyden. Piet en ik waren niet direkt de beste vrienden maar ik was toch wel blij dat hij er bij was. Of ik het al eerder vertelde weet ik niet meer maar Piet was , zonder overdrijving zo sterk als een os
En in geval van moeilijkheden kon dit heel goed van pas komen.
Moeilijkheden met de mensen van de herhaling zijner nooit geweest. We wisten allemaal dat in bepaalde omstandigheden één ons komedie meer waard was als een kilo verstand en zo werd het spelletje dan ook gespeeld.
Piet en ik gingen op een zaterdag avond de wal op nadat we eerst het nodige op mijn kamer gedronken hadden. Natuurlijk kwamen we terecht in “het Anker” waar al een man of tien van de herhaling zaten. Het was gezellig een Jim en Annie waren blij met de klandizie. Ook waren er mensen van de H.v.Holland - Harwich line aanwezig . Ik stelde de groepen een beetje aan elkaar voor en er was meteen een soort verbroedering tussen koopvaardij en marine. Het bleef gezellig tot er een zootje westlanders binnenkwamen. In dit geval waren het een stelletje hufters. Deze lui kwamen eens per week naar het dorp, op zaterdagavond als het dansen was in hotel America.. Zodra ze in het anker kwamen begonnen de provocaties. Hoe wij, koopvaardij en marine het in onze hersens haalden om de hele tap te bezetten, wij hoorden helemaal niet in H.v.Holland en al dat soort gezeik. Wij met zijn allen waren in staat om er meteen op los te rammen en het enige wat ons daarvan tegenhield was ons respect voor Jim en Annie en toch ook wel voor Lenie.
Naast Piet was nog een plaats vrij waar een van de pummels ging zitten en waar ik bang voor was gebeurde, hij begon tegen Piet te ouwehoeren en hem uit te dagen. Ik kan een stoel op tillen met mijn tanden waarop Piet hem antwoorde, wat mij betreft vreet je dat kelere ding op. De boer tilde een stoel op, met zijn tanden. Hij lichte het ding een centimeter of tien van de vloer wat toch een redelijke prestatie was want de stoelen waren zwaar, tenminste in die tijd nog wel.
Piet was normaal gesproken niet iemand die moeilijkheden zocht en dat zeker niet om dergelijke onbenullige dingen maar het scheen dat bij Piet de ketel vol was, Hij maakte een tafeltje schoon en tilde dat op, ook met zijn tanden. Daar stond niet alleen de pummel verbaasd van te kijken maar wij allemaal. Ik die Piet al jaren kende had het hem nog nooit zien doen. Om de zaak af te ronden pakte Piet de stoel met zijn tanden en zette die op tafel.
Er waren intussen een hoop weddenschappen afgesloten tussen de zeelui en de boeren met als gevolg dat wij sloten met bier hadden. De boeren gingen weg want ze konden niet zien dat wij op hun kosten zaten te zuipen.
Even later waren Piet en ik nog alleen want de mensen van de herhaling en koopvaarders gingen kijken wat er loos was in hotel America. Uiteindelijk ginge we er achteraan maar toen we met zijn beiden bij het hotel aankwamen stond er een partij hufters op ons te wachten die dachten het wel klaar te kunnen spelen met zo'n overmacht tegen twee man.. Piet en ik waren allebei heel behoorlijk op de hoogte om wanneer het nodig was op een meer “gemene” manier onze kloten te klaren. We stonden tegen de muur en werkten ons al schoppend en slaand naar de ingang van het hotel en via de portier naar binnen. Hier zat onze versterking. Dit was voor ons een opluchting want ook al was Piet erg sterk en wisten we met z'n tweeen een hoop rot streken, uiteindelijk hadden we het af moeten leggen tegen deze overmacht van pummels.
Natuurlijk begonnen de moeilijkheden opnieuw en ditmaal omdat enkele van onze mensen een paar plaatselijke schoonheden uitnodigden om te dansen. Dezen namen de uitnodiging graag aan want ook zij waren ziek van deze pummels. Het waren niet alleen pummels zij waren ook ontzettend lomp.
Onze jongens kregen een paar klappen voor hun kop en dit was voor ons allemaal het sein .
De veldslag begon.
De danszaal van het hotel stond vol met planten en bloemen. De planten, meestal van een groot formaat stonden in grote potten op de vloer. Deze groten tilden we met zijn tweeen op en gooiden ze tussen het zootje. De kleinere potten met bloemen waren meer voor het snelvuur. De mensen van de koopvaardij vochten mee aan onze kant natuurlijk en een ding stond al gauw als een paal boven water, wij waren de veldslag aan het winnen
We hoefden geen angst te hebben dat we de verkeerde pakten want iedereen die niets met de zaak te maken had was wijselijk vertrokken.
Twee van de pummels hadden waarschijnlijk een bloempot voor der stomme rot kop gekregen want ze lagen voor dood op de vloer. Voor inwendige schade hoefden ze niet bang te zijn want inwendig was helemaal niets aanwezig.
Wij allemaal genoten als kinderen, we konden eens lekker stoom afblazen. De eigenaar van het hotel, ene Willem, stond nagenoeg te huilen achter de tap want hij zag zijn hele zaak de vernieling ingaan.
Plotseling werd ik op mijn schouder geklopt en ik draaide me om klaar om uit te halen tot ik de “klopper” herkende. Het was een van de mensen van de marechaussee. Hij waarschuwde me om te vertrekken want. Zo zei hij, over een minuut of tien komen we je arresteren. Hij was niet in uniform. Hij was in zijn privé wagen gekomen om mij te waarschuwen.
Ik waarschuwde natuurlijk ook Piet en de mensen van de herhaling om te vertrekken. Was niet nodig om een lange uitleg te geven, ze namen aan dat ik wel wist wat ik zei.
Het bleek dat Willem, de eigenaar naar de marechaussee had gebeld en gevraagd of ze Willem, de bootsman van de marine weg wilden halen omdat die er een puinhoop van maakte. Hij noemde mij altijd de bootsman.
De volgende dag hoorde ik van de marechaussee hoe de zaak verder was gegaan.
Een 15 minuten later waren zij met twee jeeps uitgerukt om ons er uit te vegen en mij te arresteren. Nu waren ze wel in vol uniform met grote knuppels.
Toen ze het hotel binnenkwamen vroegen ze aan de baas waar de bootsman van de marine was. De bootsman was weg en zo al zijn maten. De mensen van de marechaussee wisten het spelletje heel goed te spelen. Toen de baas zei dat hij de schade vergoed wilde hebben vroegen zei wie dat dan wel moest betalen en dat was natuurlijk de bootsman van de marine. Op de vraag wie er nog meer gevochten hadden was het antwoord , ja ook een paar burgers. Van deze burgers durfde hij de namen niet te noemen.
Hoe ze het gedaan hebben weet ik niet maar de marechaussee zorgde er wel voor dat Willem de bootsman en zij maten niets hoefden te betalen.
Zij, de marechaussee hadden ook genoten want over het algemeen was hun dienst niet erg opwindend in H.v.Holland,
's Avonds hebben we het feestje nog eens over gedaan maar nu bij mij en samen met de mensen van de marechaussee.
Ik had wel weer een nieuw uniform nodig dus moest ik een paar keer op en neer naar Hellevoetsluis om het geld bij elkaar te duiken. Uiteindelijk was het uniform naar de donder gegaan terwijl ik de eer van de marine verdedigde

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu