HrMs de Ruyter.50 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.50

WILLEM GELENS 5

BEGIN VAN HET EINDE                                                             

Ik was net klaar met mijn huisvlijt baantjes en  ik werd weer overgeplaats en wel naar de FUCK mijnendienst.
Ik moet wel heel slechte dingen gedaan hebben om zo zwaar gestraft te worden. De mijnendienst was voor voor mij wel de rottigste plaatsing die bestond. Ik dacht aan de drie jaar walplaatsing die mij in het vooruitzicht gesteld waren. Daar waren pas een paar maanden van voorbij.
Ik was liever de resterende tijd van nog bijna drie jaar naar Nieuwersluis of Scheveningen gegaan al was het op water en brood en met lijfstraffen geweest.
Er was nog een kleine hoop, plaatsing op een van de mijnenvegers. ook dat zat er niet in. Vanwege het ongeluk met mijn rug mocht ik voorlopig nog niet op kleinere schepen varen.
De eerste die ik tegenkwam was schipper Bansia. Was gelukkig een redelijke vent. Je had niet veel aan hem maar ook niet veel last van hem.
Hij was erg blij dat hij mij zag, zei hij.  Ik kon een deel van zijn zware taak overnemen n.l. die van provoost van het gebouw. Dit had hij bij gebrek aan een bootsman zelf moeten waarnemen.
Mijn taak kwam er op neer dat ik de hele dag in het gebouw rond liep om te zien dat de mensen die daar werkten dit werk ook inderdaad deden, en goed. Vóór de drie jaar om waren zou ik waarschijnlijk ettelijke moorden gepleegd hebben.
Ik ging bij iedereen die ik kende op visite. De eerste gang was naar de toko. Daar stond militair werkman Smak. Goeie vent maar je kon geen biertje van hem  losbranden in scheepstijd. Misschien had hij daar wel gelijk in maar gezellig was het zeker niet.
Hij had , zoals velen op de mijnendienst, een bepaalde angst voor ik weet niet precies wat. Mogelijk bang voor een overplaatsing naar de echte marine. Wel was ik altijd de eerste die alle kranten las en tijdschriften waaronder de Blauwe Wimpel.
Vervolgens ging ik naar de kleermakers, Cor Raaimaker en zijn assistent. Had hen allebei meegemaakt op de “De Ruyter”. Goeie mensen en heel goeie kleermakers..
Hier dronk ik ook meestal een bak koffie. Daarna was het zo ongeveer tijd om af te zakken naar het kombuis voor mijn dagelijkse proefbordje. De sergeant kok kende ik ook van het e.o.a. schip maar weet niet meer welk. Wat belangrijk was , we waren vrienden zoals bijna alle koks en botteliers mijn vrienden waren. Mijn proefbordje was meer een proefschaal met als gevolg dat ik nagenoeg nooit in de gouden bal schafte. Wel moest ik altijd zeggen of het wel of niet goed was. Mijn commetaar was iedere keer weer, het is heel goed maar een beetje weinig waarop de schaal weer volgeschept werd. Ik zorgde er altijd voor om weg te zijn vóór de shipper en de ouwe kwamen voor hun proefbordje.
Zij kregen altijd veel minder. Ik had teveel gehad.
Alhoewel wij een hele fijne tijd hadden op de flat in de Fregatstraat met goeie buren besloten wij om te verhuizen. Er kwamen nieuwe eensgezinswonningen ter beschikking in de Galjoenstraat. Dit was een keer vallen en opstaan van de Fregatstraat.
We gingen inlichtingen halen op woningstichting. De kansen waren goed een hoekhuis. We dachten , dat is voor zijn kont maar dat was het nog niet. Ik kreeg bericht op de mijnendienst dat ik me moest melden bij de een of andere Ltz.1. Deze moest bekijken of je de huur wel kon betalen. De huur was voor die tijd behoorlijk hoog. Fl. 700.- en was te hoog voor het salaris van een bootsman. Mijn vrouw en ik hadden al ons huiswerk gemaakt en samen met haar salaris konden we het ruimschoots doen. Het salaris van mijn vrouw werd gecontroleerd en het was in orde, we konden verhuizen.
Ik haalde de sleutels bij woningstichting om allerlei maten te nemen en de spullen te bestellen. Ik zelf legde de parketvloer, mooie vierkante blokken. Toen dit klaar was moest ik het huis in de Fregatstraat terug brengen in zijn oude staat. Ook dit ging goed alleen kreeg ik de stickers niet van de deur van de slaapkamer van Henk Jan. Het kwam er op neer dat ik een nieuwe deur moest betalen
We woonden nu “op stand”. Als buren hadden we o.a. een kapitein van de mariniers
en nog een kapitein maar die zat op de bagger op een sleephopperzuiger bij
Bos & Kalis. Met hem dronk ik geregeld een biertje
Onze naaste buren was een beetje volk. Vrij geregeld kam er een hoop gekrijs uit het huis. Mijn vrouw dacht dat zij op haar lazerij kreeg van haar vent maar ik was van mening dat zij vrij luidruchtig klaar kwam. Ik wilde het uitproberen maar dat mocht niet van mijn vrouw. Beetje egoistisch vond ik dat wel.
Op een dag kwam schipper Bansia naar met toe met, volgens hem , heel goed nieuws.
Ik dacht meteen dat ik overgeplaatst zou worden maar, nee dat was het niet. Ik kreeg een nieuwe baas en wel opperschipper Talens.
Ik had, zoals velen, schippers meegemaakt die minder prettieg waren maar Talens spande absoluut de kroon. Ik weet dat niet alleen ik zo over hem dacht, er waren er velen. Sterker nog ik ben nooit iemand tegen gekomen die een goed woord voor hem over had.Hij was achterbaks en de grootste hielenlikker die ik ooit ben tegengekomen.
Kortom hij was levensgevaarlijk als je hem niet kende. Gelukkig kende ik hem en dit als een walchelijk figuur.
Ik wist zeker dat wanneer ik lang met hem zou moeten dienen ik zwaar in de moeilijkheden zou komen. Ik waarschuwde mijn vrouw hiervoor en die kon het zich volledig indenken. Het was heel fijn om een vrouw te hebben die volkomen achter je staat. Ik kreeg om zo te zeggen, het groene licht.
Er was niets wat me zou tegenhouden als hij een kolere streek met mij uit zou halen
De zomerverlof periode zat er aan te komen en natuurlijk ,zoals iedereen deed, vroeg ik verlof aan in de tijd dat mijn zoon vakantie had. Hij, de schipper kwam naar mij toe en zei mij dat ik in de, door mij aangevraagde periode, geen verlof kon opnemen, ik kon niet gemist worden. Ik vroeg hem om mij dat uit te leggen. Volgens hem was hij mij geen uitleg verschuldigd. Inderdaad had hij de macht om dit te zeggen en te doen. Ik op mijn beurt kon hier weinig tegen uitrichten. Een beklag indienen kon niet ook al omdat hij dikke vriendjes was van de commandant en de eerste officier. Ik moest iets bedenken.
Talens kwam zelf met de oplossing en het bleek ook wat voor keiharde en domme rotzak hij was.
Een paar dagen nadat hij gezegd had dat ik mijn verlof niet op de door mij aangevraagde tijd kon krijgen kwam hij naar mij toe. Willem , en ik wist dus dat hij iets nodig had want anders had hij mij niet bij mijn voornaam aangesproken, ik ben op de onderzeeboot school geweest en zag daar het allemansend hangen dat jij gemaakt hebt
is heel erg mooi. Zou je nog een kunnen maken , voor “onze” commandant. Ik zei hem dat ik er nog wel een hele hoop kon maken maar dat ik dat alleen voor mensen deed die ik mocht. Ik wist nu dat ik er nu een handeltje van kon maken en dat vertelde ik hem ook precies zo. Hij vroeg me wat ik dan wilde en ik zei hem dat ik mijn verlof wilde op de datum zoals ik gevraagd had. Dat vond hij een kolere streek. Ik vroeg hem of hij het net zo'n kolere streek was als hij met mij uithaalde door de verlof periode te veranderen.
Hij wist niet zeker of hij de verlof periode kon veranderen maar zou het eens bekijken.
Ik zei tegen hem dat ik niet zeker wist of ik nog een allemansend kon maken maar dat ik hem dat kon vertellen zodra ik op de lijst stond met de verlof periode zoals door mij aangevraagd was. Nog dezelfde dag was het veranderd, de klootzak.
Ook liet ik hem weten dat ik aan het allemansend zou beginnen als ik terug was van verlof..
Of ik hem niet vertrouwde waarop ik hem duidelijk maakte dat ik hem inderdaad niet vertrouwde maar nu was het meteen helemaal duidelijk dat ik het verlof kreeg alleen omdat ik het allemansendje maakte. Ik vertelde hem dat, en ik vertelde er meteen bij dat voor het geval hij mij toch nog zou naaien ik mijn kop open zou doen want ik wist een hoop over hem te vertellen. Aan zijn kop kon je zien dat hij dit niet leuk vond. Ik ging er gewoon van uit dat iemand die zolang bij de club had gezeten altijd wel eens iets had uitgevreten. Ik wist helemaal niets over hem maar ik had hem bang gemaakt en dat was voldoende. Hij probeerde de hele dag om uit te vissen wat ik van hem wist. Ik vertelde hem dat hij dit zou weten als hij weer probeerde probeerde om mijn verlof de mist in te helpen.
Hij was vanaf dit moment erg vriendelijk


.DE RATTEN  DE SCHIPPER EN DE OCHTENDSPORT
De commandant van de mijnendienst kazerne kreeg het op zijn heupen, hij ging ochtendsporten. Dit ochtendsporten vond plaats op de sportvelden aan de Ruighweg De velden grensden aan de mijnendienst kazerne. Via een deur in het hek kon je, als je de sleutel had, zo op deze velden stappen. De ouwe had de sleutel.De commandant van de mijnendienst kazerne kreeg het op zijn heupen, hij ging ochtendsporten. Dit ochtendsporten vond plaats op de sportvelden aan de Ruighweg.
De velden grensden aan de mijnendienst kazerne. Via een deur in het hek kon je, als je de sleutel had, zo op deze velden stappen. De ouwe had de sleutel.Op het publicatiebord kwam een mededeling dat liefhebbers iedere morgen van harte welkom
Iedere dag zag je ,meer als de helft van de bemanning,aantreden om naar het sportveld te draven. De ouwe nam de kop en de rest liep als een stelletje ratten achter hem aan. Wel ging het met inachtneming van rangen en standen, tenminste , de eerste paar meters, tot de helden vermoeid raakten. Zij die het langer volhielden schopten elkaar voor de poten of gooiden elkaar aan de kant van het veld om toch maar zo dicht mogelijk bij hun commandantje te komen. Hier konden ze samen met hem lachen om de mopjes die hij vertelde. Je mocht zelfs hardop met hem meelachen,zoveel te harder zoveel te beter, was goed voor de toekomst
Hij pakte zelfs zo nu en dan iemand bij de arm maar dat was volgens ons omdat hij een flikker was.
Natuurlijk liep de schipper het dichtst bij “zijn” commandant. Hij zorgde er wel voor dat hij altijd iets achter de ouwe liep, dat hoorde zo vond hij. De afstand was nooit zo groot dat de ouwe hem ook niet even kon aanraken. Het stond dus voor ons vast, de schipper was ook een flikker.
Een van de gevolgen was wel dat je tot na de koffie met smerige schijthuizen en dergelijke zat en dit dus met volledige instemming van commandant en chef der equipage. Voor deze twee was dat allemaal niet zo erg, die scheten ergens anders, b.v. op de rand van elkaars bord.
Wij, ons groepje van bootslui hadden onze eigen sportvereniging Ons sporten viel op een andere tijd, tussen de middag.Tussen de middag was voor ons van een uur of elf tot zolang het mogelijk was en dat was meestal rond half twee. Onze hap eten haalden we in het kombuis of bij de hofmeester en dan gingen we biljarten. “Kurken”
Dit ging natuurlijk om bier, grote hoeveelheden. Een van de mensen had zijn bril verruild voor lensen. Die dingen bestonden nog niet zólang en waren een doffe ellende.. Als de drager ervan riep STILSTAAN dan was er weer zo'n kreng uit zijn oog geflikkerd en mochten we ons niet meer bewegen om dat ding niet stuk te trappen. Ik geloof dat dit ook geen enkele keer is voorgekomen, het was iets wat wij allemaal serieus opnamen.
Na ons “sporten” gingen wij ,die de mogelijkheid hadden, een uurtje liggen. Ik had mogelijkheden te over, een honderd bedden of nog meer. Met het theedrinken kwamen we weer boven water, de een frisser als de ander. Dit was afhankelijk van de hoeveelheid bier die je gewonnen had.
Dit middagslaapje deed ons veel goed ook al omdat dit het enige zinvolle was wat je op de mijnendienst kazerne kon doen. Eten wanneer er wat te eten is en slapen wanneer je de kans krijgt.
Voor ik met vakantie ga zien jullie mij weer terug !!!!

                                                                      
                                                          




                                               

                                                                           

                                                     





























 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu