HrMs de Ruyter.34 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.34

WILLEM GELENS 5

Overgeplaatst Soemba  

We begonnen er meer en meer over te denken om te verhuizen en wel naar den Helder want het zat er heel dik in dat ik niet lang meer op de S.M.D. geplaatst zou blijven Het had me al te lang geduurd en ook het inwonen had mij te lang geduurd, véél te lang
Misschien was het goed bedoeld maar ik vond dat mijn schoonmoeder of zoals Henk Jan haar noemde, Oma zich te veel met dingen ging bemoeien waar ze geen flikker mee te maken had. Ik vond dat niet prettig maar voor mijn vrouw en Henk Jan was het dit ook niet. Ook de ruimte waarover we beschikten was niet bepaald om over naar huis te schrijven. Ik was vast besloten, ik moest weg, kon geen adem meer halen. We werden het eensDe volgende dag belde ik de woningstichting in den Helder en zij beloofden zo snel mogelijk terug te bellen. Dit was inderdaad al na een paar dagen er zou binnen arfzienbare tijd een huis vrijkomen en als we wilden konden we het spul gaan bekijken. Vroeg de schipper of ik een dag vrij kon nemen. Dit was geen bezwaar. De schipper zag geloof ik het liefst iedereen vertrekken dan had hij rust. In den Helder aangekomen haalden we de sleutel van het bewuste huis in de Fregatstraat . Het was een flat op de boven verdieping en het stond ons meteen aan. Was, zeker voor onze begrippen, ruim en in gedachten was ik al aan het verbouwen. We hebben nog een paar huizen bekeken maar waren al min of meer besloten. Op woningstichting werd ons verteld dat we er binnen twee weken in konden. Dit was wat ons betrof in orde we hadden toch nagenoeg niets te verhuizen. We gingen meteen de Helder in om de meest belangrijke dingen aan te schaffen waaronder vloer bedekking die ik er een paar dagen voor we erin trokken in legde. Alles was voor elkaar op de dag dat we er in konden en we waren er erg blij mee. Oma liep al met boze plannen rond, ze wilde eventueel wel bij ons intrekken. Daar heb ik toen de botte bijl in moeten zetten en om het compleet te maken heb ik meteen tussen de derde slaapkamer, die over was, en de woonkamer de kastenwand uitgebroken en bij Henk Jan op de slaapkamer geplaatst. Oma kon nog wel bij ons komen maar alleen maar tijdelijk want we hadden ruimte gebr Zij bleef dus in Rotterdam wonen.
Ik was weer boordplaatser geworden. Dit zou geen groot bezwaar zijn als dit aan boord van een schip was geweest maar op de S.M.D. Leiden was het voor mij ondenkbaar en ik vroeg dus overplaatsing. Deze overplaatsing werd toegestaan maar het moest wel naar een walplaatsing zijn, ik werd in geen geval naar een schip geplaatst, moest nog wachten.
Ik werd tot mijn diepe ellende geplaatst op de mijnen dienst maar dat duurde gelukkig één dag. De volgende dag ging ik door naar den Oever, naar Hr.Ms. schip “ De Soemba” Dit was ook erg maar iets minder als de mijnen dienst.
Een prettige bijkomstigheid was dat ik er enkele “goeie” ouwe kennissen tegen zou komen, tenminste dat was wat ik dacht.
De walplaatsers gingen naar den Oever en vandaar naar huis in de “walplaatsers bus” de haltes waren over heel den Helder verspreid en de mensen die in nieuw de Helder woonden waaronder ik waren de gelukkigen die het laatste instapten en het eerste eruit hetgeen bij het Falga centrum was.
Deze bus was zo ongeveer het ergste wat mij kon overkomen. De indeling was strikt volgens het rangen en standen systeem. Voorin zat de commandant De Bree . Deze klootzak presteerde het haast iedere avond om tenminste een kwartier te laat in de bus te komen. Dit tekende zijn minachting tegenover het gajes waar hij mee moest reizen. Ook Ltz.2 van vakdiensten Sam van Berkel zat voorin de bus maar toch niet naast de Bree en ik had altijd het idee dat hij dat zelf niet wilde maar liever achterin was gaan zitten. Vervolgens kwamen dan de “schandknaapjes” van zijne heiligheid de Bree. Dezen zaten onder alle rangen en standen. Dit waren zij die of met een aktetas of zelfs een attache koffertje liepen. Zij schreven “duiktechnische” boeken en hadden deze boeken in tas of koffertje samen met een lunchpakketje of een appel of peer. Wat ze allemaal, zonder uitzondering hadden was een uitgestreken smoelwerk, zonder een greintje humor.
Als je 's morgens in de bus stapte deed er niemand zijn bakkes open.
Ik begon de vloot steeds meer te missen.
Toen ik inrouleerde kreeg ik te horen dat ik mij moest voorbereiden om les te geven aan een klas herhaling die binnen een paar dagen zouden komen. Het feest zou beginnen met een paar dagen theoretische lessen. Ik wist absoluut niet hoe en waar ik me op voor moest bereiden. Hoe konden ze mij in vredesnaam als instructeur aanstellen, Ik was nu eenmaal niet geschikt om een paar uur over een neusklem of seinlijn te staan zeiken.
Al meteen de eerste dag bracht redding en wel op een manier waar ik nooit aan gedacht had.
Onder de mensen in de herhaling zaten veel oude kennissen en maten dus begonnen we over de “goeie ouwe tijd” te lullen en ik begon zelfs het instructeur spelen best gezellig te vinden en toen, kwam ltz.” Halfgod” de Bree binnen. Ik zat, zoals ik echte instructeurs wel eens had zien doen, met mijn kont op de hoek van een tafel.. De Bree zag er overigens best lief uit, hij leek op een kerstboom die binnen kwam, hij gaf geloof ik zelfs licht maar daar ben ik niet helemaal zeker van. Hij had een stoere houding op zijn gezicht waarop hij ook nog een welwillende houding wilde leggen hetgeen hem niet lukte. Hij was eenvoudig niet welwillend. Zijn houding was arrogant en neerbuigend en dit was zijn enige echte houding.
Hij bekeek de zaak, draaide zich om en liep weer weg
Na de theorieles moest ik op het kantoor komen waar mij werd aangezegd dat ik geen instructeur meer was. De reden hiervoor was, ik had de “klas” niet in de houding gezet toen onze lieve Heer binnen kwam en dit werd ,ook door de schandknaapjes, als een zeer onmilitaire en onbeschofte houding gezien. Wat was ik blij dat zelfs zonder opzet het onmilitaire en onbeschofte in mij boven kwam als ik dergelijk gespuis zag. Ik zou voor b.v. een van de echte commandanten Stichel of Teer met plezier de hele klas in de houding zetten en daarbij nog het schone lied “Zorg dat je er bij komt” hebben laten zingen.
Ik werd tewerk gezet op een van de duikvlotjes, moest de herhaling laten duiken. Ik kreeg twee mensen als assistent die de hele dag druk waren met het maken van koffie en allerlei versnaperingen zoals peuken worst e.d. De mensen van de herhaling liet ik zichzelf aan en uit kleden want dit was volgens mij een belangrijk onderdeel van het geheel.Zo ongeveer het enige bezoek wat we op het vlotje kregen was Sam van Berkel, de vakofficier bij de gratie Gods. Dit was de enige want het begon kouder te worden en velen hielden hun winterslaap of zaten moeilijke technische problemen op te lossen die verband hielden met het duiken. Er waren vele dingen die konden worden verbeterd vonden zij.
De dag voordat de herhaling was afgelopen gaven deze mensen een feest bij Zomerdijk en ze vroegen mij of ik ook wilde komen, iets waar ik meteen in toe stemde. Ik vertelde mijn vrouw dat ik de bewuste avond niet thuis zou komen en vertelde haar waarom. Zij was het er volkomen mee eens alleen vroeg ze mij wel om geen moeilijkheden te zoeken.
In dit geval hoefde ze daar niet over in te zitten en het is ook niet zover gekomen.. Het was een gezellige avond en we werden ergens in de nacht de tent uitgegooid. De volgende dag ging het spul van boord na afscheid te hebben genomen van enkele mensen waaronder Lt.. van Berkel. Op het kantoor namen ze geen afscheid, daar vertelden ze alleen dat ze weggingen.
Ik werd “Chef Duikbedrijf” op het duik vlot. Ik vertelde al eerder dat het kouder werd. De twee mensen die mij eerder hadden geholpen bij de herhaling bleven mijn assistenten.
We pakten de hele zaak over naar het laatste duikvlot want hier kon men ons niet zien vanuit het kantoor of ze moesten de deur uitkomen en dat was iets wat ze verdomden want het was te koud buiten
Wat hadden we een rust op het vlot. Nog steeds de enige oploper was Sam van Berkel en die was welkom. Hij deelde mee in onze peuken worst, gehaktballen enz.
Meteen na baksgewijs, waar ik niet heenging en ook mijn assistenten niet want zij moesten het vlot klaarmaken om te laten duiken en ik moest het lijstje met namen halen op het kantoor met de namen van hen die die dag kwamen duiken Het was fijn om van te voren te weten wie er wanneer kwam duiken. Voor bepaalde personen werden pakken die lekten gereserveerd. We hadden jammer genoeg niet genoeg lekke pakken maar daar was altijd wel iets aan te doen. Figuren als De Bree, Woudstra, Bas de koning en Boshamer hebben nooit beter geweten dan dat alle pakken lekten en in de maintenance hadden ze het druk met het steeds weer plakken van de lekke pakken.
's Avonds diende ik het lijstje weer in, nu aangevuld met de minuten die iedereen gedoken had. Voor mensen die je mocht schreef je teveel minuten ofwel, je ronde af sterk naar boven. Dit was normaal gebruik. Ik deed het ook voor de lui waar ik de schurft aan had. Eenmaal kwam er een officier naar me toe en zei, Willem ik geloof dat je teveel minuten voor mij geschreven hebt en ik vertelde hem dat ik mij dan vergist had en het wel even recht zou zetten. Dit was niet nodig, hij zou het zelf wel even doen. Toen ik later het duikboek bekeek bleek dat hij het was vergeten.
Nu had ik ze allemaal in de tang allemaal, en liet dat, tussen neus en lippen door aan hen weten. Ik had mij veilig gesteld.
Dit dagelijkse ritueel van duiken noemde men routineduiken. Dit routineduiken hield in dat de meer geroutineerden zich naar de bodem lieten zakken daar een beetje overdruk in het pak lieten lopen en opdreven tot ze tegen de onderkant van het vlot “kleefden”. Dit werd alleen gedaan als het niet koud was. Was het koud dan liet je je op de bodem
zakken en kroop zover mogelijk de blubber en de stront in, vooral met de handen om niet te bevriezen.
                                 
                                

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu