HrMs de Ruyter.48 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.48

WILLEM GELENS 5

HIJ WAS EEN SMOKKELAAR                                                                      

Een dienstmededeling;
De namen van enkele personen en ook van plaatsen die we aandeden weet ik weer dankzij o.a. Theo en Peter de Haan. Hetzelfde geldt voor een stuk of wat foto's. Beide "oudnauten" mijn dank!
Met de verjaardag van Sinterklaas zouden we tegen de kant liggen in Lissabon.
Een Sint hadden we al gevonden, Bootsman Arie de Leeuw. De OS&O officier werd ingeschakeld en die had zowaar nog een uniform voor de heilige man liggen. Het zag er wel niet zo goed uit maar na bewerkt te zijn door de wasbaas en de kleermaker was het weer piekfijn.
Arie zou in de sloep naar een punt op de steiger gebracht worden en met een paar zwarte Pieten naar boord komen lopen. De schipper zou hem ,met valreepsgasten, overfluiten.
De kok had kilo's pepernoten gemaakt en voor de mensen die in de ziekenboeg lagen hadden we presentjes .
De OS&O officier zou aan de ouwe vragen of hij de Sint wilde verwelkomen. De ouwe zou deze ouwe niet zijn als hij geen roet in het eten kon gooien wat hij dus ook deed.
Hij verbood dat de Sint via de steiger aan boord zou komen en ook mocht de Sint zijn kop niet laten zien aan dek. Zijn reden daarvoor was dat in een katholiek land als Portugal was (volgens hem) de bevolking het er niet mee eens zou zijn dat een lid van de Nederlandse Marine verkleed als heilige over de steiger zou lopen en via de valreep aan boord zou komen. We vroegen ons af waar de vent al de onzin vandaan haalde hij genoot ervan als hij de mensen dwars kon zitten. Hij kon er evenwel niet onderuit komen dat hij moest toestaan om iets aan boord te doen. Dit hebben we dus ook gedaan maar het plezier was er vanaf. De Sint en zijn gevolg brachtten nog een bezoek aan de zieken boeg en de hele bemanning liep met z'n zakken vol met pepernoten.
Het feest was over maar wel had de schipper er voor gezorgd dat er ná dit feest vastwerken werd gefloten We werden met z'n allen onheilig dronken. Het tenue van de Sint was onbruikbaar en werd later gesignaleerd in de machine kamer in de vorm van
“vette lappen”.
We gingen richting den Helder. Dat was tenminste iets wat de ouwe niet kon tegenhouden, tenminste als hij het schip niet zou droogzetten.
Zoals altijd vóór het binnenlopen in een Nederlandse haven zag je 's nachts aan dek allerlei schimmige figuren met pakken en uitpuilende zakken onder de arm. Dit was de smokkelwaar die verstopt moest worden
Ik had dat van mij al veilig gesteld, zoals altijd in de commandantsloep
Toen we binnenlagen kwam meteen de douane aan boord. Die klootzakken waren altijd de eersten. Met een gelukkig gezicht kwamen ze de valreep op omdat ze er van overtuigd waren dat ze weer een paar Jannen de nek om konden draaien door het beetje wat velen smokkelden af te nemen en wat zwaarder woog, boetes op te leggen.
Het waren veelal de jongere jongens die ze pakten, die wisten het allemaal nog niet zo goed.
Na een tijdje kwam de baas van het douane zo'tje naar de valreep en vroeg aan de onderofficier van de wacht waar de hut van de onderofficier van politie was. De
o.o. v/d wacht gaf hem zijn leerling mee om de weg te wijzen.
Toen de douane samen met een collega de hut binnen kwamen schroefden zij meteen een deel uit een ventilatie koker. Deze zat vol met drank en rokerij.
Deze onderofficier van politie, een majoor van de mariniers, was een gehaat figuur bij de mensen, en was door iemand verlinkt. Deze iemand heeft hem wel erg gehaat want iemand verlinken bij de douane deed je gewoon niet.
Hoe het is afgelopen weet ik niet maar een paar dagen lang werd er via de scheepsomroep iedere avond een lied aan hem opgedragen, aangevraagd door de bemanning “Hij was een smokkelaar die diep in de nacht”
Tijdens de kerst en oud en nieuw dagen lagen we binnen en velen konden hun winterverlof opnemen. Ik was een van de gelukkigen.
Gelukkig werd de commandant in die periode overgeplaatst. Wie er voor terugkwam weet ik niet meer maar het kon nooit slechter zijn.
Na ,op een prettige manier de feestdagen thuis te hebben doorgebracht gingen we weer naar zee.
Als het weer niet te slecht was stond ik tijdens de zeewachten meestal aan dek. Daar had je niet zoveel gezeur aan je kop. Geregeld kwam Ltz.1 de Keizer llangs en bleef een praatje staan maken. Ik had zo het idee dat hij zich in de longroom niet op zijn gemak voelde.Op een van dioe avonden kwam het tot een van die gesprekken waarvan je later niet meer weet hoe ze ontstaan zijn. We spraken elkaar vrij geregeld en dat waren zelden gesprekken over de dienst aan boord.
Ik wist dat hij al verscheidene jaren rond liep als Ltz 1e klas en ik vroeg hem wanneer hij overste werd. Zijn antwoord was kort en duidelijk, waarschijnlijk word ik nooit overste.
Natuurlijk ging ik niet zover om te vragen of hij iemand een klap voor zijn hersens had gegeven of misschien met de vrouw van de commandant zeemacht de koffer in was gedoken.
Ik hoefde niets te vragen, hij begon zelf te vertellen en ik stond stom verbaasd over wat ik hoorde.
Hij zei je bent er natuurlijk van op de hoogte dat er op het KIM zo nu en dan een feest wordt gehouden. Deze feesten worden georganiseerd door de commandant zeemacht
en andere hoog geplaatsten. Tenminste zo staat het op papier maar die het in de praktijk regelen en organiseren zijn de echthenotes van deze lui.
Een schrijver krijgt de opdracht om de uitnodigingen te versturen naar de officieren en hun echtgenotes die door deze vrouwen worden uitgezocht. Het is geen order maar je kunt beter wel gaan.
Ik zeg, als er zoveel mensen komen dan missen ze toch niet zo gauw een of twee man?
Deze mensen werden dus wel gemist. Een schrijver zat met een lijst met de namen van hen die uitgenodigd waren bij de ingang van de zaal en zij die binnenkwamen moesten een krabbel achter hun naam zetten. Deze lijst werd later gecontroleerd door de dames waarover ik het eerder had. De namen van de mensen die niet waren op komen draven werden doorgegeven aan de verschillende echtgenotes van deze dames met het zijdelingse verzoek (een order) om de een of andere actie tegen deze mensen op poten te zetten.
Ik had door dat hij niet naar deze feesten ging en vroeg hem of hij deze feesten niet fijn vond. Nee, hij vond deze feesten niet fijn, hij kwam veel liever op een feest in het onder officiersverblijf. Hij vertelde verder,in verband met zo'n feest moest er vaak een nieuw uniform worden aangeschaft en de echtgenotes moesten gekleed volgens de laatste mode, en dan graag wel het duurste wat er te vinden was, op komen draven. Een volgend probleem was dat er van de mensen die uitgenodigd waren verwacht werd dat ze ook een feest gaven
Hij kwam er rond voor uit, ik heb daar de centen niet voor want ik heb een gezin en ik wil dat de zaken thuis zo goed mogelijk voor elkaar zijn. Dat is voor mij veel belangrijker dan deze feesten.
Dit allemaal was volgens hem de hoofd reden dat hij nog geen overste was en het waarschijnlijk ook nooit zou worden. Zo lang ik hem gekend heb is hij het ook nooit geworden.
Ik weet niet of e.e.a. nu nog zo is maar volgens mij is het voldoende reden om te gaan muiten. Wat een walchelijke troep.
Als onderofficier moest je op gezette tijden een beoordeling opmaken over de mensen die bij je werkten. Dit moest op een vel papier waarop je alleen maar cijfers hoefde in te vullen achter dingen zoals Vakmanschap, Gedrag enzovoort. Deze cijfers moest je invullen met potlood, absoluut niet met een pen o.i.d. Het was duidelijk, de divisie chef van de man waarvan je de beoordeling moest opmaken, had dan de mogelijkheid om e.e.a. Te veranderen zoals het hem beter uitkwam.
Ik was niet van plan om hier aan mee te doen vulde de lijsten in met pen en ging af zitten wachten wat de betreffende divisiechef zou zeggen. Natuurlijk zou hij vragen waarom ik het niet met potlood had ingevuld en ik was benieuwd naar zijn antwoord op mijn vraag waarom het niet met pen mocht.
Nog dezelfde dag moest ik op komen draven bij de divisiechef van een van de mensen,een matroos 1e klas met brevet kannonier De divisiechef was officier van artillerie. Ik dacht dat hij zou beginnen over het feit dat ik de zaak had ingevuld met pen maar nee, hij was het niet eens met de cijfers die ik de matroos had gegeven. Het was voor mij een goeie werker en een heel goeie matroos, de twee dingen die voor mij het belangrijkste waren en dit liet ik natuurlijk naar voren komen in zijn conduites.
Zijn gedrag liet wel eens te wensen over , ik heb nooit de minste last met hem gehad maar ik weet dat bepaalde figuren wél moeilijkheden met hem hadden. Ik beoordeelde hem zoals ik hem meemaakte en dat was goed. Verder was hij een doorsnee matroos, had vrij geregeld een stuk in z'n kont en aan de wal was hij, ook vrij geregeld bij een vechtpartij betrokken. Dit wilde in geen geval zeggen dat hij die vechtpartijen altijd begon. Ieder weet dat je er vaak, zonder het te willen bij betrokken werd en je liep er natuurlijk niet voor weg, Het was soms  best wel geinig. Mijn beoordeling was dus goed en voor vakmanschap heel goed.
Met dit alles ging de divisie chef dus niet accoord want de laatste maal dat de matroos beoordeeld was was op Erfprins en die beoordeling was veel slechter. Zeker de vakbekwaamheid was veel slechter. Ik vroeg wie dan wel deze beoordeling had opgemaakt Dit was gedaan door een korporaal konstabel waarvan hij ook de naam noemde. Ik kende deze vent hij zat als matroos 2 bij mij op de zeewachts divisie op ik weet niet meer welk schip. Hij was te dom om zijn schoenen vast te maken en was dus altijd paai schijthuis. Deze vent had dus de conduite opgemaakt van een matroos die vele malen beter was als hij. Ik vertelde de divisie chef dat onmogelijk was en ook dat ik deze korporaal gekend had, en hoe.
Deze korporaal was een van de figuren die zich op Efprins thuis voelden als een varken in een kot met mest.
Als baksmeester waren ze goed genoeg voor die kazerne want daar hield men van lui met een grote bek die hard konden schreeuwen.
De divisie chef wilde dat ik het e.e.a zou veranderen waarop ik hem zei dat dit niet mogelijk was omdat het formulier met pen was ingevuld. En toen kwam eindelijk de vraag waarom ik het niet met potlood had ingevuld en ik vertelde hem dat het precies daarom was dat ik er niets aan verandert wilde zien.
Daarop stelde hij voor dat we met zijn tweeen een nieuwe beoordelingstaat  op zouden maken en deze keer met potlood.
Ik vertelde hem dat ik niet het een en niet het ander zou doen. Ik zou niets aan de beoordeling veranderen en een ander ook niet de kans geven om het wel te doen.
Ik vond overigens dat ik er mee moest stoppen, had een behoorlijke zelfkennis en wilde voorkomen dat ik over de zeik ging. Ik had genoeg gezegd.
Toen ik bij hem vandaan kwam ging ik rechtstreeks naar mijn eigen divisie chef
Ltz 1 de Keizer, en lichtte hem in over het gesprek. Hij vroeg mij of ik er plezier in had om bepaalde figuren tegen mij in het harnas te jagen waarop ik hem antwoorde dat ik er van overtuigd was dat ik toch geen overste meer zou worden.
Ik weet niet of het door de bemoeienis van Ltz! De Keizer kwam maar een paar dagen later kwam de matroos naar mij toe om te vertellen dat eindelijk eens een keer zijn conduite gestegen waren. Zijn divisie chef was zelfs tevreden over hem. Toen hij wegliep zei hij, bedankt bootsman, we wisten allemaal dat u de conduite op moest maken.
Van mijn inlichtingendienst hoorde ik dat we ook nog Gibraltar en Casablanca aandeden
Gibraltar was ,als altijd, dezelfde rotzooi en toch kon je er wel gein hebben. Je moest een beetje de weg weten.
Casablanca vind ik een mooie stad maar je moet er wel rekening mee houden dat ze daar geen gemeente reinigingsdienst hebben en dat ze altijd zullen proberen om je te belazeren. Als je dit eenmaal weet en er rekening mee houdt dan gaat het best.
Nogmaals, ik vond het een mooie stad, dichtbij europa maar toch zo anders.
Van Casablanca ging het naar Las Palmas op de Canarische eilanden. Het spijt mij maar dat zijn plaatsen waar ik helemaal niets aan vind. Waar ook ter wereld je in een van die plaatsen komt, ze zijn allemaal hetzelfde, overal dezelfde bouwdozen en hetzelfde gehuichel
Na een dag of wat vertrokken we weer, richting den Helder en daar is het waar ik jullie terug zie.




 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu