HrMs de Ruyter.37 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.37

WILLEM GELENS 5

DE VRIJHEID                                                        

Deze naam had ik aan mijn "schip" gegeven. Heb Hr. Ms. uitgenodigd om de Vrijheid te dopen maar dat kon niet doorgaan want haar man Ben had alle champagne opgezopen. Wel vroeg ze of ik een tijdje geduld wilde hebben tot ze weer op St Maarten geweest waren om accijns vrije drank te kopen maar daar wilde ik niet op wachten.
In het begin was ik niog steeds seinmeester bij het routine duiken want het was erg koud buiten. Deze kou verkoos ik boven alle gezeik waar mijn collegas zich mee bezig hielden en zij waren mij daar dankbaar voor.
Wel werkte ik er steeds meer naar toe dat we vaker met de "vrijheid" naar buiten konden en dat lukte redelijk. Dit was of als beurtschipper naar den Helder en Texel of met de mariniers uit de kikvors opleiding.
Als we weg wilden en/of dorst dan bedacht Ben Schierboom een oefening hetheen meestal inhield dat we met deze jongen het wad opgingen waar ze overboord gezet werden en terug naar binnen moesten zwemmen.
De mariniers dachten er niet over om zich aan land te laten drijven en terug te liften naar de Soemba, iets wat wij altijd deden, nee zij zwommen echt, het hele stuk Dit was voor de mariniers heel normaal, wij van de "blauwe marine" en zeker ik hadden het volste respect voor deze mensen. Zij werden dan ook echte kikvorsmannen,
wij waren een stelletje comedianten.
Even tussendoor, Ik weet niet mer of het helemaal klopt wat ik nu ga zeggen en als er mensen zijn die het wel weten dan graag even een berichtje Wat het belangrijke is, ik wil alleen maar aantonen hoe deze mariniers waren. Deze jongens, als ze geslaagd waren voor kikvorsman op de Oever konden in aanmerking komen voor de "groene muts" Hiervoor moesten ze dan in opleiding bij de commando's. Ik geloof dat de meesten van hen daar naar toe gingen.. Als ze warm wilden eten dan moesten ze dit eten opwarmen in hun buitenhelm wat ze ook zonder bezwaar deden, De mariniers waren hier aan gewend lang voor dat de commando's bestonden.
Op een dag zaten ze weer hun hap op te warmen toen er een luitenantje van de commando's langs kwam en het eten van een van de mariniers volschopte met zand. Dit was natuurlijk van geen enkele strategische waarde
en zo dacht de marinier er ook over. Hij gaf de luitenant een klap voor zijn bek met de woorden, van mijn vreten blijf je af en al zijn maten vielen hem bij.
De mariniers werden weggestuurd, het was een onbeschoft zootje. Dit was niet de echte reden, de echte reden was, de commando's konden de mariniers absoluut niets leren . De mariniers waren in alles beter en bovendien veel keiharder als de commando's. Zij waren de echte "Navy Seals" zonder de grote bek die de Amerikanen hebben.
Dit wou ik toch even zeggen.
Terug naar het verhaaltje.
We wisten ongeveer de tijd die de kikkers nodig hadden om binnen te komen en dus de tijd die wij hadden om te pokeren of te eenentwintigen. Dit was altijd de geeikte ploeg Ben Schierboom - Klaas Bierling en ik geloof Theo Bosveld en ikzelf. Ben Schierboom was min of meer hoofd instructeur van de ploeg kikkers en zwom niet mee. Hij moest , volgens zijn zeggen de zaak in de gaten hadden en zwemmende kon hij dat niet doen.We speelden om het bier wat ik aan boord had want de voorraad werd veel te groot, het was niet meer te verbergen. Als alles op was werd er wel om geld gespeeld om een pot op te bouwen voor de toekomst, we mochten in geen geval zonder bier komen. Mijn HMK had altijd gratis bier omdat hij voor onze hapjes zorgde
Het bier kregen we meestal niet op want we konden niet zolang door blijven zuipen dat we na de kikkers binnen kwamen en ook konden niet iedere maal zeggen dat we motor pech hadden.
Als we binnen kwamen met nog een hoop bier aan boord en/of veel dorst dan vroeg ik aan de kikkers, zijn jullie nou moe. Het antwoord was dan nee hoor kwartiermeester het stelde geen kloten voor waarop Ben dan zei, mooi stap maar weer in dan doen we het nog een keer. De jongens stapten zonder ellende te maken weer in want iedereen behalve het kantoor en de officieren wist wat we aan het doen waren n.l. kaarten en zuipen. Zolang we in het gehoor of zicht van de Soemba waren schreeuwden we allerlei onzin door elkaar om het ergens op te laten lijken
Iedereen was tevreden met dit optreden, de jongens uit de opleiding omdat ze iedereen ongestraft konden uit schelden, wijzelf ook omdat het weer gelukt was. Ben gaf aan wie er uitgescholden moest worden. Hij spaarde ons ook niet en dat vond iedereen prachtig Ook het kantoor vond het prachtig want die  zagen een hoop aktiviteit en hoorden een hoop geschreeuw, iets wat het hart van iedere militair open doet gaan. Wat waren het een stelletje klootzakken.
De burgers, dezen scholden ons die de leiding hadden uit omdat we zo “beestachtig” optraden tegen de kikkers Het was een prachtige vertoning en wij allemaal waren zeer geschikt om bij het toneel op te treden. Zolang ik met deze mensen ronddobberde heeft niemand ooit geweten wat er aan de hand was. Ben waarschuwde zijn mensen wanneer de comedie overging in werkelijkheid en zij accepteerden dat volkomen en waren weer de volmaakte marinier.
Is een ons comedie werkelijk meer waard als een kilo verstand/ Ik geloof het niet maar zeker is dat het soms een hoop plezier aan het leven kan geven als een ander het tenminste niet door heeft.
Mijn H.M.K had gratis drinken. Als wij zaten te pokeren en ste zuipen maakte hij allerlei lekkere hapjes klaar uit de gejatte etens voorraden. Ik had hem bevorderd tot chef kok en had daarvoor zelfs een koksmuts bij de sergeant kok georganiseerd. Door deze muts liepen we bijna tegen de lamp want het H.M.K vergat een keer de muts af te zetten toen we binnen liepen. De sergeant kok zag het en vroeg aan mij, Willem hoe komt die stoker van jou aan die muts? Ik zei dat moet je hem vragen want ik weet het niet. Toen hij het aan mijn H.M.K vroeg zei deze, die heb ik opgevist uit het water en als hij van u is krijg je hem natuurlijk terug . De sergeant wilde hem niet terug want het H.M.K gebruikte de muts ook om de motoren schoon te maken.

Ik moest met de kikkers het IJsselmeer op. In Enkhuizen of Medemblik moest een show gegeven worden.
We vertrokken vroeg in de morgen. Het was steenkoud maar ik had goed zicht. De show verliep uitstekend maar dat was te verwachten met deze jongens.
Na de show moest ik met het spul terug naar den Oever want de mensen konden nergens anders slapen. Klaas de Waard lag wel binnen met de Tien maar ook daar was geen ruimte voor de hele ploeg.
We waren nog niet lang op het meer toen het potdicht viel van de mist. Er was mij een kompas beloofd en ik geloof zelfs dat dit ding er al was maar het is nooit geplaatst. (Mogelijk staat het bij iemand thuis). Ik maakte een loodlijn met behulp van een zware sluiting en liet een van de mensen konstant loden. Ik ben er van overtuigd dat wanneer we vast zouden lopen de kikkers de zaak weer vlot konden trekken maar met het vastlopen kon ook de schroef naar de knoppen gaan en dan waren we echt genaaid.
Deze nacht duurde lang, erg lang en was stervens koud. Ik had een van de jongens als uitkijk neer gezet en de rest gezegd dat ze konden gaan slapen waar dat mogelijk was. Op de een of andere manier werd dat geregeld en ze sliepen echt Ben bleef bij mij als gezelschap. We hadden bier in overvloed maar daar hadden we deze maal absoluut geen behoefte aan. Wel dronken we liters koffie en dat hield ons een beetje op de been.
Plotseling gaf de uitkijk een brul en ik dacht dat hij overboord gelazerd was maar nee, hij had een licht gezien. Als uitkijk zag je soms lichten die naderhand niet bestonden maar deze keer was het wél zo. De verrekte mist begon af en toe een beetje op te trekken en toen zag ik ook het licht, recht vooruit. Normaal had ik in mijn broek gepist van blijdschap maar dat ging niet, het zootje was bevroren. Beetje bij beetje zagen we meer lichten en Ben zei, willem dit lijkt niet erg op de lichten van den Oever. Ik had het ook alm gezien maar zei tegen hem, Ben al was dit Moermansk, we gaan naar binnen. Ik had een ouwe kaart van het IJsselmeer aan boord maar kon niet ontdekken waar we waren tot ik het eindelijk zag, ik was het meer dwars over gestoken
en binnen gelopen in Stavoren.
Het was onmogelijk om op dit uur van de nacht iets warms te eten of te drinken te krijgen en ik vroeg mijn chef kok om liters koffie klaar te maken en ook braken we onze rantsoenen aan
Het bleek weer, als we die spullen niet gejat hadden dan hadden we niets te eten of drinken gehad. We waren weer eens zonder lul naar de hoeren gestuurd. De kok maakte met een hoop uien - aardappelen - corned beef en een hoop sambal een hap verkeerd zoals ik het hem geleerd had. Het was heerlijk zo om 5 uur in de morgen en de mariniers waren er dankbaar voor.
Ik vertelde Ben dat we binnen bleven tot de mist helemaal opgetrokken was en dat hij de jongens die nog wilden slapen maar weer plat moest sturen
Het zal om een uur of half acht geweest zijn dat ik weer vertrok. Het was nog steeds erg koud maar gelukkig was het zicht goed. Ik had nu hulp aan de ouwe zeekaart en dit vooral vanwege de aangegeven dieptes en kon grote stukken volle kracht varen. Onder de rook van den Oever werd ik opgeroepen door Boshamer. Deze keer stond ik hem zelf te woord. Hij vroeg waar we zaten
Ik had al eerder Klaas de Waard aan de radio gehad en hem ons verhaal verteld. Hij was er al bang voor geweest vanwege de plotseling opkomende mist en had de “Soemba”, Jan Boshamer dus ingelicht. Met deze wetenschap vroeg ik Boshamer waarom de radio 's nachts of tenminste een gedeelte daar van niet bezet was geweest. Dat kon niet want hij was thuis geweest.
Natuurlijk was hij thuis geweest, de grote klootzak. Ik vertelde hem dat ik hem wel zou spreken als ik binnen was.
Voor we binnen liepen zag ik de mariniers als mieren over elkaar heen kruipen en vroeg aan Ben, wat zijn die aan het doen. Ze waren schoonschip aan het maken en inderdaad het zag er later spic en span uit.
Toen ik vastlegde en van boord stapte samen met Ben werd ik opgewacht door Ltz. Sam van Berkel. Hij had op het kantoor gestaan toen ik radio contact had met Boshamer en vroeg mij om eens precies te vertellen wat er zoal voorgevallen was hetgeen ik deed. Je hoefde voor Sam niets te verzwijgen en dat wilde ik in dit geval niet maar het was ook niet nodig. Hij wist het allemaal wel. Had al dit soort dingen zelf meegemaakt. Ben deed nog een schepje op het vuur en vertelde Sam, als de kok van Willem niet emmers koffie had gemaakt en warm eten dan waren we de moord gestoken. Sam vroeg wat we gegeten hadden en ik vertelde het hem. Hoe kwam je aan de spullen? Die hebben we in de loop der tijd bij elkaar gejat op de Soemba gaf ik ten antwoord. Goed gedaan zei hij en ik had niet anders van je verwacht maar dit is in het vervolg niet meer nodig.
Ik moest met hem mee naar het kantoor maar hij bedacht zich en zei, Ben ga jij ook even mee.
Hij was van plan om iemand door de mangel te halen.
Toen we binnen kwamen zat Boshamer met de radio te kloten hij was in gesprek met Klaas de Waard. Ik hoorde Klaas nog zeggen, ik heb Willem al om een uur of zeven aan de radio gehad
toen jij nog in je vuil lag en Klaas brak af.. Ik kan mij niemand indenken die Boshamer mocht behalve dan de geeikte klootzakken en een stuk of wat officieren die Boshamer inschakelden als ze een paljas nodig hadden
Sam kwam meteen terzake en vroeg Boshamer waarom de radio niet bezet was geweest en of hij niet wist wat er gebeurd was of kon gebeuren. Nee Boshamer wist niets. Sam vroeg hem of hij niet opgeroepen was door Klaas de Waard ja zei Boshamer, tien minuten geleden.  Willem vertelt mij net  dat je gister avond ook contact hebt gehad met Klaas en dat die je vertelde dat Willem in een dichte mist terecht was gekomen.
Oh ja,was het antwoord van Boshamer, dat was ik vergeten. Dit antwoord kon je verwachten van een derde klas maar niet van een bootsman hetgeen Sam hem dan ook vertelde.
Bij dit gesprek waren ook aanwezig o.a. Sergeant machinist Bas de Koning en een korporaal timmerman waarvan ik de naam jammer genoeg kwijt ben , beiden waren van hetzelfde sop overgoten als Boshamer. Om de zaak compleet te maken kwam ook de commandant de Bree binnen. Deze drie waren wel zo verstandig om hun kop dicht te houden.
Ben beaamde alles wat ik vertelde en deze keer besodemieterde ik niemand.
Sam vroeg aan Boshamer of deze wacht liep en deze antwoorde nee omdat hij bij bepaalde    
voorvallen opgeroepen kon worden. Bij de vraag of hetgeen er gebeurd geen bepaald voorval was wist hij het niet zeker. Je moest eigenlijk medelijden met de lul hebben, het was zo'n zielig figuur. Sam passeerde de commandant volledig en zei tegen Boshamer dat waneer een van de vaartuigen buiten was hij, Boshamer op vooraf af gesproken tijden de radio moest bezetten en voor het geval hij daar geen zin in had afgelost zou worden door iemand met meer verantwoordelijks gevoel en een die bepaalde gebeurtenissen van te voren in kon schatten.
Wat ik al eerder schreef, Sam van Berkel was de “onopvallende” baas over al het duikgebeuren en ook de Bree durfde daar niet tegen in te gaan.
Dit alles was in mijn voordeel natuurlijk maar ik moest mij in de toekomst nog meer indekken want ik werd van alle kanten gezocht.

5 December, Sinterklaas
We zouden deze dag bezoek krijgen van familieleden en kinderen daarvan.
Sinterklaas was Kees Vermiert. Toen al het gespuis aan boord was werd Dirk Lont gebeld waar Kees zich omkleedde in het Sinten uniform. Hij zou door de “Tien” aan boord gebracht worden.
Kees en zijn Zwarte Pieten hadden een tijd moeten wachten en toen ze aan boord van de Tien kwamen hadden ze al  zwaar gezopen.. Klaas de waard had mij gevraagd om met hem mee te gaan en dat deed ik. Wij wisten in welke staat Sinterklaas en zijn Pieten zouden verkeren. We hadden grote moeite om ze aan boord te krijgen. Dit werd nog veel moeilijker bij de Soemba.
Het bezoek met het kleine gespuis stonden bij de valreep welkomst liedjes te zingen.
Toen de sint halverwege de valreep was bleef hij staan en tilde zijn jurk op. Wij voelden natuurlijk
aan wat er zou gebeuren en het was zo, de Sint stond vanaf de valreep op de vlotjes te pissen.
Je zag de commandant steeds groener worden van ellende maar de klootzak had het aan zichzelf te danken want ook hij net als Boshamer had moeten inschatten wat er zeer waarschijnlijk zou gebeuren . Kees kon je nu eenmaal niet voor Sinterklaas laten spelen en dan ook nog om laten kleden in de kroeg bij Dirk Lont. Ook was er geen excuus want Kees was welbekend.
Toen hij eindelijk boven was ging het in optocht naar de cantine waar hij de trap op moest en promt over zijn gewaad struikelde en op zijn bek viel. Met een hoop gevloek en getier kwam hij overeind en kwam toch nog in de cantine aan. Hierbij werd hij ondersteund door zijn Pieten die op hun beurt ook weer ondersteund moesten worden want zij waren net zo dronken als de Sint.
Intussen waren de echtgenotes zwaar geshockeerd of deden alsof. De kinderen werden handen voor de ogen gehouden en al dat gezeik meer maar ze bleven wel achter de stoet aanlopen want uiteindelijk waren in de cantine de kadootjes en de vreterij en dat was waarvoor ze hier waren.
De Pieten begonnen met het strooien van pepernoten maar het leek er meer op dat ze inplaats van strooien iedereen dood wilden gooien. De Sint zat onderuitgezakt op zijn troon min of meer te snurken en met een schop voor zijn poten werd hem duidelijk gemaakt dat de cadeaus uitgedeeld moesten worden, Hij gaf een hoop van die dingen tegelijk en de kinderen of hun ouders moesten maar uitzoeken wat voor wie was.
Toen was het de beurt aan de kapitein van de mariniers. De Sint zei, jouw cadeau staat in de maintenance, een zak haver waar je zo gek op bent. Dat geintje over een zak haver werd dagelijks meerdere malen gebezigd als er een marinier in de buurt was maar nu werd het Kees niet in dank afgenomen. Hij werd met een hoop flessen bier van het podium gelokt en de commandant kwam erop om te vertellen dat de Sint plotseling erg ziek geworden was waarop een van de al wat oudere kinderen opmerkte dat hij dacht dat de Sint te veel gedronken had.
Met zoveel wijsheid is deze jongen misschien wel commandant zeemacht geworden. De commandant zeemacht die in latere jaren de marine zou droog leggen.
Hoe het met Kees afgelopen is weet ik niet meer maar waarschijnlijk heeft hij de strafplaatsing gekregen die ik zo graag wilde, n.l op de vloot.
Kees was een fijn mens. Is jammer genoeg veel te vroeg uitgestapt

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu