HrMs de Ruyter.36 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.36

WILLEM GELENS 5

DE MUD BOOT (DE "VRIJHEID")                                          

Weet niet meer door wie ik afgelost werd op het duikvlot maar mijn zegen had ie.
Ik nam een van mijn twee adjudanten mee naar de mud boot, de machinist. Ook hij was erg blij met zijn nieuwe taak als hoofd macinekamer
Als hij de beide motoren (zijn kinderen) startte stond hij te genieten van het gebulder. Het was inderdaad een prachtig geluid.Ik geloof dat het vanwege de kou was dat zo af en toe de motoren het verdomden maar daar had hij iets op, hij spoot ether in de inlaten en de zaak draaide. Ik geloof niet dat het erg goed was want de motoren bulderden nog meer als anders. Hij gaf dit toe maar zei dat het niet veel kwaad kon en daar wilde ik graag in geloven want ik wilde zoveel mogelijk weg.Ik hoefde me daar geen zorgen over te maken want hij deed er alles aan om de zaak draaiende te houden.
Onze eerste werk was er voor zorgen dat we koffie konden zetten en ook daar zorgde mijn HMK voor. Waar hij de spullen vandaan jatte wist ik niet maar hij kreeg het voor elkaar. De koffie en allerlei etenswaren in blik organiseerde ik en ook dat gaf geen moeilijkheden. Na een dag of drie waren we " self supporting"
Het bier zorgde ik voor, ik kreeg meer per duikminuut uitbetaald en ook zorgde ik ervoor dat het terug betaald werd. Niet door mijn HMK maar door de oplopers.. Toen het bij enkelen bekend was dat ik bier aan boord had kreeg ik oplopers die ik normaal gesproken zelden zag. Toen zij erachter kwamen dat ze het bier zelf moesten betalen was ik gauw weer van hen verlost op een paar na.
Het hele spul, bier en vreterij werd opgeborgen in de vulling onder de banken waar de machinist sloten op maakte, alleen wij konden er bij.
Het volgende wat opgtuigd werd was de radio die we mee hadden gekregen van het duikbedrijf in den Helder.
Ik werd naar buiten gestuurd om de radio te testen. Boshamer had zichzelf uit geroepen tot wal kapitein o.i.d.en hing om de vijf minuten aan het kreng. Hij vroeg en vertelde de meest onzinnige dingen. Vaak beantwoorde de machinist de oproepen van Boshamer. Hij wist hoe ik over de radio dacht en gaf toen Boshamer weer opriep ten anrwoord, waarom steek je dat ding niet in je reet.   Toen we binnen kwamen riep Boshamer mij in zijn "Radiohut" en vroeg me er iets aan te doen dat mijn "bemanning" zich normaal zou gedragen.                                           Waar haalde hij het vandaan. Ik was er al heel gauw achter dat er aan de radio gesleuteld moest worden. Ik vroeg aan de monteur van de Soemba of hij er niet voor kon zorgen dat ,op bevel, de radio niet meer werkte of zwaar storing had. Dat kon met een paar eenvoudige handgrepen. Door het verwisselen van een paar draadjes had je storing en door iets te doen met een ander draadje op een onopvallende plaats deed de radio helemaal niets mee.
Dit gerotzooi moest wel zodanig gebeuren dat wanneer nodig ik de zaak binnen de kortst mogelijke tijd weer bij kon zetten.
Het kwam allemaal piekfijn voor elkaar en de monteur en mijn HMK hadden 's avonds een stuk in hun kont op mijn kosten.PROOST!
Ik kreeg opdracht om een ploeg mariniers op te halen van Texel. Dit waren mensen die in de kikvors opleiding kwamen.Ik moest ze om zeven uur in de morgen oppikken. Om zo heel vroeg in het aarde donker over het wad te varen had ik geen zin in en ik besloot om de dag ervoor na het middagschaften te vertrekken.
We hadden nu een geldige reden om nog meer etenswaren in te slaan voor de "lange reis" Dit deden we dan ook. Ik vroeg tevens iets voor de ploeg mariniers voor het geval we pech zouden krijgen en de nacht aan boord moesten blijven.
Voor het vertrek maakte ik de radio weer in orde want we moesten contact op kunnen nemen met de mariniers op Texel. Die ging allemaal erg officieel met gebruikmaking van oproepnummers en dergelijk gezeik.
Ik kreeg een pluim van Boshamer omdat ik steeds weer kans zag om de radio weer aan de praat te krijgen


waarop mijn HMK tegen hem zei, je moest een weten hoeveel werk hem dat kost.
De reis naar Texel verliep rustig maar wel koud. Toen we binnen liepen kreeg ik meteen op mijn flikker van een kapitein dat ik veel te vroeg was en wat daarvan de reden was. Ik vertelde hem dat ik geen zin had om 's morgens zo vroeg en in het donker te vertrekken als het niet persé nodig was
Het antwoord stond hem niet aan en hij zei dat een keer vroeg opstaan helemaal niet erg was.Ik vroeg hem of hij wel eens zeewacht had gelopen en hij zei, nee waarom.Ik antwoorde hem dat ik heel vaak zeewacht had gelopen en gewend was om vroeg en op de meest rare tijden op te staan.
Ik zag aan zijn smoel dat ik beter mijn kop kon houden.
's Avonds met het schaften begon de ellende pas goed. De provoost wilde ons niet binnen laten op de manier zoals wij gekleed waren. Dit zou ik volledig hebben geaccepteerd als hij eerst de reden gevraagd had waaróm we zo gekleed waren..Je kon op een mud boot nu eenmaal niet in je zondagse pak werken.
Toen hoorde ik plotseling, moeilijkheden Willem? Ik keek om en daar stond Ben Schierboom, korporaal van de mariniers, een heel bekend figuur destijds op de Soemba.Ik legde hem uit wat er aan de hand was
Ben beloofde de provoost dat hij hem zijn nek zou breken als hij ons niet meteen te eten gaf Later legde hij uit aan de provoost wie wij waren en wat we kwamen doen en deze bood min of meer zijn excuus aan.
Ben nodigde ons uit om na het schaften mee te gaan naar het korporaals verblijf om een biertje te drinken maar ik zei hem, Ben dan krijgen we weer gesodemieter vanwege onze kleding en omdat mijn HMK geen korporaal is. De kleding ging de rest geen flikker aan en dat de machinist geen korporaal was konden ze vanwege dezelfde kleding ook niet zien en hij werd dan ook ter plaatse bevorderd tot korporaal.
Wel moest hij niet vergeten om ons Ben en Willem te noemen.
Ben maakte duidelijk de dienst uit in het korporaals verblijf en hij gaf toestemming om ons bier aan te bieden. Ik kende Ben al lang, hij was denk ik de eerste marinier die op den Oever geplaatst was. Ik wist ook dat voor velen een wens van Ben eigenlijk een order was. Deze orders werden opgevold en we gingen dan ook met een half stuk in ons kont de tent uit.
Ben was zonder twijfel de meest onmilitaire marinier die ik ooit meegemaakt heb maar ook was hij keihard als het nodig was . Iedereen mocht hem graag en die hem niet mochten waren bang voor hem of deugden niet.
's Nachts sliepen wij, het HMK en ik aan boord van de “Vrijheid” We hebben geen oog dicht gedaan van de kou en waren blij dat de mariniers onder leiding van Ben aan boord kwamen Hij werd de instructeur van deze ploeg en ik had een beetje medelijden met ze.
Ben maakte er een complete vertoning van. Hij liet de mensen aantreden en kwam ze model bij mij melden. Ik schrok mij te barsten van de herrie die hij daarbij maakte. Ik weet nu nog niet of Ben deze opvoering gaf als een geintje of dat het hem ernst was. Dit laatste was heel goed mogelijk want uiteindelijk was Ben natuurlijk marinier.
Ik zou nog heel veel met deze mariniers te maken krijgen. Zij zouden nog heel veel afgeknepen worden en weinig met weekend gaan.
Ik had de eerste wacht als onderofficier v.d. Wacht. De mariniers hadden een oefenig, de blauwen tegen de roden. Natuurlijk waren de rode de vijand en zij moesten de Soemba veroveren die door de blauwen verdedigd werd. Deze oefening stond onder leiding van de kapitein van de mariniers waarvan de naam , als ik mij niet vergis, Rudolfie was.. Voor deze was het een gemakkelijke oefening. Hij kon in de longroom blijven zitten met rondom zich heen de flessen drank en moest gewaarschuwd worden als er iets aan de hand was.
Na een tijd werd een “rode” de vijand gevangen genomen en aan boord gebracht Hij werd vastgebonden aan het dekhuis vlakbij waar ik stond. Ik zat op de eerste rang wat later gelukkig bleek te zijn voor de gevangen genomen rode strijder.De kapitein werd gewaarschuwd en kwam aan dek . Er was duidelijk te zien welke strategie hij voerde, hij verzoop zijn “oorlogs” leed wat je hem niet kwalijk kon nemen maar hij ging te ver, veel te ver, zo zag ik het tenminste en ik was niet de enige.
De kapitein begon de gevangene te ondervragen maar als goed marinier deed deze zijn kop niet open. Dit ging zo een tijdje door tot de kapitein een detonator met een stuk vuurkoord eraan uit zijn zak haalde en dit bij de vijand in zijn oor stopte met de woorden, als je niet praat steek ik het vuurkoord aan. Ik geloofde niet dat hij meende wat hij zei maar het was wel degelijk gemeend. Hij stak het vuurkoord aan. Ik stond er een paar meter vandaan en kon op tijd de detonator uit de vent z'n oor trekken.
Het was intussen een hele oploop geworden want iedereen had gehoord wat er gaande was.
Gelukkig viel het ook deze mensen op dat de kapitein half of meer bezopen was.
Ik gooide de detonator met vuurkoord over boord en het zootje klapte nog voor het goed en wel te water lag. Een beetje realistische oefening is niets kwaads van te zeggen maar dit was toch wel heel veel te ver gegaan.
De kapitein kon van verbazing even niets zeggen maar toen barste hij los , hoe ik het als kwartiermeester in mijn ziekelijke hoofd haalde om zich met zijn zaken te bemoeien.. Ik vertelde hem dat ik, als onderofficier v.d. Wacht alles met deze zaak te maken had en dat het mijn taak o.a. was om ongeregeldheden en idioterieen te voorkomen. Ik begreep wel dat ik zwaar geschut moest gebruiken en zei hem dat mijn hoofd minder ziekelijk was als het zijne en de reden daarvan was dat hij teveel gezopen had en niet meer capabel was om een dergelijke oefening te leiden. Hij kwam met wat ik verwachte, ben jij een of andere dokter dat je kunt beoordelen of ik bezopen ben. Ik zei hem dat ik het misschien beter kon beoordelen als een dokter omdat ik zelf vaak genoeg bezopen was geweest en nog veel meer bezopen lui had meegemaakt. Ik wist precies hoe dezen er uitzagen.
Natuurlijk kwam hij toen met waar ik op stond te wachten, ik rapporteer jou waarop ik hem vertelde dat hij dit zeker moest doen en voor het geval hij het vergat ikzelf  naar de “ouwe” zou stappen zodra deze aan boord stapte de volgende dag.
Intussen stond de vijand nog steeds vastgebonden maar aan zijn gezicht was te zien dat hij toch wel blij was dat ik tussenbeide gekomen was. Het was voorbarig van mij om te denken dat de zaak over was . De kloten kapitein, nu door de opwinding helemaal dronken, haalde nog een detonator uit zijn zak en gaf die aan een korporaal van de mariniers die ook in de kikvors opleiding zat met de opdracht om het hele spelletje overnieuw te beginnen. Hij zelf deed het niet voor een tweede keer. De korporaal maakte aanstalten om inderdaad de detonator in het oor van de vijand te steken maar ik vertelde hem om er zelfs niet over te denken om het te doen want dan zou ik hem meteen opsluiten, iets wat ik zeker gedaan zou hebben. De kapitein verbood ik, in mijn taak als onderofficier v.d.wacht om nog verder te gaan. Er waren nu meer als genoeg mensen die desnoods onder ede hadden getuigd dat de kapitein bezopen was.
Ik wist zelf niet meer zo goed of ik mij hier nog uit zou kunnen redden maar dat interesseerde op dit moment weinig. Toen kreeg ik hulp, hoognodige hulp in de vorm van Ltz. Sam van Berkel die officier van de wacht was. Hij was ingelicht door de hofmeester die ook een van de toeschouwers was.
Hij vroeg mij wat er aan de hand was en ik vertelde hem het hele gebeuren. De kapitein begon de jovele jonge uit te hangen bij Sam maar hij wist niet dat hij aan het totaal verkeerde adres was. Sam vertelde hem dat uit wat hij hoorde kon opmaken dat ik als onderofficier v.d. Wacht volledig in mijn in mijn recht stond om te doen wat ik gedaan had en dat hij mij ook niet moest behandelen als een marinier en dat zeker niet als een marinier in opleiding. De kapitein voelde aan dat hij de mist inging. De korporaal stond nog steeds met de detonator in zijn handen  die
ik pakte en vroeg hem of hij daar bezwaar tegen maakte. Ik stak het zootje aan en het duurde geen twee minuten voor de detonator klapte.Ik vroeg de korporaal of hij besefte waar hij mee bezig was geweest waarop zijn antwoord was, ik voerde een order uit van een meerdere, de grote klootzak.
Na een babbeltje met Sam van Berkel besloten we dat hij de volgende morgen de ouwe zou inlichten want, zoals hij zei, ik zou waarschijnlijk te veel zeggen en de ouwe (de Bree) wacht op een gelegenheid om jou je nek om te draaien.
Hoe het de volgende dag afliep bij de ouwe weet ik niet maar er is geen actie tegen mij ondernomen . Ook werd het gebruik van springstoffen tijdens oefeningen verboden
Ik ben er van overtuigd dat ik het aan Ltz. Van Berkel te danken had dat ik er zo vanaf kwam.

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu