HrMs de Ruyter.33 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.33

WILLEM GELENS 5

SOCIAAL MEDISCHE DIENST   

Aan het eind van mijn vorige verhaal schreef ik dat ik wegens ruimte gebrek in het vliegtuig niet kon schrijven. Zoals jullie zien op de foto heb ik toch kans gezien om door middel van schoppen , slaan en duwen genoeg ruimte te creéren.
Zoals altijd was het eten fataal maar dat overleefde ik en na lange tijd kwamen we in Londen. Ik hoefde voor geen meter te slepen met mijn bagage, was allemaal geregeld werd mij verteld. Toch was ik een beetje bang dat het spul niet aan zou komen op Schiphol want al de rokerij had ik nooit vergoed gekregen. v.w.b. De plunje, daar kon ik alleen maar beter op worden.
Toen ik uit het vliegtuig stapte werd ik meteen opgevangen door een Ltz.1 en een korporaal zieken verpleger.
Terwijl we op mijn bagage stonden te wachten vertelde ik de officier over de overvloed aan rokerij die ik in weekend tas en koffer had. Hij zij dat is inderdaad wel een beetje veel maar ik zal zien of er iets aan te doen is. De bagage kwam gelukkig aan, was dus niet doorgevlogen naar de noordpool.
De ziekenverpleger had al een wagentje georganiseerd en onze eerste stop was de marechaussee, er zat geen bekende van mij bij. Zij waren al op de hoogte van mijn komst vanwege het feit dat ik in uniform reisde en er waren geen moeilijkheden De volgenden waren de douane ambtenaren waar ik zogezegd wél bang voor was. Had al het e.e.a. aan machtswellust van die klootzakken mee gemaakt. De officier gaf hen de hele papierwinkel , waar zij eigenlijk geen flikker mee te maken hadden, maar al de " mooie gekleurde stempels" maakten indruk. De ambtenaren namen afstand van de balie , dat was vanwege de erectie die ze kregen bij het zien van al dat moois. Toen de Ltz.1 ze vertelde dat ik aan een "vreselijk pijnlijke dood" ontsnapt was kregen hun gezichten ,bijna menselijke, trekken en het resultaat was dat ik niets open hoefde te maken.
Ik trok mijn meest vriendelijke gezicht met daaróp wel de tekenen van ontzettend lijden en dankte hen.
Het lukte mij niet om tranen uit mijn ogen te persen.
In de hal stonden mijn vrouw en Henk Jan te wachten. Dit was een van de heel weinige malen dat ik blij was dat ik opgewacht werd.
Ik vroeg de officier wat er vervolgens ging gebeuren, of ik naar huis kon gaan maar nee dat kon niet want volgens de orders moest hij mij naar Leiden, de S.M.D brengen. Ik vertelde hem dat ik, om naar huis te gaan daar ongeveer langs kwam en dat Tiny er mij wel heen zou rijden.
Zij beiden, de officier en de korporaal zagen dat wel zitten want zij waren geplaatst op de marine kazene Amsterdam en woonden ook in Amsterdam. Ik moest even wachten want de officier ging bellen. Kwam terug met een glunderend gezicht en zei dat het accoord was. Het antwoord was geweest dat ik de halve wereld was rongereisd,alleen en dat die paar kilometer er best nog bij konden. Wel moest ik hoe dan ook even mijn kop laten zien op de S.M.D.en daar was natuurlijk geen enkel bezwaar tegen.
Aangekomen in Leiden gingen we eerst een hap eten in een Indisch restaurant want ik viel om van de honger.. Het eten was niet als bij de marine maar toch wel redelijk goed.
Terwijl we zaten te eten vertelde Tiny mij over de manieren waarop zij was ingelicht over het gebeuren. Het eerste bericht was zeker niet gunstig geweest want op dat moment kon er nog van alles met mij gebeuren.
De marinier, van de van Genth kazerne, die het bericht kwam brengen wist niet hoe hij de zaak moest uitleggen wat niemand hem kwalijk nam want er zijn weinig mensen die dat kunnen.
Een paar dagen later kreeg ze weer bericht, dit maal gunstiger. levens gevaar was er niet meer maar er kon nog niet gezegd worden of ik totaal genezen zou.Ook werd er bij gezegd dat mijn vrouw kon bellen wanneer ze wilde hetgeen ze ook gedaan heeft.
Na een tijdje werd zij weer gebeld en daar schrok ze wel van, ze dacht dat de toestand verslechterd was maar nee het was de mededeling dat ik zou thuis komen op die en die dag op dat en dat uur.
Na het eten gingen we naar de S.M.D., waar ik al opgewacht werd en door een dokter onderzocht. Dit onderzoek bestond hoofdzakelijk uit vragen stellen, hoe gaat het, heb je pijn en al dat soort gezeik. Meer kon deze dokter ook niet doen want een eventueel onderzoek moest in Overveen gebeuren. Hij maakte het drukverband zelfs niet los want dat zat nog perfekt. Hij stuurde mij naar huis en ik zou gebeld worden als er een afspraak met het Marine Hospitaal te Overveen was gemaakt, wat zeker twee á drie dagen zou duren. Het duurde geloof ik vijf dagen want het weekend kwam er nog tussen.
Toen ik ,via de S.M.D. naar het hospitaal ging had ik behoorlijk last van mijn rug, ik had mij niet direct gedragen zoals mij gezegd was. Ik kon nu eenmaal niet de hele dag of een groot deel daarvan in bed liggen.
Er werden weer allerlei onderzoeken gedaan waaronder foto's. Het resultaat was zo ongeveer hetzelfde als in Canada. De halve ruggewervel was en bleef op straat en ook volgens deze dokter mocht ik van groot geluk spreken dat ik nog aanwezig was en niet in een karrretje zat.
Ik begon met hem over een varende plaatsing te praten en hij vroeg me of ik ook op mijn hoofd gevallen was. Een schip kon ik voorlopig wel vergeten. Ook kon er nog weinig over een behandeling gezegd worden.De voorlopige behandeling bestond uit medicijnen en de aanzegging dat ik mijn gemak moest houden.
Ik werd voor revalidatie op de S.M.D. geplaatst en nu voelde ik mij dus wel een kneus en á sociaal figuur.
De enige bekende die ik daar tegenkwam was Huub Frencke. Wij hadden samen in de kwartiermeester opleiding gezeten. De reden dat Huub daar zat was totaal anders als die van mij. Huub sprak daar zelf heel duidelijk over maar ik herhaal het hier niet.
Voor de rest heb ik alleen kennis gemaakt met de chef der Equipage, een schipper die ik nog nooit gezien had en ook nooit iets over gehoord. Dit kon goed of slecht zijn. Meestal kende je de mensen van je eigen dienstvak wel. Deze schipper was wel een goeie vent.hij liet je met rust onder de voorwaarde dat je hem ook niet lastig viel.
Vanwege mijn mankement liep ik geen wacht ik was dus alleen overdag aanwezig want ik was walplaatser.
De rest van de “bemanning” was een samenraapsel van ik weet niet wat. Had er niet graag mee aan boord van een schip gezeten met slecht weer.
Ik was er al heel gauw van overtuigd dat ik hier zo gauw mogelijk vandaan moest. Het enige zinvolle wat ik daar heb gedaan was het maken van een grenenhouten eettafel voor thuis. Deze tafel heeft het nog jarenlang volgehouden.
Er was telefoon voor mij. Ik vroeg wat is het een vrouw of een vent, het w3as een vent. Als het Tiny was kon het alleen maar heel slecht of goed nieuws zijn. Voor geouwehoer zou ze mij nooit bellen in scheepstijd, dit hadden we afgesproken. Het was een vent die belde. Ik meldde mij en “de vent” zei kwartiermeester je spreekt met Timmer van de afdeling comptabiliteit van de marine in den Haag. Ik wist nauwelijks de betekenis van het woord comptabiliteit maar zonder dat ik iets vroeg zei hij, dat zijn die lui die over jouw centen gaan. Jij kent mij of in ieder geval ik ken jou. Ik ben degeen die de boete moest regelen die jij en je maat Bill Verhagen moesten betalen voor het te water laten van een jacht in La Spezia , Italie. Dit was nog niet zo lang geleden en mijn naam kwam hem bekend voor ook al omdat hij en zijn collegas het een mooi verhaal hadden gevonden.
Ik mocht de heer Timmer meteen, het was niet het proto type van een ambtenaar. Ik denk dat hij al lange tijd in marine verband werkte, dat had hem menselijker gemaakt maar nog meer, het had hem inzicht gegeven in dingen die misschien iets buiten het normale vielen.
Wel begon ik nattigheid te voelen want ik wist zeker dat hij mij niet belde vanwege La Spezia en dat vertelde ik hem dan ook. Hij zei, inderdaad misschien zit je weer in de moeilijkheden want de Raad van Kinderbescherming in Alkmaar wil dat wij beslag leggen op je salaris.
De reden dat zij dit wilden komt was nogal ingewikkeld maar kwam in het kort neer op het volgende maar eerst wil ik even vertellen dat het een heel onwaarschijnlijk verhaal is maar voor 100 % waar.
Volgens hen, de raad, had ik toen mijn dochtertje Wilma overleed de alimentatie voor dat kind gestopt, iets waar zij niets tegen konden doen maar toch probeerden. Volgens hen had ik, toen ik de alimentatie stopte beloofd dat ik een dubbele alimentatie voor het jongste kind, Daphne zou betalen.
De vraag van de heer Timmer was, heb jij zoiets aan iemand beloofd en dat waar anderen bij stonden? Ik zei nee, om de verdommenis niet Hij weer, kan ik hier op vertrouwen, volledig, en ik bevestigde hem dat hij dat kon waarop hij mij vertelde dat ik dan gerust kon zijn, hij ging geen loonbeslag leggen en zou dat de raad meedelen. Als ze niet met waterdichte bewijzen kwamen dan konden ze de pot op.
Hij ging nog iets verder door te zeggen dat wanneer zij niet die bewijzen op tafel konden leggen ik een beklag zou in kunnen dienen.
Toen ik thuis kwam vertelde ik mijn vrouw over het voorval en ook dat ik erover dacht om naar Alkmaar te gaan. Dit vond ze een goed idee en vroeg of ze mee kon. Natuurlijk kon dat en de volgende morgen vroeg ik aan de schipper of ik een dag vrij kon nemen. Hij had iets van het telefoon gesprek op gevangen en was het er meteen mee eens.
Ik ben altijd van mening geweest dat je dit soort dingen meteen moest afhandelen en wel persoonlijk, niet per telefoon of per brief.
Een van de daarop volgende dagen gingen we zonder afspraak te hebben gemaakt. Je moest die lui zeker niet van te voren inlichten dat je kwam.
Tiny zette mij af voor de deur van de RvK . We spraken af elkaar over een uur te ontmoeten in de e.o.a. koffie tent. Dacht niet meer als een uur nodig te hebben.
Gelijk met mij stapte er nog iemand naar binnen en aan hem vroeg ik waar ik de direkteur kon vinden. Hij maakte zich bekend als de direkteur maar vroeg of ik me voor de goede gang van zaken eerst even bij zijn adjudant wilde melden en wees me de kamer waar deze zat. Het was zelfde kamer waar ik een tijdje eerder was geweest en ook de adjudant was dezelfde waar ik eerder ruzie mee had.
Ik moest wachten vond hij maar dat vond ik niet en ging aan zijn bureau zitten. Zag aan zijn bakkes dat hem dat helemaal niet aanstond maar hij had wel door dat ik mij daar weinig voor interesseerde.
Terwijl ik zat te wachten zag ik op zijn bureau een brief liggen van Comptabiliteit den Haag en even later ook mijn naam. Ik kon niet alles lezen maar het meest belangrijke was dat ik zag dat er geen loonbeslag gelegd zou worden vóór de RvK. Met bewijzen kwam. Ondertekend door de heer Timmer.
Ik had genoeg gezien en vertelde hem dat ik geen tijd had om nog langer te wachten. Hij had mij ook herkend en vroeg waarvoor ik nu weer kwam. Ik wees op de brief en zei, hier kom ik voor en dat weet jij heel goed.
Het is niet mijn gewoonte om onbeschoft te zijn maar bepaalde figuren provoceren een dergelijk optreden,bovendien sprak hij tegen een van Hare Majesteits kwartiermeesters en hij als grote nul moest dat respecteren vond ik.
Volgens hem had ik de brief niet mogen lezen, ik had daar geen zaken mee. Ik zei hem dat hij dergelijke brieven niet moest rond laten slingeren en dat ik zo ongeveer de enige was die er wel degelijk zaken mee had. Ik vroeg hem aan wie ik beloofd had dat ik de alimentatie aan een van de kinderen zou verdubbelen.
Dit had ik beloofd aan de direkteur. Ik zei o.k. maar roep de direkteur dan even of nog beter we gaan samen even naar hen toe. Dit kon niet want de direkteur was niet aanwezig. Toen ik hem vertelde dat ik ongeveer 10 minuten geleden met deze man was binnen gekomen begon hij een beetje te transpireren, ofwel hij begon de moord te steken in zijn leugens.
Ik ging naar de hut van de grote baas. Had nog wel het fatsoen om aan te kloppen voor ik binnen ging.
Vertelde hem waarvoor ik bij hem kwam en hij belde zijn adjudant. Toen deze binnen kwam werd hem gevraagd hoe het mogelijk was dat ik zo maar bij hem binnen had kunnen lopen. Ik antwoordde voor de adjudant dat hij mij niet had tegen kunnen houden ook al had hij gewild. Met mijn opgefokte rug wist ik overigens niet of ik wel tot dergelijke dingen in staat was geweest.
Ik begon er een beetje strontziek van te worden en zei de direkteur dat ik een antwoord wenste op maar een vraag en die was aan wie had ik de belofte gedaan dat ik de alimentatie aan een van de kinderen zou verhogen. De baas las de bewuste brief door, of deed alsof en vroeg aan de adjudant wie de brief had opgesteld en deze antwoordde, dat heb ik gedaan. Hier geloofde ik geen ene flikker van maar de adjudant had geen andere mogelijkheid want misschien had hij anders de zak gehad.
Ook hier werd dus de “zwarte Piet” gehanteerd.
De direkteur zou de zaak bestuderen en ik hoorde er wel van. Ik vertelde hem dat ik het hier zeker niet mee eens was en dat ik nu een antwoord wilde op mijn vraag aan wie ik de belofte gedaan had en dat dat alleen maar aan een van hen beiden had kunnen zijn. Ook vertelde ik hem dat mij aangeraden was om , afhankelijk van het antwoord, er over moest denken om een beklag in te dien. Dit was een leugentje maar nu iedereen, iedereen zat te besodemieteren kon ik het spelletje best een beetje mee spelen.
De adjudant kreeg opdracht om de heer Timmer in te lichten de zaak te seponeren en ik kon het niet laten maar ik vroeg de direkteur om dat op papier te zetten door hem ondertekend.
Tiny en ik hebben er een gezellig dagje uit van gemaakt en we waren blij dat we op de terugweg naar Rotterdam niet aangehouden zijn door de politie.
De volgende dag belde de heer Timmer mij om te vertellen dat de zaak was afgedaan en dat ik er nog een schrijven over zou ontvangen wat ik ook inderdaad ontving en nog steeds moet hebben maar ik ga er niet naar zoeken!!
Als de heer Timmer een bakskind van mij zou zijn geweest dan had ik hem een ereplaats gegeven in de zoutwaterhoek.

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu