HrMs de Ruyter.23 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.23

WILLEM GELENS 4

Hoek van Holland  

Mijn gedachtes over de marechaussee waren totaal veranderd . Nu ik ze beter leerde kennen kwam ik er achter dat het ook net mensen konden zijn.
Ik zat meer en meer bij hen in het verblijf en ook zij lusten wel en biertje. Toch verhuisden we vaak naar de afdeling Marine want ondanks dat ik alleen was, mijn koelkast was beter voorzien en ook was daar altijd te eten. Ook kon je het niet te gek maken bij de marechaussee, er kon altijd iets gebeuren waar zij bij betrokken werden ook al hadden ze die dag geen wacht.
Als ze bij mij zaten werden ze nergens bij betrokken want ze waren er niet.
In het begin probeerden bepaalde figuren van het MBK nog wel eens moeilijk te doen maar dat waren er maar een stuk of twee of drie. Zij hadden met hetgeen er binnen gebeurde helemaal niets te maken en dat maakte ik ze gauw duidelijk.
Ook nu weer wist ik van nagenoeg iedereen wel iets, de een haalde wel eens een biertje uit de koelkast de ander een stuk kaas en weer een volgende een peuk worst. Het waren kleine dingetjes maar die kon ik tot onmogelijke hoogtes opblazen als ik daar zin in had. Kortom, ik had ze in de tang.
Om de feest vreugde te verhogen maakte ik in het begin zo af en toe een “Hap Verkeerd” later was dit iedere avond. Goeie marine gewoonte op varende schepen.. De hap verkeerd was erg simpel maar zeker met een biertje op ook heel erg lekker. Het bestond uit gebakken aardappelen( blokjes) met gebakken uien en heel veel sambal. Ik donderde er soms van alles in war er in het kombuis stond.
De opper van de marechaussee wist dit en kwam vaak oplopen onder het mom van even de zaak controleren. Ook nam hij wel eens zijn vrouw mee die dan natuurlijk iets mee at. Later nam hij altijd iets voor mij mee wat zijn vrouw gebakken had, een appeltaart o.i.d.
Ik had deze plaatsing gekregen als een soort strafplaatsing en v.w.b. Hellevoetsluis was het ook wel een beetje waar maar Hoek van Holland is voor mij, zonder twijfel verreweg de beste walplaatsing geweest.
Op een morgen werd ik bij de commandant geroepen en moest gaan zitten. Hij was gebeld door den Helder, mijn dochtertje Wilma was opgenomen in het ziekenhuis. Ze was ernstig ziek en ik kon maar beter zo snel mogelijk overkomen. Ik hoefde het niet te vragen , hij gaf me toestemming om meteen te gaan en ik moest maar zien wanneer ik terug kwam. Hij zou het duikbedrijf inlichten en ook andere instanties. Met “andere instanties” bedoelde hij hen die mij verboden hadden om voor de tijd van een jaar in den Helder te komen. Dit was zeker erg attent van hem , ik had er geen moment aan gedacht maar niemand had mij er ooit van tegen kunnen houden. Ik werd door zijn eigen chauffeur naar Rotterdam gebracht om op die manier sneller in den Helder te zijn.
Ik kwam ergens in het middaguur aan in het ziekenhuis Parkzicht en melde mij bij een verpleegster die ,nadat ik mijn naam noemde, meteen wist waarom ik kwam. Zij haalde de hoofdverpleegster erbij die mij vroeg of ik Wilma nog wilde zien. Dat was een klap voor mijn kop. Ik had mij voorbereid op een ziek kind maar ze was al overleden. Het ziekenhuis was véél te laat ingelicht over mijn bestaan.
Over het hoe en waarom wil ik het niet hebben en nog minder hoe het kind de laatste nacht thuis heeft door moeten brengen. Vergeten ben ik het natuurlijk niet.
i.v.m. Voorgaande laatste twee regels ben ik niet naar de begravenis gegaan. Als ik dat wel had gedaan waren er zeer waarschijnlijk meer slachtoffers gevallen.
Ik ben meteen terug gereisd naar Hoek van Holland.
Heb nog geprobeerd uit te zoeken waarom ik niet eerder gewaarschuwd was maar iedereen gaf iedereen de schuld. Tegen mijn gewoonte in heb ik het daar bij gelaten.
Twee dagen later kwam er een bericht binnen, weer via de commandant dat er op de van Gent kazerne in Rotterdam een granaat was opgegraven. Ik moest namens het duik bedrijf den Helder dat ding gaan bekijken en indien mogelijk naar Hoek van Holland vervoeren om te springen. Vervoer had ik niet en ik kon kwalijk met dat kreng op de trein stappen. De oplossing was gauw gevonden (In zo'n geval kan alles wél met de grootste spoed gebeuren) De commandant babbelde met de opper en deze met zijn meerderen. Waarschijnlijk hebben ze de zaak behoorlijk aangedikt. In ieder geval ik kreeg de beschikking over een jeep van de marechaussee met chauffeur. Op de van Gent kazerne was een stuk terrein afgezet en daar lag het ding van ongeveer een meter lengte (nog een presentje van onze ooster buren)
De mariniers die het ding ontdekt hadden hadden er al een beetje mee lopen rollebollen en ik ging er dus van uit dat we het ding in de jeep konden vervoeren.
Ik belde het kantoor in den Helder en nadat ik het ding beschreven had kreeg ik het groene licht om het naar de Hoek te brengen, als ik dacht dat het mogelijk was. Dit kwam er dus op neer dat ik de zwarte piet toegespeeld kreeg voor het geval er iets gebeurde. De kelere voor het zo'tje.
Uit het magazijn op de kazerne kreeg ik een partij oude kussen en troep waar ik een bed van maakte waar ik mijn Duitse vriend zeevat inlegde.
We konden vertrekken,dacht ik maar dat was niet zo. We moesten wachten op politie begeleiding. Dezen zouden ons de stad uit begeleiden. Wie dit regelde weet ik niet maar het was wel heel terecht natuurlijk. De mariniers zijn niet de slechtsten
Waar nodig werd het verkeer stopgezet, wij mochten niet in een file wachten. Ik voelde mij een soort VIP. In een jeep van de marechaussee met politie begeleiding. Dit overkwam je normaal gesproken alleen als je iets uitgevreten had.
We reden terug naar de Hoek met een rustig gangetje zoveel mogelijk bulten en gaten omzeilend
In de hoek aangekomen was het al een beetje laat om nog te gaan springen en we lieten de granaat in de jeep liggen om de volgende dag verder te gaan. Het eerste werk toen we 's morgens ter plekke kwamen waar ik het ding wilde springen was een grote kuil graven hetgeen gedaan werd door de marechaussee. Als er iets moest gebeuren wat een beetje te veel was voor mij alleen hoefde ik maar even een kik te geven en dan had ik meteen veel te veel mensen om mij heen.
Gedurende het voorbereidende werk had de opper de politie er bij gehaald. Zij waren al ingelicht. De politie kwam met groot vertoon aanzetten, het begon een beetje op een operette te lijken. Ik vond het wel best als ze allemaal maar op afstand bleven maar daar hoefde ik me niet druk over te maken. De opper was ook blij dat hij even iets anders te doen had en regelde alles. Deze maatregelen waren ook niet overbodig want je had altijd steekneuzen die alles zonodig van dichtbij moesten zien.
We moesten de granaat wel met een paar man in het gat laten zakken want hij was veel te zwaar om hem alleen te kunnen hanteren. Toen hij ter plaatse lag legde ik er twee blokken T.N.T. naast met de detonator erin en terwijl ik het spul op zijn plaats hield schepten twee mensen van de marechaussee de kuil vol met aarde . Dit vond ik altijd het rottigste van zo'n klus want je werd half meebegraven omdat je de detonators en de springstof op zijn plaats, tegen de granaat , moest houden.
Nadat iedereen in dekking gegaan was gaf ik nog een afgesproken sein op de bootsman fluit en blies het zo'tje de lucht in. Gaf toch een grotere klap als waar ik op gerekend had en ik was blij dat ik iedereen wel op ruime afstand had gestuurd.
Ikzelf kreeg wel nagenoeg de kluiten aarde voor mijn hersens.
Ik heb het hier over de springstof e.d. Denk niet dat het zo gemakkelijk was om dit in handen te krijgen. Ik moest dit halen op de “domeinen” waar ook de opslag van het duikbedrijf was, Hier waren een paar bunkers met allerlei soorten springstoffen en bijbehorende troep. Hiervoor moest ik bij de Opper VOPO zijn die de verantwoordelijke figuur was en de sleutels had. Hij had al opdracht gehad om mij te geven wat ik vroeg. Natuurlijk had hij toch iets te zeiken zoals heb je dat nou wel nodig . Het ging om twee blokjes T.N.T. een paar detonators en een lengte vuurkoord. Ik was meteen doodziek van de lul en vroeg hem of ik even zijn telefoon kon gebruiken. Hij vroeg ,ook natuurlijk , waarom ik de telefoon nodig had en toen ik hem vertelde dat ik de chef duikbedrijf moest bellen en dat die hem ,via de commandant zeemacht , nogmaals de opdracht zou geven om het spul vrij te geven en ook dat hij het gevraagde teveel vond. Dit helpt altijd, zwaarwegende titels noemen en dit zeker bij dergelijke klootzakken.
Toen we eindelijk bij de bunkers kwamen moest ik het spul zelf maar uitzoeken want hij wist niet waarover ik het had. Nadat ik ongeveer 50 formulieren had ingevuld in drievoud kon ik het spul meenemen. Ik kon het niet laten, voor ik wegging vroeg ik hem of hij niet gezien had dat het een beetje glinsterde op bepaalde plaatsen. Natuurlijk had hij dat niet gezien en hij vroeg, en als dat zo was wat zou dat. Toen vertelde ik hem dat de T.N.T. misschien al heel lang en onder slechte omstandigheden lag opgeslagen. Misschien was het aan het kristalliseren en dit kon erg gevaarlijk zijn. Het kon ieder moment exploderen en dan met al die bunkers in de buurt vol met springstof zou ik niet graag op zijn stoel zitten. Hij voelde zich niet meer zo prettig en of ik er niets aan kon doen. Ik zei, om de sodemieter niet. Ik kom nooit meer in de buurt van die bunkers.
Dit zijn een beetje pokke streken maar je moet tegen een geintje kunnen. Later toen Ltz. Piersma weer eens langs kwam heb ik het hem verteld. Hij vond het prachtig. Later op de dag zijn we er heen gegaan, zogenaamd om de zaak te controleren en Jan Piersma kon de VOPO meedelen dat er geen gevaar was De glinsteringen die ik had gezien waren afkomstig van een paar stukjes glas die we intussen weggegooid houden om niet weer dezelfde twijfels te krijgen. Nog nooit heb ik zo'n gelukkige VOPO gezien, en Jan Piersma stak mij in het bijzijn van de VOPO een veer in mijn kont door te zeggen dit was heel alert van jou Willem.
De vopo heeft zich denk ik nooit afgevraagd waarom ik dit levensgrote gevaar nooit doorgegeven had.
Het was op een zaterdagmorgen dat ik aan de telefoon geroepen werd het was de commandant. Het speet hem dat hij mij lastig viel tijdens het week end maar het had een goede reden. Er was een Hoover Craft op het strand gezet bij Katwijk. Het ding had een lekke band. Het was een Engelse H.Craft, een proto type bemand met officieren van elk legeronderdeel, 5 in totaal. Zij deden verschillende landen aan om te trachten zo'n ding aan de man te brengen. Ze kwamen uit Duitsland en nu was Nederland aan de beurt. De eerste beurt die ze maakten was denk ik niet de beste..
Als de band geplakt was moest ik hem de waterweg op loodsen en dan zochten zij wel een plaats waar ze hem droog konden zetten.
De kok en de hofmeester van de commandant waren ook gewaarschuwd, zij moesten voor het eten en slaapgelegenheid zorgen. Dit was in het gebouw waar de commandant huisde.
Voor mijn vervoer naar Katwijk werd de marechaussee ingeschakeld, alweer.
Aangekomen bij Katwijk op het strand hoefden we niet lang te zoeken want er stond een hele meute volk met daaronder een hoop politie. Daar zou het ding dus wel liggen en dat was ook zo. Ik vertelde de bemanning wie ik was en werd voorin de H.Craft gezet, naast de roerganger of piloot of hoe je het ook noemt. Kreeg een koptelefoon op m'n eikel, dat was de verbinding met de roerganger. Ik vond dat maar onzin want ik zat nog geen halve meter bij die vent vandaan. Wist ik beter, ik had nog nooit zo'n ding gezien laat staan erin gezeten.
Toen iedereen op zijn merk zat werd het kreng gestart en nu begreep ik het nut van de koptelefoon. Wat een pokke herrie maakte dat ding. Ook met gebruik van de koptelefoon was het erg moeilijk elkaar te verstaan. Toen de band opgepomt was gingen we richting water. Het ging goed en lekker gladjes tot we boven water kwamen. Dat kreng pikte geen zeetjes, nee het pikte elke rimpeling op het water. Het was een verdomde ellende. We kwamen nogal snel bij Hoek van Holland aan en daar schrok ik mij te barsten want ik zag de noorder pier niet. Ik gaf mijn buurman het seintje om vaart te minderen en 90 gr, stuurboord uit te gaan want ik wist dat we nagenoeg boven op de pier zaten.. Later hoorde ik dat het geen fout van mij geweest was, de reden was dat je met zo'n ding erg laag op het water zit en dus haast geen zicht hebt op b.v. deze noorder pier die ook erg laag ligt.
Gelukkig zag ik even daarna de lichtopstand op het eind van de pier en kon het gedrocht safe naar binnen loodsen. Het ding kon op de kant gezet worden vlak bij de kazerne en ik nam het spul mee op een man na die de wacht hield. Het aanbod om met hen te eten heb ik afgeslagen want ik moest de wal op en het was al behoorlijk laat. De roerganger bedankte mij voor het safe naar binnen loodsen want zoals hij zei, hij zou volledig de mist ingegaan zijn want ook hij had de noorder pier niet gezien. Heeft nooit beseft dat zijn hoover craft bijna totaal de mist ingegaan was maar toch voelde ik mij prettig dat ik het gefikst had. Ik begon er weer aan te denken om de opleiding voor admiraal in te gaan.

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu