HrMs de Ruyter.31 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.31

WILLEM GELENS 5


NEWPORT EN TERUG NAAR MONTREAL   

We gingen de wal op, Kees  - Joop Rooze - Piet en ik. We hadden er eigenlijk niet zoveel zin in maar als je tegen de kant lag had je die drang. Je moest de wal op. Wie weet wat je tegen kwam.
Nog maar net buiten het haven terrein kwamen we in een kroeg waar op het eerst oog niet veel aan was. Wel zaten er een hoop dames, zagen er best goed uit maar voor ons was het afblijven, we waren getrouwd. Wat een ellende.
De stemming steeg toen de kroegbaas met een viool voor de dag kwam. De baas was al op leeftijd , zo rond de 65 jaar. Een prettig mens en hij speelde goed viool.
Naruurlijk waren er intussen een paar dames aan ons tafeltje komen zitten. Het waren geen Nederlandse emigrantes want ook zij bestelden rondjes.
Na verloop van tijd miste ik Kees en vroeg of iemand wist waar hij was. Zal wel de koffer in gedoken zijn met een van onze vriendinnen was het antwoord. Dit kon ik van velen geloven maar van Kees niet. Ik vond het wel lullig dat hij weggegaan was zonder iets te zeggen.
Er kwamen na verloop van tijd ook enkele mensen van de U.S. navy binnen en dit is geloof ik de eerste maal dat het niet op een vechtpartij uit draaide. Het bleef gezellig.
Weer, een tijdje later ging de deur open en daar kwam Kees binnen met accordeon. De kroegbaas had hem gelijmd om dat ding op te halen. Het vervoer was geregeld, de kroegbaas had een taxi gebeld om Kees naar boord te brengen om het ding op te halen.
Nu kwam ik er natuurlijk niet onderuit, ik moest spelen. Ik had er ook wel zin in omdat het gezellig was en prettig gezelschap en ik had ook genoeg bier op om de planken koorts kwijt te zijn. De baas en ik wisselden elkaar af, hij op de viool en ik op de luchtverdeel kast. Het draaide er op uit dat ik het meest speelde. Dit was misschien niet omdat men het mooier vond maar zeker was dat ik meer herrie maakte wat belangrijk is in een kroeg. De baas vroeg om iets samen te spelen en ik vroeg hem, wat wil je spelen. Ik zei al dat hij goed speelde maar ook zijn repertoire was uitgebreid Hij speelde graag tango's. Het enige nadeel was, hij speelde alles van muziek en dat is iets waar ik de ballen verstand van had maar ik rommelde wel een end weg. Een groot succes was de tango La Cumparsita, hier kon je de dames op weg laten zwijmelen en dit was belangrijk voor de vrije jongens die bij ons waren. Na korte tijd waren er al enkelen verdwenen.
We zijn blijven spelen tot ongeveer iedereen omgevallen was. Het was dus een geslaagde avond geworden.
We hebben maar twee of drie dagen binnen gelegen anders hadden we het zeker herhaald.
We gingen weer naar zee, al oefenend richting Montreal vanwaar de Rotterdam door zou gaan naar Detroit U.S.A.
Zoals altijd was het weer slecht maar gelukkig was het grootste deel van de bemanning over de zeeziekte heen. Een man was er die er absoluut niet overheen kwam, dat was de korporaal bottelier Willem Harders.
Wij hadden in ons kleine verblijf onder de bottelarij altijd wel iets te eten, meer de dingen die je niet dagelijks at en wat je alleen op de tafels in de longroom zag.
Uit de tijd dat ik provoost was wist ik precies waar Willem die spullen bewaarde. Er was een moeilijkheid, zo ziek Willem was, hij bleef altijd in zijn hok zitten, zeevast in een hoekje geperst. Dit was waarschijnlijk een gebrek aan vertrouwen in de medemens. Niet netjes van hem.
Onze voorraad begon te slinken en moest hoognodig aangevuld worden maar het was onmogelijk om Willem uit zijn hok te krijgen tot ik op een idee kwam.
Zeezieke mensen hebben geen trek in eten en zeker niet in vet eten Ik ging dus naar het kombuis en sneed een reep spek met zwoerd af en begon daar heerlijk op te kauwen. De chef kok zei, flikker op met die troep want ik ga bijna over mijn nek. Het leek er dus op dat mijn idee goed was geweest en alle kans van slagen had. Hij vergeleek mij met bootsman Siem want die vond dat ook zo lekker.
Toen ik het spul zover uitgekauwd had tot er alleen nog een vettige sliert zwoerd overbleef ging ik een praatje maken met Willem, de bottelier. Hij had helemaal geen zin in een praatje. Terwijl ik stond te praten trok ik de zwoerd heel langzaam uit mijn mond en het had groot succes. Toen hij die heerlijkheid zag wist hij niet hoe snel hij uit zijn hok moest komen om naar dek te gaan om te kotsen. Ik stouwde mijn zakken en mijn overhemd vol met de meest lekkere spullen in blikn en was weg, ruim voor Willem terug kwam. Ik heb hem er nooit over gehoord.
Kees en ik hadden weer een paar fijne, voedzame dagen. De overigen in het verblijf konden doodvallen. Tegen hen zeiden we dat we altijd een voorraadje van deze lekkere inkochten vóór we naar zee gingen. Ze geloofden er waarschijnlijk geen flikker van maar dat interesseerde ons niet Nu hadden ze niets om over te lullen wat tenminste een van hen graag deed, dat zal nog blijken.

DE HAMERHAAI.

We hadden een dag erg mooi weer met veel zon. We zaten of lagen met een hoop mensen op het halfdek .
Een van de machinisten zei plotseling, er is iets met bakboords schroef aan de hand. Inderdaad je hoorde kloppen of slaan of hoe je het maar wilt noemen. De machinist belde het hoofd machine kamer en vertelde hem dat er iets aan de hand was. Ik zei meteen tegen Joop Rooze dat hij de duik spullen maar klaar moest maken. Wie de andere duiker was weet ik niet meer.
Inderdaad na 5 minuten moest ik bij het H.M.K. in de hut komen en die vertelde me wat ik al wist. Ook de commandant stond er bij en ook Henk van Dam. Henk was sergeant machinist en tevens duikmeester maar had eigenlijk met het duiken niets te maken. Ik had de leiding over de duikwerkzaamheden. Het was een beetje ongerijmd maar uiteindelijk waren we bij de marine waar dit wel meer voorkomt..
Het kwam er op neer dat ik moest proberen uit te vinden wat er aan de hand was.
De commandant merkte op dat er haaien gesignaleerd waren. Dat die beesten er zaten was niet fijn, althans dat vind ik. Je hebt die mensen die dagelijks aan tafel zitten met haaien, ik ben daar niet een van . Ik vind ze ook niet mooi of elegant, ik vind het kolere beesten.Ik ging naar het hafdek en trok een pak aan. Het was al later in de middag maar voor het donker was kon ik nog wel even een poging wagen om iets meer uit te vinden. Alle pakken aan boord waren te klein voor mij. Toen ik hem eindelijk aan had kon ik mijn knieen niet meer buigen. Natuurlijk was dit zootje weer gedumpt naar de vloot door het hoofd kantoor.
Van de enige trap die we aan boord hadden bevond de onderste tree zich nog altijd een centimeter of 50 boven water. In geval van ,wat dan ook zou ik nooit snel het water uit kunnen komen omdat de onderste tree zo hoog zat en ik mijn knieen niet kon buigen om er op de een of andere manier op te komen.
Ik ging te water om te kijken of er iets te zien was. Zat het probleem aan de schroef zelf dan kon je dat meestal zonder moeilijkheden vaststellen. In dit geval was het waarschijnlijk niet zo maar ik had geen tijd om een goeie inspectie te doen want het werd snel donker dus kon er niets met zekerheid gezegd worden.
Ik gaf het sein dat ik naar boven kwam en zwom naar de ladder. Ik kon met geen mogelijkheid op de onderste tree komen en de enige mogelijkheid was dat ik mij zo hoog mogelijk vast pakte en ze mij met ladder en al het water uittrokken.
Wat een armoe. Als er haaien hadden gezeten met trek in een sappige Nederlander dan was ik met ladder en al opgevreten.
Ik had het pak nog niet van mijn kont toen Joop riep, Willem kom eens kijken. Vlak achter de kont zwom een haai en geen gewone, het was een godverse hamerhaai. Wat was ik blij dat ik uit die verrekte sloot was.
We stonden met een hoop mensen naar dat rotbeest te kijken  waaronder het H.M.K. Hij vroeg mij of ik iets bijzonders had opgemerkt aan de schroef/as. Ik vertelde hem dat het te donker was geweest maar dat het probleem waarschijnlijk in de schroef as zat, en dat ik de volgende morgen weer zou gaan kijken mits de ladder langer gemaakt werd en dit tenminste 2 meter. Zou gebeuren, was een fluitje van een cent ! Daar had hij gelijk in, het was inderdaad een fluitje van een cent. Het was ook geen onmogelijk iets wat ik eiste. Wij , de duikers, moesten een behoorlijke kans hebben om uit het water te kunnen komen in geval dat het nodig was en ik vond het nodig. Het H.M.K. en de hele hoge druk die er iets mee te maken hadden vonden het héél normaal dat ik dit wilde.
Ik had al besloten om Joop mee naar beneden te nemen en op de schroefas op de uitkijk te leggen zodat hij mij kon waarschuwen als dat kreng in de buurt kwam.
We maakten al het duikmateriaal klaar voor de volgende dag en ook tuigden we de rubberboot op. Ik had waar mogelijk altijd een rubberboot bij het werk om allerlei gereedschap wat je nodig kon hebben in te leggen, je hoefde dan niet steeds de trap op om iets op te halen en ook hoefde het niet te worden afgevierd aan een lijntje. Ik heb vele hamers - beitels en andere soorten gereedschap in het water zien donderen vanwege het afvieren aan een lijntje.
Toen alles geregeld was , op de ladder na, ging ik na nog een bietje gedronken te hebben de koffer in. Heb niet zo best geslapen met de gedachte dat ik misschien de volgende dag opgevreten zou worden.
De volgende morgen zouden we al vroeg beginnen. De commandant had haast, we moesten nog even een oorlog winnen.
Toen ik aan dek kwam was het eerste wat ik zag dat er aan de ladder geen ene fuck was uitgevoerd. Van een paar omstanders kregen we al meteen te horen dat onze vriend haai er nog zat. Ook het hele zootje kopstukken stond op het halfdek en ik vroeg aan het H.M.K. waarom er niets aan de ladder was gedaan. Zijn antwoord was , ik moet nu eerst naar de machinekamer. Toch gingen Joop en ik te water, uiteindelijk waren we “keiharde” duikers. In ons broek schijten van ellende deden we wel als we in het pak zaten want dan viel het niet zo op, tot we het uittrokken, dan stonk het iets.
Beneden gekomen ging Joop op de schroefas liggen, tenminste dat dacht ik maar toen ik keek lag hij er niet op, hij hing er onderaan. Hij zou dus het eerste lekkere hapje voor de haai worden. Ik moest dus eerst weer naar hem toe om hem op de schroefas te leggen, de klootzak.
Ik begon de ruimte op te meten tussen de schroefas en de schroefas tunnel en het ging allemaal goed tot ik een partij rukken kreeg aan de seinlijn, het noodsignaal. Dit kon niet anders zijn als die pokke haai. Ik zwom naar de trap en was daar vlakbij toen ik iets tegen mijn been voelde..Ik dacht G.V.D., zie je het wel, ik word opgevreten door die klootzak. Ik pakte mij zo hoog mogelijk aan de trap vast want zelfs in deze stemming zag ik geen kans om er op te klimmen.Ik werd met ladder en al het water uitgetrokken. Goddank stond de schipper boven en die zag meteen in wat er gebeuren moest.
Toen ik omkeek zag ik Joop in de rubberboot liggen, dit hadden we afgesproken.
Eindelijk was ik aan dek.
De haai die langs mijn been gezwommen was was Joop geweest. Joop had ook het noodsein gekregen en tijdens het naar boven komen had hij mijn poot vast gepakt. De schipper vertelde mij dat hij opdracht had gegeven om het noodsein te geven omdat de haai steeds dichterbij kwam. Het H.M.K stond er natuurlijk ook bij en vroeg hoe het was met de schroefas en ik vertelde hem dat ik het niet helemaal had kunnen onderzoeken. Ik moest volgens hem maar weer eens gaan kijken. Intussen was ook de commandant er bij gekomen, die zag zijn “oorlogs onderscheiding “ de mist ingaan en was het volledig met zijn collega het H.M.K. eens. Ik zei tegen hem, commandant u was er gisteravond bij toen ik vroeg of de ladder langer gemaakt kon worden iets waar iedereen het mee eens was want zoals gezegd - het was een fluitje van een cent. De schipper die er nog steeds bijstond en er ook de vorige avond bij was viel mij meteen bij en zei ,inderdaad commandant er is de kwartiermeester aangezegd dat de ladder langer gemaakt zou worden. Ze konden er niet onderuit komen natuurlijk want er waren veel meer mensen die het gehoord hadden. Toch zei toen het H.M.K. en de commandant was het met hem eens, dat ik toch maar weer eens moest gaan kijken.
Zachtjes aan was ik op het punt aan gekomen waarop ik mijn kop in de wind ging gooien ( ik ken mij zelf) ik zei tegen hem en de rest die het ook aanging, als jullie het niet nodig vonden een klein beetje medewerking te geven door die verrekte ladder iets langer te maken vind ik het niet nodig om meer risico te nemen. Er wordt niet meer gedoken. Dan gaat mijn sergeant machinist wel zei hij. Henk, de sergeant machinist stond er bij, en ook nog steeds de schipper. Ik zeg, meneer ik heb i.v.m. het duiken meer moeilijkheden gehad met collegas H.M.K van u. Een van hen was er medeschuldig aan dat op dit zelfde schip twee duikers verzopen en ik zal er alles aan doen om te voorkomen dat dit weer gebeurt. Hij zei, ik neem de leiding op mij waarop ik hem vroeg of hij duikofficier was. Toen kwam de reactie waarop ik lang gewacht had, ik moest mijn mond houden, iets wat ik natuurlijk niet deed. Tegen Henk zei ik, Henk je weet dat ik hier aan boord geplaatst ben als seinmeester en zodoende de verantwoording heb bij duikwerkzaamheden, wat doe je ga je duiken onder verantwoording van hem?, waarop het antwoord van Henk was en dit aan het H.M.K. , meneer als de kwartiermeester zegt dat er niet gedoken wordt dan ga ik niet te water.
Als niet de schipper als “lastige getuige” er bij had gestaan dan was ik waarschijnlijk naar de kloten gegaan
Later toen we ergens binnen of voor anker lagen ben ik weer gaan kijken op de schroefas met behulp van een LANGER gemaakte ladder. Kon overigens niets ontdekken maar waarschijnlijk was een van de schroefbladen iets ontzet en dat was met onze mogelijkheden niet te zien.
Ik heb het geloof ik al vaker gezegd dat je als duik/seinmester vaak strijd moest leveren en dit zeker op de vloot soms was het de duiker die dwars lag maar meestal het H.M.K.

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu