HrMs de Ruyter.32 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.32

WILLEM GELENS 5

                                                                                                              
BAD LUCK                                                     

We voeren weer en de klop in de schroef/as zat er nog steeds maar er was niets vreemds op te merken , het hele zootje in de machinekamer draaide en maakte niet meer herrie als normaal. Wie weet hadden een paar stokers die de pest hadden aan het H.M.K een hoop troep in de schroefas tunnel gedumpt.
Veel geoefend werd er niet want het schip moest klaargemaakt worden voor wéér een bezoek aan Montreal en daarna Detroit.
Op een dag kwam een majoor van het e.o.a. weke dienstvak , beste man overigens, mij vragen of ik 's avonds accordeon wilde spelen in de Gouden Bal . Ergens voelde ik mij verplicht om dit te doen want ik deed het vaak voor de Jannen waar nooit iets van gezegd werd. Wat ik al eerder schreef, ik was tegen drank op zee en dat er gedronken (gezopen) ging worden was ik van overtuigd. De meesten waren normale gezonde mensen. Ook het feit dat ik "baas" van de krakploeg was was voor mij een bezwaar. Als er wat dan ook gebeurde moest je erbij zijn. Ik vertelde dit aan de majoor en die zei, niets aan de hand, we hebben toestemming van de schipper en die vindt het piekfijn.
Toen kon ik er met goed fatsoen niet meer onderuit.
's Avonds om een uur of acht kwam ik binnen en werd meteen volgeladen met bier. Een feestje bij de marine (destijds) begon niet met koffie en speculaas, je trachte zo gauw mogelijk in de stemming te komen. Ik werd aan het hoofd van de tafel neer gezet want ik had armruimte nodig. Aan de ene kant zat de schipper en aan de andere kant de bootsman. Deze laatste zorgde ervoor dat mijn drank en “vreetvoorraad” aangevuld bleef. Ik dronk gelijk op met hem en dat was pijlsnel.
Het werd een gezellige avond maar om een uur of een stopte ik ermee want het was weer vroeg dag. Ik stond altijd vroeg op om met de onder officier van de wacht een bak koffie te drinken. Ditzelfde zou ik nu ook doen maar het ging een beetje snel. Op de jagers had je een slingerlat voor je bed, tenminste de boven bedden, en bij het opstaan pakte ik mij daar aan beet en lied mij naar beneden glijden. Deze morgen ging dat niet door want iemand had de slingerlat weggehaald en ik pakte mis, ik gleed dus niet maar donderde naar beneden. In het gangpad, onder mijn bed was een luik met hoge kanten en daar viel ik ruggelings boven op.
Om een uur of elf kwam ik bij mijn positieven met een zware koppijn en onmogelijk veel pijn in mijn rug. Er was verder niemand in het verblijf en mijn maten, die wisten dat ik in de “Gouden Bal” was geweest hadden mij laten liggen in de veronderstelling dat ik mijn roes uit lag te slapen. Later bleek dat ik bewusteloos was geweest.
Ik probeerde op te staan maar donderde steeds weer om. Toen ik eindelijk stond moest ik door het mangat naar boven zien te komen.
Normaal was het al lastig om door dat gat te komen maar nu was het onmogelijk. In eerste instantie dacht ik dat ik een nier koliek had , wat ik al verscheidene keren eerder had mee gemaakt maar met zo'n koliek kon je wel normaal blijven lopen iets wat ik nu niet kon. De pijn was zo ongeveer hetzelfde alhoewel erger.
Toen ik halverwege door het luik was hielpen een paar jongens mij verder omhoog en brachten mij naar de ziekenboeg. Gelukkig hadden we een dokter aan boord en ik werd meteen in een kooi gepiekeld. Uit wat ik hem vertelde maakte ook hij op dat ik een aanval van nierstenen had en hij zei kom je bed maar uit, je moet veel lopen en touwtje springen. Normaal gesproken was dat de beste remedie samen met onmogelijke hoeveelheden vloeistof naar binnen werken.
De moeilijkheid was, ik kon niet uit mijn kooi komen laat staan lopen.
Ik had 41 Gr. Koorts en dat was ook geen normaal verschijnsel bij een nier verknettering.Toen ik eindelijk naast mijn tampatje stond om te gaan lopen bukte ik mij om mijn slippers te pakken en ik donderde meteen om. Ik kon allen maar stijf rechtop staan en dat met veel pijn. Moest meteen weer plat.
Hij wist niet wat er aan de hand was maar ik mocht absoluut niet opstaan iets waar ik ook niet veel behoefte aan had. Ook mocht ik geen enkel medicijn innemen tegen de pijn, en dat was een ellende. Gelukkig had ik tijgerbalsem en dat mocht ik op mijn kop smeren wat goed hielp.
De dokter had de commandant gevraagd om ergens binnen te lopen zodat ik naar het e.o.a. ziekenhuis kon gaan maar dat werd niet toegestaan vanwege oefeningen en omdat de commandant nog niet de “oorlogs medaille” was toegekend. Het duurde nog bijna een week vóór ik van boord kon.
We hadden korporaal ziekenverpleger Frederiks aan boord. K kende hem al van de “Castor”. Was een fijne vent, vol met geintjes maar in zijn werk serieus. Hij hield mij dag en nacht in de gaten, en ook hij verdomde het om medicijnen te geven zelfs geen aspirientje. Ik was om het zo maar te zeggen goed genaaid.
De hele dag had ik bezoek maar zij werden zelden toegelaten. Al dit soort dingen gaven mij het idee dat ik er toch wel rottig aan toe was.
Ook Siem de bootsman kwam en toen hij naast mij zat haalde hij uit zijn zak een soort heup flacon uit zijn zak. De flacon zat vol jenever, was volgens Siem een goed middel tegen de pijn en inderdaad het leek te helpen maar Fred (Frederiks) had het al gauw door en nam mij het flesje af.Hij zoop hem zelf leeg want hij was niet ziek zoals hij zei.
Op een dag kwam Joop Rooze binnen, had aambeien en wilde dat de dokter ze van z'n kont zou snijden.
Aangezien de jagers nogal slingeren, ook met goed weer, zag de dokter het niet zo zitten om te opereren maar Joop bleef zeiken en werd uiteindelijk opgenomen om er klaar voor te zijn zodra het mogelijk was. Weer werkte de commandant niet mee, toen de dokter vroeg om een gunstige koers voor te gaan liggen zodat hij kon opereren. Eindelijk was het zover en Joop moest in de “behandel ruimte” op zijn knieen op de operatie tafel gaan liggen. Fred smeerde hem vanaf zijn knieholtes tot ongeveer zijn nek vol jodium waarvan we zoals hij zei vaten vol aan boord hadden. Daarna werd Joop verdoofd door Fred d.m.v. een paar spuiten in zijn kont. Toen het een tijdje ingewerkt was pakte Fred een handjevol zakharen van Joop en keek mij met een duivelde grijns aan. Hij pakte een handjevol zakharen en gaf er een ruk aan. Joop sprong van ellende van de tafel en begon Fred stijf te vloeken waarop deze zei ik denk dat ik je nog maar een paar spuiten zal geven wat hij ook deed.
Toen de verdoving goed scheen te werken kwam de dokter erbij en begon te snijden. Hiervan kon ik niets zien omdat de dokter tussen mij en Joop instond. De deur tussen ziekenboeg en behandelkamer bleef gewoon open. Het enige wat ik nog kon zien was dat de dokter af en toe iets in een pul gooide.
De operatie was snel achter de rug en Joop had geluk gehad, zijn ballen zaten er nog aan. Het schip kon weer doorgaan met het verdienen van medailles voor de commandant.
Joop werd in een tampatje naast dat van mij gelegd. Hij had geen enkele last van de operatie en had al gauw z'n grote waffel weer open.
Met mijzelf ging het nog steeds niet beter. De pijn en koorts bleven aanhouden.. Ik zag het helemaal niet meer zitten en was blij toen de dokter zei dat ik meteen na binnenkomst van boord ging en opgenomen zou worden. De reis was voor mij afgelopen. De dag van binnenkomst werd ik helemaal afgesopt en weer in mijn kooi gelegd in afwachting van, wat wist nog niemand.
Toen we binnenkwamen stond de ambulance al te wachten en zodra we vast lagen kwamen er een dokter en een paar verplegers aan boord. Ik werd onderzocht door deze dokter voor zover het mogelijk was zonder gereedschap en hij had zwaar de ziekte in dat ik niet eerder aan land was gebracht. Onze dokter, die daar geen schuld aan had?, legde hem uit wat de reden was. Het was bespottelijk was de opmerking van de Canadees want ik was er niet best aan toe. Toen ik dit hoorde begon ik het toch wel een beetje zwaar in te zien.
Ik werd op een brancard gesjord en mocht alleen nog maar met mijn ogen knipperen.
Het Navy hospitaal waar ik naar toe gebracht werd lag een behoorlijk eind buiten Montreal als ik mij nog goed herinner. Op weg daarheen vroeg hij mij geregeld hoe ik mij voelde en ik antwoordde hem, rottig wat ook inderdaad zo was. Ik vroeg hem wat hij dacht wat er met mij aan de hand was en hij zei, dat kan ik je pas vertellen ná het onderzoek maar het is niet best met je, je rug is naar de kloten en nu hangt het er van af in welke mate. Of je gaat de pijp uit of je komt in een rolstoel. Het eerste leek mij prettiger als het tweede. Het is trouwens niet prettig als je zoiets aangezegd wordt.Ik begon me al af te vragen hoe het er in de hel uit zou zien of, wie weet, in de hemel want zo slecht was ik toch ook niet.
Eenmaal in het hospitaal werd ik meteen uitgebreid onderzocht met inbegrip van foto's en de hele rotzooi. Onze eigen dokter was er ook bij en die legde mij alle medische termen uit. Mijn Engels was heel behoorlijk maar die medische vak uitdrukkingen kende ik zelfs in het Nederlands niet. Tijdens het wachten op de uitslag moest onze dokter een rapport opmaken over de behandeling die mij gegeven was aan boord. Dit gedeelte van het rapport kon dus kort zijn, ik had geen behandeling gehad. Ook moest er een rapport opgemaakt worden over de reden waarom ik niet eerder aan land gebracht was. Volgens de Canadese dokter was er geen enkel excuus hier voor.
Toen het onderzoek was afgelopen kwam de dokter met een lachend gezicht binnen. Toen ik dat zag leek het of ik meteen minder pijn had.
De uitslag was redelijk gunstig, ik zou niet doodgaan, tenminste niet hieraan. Een rolstoel was niet helemaal uitgesloten maar na een goeie revalidatie zou het misschien mogelijk zijn dat ik weer normaal alles zou kunnen doen. Mijn rug zou wel altijd een zwak punt blijven en dat is ook uitgekomen.
Wat er aan de hand was was voor zover ik het begreep het volgende , mijn rug was gebroken, een van de wervels was ,overhoeks totaal afgescheurd . Het ene deel was weg en is ook nooit meer terug gevonden. Dit kwam jaren later op allerlei keuringen steeds weer aan het licht. Door de ruggegraat schijnt een pijpleiding te lopen waarin het merg zit. Een mergpijp dus om soep van te trekken. Deze mergpijp was niet beschadigd . Was dit wel zo geweest dan was ik meteen na het ongeluk gaan hemelen. Ik had dus weer eens geluk gehad, tot nu toe. Moest afwachten hoe het allemaal afliep. Was trouwens jammer voor de commandant dat ik niet uit stapte want als dit wel gebeurd was had hij nog een oefening kunnen inlassen, “begravenis op zee”.
Ik kwam op een zaal met allemaal Canadezen van marine - land en luchtmacht. Nagenoeg al deze mensen kregen iedere dag bezoek en ze vonden mij allemaal de poor Dutchie omdat ik geen bezoek kreeg. Iedereen bracht bier en vreterijtjes voor mij mee en na korte tijd moest ik ze vragen om niet meer mee te brengen. Ik had mijn kastje al leeg moeten maken om alles weg te stouwen want het was een beetje raar als rondom mijn kooi alles volstond met bier tot op een dag een dokter kwam die mij vroeg, jij bent Nederlander is het niet. Ik zeg jawel dokter en nadat hij een tijd aan me had had lopen scheuren en trekken zei hij tegen een van de verplegers, geef deze man twee flesjes bier met het middag eten want Nederlanders kunnen niet leven zonder bier. Ik kon niet zeggen dat het niet nodig was omdat ik mijn kastje al vol had maar ik kon nu wel legaal bier drinken want ik had ze van de dokter gehad. Tot de laatste dag kreeg ik twee flesjes bier bij het eten.
Het eerste bezoek wat ik kreeg was toen ik één dag in het hospitaal lag, ik verrekte nog van de pijn maar voelde me toch een stuk beter omdat ik goeie berichten over mijn toestand had ontvangen. Dit eerste bezoek was een officier. Weet het niet meer maar ik denk dat het de officier van administratie (O.V.A.) is geweest. Hij kwam in opdracht van de commandant. Na een inleidend praatje vroeg ik hem of aan boord het rapport van de Canadese dokter ontvangen was. Hij bevestigde dit. Ik vroeg hem wat er in stond, iets wat ik al wist want de dokter had het verteld. Hij had er geen idee van zoals hij zei en ik liet het erbij. Hij had ook een rapport bij zich wat ik moest tekenen. Ik vroeg hem wat daar instond. Volgens hem niets bijzonders, het was gewoon een verklaring dat ik op het luik was gevallen en in het hospitaal was beland. Het hele zootje zat een beetje gammel in elkaar maar met de koppijn en alle andere ellende die ik had had ik absoluut gen zin om dat rapport wat opgemaakt was als een verzekerings polis
te lezen. Ik trapte erin en tekende. Wat ik wilde was dat hij op zou sodemieteren en dat vroeg ik hem ook. Hij ging met alle plezier, wetende dat hij mij een oor aangenaaid was. Dat dit zo was hoorde ik later van de schipper die samen met de bootsman op bezoek kwam.
Een goeie schipper had toegang tot alles, ook tot het rapport wat ik getekend had. Zo'n rapport werd uit getypt door , misschien een korporaal schrijver die ook de wachtlijsten e.d. voor de schipper typte.
Hoe dan ook de schipper was op de hoogte van de inhoud. Het kwam er op neer dat een collega korporaal mij genaaid had. Wat er werkelijk in het rapport stond was dat ik zwaar bezopen uit het onderofficiers verblijf was gekomen en daardoor ook uit mijn kooi gelazerd was. Dronken was ik geweest maar toch zeker niet in die mate. Ook was ik gevallen maar dat was omdat de slingerlat was weggenomen. Misschien had de klootzak het zelf gedaan. Door het toevoegen en of weglaten van woorden was ikzelf schuldig aan het ongeluk. Was dit mogelijk een wraakneming van de commandant vanwege het rapport wat de Canadese dokter had opgemaakt?. Dat rapport zal ook wel nooit in Nederland zijn aangekomen, was waarschijnlijk met zwaar weer over boord gegaan. Dat systeem was waterdicht.
De korporaal die mij naaide was een van de “weke dienstvakken” die aan het begin van de reis toestemming had gevraagd of hij bij ons in het verblijf kon wonen. Dat vonden wij goed omdat hij wel als een prettige vent overkwam. Dit bleek dus niet zo te zijn, hij kon zich niet als een goed marineman gedragen. Vullisbakken had je van hoog tot laag.
Ik mocht voorlopig niet varen, mocht niet eens in de buurt van een varend schip komen. Dit was voor mij een straf en bovendien voelde ik mij een á sociale klootzak. Toen Kees Joziasse op bezoek kwam vroeg ik hem mijn plunjezak in te pakken en bij het volgende bezoek mee te nemen. Dit zou in orde komen en dat kwam het ook alleen had hij nog een tas moeten organiseren omdat ik intussen al een hele partij sigaretten en zware shag had ingeslagen. Dit ging niet allemaal in de koffer. Hoe dat zou gaan met de douane zou ik later wel zien.
Kees haalde mijn goeie pak uit de koffer die ze voor mij in het hospitaal op knapten, werd gestoomd en geperst. Dat had ik eerst gevraagd. Het was niet volgens de regels maar omdat ik niet bepaald om de hoek woonde kreeg de wasserij toestemming om het te doen. Ik weet niet of deze wasserij altijd zo werkte maar toen het uniform terug kwam zag het er bijna beter uit dan toen het uit het plunje magazijn kwam.
Na een paar dagen in het hospitaal begon ik behoorlijk op te knappen. Dit was denk ik omdat ik vol gedouwd werd met verschillende medicijnen. Wat ook de reden was, ik was er erg blij om en vroeg op een dag aan de dokter wanneer hij dacht dat ik naar huis kon. Als de verbetering zo doorzette zou dat al gauw kunnen. Ik zat intussen in een rol stoel maar moest nu beginnen met lopen. Ik werd hiervoor ingepakt in een drukverband waarbij niet gekeken werd op een meter meer of minder. Ik liep achter de een of andere rolstoel onder begeleiding van een sergeant ziekenverpleger, een grote vent die in staat was mij op te vangen als ik om donderde. Ik woog toen 106 kilo. Na een paar dagen werd er besloten dat ik naar huis kon. De Rotterdam was intussen al vertrokken naar Detroit.
Toen kwam er weer bezoek voor mij, een man en een vrouw. Twee,voor mij wildvreemde mensen. Het was de consul met zijn vrouw. Die had bericht gehad van het hospitaal dat wanneer mijn papieren rond waren en de vliegticket geregeld ik naar huis kon. Dit was intussen geregeld en een paar dagen later kon ik vertrekken. Het regelen van de papieren bracht nog enige moeilijkheden met zich mee omdat sommige landen liever niet zien dat loslopende militairen
uit een vreemd land in hun luchtruim zitten te rotzooien. Ik moest in uniform reizen omdat we destijds nog niet in burger mochten lopen. De papieren die ik kreeg waren werkelijk indrukwekkend, vol met stempels zoals ambtenaren over de hele wereld het zo graag zien en er geregeld een erectie van krijgen. Ik heb de papieren inderdaad in Londen ,waar ik moest overstappen op streekvervoer naar Nederland moeten afgeven ter controle.
Er was nog een moeilijkheid, ik mocht absoluut niets tillen zelfs mijn weekend tas niet. Om in de taxi te komen bij het hospitaal was geen moeilijkheid, hulp in overvloed maar vanuit de taxi naar de incheck balie was iets anders. Ik maakte mij te vroeg zorgen want er was geen sprake van dat ik met de taxi zou gaan. Meneer en mevrouw de consul zouden mij wegbrengen.
De laatste dag in het hospitaal werd ik nog eens vol gedouwd met poached eggs. Schijnt dat ze daar liefhebber van zijn in Canada want je kreeg ze iedere dag, Ik heb ze daarna nooit meer gegeten.
De volgende dag nadat ik weer opnieuw in een drukverband was geperst nam ik afscheid van iedereen en ik vond het bijna jammer om te gaan want ik was door alle mensen erg goed behandeld.
Vanwege het drukverband kon ik allen maar kaars rechtop lopen. Als mijn schoenveters los zouden raken moest ik ze door iemand vast laten maken want ik zelf kon het niet. Was overigens niet zo'n bezwaar want ik had schone sokken aan en zelfs mijn voeten waren schoon.
De consul en zijn vrouw kwamen ruim op tijd en nadat mijn bagage was ingeladen gingen we. Onderweg naar het vliegveld vertelde de consul me dat mijn vrouw was ingelicht over mijn tijd van aankomst. Ze was al eerder ingelicht over het ongeluk en dat ik was opgenomen in het hospitaal.
De rit naar het vliegveld ben ik nu nog niet vergeten. Het was prachtig en ik heb van mijn leven nooit meer zoveel bomen gezien. Het duurde ook erg lang trouwens voor we op het vliegveld waren. We waren veel te vroeg maar het bleek dat ze dat met opzet gedaan hadden. Zij nodigden mij uit om in een restaurant vlakbij het vliegtuig iets te eten zij waren waarschijnlijk ook niet zo gek op het eten in vliegtuigen . Het eten in dat restaurant was werkelijk goed en we hebben een tijd gezellig gezeten. Ook dit waren fijne mensen.
Toen we bij het vliegveld waren liep de consul met mijn koffer en zijn vrouw met de weekend tas. Ik vond dit lullig en wilde de tas van haar overnemen maar daar was geen sprake van.
Eindelijk zat ik in het vliegtuig en wilde nu toch maar zo gauw mogelijk vertrekken
Ik stop nu met het schrijven want in die verrekte vliegtuigen heb je geen ruimte voor zoiets

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu