HrMs de Ruyter.44 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.44

WILLEM GELENS 5

OVERPLAATSING

Een van de eerste dingen die ik deed nadat ik aangesteld was als
bootsman was het indienen van een verzoek voor overplaatsing. Niemand
was hier verbaasd over.
Ik diende mijn verzoek in bij Ltz. Sam v. Berkel, die hoefde ik geen
toelichting te geven, hij was van alles op de hoogte. Hij merkte op dat mijn
voorkeur wel de vloot zou zijn en daar had hij volkomen gelijk in.
Hij zou zijn best doen en daar vertrouwde ik op. Het was nu afwachten en
proberen op de een of andere manier de dagen vol te krijgen, iets wat een
moeilijke opgave was voor mij.
Ik sprak erover met Jaap Ruighendijk en we gingen met z'n tweeën naar
Sam v. Berkel
om te zien of ok niet met de Mud boot kon varen ook al was ik dan geen
duiker meer.
Siem ging onmiddellijk akkoord. Gelukkig, voor mij, had degene die op
deze boot voer brokken gemaakt. Het werd geregeld met de “walkapitein”
Jan Boshamer. Het eerste wat deze zei was dat nog steeds dezelfde radio
aan boord was en die was nog steeds naar de kloten. Wij, mijn ex hoofd
machinekamer en ik zelf hadden nooit verteld hoe je dat ding moest
behandelen om hem te laten werken en dat deed ik nu ook niet. Als ik hem
nodig had repareerde ik hem even en demonteerde hem dan weer.
Toen ik aan boord kwam was er veel veranderd. Er was geen mogelijkheid
meer om koffie te zetten en ook waren alle noodrantsoenen opgevreten.
Een en ander was het eerste wat ik regelde en er kwamen al gauw de
nodige oplopers aan boord. Alles was beter als de Soemba. Het was weer
als vanouds, pokeren bier drinken en grote peuken worst eten.
Jaap maakte mij meteen vrij van wacht want, zo zei hij, ik zou ook wel
eens 's nachts weg zijn met de mud boot. Hij was blij dat er nu een plaats
was waar hij zich ook een tijdje kon drukken.
Als ik op de Soemba was dan zaten we vaak met een paar man in een van
de o.off.hutten koffie te drinken of wat dan ook. Onder die paar man waren
altijd Ben Schierboom en nog een paar sergeants van de mariniers. Een
van deze sergeants was walplaatser en had iedere morgen een
lunchpakket bij zich wat hij tijdens het koffie drinken op at. Op een morgen
zaten Ben en ik alleen in de hut, het was ruim vóór de tijd van koffie
drinken. Ben zag het lunchpakket liggen en maakte het open met de
woorden, eens kijken wat hij vandaag te vreten heeft. Dat was lever, zijn
brood was er dik mee belegd. Ben bestudeerde de mooie plakjes lever en
zei dat zijn verdomme precies binnenzooltjes uit mijn schoenen en om dat
te bevestigen trok hij zijn schoenen uit en haalde daaruit de binnen
zooltjes. Inderdaad, het leek er een beetje op en waar ik bang voor was
gebeurde. Hij haalde het lever tussen het brood vandaan en at het
allemaal op. Het was volgens hem heel lekker en het rook ook beter als
zijn binnen zooltjes.
De zooltjes werden een beetje op maat gesneden en tussen de sneetjes
brood gelegd
Ben zei, gelukkig dat ik zweetpoten heb want de zooltjes zijn nu haast net
zo zacht als het lever. Na er een beetje zout en peper op gestrooid te
hebben werd de zaak weer in gepakt en op zijn plaats gelegd.
We gingen af zitten wachten en intussen kwamen de overigen binnen.
Dezen werden ingelicht en zaten al van te voren te genieten.
Eindelijk kwam het slachtoffer binnen, schonk zich een bak koffie in en
pakte zijn lunchpakket. Hij maakte het open en keek wat er tussen zat. Ha,
lekker lever zei hij en nam een hap. Hij moest wel een beetje scheuren om
een hap te nemen Die verrekte lever was een beetje droog volgens hem
maar toch at hij een hele sandwich op.
Wij probeerden zo normaal mogelijk te doen maar dat was op den duur
niet meer mogelijk. Ieder maal als we zagen dat hij zijn tanden in een
binnenzooltje zette en zijn kop heen en weer bewoog om het af te
scheuren zaten we hardop te lachen en hij lachte mee en begon nog
nadrukkelijker te scheuren. De tweede sandwich moest hij niet meer. Hij
zou die kolere slager voor zijn ballen schoppen omdat die zijn vrouw
rotzooi had verkocht. Om de zaak volledig te maken zei Ben, die klootzak
heeft je vrouw binnenzooltjes verkocht maar van het lachen kon hij niet
meer goed uit zijn woorden komen. Eindelijk begon er bij het slachtoffer
een lichtje te branden en hij haalde de niet opgegeten sandwich voor de
dag rook er aan en probeerde het beleg aan stukken te trekken hetgeen
niet lukte. Hij begon tegen Ben te schreeuwen, Jij hebt Godverdomme
binnenzooltjes op mijn brood gedaan smerig zwijn.. Wij rolden over de
grond van het lachen en maakten dat we de hut uit kwamen .
Gelukkig kon de zaak gesust worden en ik ging meteen met de mudboot
naar de andere kant van de haven om bij Zomerdijk een paar dik belegde
broodjes te kopen. Ditmaal zat er wel echte lever tussen.
Het slachtoffer kwam al gauw te weten dat Ben en ik de daders waren en
hij zwoer dat hij zich zou wreken, zijn wraak zou vreselijk zijn.
Waar deze wraak uit bestond heb ik nooit geweten want na de koffie kwam
Jaap naar mij toe met een papier in zijn hand. Dit was een “P” beschikking
(plaatsings beschikking)
.Ik stond op de lijst, bootsman Gelens overgeplaatst naar Hr Ms. De Ruyter
met ingang van 20 mei 1970. Wat
was ik blij. Sam van Berkel had dus, waar ik altijd van overtuigd was
geweest, woord gehouden maar ik was er nooit zeker van geweest of het
hem zou lukken.
Ik ging dus weer naar het mooiste schip van alle marines. Dit was de derde
keer dat ik naar de “de Ruyter” ging maar ik was nu toch wel een beetje
onzeker. Het was zo heel anders bootsman te zijn op de “de Ruyter” of op
de Soemba of een mijnenveger.
Nu zou ik het waar moeten maken.
Toen ik het bij thuiskomst aan mijn vrouw vertelde zei ze , het werd tijd
want je begon vervelend te worden.
Ze begon weer ,waar nodig, mijn plunje te overhalen en ik ging naar het
plunje magazijn om een Pij jekker te kopen want zo'n kreng had ik al jaren
niet meer. Koste een hoop geld maar dit had ik er heel graag voor over.
De laatste dagen voor mijn overplaatsing was ik meer thuis als op de
Soemba. Ik werd gedekt door Jaap Ruighendijk die altijd overal een reden
voor wist te bedenken.
Ik had intussen weer de nodige informatie ingewonnen . De voor mij
belangrijkste figuur, en dit was zo voor iedere bootsman, was de chef der
equipage, in dit geval opperschipper Bansia een Surinamer. Ik weet niet of
zijn afkomst de reden was maar hij was een beetje onzeker en probeerde
dit vaak te verbergen met een hoop lawaai
(grote bek). Ook werd hij gemakkelijk beïnvloed door zijn meerderen,
commandant en eerste officier en verhaalde dit op zijn ondergeschikten.
Gelukkig kende ik hem al verscheidene jaren en wist hem een beetje te
bespelen. Als je dit wist had je het niet slecht bij hem . En slechte vent was
hij zeker niet.
Deze informatie was zo ongeveer de enige die ik te weten kwam. De “de
Ruyter” lag in Rotterdam op de werf. Ik geloof dat dit Verolme was en de
bemanning was nog lang niet volledig, ik moest dus afwachten wie er
verder nog aan boord kwamen.

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu