HrMs de Ruyter.28 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.28

WILLEM GELENS 4

EXPO MONTREAL CANADA 1967                                                          
  
Vanaf het eerste moment dat we binnen lagen werd het schip belaagd door mensen die het schip wilden bezoeken. De steeds terugkerende vraag was , kunnen we sigaretten en zware shag kopen. We waren dus ingelicht want ook deze toko baas was als zijn meeste collegas,
hij verkocht,als hij de kans had, de hele troep met een winst van meer als 100% en een van de gevolgen was dan dat wij, de bemanning , niets meer hadden.
Wij konden er een stokje voor steken en het werd verboden om dergelijke artikelen aan de emigranten te verkopen. De toko baas was onze vriend niet meer.
Ik wil hier niet mee zeggen dat alle toko bazen zo waren maar het waren er wel heel veel. Je kwam op allerlei verschillende schepen ook steeds weer dezelfde lui tegen die toko baas waren. Om het maar ronduit te zeggen, ze waren in staat om der ouwe moer te verkopen.
Na een dag of wat was het "open schip" en de hele horde kwam aan boord. Canadezen waren er niet zoveel, die werden door de Nederlandse emigranten zo ongeveer van de valreep af gesodemieterd want het zou concurentie kunnen betekenen. Dat ze geen rokerij konden kopen laat staan krijgen was een zware tegenvaller voor hen want dat was iets waar ze volledig op gerekend hadden. Ze liepen nu aan iedereen te vragen, hé Jan heb jij geen sigaretten voor mij te koop ? Een vent liep rond met een portemonaie die hij wilde ruilen voor een slof sigaretten. Dit zal misschien raar overkomen maar het was zo. Veel van de Nederlandse emigranten zaten volledig aan de grond en zouden graag terug willen naar Nederland maar de middelen daartoe ontbraken. Om kort te zijn, het was een zielig zootje bietsers en zeker niet het volk waar Nederland trots op kon zijn. Het waren slechte vertegenwoordigers.
Ook al maakten ze er wel vaak een puinhoop van de Nederlandse "Jannen" deden het veel beter. Zij waren niet onbeschoft.
Natuurlijk gingen we de wal op om de zaak te verkennen maar er was werkelijk geen ene flikker te beleven. Misschien zaten we in een verkeerde buurt . Op de terugweg naar boord kwamen we langs een tent waar feest geluiden uit kwamen. Gezellige muziek en zingen en het geluid van glazen en flessen . Het was dus compleet.
We gingen naar binnen en ik donderde bijna om van de schrik en ik niet alleen want wie stond er op het podium als zanger?...., Jan de Nooier, onze chef der Equipage. Helemaal niemand had dit ooit kunnen geloven. Er zat een bandje van een man of vijf maar Jan was ook hier Chef der Equipage, hij had de leiding en hij deed het perfect zoals alles wat hij deed. Het repertoire bestond uit overwegend ouwe Engelse en Amerikaanse muziek maar ook veel Sea Shanties.
Vooral deze laatsten deed hij erg goed . Hij stond op de maat van de muziek mee te stampen en al de bijbehorende bewegingen te maken. Het was alsof we naar een piraten film zaten te kijken. Het lapje voor een oog ontbrak. Ook stond hij erbij uit de fles te drinken en dat was geen water. Bij gebrek aan jenever dronk hij wodka en niet zo weinig
.
Het was gezellig op een manier die je niet vaak mee maakt. Geen ruzies of iets dergelijks alleen zingen , lachen en drinken. Ook werden de aanwezige dames niet gemolesteerd.
Wij snapten er niets van dat iemand zo kan veranderen van het ene op het andere moment maar we hadden het bewijs voor ons en genoten ervan en werden ook behoorlijk dronken want we werden helemaal volgedouwd door het overige publiek die al gauw door hadden dat we van hetzelfde schip kwamen.
Dit was de enige maal dat we ergens gezellig gezeten hebben in Canada.
's Morgens stond ik meestal vroeg aan dek een bak koffie te drinken bij de onderofficier van de wacht. Dit vroeg was tussen het schaften en baksgewijs. Op een morgen toen ik daar weer stond kwam een taxi aanrijden die voor de valreep stopte. De schipper stapte er uit. Het was ongeveer half acht. Zoals ik denk ik al een paar maal gezegd heb, de schipper deed altijd alles correct maar deze maal was wel heel erg correct toen hij de valreep opkwam. Hij liep als een robot.
De schipper zo dacht ik was bezopen. Hij zij tegen de o.off.v.d. wacht, ik ga even onder de douche maar ben op tijd voor baksgewijs, je hoeft me niet te zoeken.
Om tien voor acht kwam hij weer aan dek en zag er uit om door een ringetje te halen.
Na baksgewijs kwam hij het cafetaria in en vroeg of ik iets vreemds aan hem gezien had toen hij de valreep op kwam en ik stelde hem gerust door te zeggen dat er niets vreemds was en dat hij zeer correct naar boven was gekomen. Hij keek mij aan of hij zeggen wilde, val jij maar dood maar dat zou hij nooit zeggen tegen een mindere en zeker in zo'n geval niet.
We zijn met ons ploegje éénmaal het Expo terrein opgeweest. Het enige wat mij nog bijstaat was het zien van de “Spoetnik” de eerste ruimte capsule, die waarmee de Russen tot groot verdriet van de Amerikanen de eerste waren. Het was onbegrijpelijk dat iemand in zo'n kleine ruimte die reis had kunnen maken. Een kleine ruimte die ook nog grotendeels in beslag werd genomen door instrumenten. Voor de rest was er niet veel nieuws onder de zon. Overigens de entree was gratis voor ons omdat we afgemeerd lagen op het Expo terrein.
De “van Galen” lag vóór ons afgemeerd en daar zagen we iedere dag een groep mensen staan zingen. Dit koor was in het leven geroepen door hun eerste officier.
Je werd aangewezen als “liefhebber” en zong mee.
Het verhaal ging dat wanneer iemand die nieuw aan boord kwam tijdens het inrouleren aan gezegd kreeg dat hij zich ook bij deze officier moest melden. Daar moest hij dan iets zingen. Als voor wat betreft de “eerste man” het zingen goed was werd je koor lid.
Het idee was dat dit koor zou zingen als de koningin een bezoek aan boord zou brengen. De koningin is nooit aan boord geweest. Ze was niet geinteresseerd in twee van haar schepen die daar tegen de kant lagen Voor velen was dit een zware tegenvaller anderen, waartoe ik behoorde waren er erg blij om want het was een doffe ellende om dergelijke mensen op bezoek te krijgen. Niet vanwege deze mensen maar het zootje wat er omheen liep.
Hare Majesteit zou een toespraak houden op het Expo gebeuren. Wij een deel van de bemanningen van de Rotterdam en de van Galen moesten daarom afmarcheren naar waar dit ging gebeuren. We werden ergens opgesteld, zodanig dat we de koningin nauwelijks konden zien en ook niet horen wat ze te vertellen had. We waren blij dat het afgelopen was ook omdat we voelden dat we daar als ballast stonden, als jan lul!
De eerste officier van de van Galen had de leiding en onder deze leiding dus marcheerden we terug naar boord. Bij een wegsplitsing gekomen wilde een auto nog snel even de weg oversteken maar dit werd belet door de eerste officier. Hij liep naar de auto en gaf met zijn sabel een lel op de motorkap. De vent wist niet hoe snel hij weg moest komen. Ik liep voorop en kon het e.e.a. goed zien en wij allemaal vonden het prachtig. Een dame, een Nederlandse, maakte de opmerking, dat is nou typisch Nederlands waarop een van onze mensen haar antwoorde ben je al aan boord geweest om gratis te zuipen armoed zaaier. De Nederlandse “dame” ging af.
We hadden er plotseling meer zin in en de eerste officier had het respect van beide bemanningen gewonnen.
De Canadese politie veegde de weg schoon en wij konden vol trots doormarcheren naar boord waar we de rest van de dag vrij hadden en ons vol konden laten lopen.
Als provoost moest je de teugels behoorlijk strak in de hand houden om deze kloten baan een beetje draaglijk te maken en goed te laten runnen.
Wat ik belangrijk vond was goeie contacten hebben met de “zoutwaterhoek” Voor hen die het niet weten (dit is natuurlijk een schande) de zoutwaterhoek is de bakstafel waar de ouwe eerste klassers zitten te schaften maar ook te zuipen Deze “ouwe jongens” konden je maken en breken en dat deden ze als je een rotzak was
Er konden allerlei dienstvakken aan deze tafel zitten maar haast altijd waren het machinisten en matrozen. Je kende deze mensen natuurlijk al en je zocht degeen uit waarvan je merkte dat hij de baas was in de zoutwaterhoek.. Dit was een spelletje maar een spelletje wat je met overleg moest spelen. Deze man gaf je dan een klein beetje een soort machts positie. Als er iets speciaals op handen was, een feestje o.i.d. dan overlegde je met deze mensen en als zij jou een vent vonden die wel deugde volgens hun normen dan zat je goed, dan kon je een deel van de dingen aan hen overlaten . Wel maakte je duidelijk dat het jouw verantwoording bleef.
Wanneer de zaken werkelijk uit de hand liepen werd dit recht gezet dan gebeurde dit op welke manier dan ook. Als je zag dat het zover was dan was het niet meer tegen te houden ook niet al stond de commandant zeemacht in eigen persoon er bij. Als je je verstand gebruikte ging je als “meerdere” even aan dek een peuk roken dit waren dingen waar jij niets mee te maken had. Als de zaak over was werd je ingelicht en ging weer naar binnen. Aan de verbouwde koppen zag je dan wie er gewonnen had. Het rare was dat na zo'n stoeipartij het er op leek of er nooit iets gebeurd was. Dit was grote klasse.
Als je als provoost dit spelletje niet door had of niet mee wilde spelen dan kwam je in de moeilijkheden. Als je bijvoorbeeld bij zo'n knok partij aanwezig bleef dan kwam je er haast niet onderuit dat je mensen moest rapporteren en dat moest zoveel mogelijk voorkomen worden (ik weet er alles van). Ging je rapportjes uitdelen dan kon je beter zo snel mogelijk overplaatsing aanvragen maar als je eenmaal dit stempel droeg dan nam je dat mee van plaatsing naar plaatsing en zat je rottig, de hele diensttijd. Ik heb ze meegemaakt.
Zaterdags was het generaal schoonschip en inspectie commandant. Dit was in het cafetaria een onmogelijke zaak. Iedere andere ruimte kon je afsluiten tot een inspectie voorbij was maar dat kon hier niet. De mensen moesten schaften en koffie drinken en bovendien had je meestal gebrek aan zeuntjes om goed schoonschip te maken. Toen dan ook de op een zaterdag morgen binnen kwam met zijn gevolg van eerste officier, chef der Equipage en onder officier benedenschip melde ik dat het cafetaria niet klaar was voor inspectie. Ze stonden me verbaasd aan te kijken want dit was nog niet eerder vertoond. De ouwe vroeg mij wat de reden was en die vertelde ik hem. Het was weer de schipper die mij bijviel en zei dat het inderdaad een onmogelijke zaak was en dat wanneer je melde dat je klaar was voor inspectie je de zaak besodemieterde. Ook vertelde hij de ouwe dat het niet nodig was , hij kwam zelf vaak genoeg in het cafetaria en het was altijd in orde. Wel zei hij dat dit de eerste maal was dat hij meemaakte dat een provoost zei dat hij er niet klaar voor was. Tegen de o.off. benedenschip, de sergeant van de mariniers, merkte hij op dat het zijn taak was geweest om dit te melden. Deze sergeant was een figuur die bij niemand in goede aarde viel. Normaal gesproken waren mariniers aan boord van een van de schepen erg punctueel soms misschien een beetje te veel maar deze was een smeerlap. Toen de schipper mij vroeg, zie jij deze sergeant wel eens in het cafetaria waarop ik hem antwoorde nee, alleen als er een bingo avond is. De schipper maar nog meer ik hadden er een vijand bij, de onder officier van politie.
Ik moest op mijn tellen gaan passen.

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu