HrMs de Ruyter.49 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.49

WILLEM GELENS 5

WAT  EEN POKKEZOOI


Een paar dagen voor we binnen liepen kwam het bericht waar ik al bang voor was. Waar ik altijd bang voor was.
Het was geen normale angst, het was paniek.
Mijn vaartijd zat er weer op vond de marine en ik werd aan de wal geplaatst.
Mijn vorige walplaatsingen hadden altijd met de mijnendienst te maken gehad maar dit was nu anders, ik werd geplaatst op de school voor de onderzeeboot bestrijdings dienst.
Ik diende onmiddellijk een verzoek in om aan boord te kunnen blijven of tenminste een andere varende plaatsing. Ook al was het een kano, ik was er tevreden mee geweest.
Het verzoek ging niet door want volgens de heren had ik teveel gevaren. Je vraagt je af hoe ze aan een dergelijk gezeik kwamen. Mijn divisie chef Ltz.1 Keizer raadde me aan om een bootsman te zoeken die liefhebber was voor een walplaatsing, misschien kon ik ruilen. Zijn medewerking had ik.
Het duurde maar even en ik had een hele partij bootslui die een wal plaatsing wilden, ze stonden te dringen. Er waren er drie bij van de "De Ruyter" en ik was vol goede hoop. Je vroeg je af waarom die lui bij de marine waren maar ik was wel blij dat ze er waren.
Ik ging met de hele lijst naar de schipper, die ik er wel in wilde mengen, en hij ging ermee naar de divisiechef.
Ikzelf was al weer nagenoeg bezig om mijn plunjezak uit te pakken.
Al de volgende dag had ik uitslag, niemand op de lijst kwam in aanmerking voor een walplatsing want zij hadden niet genoeg vaartijd, de klootzakken.Ik kwam er niet onderuit. Om me helemaal in de grond te persen kreeg ik ook nog de aanzegging dat ik tenminste drie jaar aan de wal zou blijven.
Wat moest ik drie jaar aan de wal doen. Iedere dag op de fiets, met of zonder lunch pakket op de bagage drager, op en neer naar huis. Ik had het thuis fijn met vrouw - zoon en hond maar ik wist dat het onmogelijk was om drie jaar vol te houden.
Ik probeerde het over de (a) sociale boeg te gooien maar bij de sociale dienst wisten ze niet hoe ze het moesten doen,
zij hadden alleen maar te maken met lui die niet wilde varen, voor hetgeen ik wilde, varen, hadden ze geen oplossing.
Ik was dus naar de kloten en in die toestand melde ik mij op de OBD school.
k moet zeggen dat ik hier goed ontvangen werd. Had er vrij veel kennissen en dit waren over het algemeen prettige lui.
Mijn baas de chef der equipage was een adjudant OBD en dit was werkelijk iemand waarmee je een biertje kon gaan drinken. Jammer dat ik zijn naam kwijt ben.
Mijn taak was om de vaste bemanning bezig te houden en verder moest ik het maar uitzoeken. Ik had het dus gemakkellijk maar het was zo verrekte geestdodend. Mijn handen kon ik net zo goed afhakken want ik had er niets voor te doen.
Gelukkig vond ik hiervoor een oplossing of liever gezegd de adjudant vond het. Bij de ingang van de school hing een grote scheepsbel, een mooie maar er hing geen allemansend aan. Het was een peuk touw wat er aan hing zonder enkele knoop of een kous erin gesplitst. De mensen van de OBD waren allemaal matroos geweest of waren het nog en je zou mogen verwachten dat ze er op zijn minst de e.o.a. knoop op te leggen maar dat was te veel verwacht. Ik heb al eerder gezegd dat met de komst van de takenboeken de vakmanschap op gebied van matroos weg was. De adjudant vroeg of ik een allemansend voor de bel kon maken. Natuurlijk kon ik dat en bovendien gaf het me iets te doen wat ik graag deed. Ik was zelfs zo fanatiek dat ik het touw wat ik aan boord van de schepen niet vond aan de wal kocht.
Ik maakte een allemansend met zelfs twee leeuwen op de kroon. Was veel werk, maar opnieuw, ik deed iets wat ik fijn vond en wat tevens nuttig was.
De school was nog steeds niet officieel geopend en de adjudant vroeg of het mogelijk was dat ik het ding klaar had op de dag van opening. Dat is me gelukt maar niemand mocht aan het end komen want op bepaalde plaatsen was de verf nog nat.
Op de dag van opening was het hele zo'tje compleet, commandant zeemacht en de hele mikmak
tot zelfs een televisie ploeg o.l.v. Jan Gerritsen, geloof dat die man zo heet.. Hij had meer verf op zijn bakkes als er op het allemansend zat. Scheen zo te horen voor de TV.. Nu was ik er ook van overtuigd dat ik nooit bij die club zou gaan werken, stelletje poten.
Hij hield wel de hele rondgang op want hij wilde het allemansend op de film hetgeen inderdaad gebeurde. 's Avonds werd het uitgezonden, was toch wel leuk.
Naar aanleiding van de TV. Uitzending kwamen er de volgende dag en handjevol mensen kijken.
Hieronder was een Ltz.1, die zoals later bleek het hoofd van de OBD. School was. Hij had een vssersboot gekocht en op de foto zag het scheepje er goed en mooi uit.Nog wel erg kaal want de mast stond er nog niet op. Hij probeerde zoveel mogelijk zelf te doen maar zat in de knoei met het staande en lopend want. Het eind van het liedje was dat ik met hem mee ging naar Friesland waar op een van de meren het schip lag. Het was werkelijk mooi. De kajuit zat er al op en binnenboord zat alles goed in de verf.Het viel op dat al het touwerk wat hij al aan boord had, echt touwwerk was. Geen centimeter nylon of dergelijke troep. Begrijpelijk, de hele marine was waarschijnlijk zijn kabelgat, touw en alles in overvloed Er lagen zelfs een paar rollen kokos touw.
Hij vroeg mij of ik het schip op kon tuigen. Ik zij natuurlijk ja, een staaldraadsplits is en staaldraadsplits of hij nu in het want zit of in een meertros We namen de verschillende maten van het staande want en gingen terug naar Nieuwediep. Op de school was een ruimte die gebruikt werd voor allerlei werkzaamheden en die ik meteen in beslag nam. Was opvallend, ik kreeg overal toestemming voor.Het maken van het want nam niet zoveel tijd in beslag en ik denk dat we een week daarna de zaak op konden tuigen. Nadat ik de stagen op de masttop had vastgezet werd deze op zijn plaats gezet door een kleine kraan die hij had moeten huren. Nu zouden we zien of ik mijn werk goed gedaan had, of alles wel pastte. Het was dik voor zijn kont . Ik was gelukkig en de Ltz.1 was zo blij als een kind.
Toen we spul stonde te bekijken miste ik het een en ander maar zag het zo gauw niet, mijn maat de Ltz. Zag het wel en zei , nu nog een paar kurke zakken en het is voor zijn reet (dit laatste had hij van mij geleerd, ik zat beter in mijn talen) Nu zag ik ook wat ik gemist had, een leguaan rondom het schip en een grote leguaan op de boeg. Hij had er het touwwerk voor, de rollen kokos touw. Al zeg ik hetzelf, het werd best een mooi stuk werk. Nadat ik nog een paar , uitgebreide,
turkse knopen op zijn helm stok had gelegd en het lopend want had klaargemaakt en ingeschoren kon hij er tegenaan maar dat moest nog wachten want zijn nieuwe diesel motor moest nog geplaatst worden.
Ik had weer niets te doen tot hij me vroeg of ik een allemansend voor hem wilde maken, hij had er al op gerekend want had al een bel georganiseerd, misschien zelfs gekocht.
Voor dit dingetje moest ik wel nylon touwerk gebruiken want het was niet zo groot. Nadat het in de verf gezet was viel dat niet meer op. Nu kon ik niets meer bedenken en dat kwam goed uit want van de kazerne Willemsoord was de vraag gekomen of ik niet een tijdje provoost cafetaria kon zijn De adjudant (chef der equipage) kwam er niet onderuit./
De vaste provoost was een bootsman die om de een of andere reden een paar weken afgelost moest worden. Het was een behoorlijke klus want er kwamen dagelijks een paar honderd mensen schaften. Ik moest de kwaaie man uithangen maar daar had ik, als het nodig was, geen moeite mee.
Op de kazerne Willemsoord zaten nogal wat miliciens. Daar waren er altijd bij die wel eens wilden zien tot hoe ver ze konden gaan. Gaf niets maar als ze probeerden om de bink uit te hangen dan nam ik ze onder handen en dan moest het al raar lopen of ze draaiden bij. Werkelijke moeilijkheden heb ik weinig gehad. De moeilijkheden die ik op deze kazerne kreeg kwamen uit een heel andere hoek namenlijk van een beroeps en wel een korporaal, Deze kwam uit het e.o.a. “weke” dienstvak. Ik had deze man eerder meegemaakt op het een of andere schip ik als kwartiermeester en hij , in het begin als eerste klas, later als korporaal. Dit waren over het algemeen jonge mannetjes met een hoop branie die zich tegenover ons, hun veel oudere collegas niet waar konden maken. Dit reageerden ze dan af op de mensen die onder hen stonden. Het waren dus viespeuken Ik had hem heel kort als collega meegemaakt en was nu intussen al weer een tijdje bootsman toen ik hem weer tegenkwam.. Hij benaderde mij als iemand waarmee hij dagelijks in de goot had gelegen en begon van verre hé Willem te roepen. Dit is niet zo erg maar als er een hoop mensen bijstaan dan wordt de zaak anders. Ik vertelde hem dat ik voor hem bootsman was en hij dat niet moest vergeten. Hij was gewaarschuwd.
Zoals gebruikelijk bij de marine was het eten ook op deze kazerne erg goed, misschien nog beter
De reden hiervoor was, op Willemsoord liepen, ik denk, zeker duizend man in de rol of nog meer
voor al deze mensen werd voedingsgeld verstrekt, maar van deze duizend man kwamen er iedere dag niet meer als de helft schaften. Dit was omdat zij op allerlei buitenposten geplaatst waren en geen zin hadden om naar de kazerne te komen om te schaften.
De reden dat er toch, iedere dag weer dezelfde abnormaal grote hoeveelheden eten werd gemaakt was HET GELD MOEST OP. Was er aan het eind van het jaar geld over dan werd het voedingsgeld verminderd.. Ook was alles van heel goeie kwaliteit. Je at b.v. bij de rijsttafel op woensdag die heerlijke kleine Nederlandse garnalen. Als je de rest niet wilde en je schepte je bord of plate alleen maar vol met deze heerlijke beestjes dan zou niemand daar iets van zeggen.
Schepte je een kilo op dan was het nog beter, kwam dat tenminste op. Thuis at je die dingetjes misschien eens per jaar en die werden dan per ons, hooguit twee ons ingekocht.
Thuis hoefde het geld niet op, daar was het altijd op.
De korporaal waarover ik eerder sprak had mijn speciale aandacht en dit ook vanwege het feit dat er een paar van de jongens bij me gekomen waren en vertelden dat die vent iedere dag een plate vol met eten op schepte, het fruit in zijn zak stopte en de rest in de spoelington donderde.
Dit wilde ik wel eens meemaken. Dit was voor mij een van de zwaarste misdaden die een mens begaan kon. Ik nam mij dan ook voor dat, wanneer de mensen de waarheid zeiden, ik hem zou waarnemen.
Ik hield hem in de gaten. Iedere dag tijdens het schaften stond ik in de buurt van de spoelington en inderdaad het was zoals mij verteld was, iedere keer weer gooide hij een plate vol eten weg.
Ik had mijn wraakactie vastgesteld op woensdag om de eenvoudige reden dat het niet bij mij opkwam dat iemand een plate met alle rijsttafel ingredienten zou volscheppen en dat dan weer weggooien. Niemand deed dat maar hij wel. Hij zou juist zijn plate leeggooien toen ik hem tegenhield en vroeg wat zijn bedoeling was. Hij zei, dat gaat jou niets aan Willem maar als je het zo graag wilt eten, ik gooi die smerige troep weg want het is niet te vreten.. Er waren intussen al een paar mensen blijven staan die er op hoopte dat het interessant zou worden. Onder deze mensen waren een paar Indische jongens. De korporaal wees op hen met de woorden, dit vreten is voor die apen gemaakt.
Ik hield mij nog steeds goed en zei tegen hem het is niet alleen dit eten wat je weggooit , je gooit het eten iedere dag weg. Ik was er zeker van dat ik hem zou rapporteren maar was nog benieuwd naar een ding, Waarom schep je iedere dag je plate vol terwijl je weet dat je het  steeds weer weggooit.
Ik heb er recht op was zijn antwoord
Toen ging ik echt over de zeik. Overal staken mensen de moord van de honger en dit niet alleen de arme negerkindertjes maar ook de arme bruine kindertjes, de arme gele kindertjes en ook de arme blanke kindertjes.
Ik haalde potlood en papier voor de dag en vroeg hem nog eenmaal eet je het op of gooi je het weg, hij gooide het weg met plate en al. Ik zei hem de plate uit de spoeling te halen waarop hij me vertelde dat ik dat zelf maar moest doen.
Ik had hem waar ik hem van het begin af aan wilde hebben  stopte mijn vodje papier
en potlood weer weg en zei hem  voorlopig streng arrest aan. Wat was ik op dat ogenblik gelukkig met mijn gouden strepen maar wat vond ik het ook jammer dat ik geen kwartiermeester meer was want dan had ik gedaan wat ik nu niet kon, hem een klap voor zijn arrogante rot kop geven.
De onderofficier van politie hoefde ik niet meer te roepen, die was er al. Was door iemand ingelicht dat er wel eens moeilijkheden konden komen in het cafetaria. Het stond dan ook vol met nieuwsgierigen.
De volgende dag moest de korporaal bij de ouwe komen na de nacht in de cel te hebben door gebracht.
De uitspraak was vier dagen streng arrest. Ik was tevreden want het was een behoorlijk zware straf zeker voor iemand die dacht nog iets te kunnen bereiken bij de marine.
Ook zat hij tijdens het weekend in de cel . Later kwam hij op mij toe en zei ik moet je bedanken namens mijn vrouw dat ik tijdens het weekend niet thuis was. Ik zei tegen hem natuurlijk was ze daar dankbaar voor een heel weekend te zijn verlost van zo'n etterbak. Ik kon nu even alles zegen want er was geen enkele getuige bij. Ik trachte hem uit te lokken maar hij trapte er niet in. Hij kende me nu . De lul!!!






 
                                               


        

 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu