HrMs de Ruyter.26 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.26

WILLEM GELENS 4

Weer getrouwd                                                         

Ik had de rechter verteld dat we gingen trouwen en dat hebben we ook gedaan.                          
Dit was niet direct de reden maar, laten we zeggen het hielp ons de brug over.
De trouwdag werd vastgesteld, de datum weet ik niet meer maar het was op een dag dat de rode loper werd uitgelegd
We hadden besloten om met  ons tweeën te gaan en dit ook omdat we niet met z'n allen in de Fiat 600 pasten, oma paste niet. Waarom we niet met mijn “lego” wagen gingen weet ik niet misschien was hij in de revisie. Van de Fiat had ik de rechter deur vast gesjord anders donderde hij op straat, het raam moest ik stutten en schoren anders viel dat kreng naar beneden in de deur holte.
Tiny moest dus overal overheen klauteren om er uit te komen wat een omslachtig gebeuren was in dat kleine ding maar het moet een komisch gezicht geweest zijn voor de voorbij gangers , maar wij liepen over de rode loper.
Als getuigen hadden we mensen van het stadhuis.
's Avonds gingen we met zijn vieren eten en later thuis hebben we een borrel genomen, Tiny en ik. Henk Jan mocht het schuim van het bier opdrinken.
Oma was helemaal gelukkig dat we getrouwd waren, nu waren we nette mensen en zij kon zonder zich te schamen de straat op.
Tiny bleef bij het grens wissel kantoor. Als zij tijdens de weekenden moest varen ging ik vaak mee omdat het altijd gezellig was en ook omdat ik er niet zo heel veel voor voelde om allen bij oma te zitten. We hadden niets gemeen. Ook gebeurde het dat ik tijdens deze weekends Henk Jan mee nam naar Hoek van Holland wat hij prachtig vond. Om geen gezeik te krijgen met enkelen van de vopo's had ik toestemming aan de commandant gevraagd. Deze wist dat ik vaak de wacht overnam van een van de koks en dit was dus voor hen een prettige regeling. Alles liep gesmeerd.
Tiny hielp mij met het afbetalen van de auto en ik had eigenlijk geen dringende redenen meer om naar Hellevoetsluis te gaan maar ik bleef het wel doen. De jongens hadden hun manier van leven ingedeeld naar de extra duik centen die ze de laatste tijd beurden en om het leven te veraangenamen werd dat geld omgezet in bier en dat wilde ik niet veranderen als ik er iets aan kon doen. Het enige verschil met voorheen was dat ik nu 's nachts niet meer bleef hangen in Hellevoet, ik vond er nog steeds geen barst aan, en als Tiny binnenlag met de Prinses Beatrix gingen we naar huis in Rotterdam. Er waren een hoop dingen voor mij anders geworden. Ging nog wel eens stappen maar gedroeg me anders. Ik had mijn jacht vergunning ingeleverd.
De ex van Tiny had een schuld van een paar duizend gulden bij haar, hij betaalde geen alimentatie voor Henk Jan. Natuurlijk was ik het hier niet mee eens, ik betaalde voor drie kinderen, deed ik dat een keer niet dan werd er onmiddellijk een inhouding op mijn salaris uitgevoerd en als je reclameerde was de kans groot dat je opgeborgen werd. Ik stelde Tiny voor dat ze de zaak aanhangig zou maken hetgeen ze ook deed.
De zaak kwam voor het kantongerecht en in eerste instantie mocht ik niet binnen komen, even later werd ik toch binnen geroepen maar ik mocht mijn kop niet open doen, alleen als de rechter mij iets vroeg was dat toegestaan.
Er werd een hoop over en weer geouwehoerd maar er kwam niets uit de bus. Het kwam er op neer dat de ex, volgens zijn zeggen het bedrag niet kon betalen. We kwamen geen steek verder. Toen kreeg ik een idee en ook al wist ik dat ik niets mocht zeggen vroeg ik toch aan de rechter of ik heel even met Tiny en Henk Jan mocht praten omdat ik mogelijk een oplossing zag. Het mocht en ik vroeg aan Henk Jan of hij de naam Gelens wilde hebben. Hij wilde wel, was eens een keer iets anders. Tiny wist toen meteen waar ik heen wilde en vond het goed.. Het had in totaal misschien drie minuten geduurd. Het is heel fijn als je dingen snel uit kunt leggen die dan ook begrepen worden.
De rechter vroeg of we tot overeenstemming waren gekomen en waarover. Tiny vertelde hem toen dat haar ex de schulden niet hoefde te betalen indien hij toestemde dat Henk Jan op mijn naam kwam. De rechter vond het een goed idee en vroeg aan de ex of hij er mee akkoord ging. Deze ging er mee akkoord en de zaak was rond. Om de zaak helemaal officieel te maken moest er een stukje in de staats krant geplaatst worden, een jaar lang om mensen de gelegenheid te geven er iets tegen te ondernemen. Er kwam geen enkele reactie op en Henk Jan was vanaf nu een Gelens.
We konden weer even ademhalen en dat deden we toch nog geregeld in het Anker waar iedere keer weer onze trouwerij herdacht werd. Het bleef allemaal gezellig. Dit was voor mij een rare gewaarwording en ik vertrouwde er niet zo erg in. Ik was niet gewend aan een normaal en prettig leven, niet voor langere tijd. Er kwam altijd wel iets tussen. Natuurlijk, vaak lag dit aan mijzelf maar wiens schuld het ook was, ik zat altijd met de puinhopen. Inwendig vond ik dit misschien wel leuk, zo'n klootzak was ik wel.
Tiny was al een behoorlijke tijd in verwachting toen ik overgeplaatst werd naar de Hr.Ms. Rotterdam, dus een varende plaatsing waar ik blij mee was want ook al was het een heel fijne tijd geweest, de walplaatsing had lang genoeg geduurd. Tiny accepteerde het volkomen ook al omdat ze van het begin had geweten dat het eens zo ver zou komen. Wel hadden we allebei liever gewacht tot de kleine geboren was maar niet alles kan zijn zoals je het graag wilt.
Natuurlijk had ik , gewoonte getrouw de Tam-Tam al in werking gezet om te weten wie de schipper( chef der equipage) was en wie de bootsman. Dit waren mijn directe bazen, de rest was van minder belang op dat moment.
Tot mijn grote ellende hoorde ik dat Jan de Nooier de schipper was. Het was zo'n 15 jaar geleden dat ik hem meegemaakt had, in de matrozen opleiding en iemand die hem eenmaal meegemaakt had kon hem nooit meer vergeten. Dat je wel eens verkeerde conclusies kunt trekken is , in iedere geval mij gebleken.
De bootsman was Siem Okkerse, een heel goed mens.
10 Maart 1967 kwam ik aan boord Toen ik boven aan de valreep kwam stond hij al klaar. Ik groette voor de vlag en toen voor hem en dit zo correct mogelijk. Zo werkte dat nu eenmaal bij hem. Hij deed werkelijk alles correct en verwachte dat ook van de rest.. Wat was ik blij dat Tiny had gezorgd dat ik goed in mijn plunje zat. Na het inrouleren moest ik bij hem in de hut komen en het bleek dat hij helemaal op de hoogte was van hetgeen er in mijn conduite boekje stond maar wat belangrijk was dat ik op al mijn varende plaatsingen heel behoorlijke conduite had gekregen die op de walplaatsingen meteen weer werden afgebroken. Gelukkig en dat vond ik zelf had ik voor zeemanschap/vakmanschap goeie beoordelingen. Ook hij dacht er wel een beetje zo over. Mijn gedrag en “militaire aard en eigenschappen” (zo heet dat echt) waren , zoals hij zei om te huilen maar ik dacht dat ik toch wel veel mensen gelukkig had gemaakt.
Hij vond dit ook niet zo erg , het belangrijkst voor hem waren de twee punten waarop ik goed beoordeeld was. Dit was een beetje raar om juist van hem te horen dat het gedrag en soldaatje spelen minder belangrijk waren.
Ik was de oudste kwartiermeester aan boord en kreeg over nagenoeg alles de leiding. Dit hield ook in dat ik de meest rottige baan kreeg en dat was die van provoost cafetaria. Daar zaten wel enkele goeie dingen aan vast, je hoefde niet met allerlei oefeningen mee te doen maar die prettige gedachte werd mij gauw ontnomen want ik werd ook ingedeeld bij het werken met lasten en olieladen. Dit was niet de normale gang van zaken want in het cafetaria was nu eenmaal iemand nodig die toch wel van wanten wist anders waren er een hoop Jannen in staat om in de kortst mogelijke tijd de grootst mogelijke klerezooi te trappen. Ik wist dit uit ondervinding.
De schipper was het volkomen met me eens maar tot hij ze beter kende vertrouwde hij niet helemaal op de andere kwartiermeesters. Hij had gelijk en ik zou wel zien hoe de zaken liepen. Hij had er vertrouwen in dus moest ik wel. Ik wist ook zeker dat ik op hem kon vertrouwen als ik bepaalde maatregelen moest nemen en de e.o.a. klootzak zou zich beklagen.
De bootsman Siem Okkerse was een figuur apart, heel apart. Had nooit eerder zo'n figuur meegemaakt en zou het ook niet meer meemaken. Siem kon je met niets vergelijken, zeker niet met de schipper maar ook niet met zijn broer die ik op de v.Ewijck had mee gemaakt. Ook een fijne man maar zó anders.. Siem had altijd op de onderzeeërs gezeten maar moest daar mee stoppen toen hij 40 jaar werd. Hij veranderde dus van type schepen maar niet in zijn manieren van doen. Ik liep voorheen meestal gekleed als een scharrebak maar vergeleken met hem had ik er altijd uitgezien om door een ringetje te halen. Ik heb hem nooit met een wit overhemd gezien, altijd kaki ook als we tegen de kant lagen. Siem salueerde nooit, hij maakte wel altijd een paar bewegingen boven zijn hoofd maar niemand heeft ooit geweten wat dat nou precies betekende. Siem is altijd op de onderzeeërs gebleven, dat idee gaf hij. Het hele rare, iedereen, ik bedoel nu officieren, ook de commandant maar nog gekker, ook de schipper accepteerde het. Later hoorde ik dat zij elkaar al jaren kenden en volgens Jan de Nooier was Siem nooit anders geweest en zelfs hij maakte zich er niet druk meer over.
Als Siem al ooit geweten heeft dat hij ook nog militair was dan heeft hij zich daar nooit voor geïnteresseerd. Was een gelukkig mens.
Tot de volgende

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu