HrMs de Ruyter.41 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.41

WILLEM GELENS 5

WEER TERUG IN DE OPLEIDING                                                               

Het was nog voor acht uur dat ik de klas binnen kwam. Enkele van mijn collega's zaten al binnen en een paar daarvan keken wel een beetje verbaasd. Zij dachten misschien dat ik wel de opleiding uitgetrapt zou zijn, of zij hoopten het want dat scheelde weer een plaats op de ranglijst.
De eerste les was betonning, een zouteloos onderwerp maar je moest het nu eenmaal weten. Schipper Hagenstein zette al de boeitjes op op twee lange tafels en dan moesten wij er met allerlei bootjes langs varen. Hij behandelde dus twee onderwerpen in een les, de betonning maar ook het Binnen Aanvarings Reglement. Het was goed gedaan want de schipper wist dat het examen voor deze vakken ook op deze manier werd afgenomen. We hebben een hoop profijt gehad van deze manier van les geven.
Ik moest er toch wel goed aan trekken om alles wat ik gemist had weer een beetje in te lopen. Tijdens het roeien waaraan ik dus niet meedeed kreeg ik bijlessen in van alles en ook in het berekenen van krachten. Dit vond ik mooi werk. De rekenmachientjes waren allang uitgevonden maar die mochten we natuurlijk niet gebruiken, net zo min als een reken liniaal. Wij moesten alles op milimeter papier doen met de passer.
's Avonds thuis hielp mijn vrouw mij met alles. Zij overhoorde me en als ik en fout antwoord gaf kreeg ik op mijn lazerij.De lessen die ik gemist had liep ik redelijk snel in ook al omdat ik nu persé goed uit de bus wilde komen.
De tijd van examens kwam ongemerkt dichterbij te komen totdat we er in een keer middenin zaten. We kregen tijdens de theoretische examens allemaal andere vragen dus viel er niets te rotzooien.Ik was plotseling bang dat ik toch teveel had misgelopen en zag er een beetje tegenop.
Elkaar iets vragen was uitgesloten want voor in de klas stonden stonden beide instructeurs en achterin zaten Ltz.Zandhuizen en spr. de Nooier.
Het examen kaartlezen werd afgenomen in het kantoor van de hoofd opleiding door het hoofd zelf en schipper, Jan de Nooier De kaarten stonden in een rek waaruit je een moest pakken. Wat je pakte kon je niet zien want de zeekaarten waren met de rug naar buiten opgerold. Ik pakte een kaart en had pech, het was een Engelse kaart. Het liep goed af. Je wist wanneer het goed ging want dan kon je na korte tijd alweer naar buiten, was het niet goed dan bleven ze dooremmeren.
Dat Jan de Nooier niets vergat bleek bij het examen fluitsignalen. Het was mijn beurt en het begon met een hoop signalen die we wel konden dromen want aan boord gebruikte je toch nog steeds behoorlijk wat signalen.Toen moest ik een kopstuk overfluiten. Als kopstuk deed dienst Ltz.Zandhuizen. Jan de Nooier was officier van de wacht en hij zei tegen me, denk erom we zitten niet meer op de “Rotterdam”, dit kopstuk kent zijn signalen en hij is voor jou op dit moment het meest belangrijke kopstuk.Ook dit ging goed.
Toen ik terugkwam in de klas zat Jan Spiljard de snor van Bartels bij te knippen want de schipper had gezegd dat Zandhuizen de snor van Bartels een walchelijke vertoning vond Of Zandhuizen er ooit iets van gezegd heeft weet ik niet, hij was mans genoeg om zelf iemand de wacht aan te zeggen.
Ik zal niet doorgaan met het opnoemen van alle examens die we moesten doen maar het duurde verscheidene dagen voor we er klaar mee waren.
Het grote moment kwam, de uitslagen werden bekend gemaakt. Dit werd gedaan door Ltz.1 Zandhuizen. We slaagden allemaal en ik, ver boven mijn eigen verwachtingen en ook van vele anderen  slaagde als nummer twee.
Een paar mensen, waaronder ik moesten bij Zandhuizen en Jan de Nooier komen. We werden om de beurt binnen geroepen. Toen ik binnen kwam werd ik gefeliciteerd dat ik zo goed geslaagd was ondanks mijn toch wel lange afwezigheid.
Zandhuizen vertelde me dat ik er wel op moest rekenen dat ik als laatste op de ranglijst kwam om dat ik binnenkort voor de krijgsraad moest komen waar ik, zoals hij dacht, niet zonder kleerscheuren af zou komen. Mijn militaire gedrag kon niet rottiger zijn. De schipper maakte het een beetje goed door te zeggen dat het alleen mijn militaire gedrag betrof. Mijn gedrag aan boord was altijd piekfijn geweest, op een paar miskleunen na, en wat belangrijk was mijn vakmanschap en zeemanschap kon niet beter en dit was iets waar ik inderdaad blij mee was.
Wel jammer dat ze daar voor de krijgsraad geen rekening mee houden.
Zandhuizen ging nog iets verder door te zeggen voor bootsman ben je glansrijk geslaagd hetgeen inhoudt dat ze je op een dag bootsman moeten maken  Verdere bevorderingen zijn z.g. keuze bevorderingen en die hangen helemaal af van je conduite en dan vooral van je gedrag en hoe bepaalde figuren over je denken
Ook zei hij, je hebt in je hele loopbaan bij de marine nogal onmilitaire dingen uitgevreten en ik ben bang dat je zo blijft. Als dit zo is dan kun je er beter vanuit gaan dat dit je laatste bevordering is en dan moet je ook nog oppassen dat je je rustig houdt want anders komt ook nog deze bevordering tot bootsman in gevaar.
Mijn toekomst stond dus al zo'n beetje vast want ik wist dat ik nooit onrecht zou pikken, niet tegenover mijzelf maar ook niet tegenover mensen die van mij afhankelijk waren. Ik was zo zachtjes aan een volwaardig opvolger van oom Piet geworden of ik het nou wilde of niet.
We waren geslaagd maar moesten nog wel een cursus NBCD onderofficier volgen.
Deze cursus hadden de meesten van ons al eerder gehad en dat wel meerdere malen maar nu was er toch iets nieuws bij, de stabiliteit van een schip. Dit was puur theorie en er valt niet veel over te vertellen alleen dat het redelijk lastig was. Ook hier kwam een eind aan.
Toen de overplaatsingen bekend werden was ik net zo lief in de opleiding gebleven.
Ik werd geplaatst op de mijnendienst en vandaar dezelfde dag meteen door naar Hare majesteits goede schip, de verrekte “Soemba”.Op deze plaatsing met al de slijmjurken die er zaten was het voor mij onmogelijk om iets aan de verbetering van mijn conduite te doen ook al zou ik dat willen.
Op dit ogenblik kon iedereen wat mij betrof dood vallen, hardstikke dood vallen.
's Avonds thuis sprak ik er over met mijn vrouw. Ik had al een tijd een plan in mijn hoofd . Dat plan hield in dat ik mijn brevet duiker seinmeester in zou leveren om op die manier voorgoed van de mijnendienst en de Soemba verlost te zijn. Zelfs dat had ik er voor over. Mijn vrouw was het met mij eens. Ik zou nog even afwachten, wie weet zou er iets ten gunste veranderen.
De volgende morgen stonden we weer als vanouds op de “walplaatsersbus” te wachten. Ik kon mij niet indenken dat daar nog steeds het grootste gedeelte van de oude garde stond te wachten met der aktetas met lunchpakket onder de arm. Ze stonken naar mest, dacht ik!
Een  paar vonden het nodig om mij op een overdreven voor te laten gaan toen we de bus instapten met de woorden gaat u maar eerst boots. Ik vertelde hen dat ik nog steeds geen boots was maar hen zou laten merken als ik eenmaal bootsman was geworden. Ik begon het al weer moeilijk te krijgen
De commandant was nieuw, gelukkig. Hij was helemaal nieuw, geen duikofficier en zijn grootste voordeel was, hij kwam zelfs niet van de mijnendienst. Ik kende hem van een van de schepen maar wist niet meer van welke precies. Hij hield er geen maatjes systeem op na zoals het geval was bij de Bree en Woudstra. Deze laatste was nu chef opleiding. Hij was druk met het schrijven van een boek. De titel was geloof ik “Tussen zeesterren en Amphoras”.Hij werd hier bij geholpen door Boshamer (hoe kon het anders) en kwartiermeester  Henk Springer. Zij verzorgden de tekeningen. Henk was een goed tekenaar en toen het boek af was waren ook het grootste deel van de tekeningen van hem. Toen heb ik Henk bijna Boshamer en ook Woudstra voor hun rot kop zien slaan er stond namelijk op de binnenkaft van het boek; geschreven door Ltz.1 Woudstra, geillustreerd door schipper Boshamer Henk kon er helemaal geen ene barst aan doen.
Het boek zelf had ik al jaren daarvoor min of meer gelezen maar toen was het geschreven door een Amerikaan en de titel was anders. Woudstra had het gewoon over geschreven???
Een prettige aanwinst was Ben Coole, sergeant Constabel. Wat hij daar deed weet ik niet maar ik was blij dat hij er was. Had op veel schepen gezeten met hem. Hij liet een frisse wind waaien door het duffe zootje. Een man die een feestje kon bouwen en een mens was voor zijn minderen.
Ik zat nog maar een paar dagen op de Soemba toen het bericht kwam dat ik voor de krijgsraad moest komen en ik zie jullie daar terug.

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu