HrMs de Ruyter.51 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.51

WILLEM GELENS 5

ONZE VAKANTIE EN DE GEVOLGEN

Twee weken later gingen met vakantie. De auto pakten we 's avonds in om vroeg naar bed te gaan en ergens in de nacht als we wakker werden te vertrekken.
Het inpakken maakten we niet al te veel werk van één koffer voor de nette spullen en de rest in plastic zakken.
We namen niet, zoals vele landgenoten deden, een mud aardappelen mee en blikken vlees en dergelijke zaken. Wat er wel mee ging waren balen zware shag, Brandaris met blauwe Rizla vloei en flessen jenever. Het leven zonder dit was onmogelijk.
De reis ging zoals meestal de laatste jaren, naar Italie het bungalowpark "Beuca" in Gogoleto, een klein plaatsje 26 km. ten noorden van Genua aan de bloemen Riviera Het was werkelijk een mooi gebied.
In de loop der jaren kenden we een hoop mensen die net als wij ieder jaar weer terugkwamen en het weerzien met enkelen daarvan was gezellig. het eerste wat we deden was de auto uitpakken en daarna naar het zwembad. Toen we afgekoeld waren gingen we naar de cantine waar altijd wel iets te eten was. De bar was zo ongeveer dag en nacht open met een grote voorraad drank, voor elk wat wils.
Hier vierden we dan het weerzien met oude kennissen hetgeen zo ongeveer 14 dagen duurde tot we weer afscheid moesten nemen en de auto in moesten pakken. Onze vakanties waren min of meer een sociaal gebeuren.
Het bestuur van het park was Nederlands en ook de beheerder was een Nederlander, Piet . Op een morgen zag ik Piet bij het zwembad staan donderjagen met een lange pikhaak. Als bootsman voelde ik mij verbonden met pikhaken en vroeg Piet wat hij met dat ding aan het doen was. Het beneden filter was kapot en had allerlei troep aangezogen. Inderdaad van boven water zag je er een peuk stof uitsteken en dat probeerde hij er uit te trekken. Piet was niet zó handig en inplaats van het er uit te trekken stond hij het er steeds vaster in te rammen samen met allerlei vuil wat er nog bovenop lag.
Ik zei hem dat hij er beter mee kon stoppen want de kans was groot dat hij ook de leiding kapot zou rammen en dat bovendien da zaak steeds vaster kwam te zitten.
Hij wist niet wat hij er verder aan kon doen en ook de leden van het bestuur die erbij stonden wisten het niet. De enige mogelijkheid, en daar werd al over gesproken, was het leeg laten lopen van het zwembad. Dit zwembad was erg groot en ook erg diep. Als ze het leeg lieten lopen kregen ze het nooit meer vol met het grote watergebrek wat daar iedere zomer weer heeste. Het gevolg zou zijn geweest dat het hele bungalowpark leeg liep. Je kon daar absoluut niet zonder zwembad.
Mijn vrouw die er ook bijstond vroeg, Willem kun jij niet even gaan kijken en vertelde er meteen bij dat ik duiker was geweest bij de marine.. Inderdaad onderwater gaan was de enige oplossing
Ik vroeg aan Piet of er in het dorp duikapperatuur te huur was en daar was hij wel zeker van. We gingen met z'n tweeen naar het dorp en inderdaad er was van alles te huur en we huurden twee sets. Ik liet wel eerst de druk opmeten en dat was voor elkaar. Je werd in dat land besodemieterd tot en met.
Toen ik bij de aanzuig kwam bleek het dat de een of andere klootzak een handdoek in de inlaat gestampt  had. De moeilijkheden waren snel opgelost maar ik bleef met opzet een beetje dooretteren want het moest wel een beetje op werken lijken. Toen ik het zo’tje eruit was moest ik werkelijk gaan etteren om de kapotte zeef er af te halen, deze was totaal naar de knoppen. Dit ding zat vast met vier schroeven en ik moest er toch wel op zijn minst twee goed uitkrijgen om de nieuwe enigszins vast te kunnen zetten. Ik had geluk, er brak maar een schroef af. Piet ging weer naar het dorp, nu voor een nieuwe zeef en een paar zelftappers. Gelukkig hadden ze ook dit spul en van de zelfde maat. Na de schroeven te hebben ingevet zette ik het spul er op en vroeg Piet om de pomp bij te zetten. Het was allemaal dik voor zijn kont.
Toen ik bovenkwam werd ik met luid gejuich ontvangen, iets wat bij de marine nooit gebeurde, gelukkig.
De heer Nijkamp, een van de bestuursleden, vroeg of ik dorst had en inderdaad ik stierf van de dorst
In optocht gingen we naar de cantine, nadat ik eerst in opdracht van mijn vrouw een broek had aangedaan. De heer Nijkamp (Hennie) had zelf ook dorst, net als ik had hij altijd dorst. De overige bestuursleden gingen ook mee. We gingen met zijn allen aan een tafel zitten. De bestuursleden vroegen
Aan mijn vrouw en mij of we dit goed vonden. Ik vond dit een beetje rare vraag tot Hennie tegen mij zei dat ze over iets met ons wilden praten.
Het eerste wat ze mij vroegen was wat ze mij schuldig waren. Ik had ze een hele hoop ellende bespaard en eventueel nog meer geld opgeleverd. Ik had hier al aan gedacht en zei dat ik er niets voor wilde hebben. Hun antwoord was dat mijn vrouw en ik de rest van ons verblijf vrije tap hadden en dat we geen huur hoefden te betalen. Dat was véél meer dan ik ooit had kunnen vragen voor dat klusje. Ik gaf meteen een rondje.
Het praten van hun kant werd meer door Hennie gedaan. Zijn eerste vraag was wat ik allemaal deed bij de marine en meteen daarop hoe lang ik nog moest dienen. Toen ik zei dat de opzegtermijn drie maanden was hoorde ik de opmerking, dat komt mooi uit. Toen vond ik het tijd om iets te vragen en ik vroeg waarom al deze vragen. Hennie zei, inderdaad dat hadden wij eerst moeten vertellen. Hij begon met, de beheerder die we nu hebben staat ons niet zo erg aan en nu we jou aan het werk gezien hebben en een beetje uit gehoord wilden we vragen of jullie hier beheerders echtpaar willen worden
Aan mijn vrouw hoefde ik niet te vragen of ze wilde, ze wilde dolgraag. Er was iets aan de hand met mijn vrouw waarover ik het nu niet wil hebben maar het hield wel in dat ik haar graag alle mogelijke plezier wilde doen en dat plezier werd nu geboden dus ik antwoordde op de vraag van het bestuur dat ik er een paar dagen over wilde denken maar het in ieder geval zou vertellen voor de vakantie om was.
Mijn vrouw beheerste het Italiaans heel goed bovendien Engels Frans en Duits. Mijn Engels was goed en mijn Nederlands redelijk. Eventueel kon ik ook Groningers in de eigen taal aanspreken!
Ik vertelde ze wel dat ik, voor ik de zak nam bij de marine honderd procent zekerheid wilde dat we de job kregen.
Hennie zei dat er een moeilijkheid was, we moesten geballoteerd worden en dat kon alleen na verkregen inlichtingen bij de marine Dit was iets wat het aanwezige bestuur niet alleen kon beslissen. Alle leden van de vereniging, ongeveer vijf en zestig man, hadden een vinger in de pap. Alle leden waren Nederlanders en dat zijn over het algemeen zeikerds zodat ze hier niet onderuit konden. Ook de voorzitter, die niet aanwezig was, moest zijn fiat geven maar dat zou geen moeilijkheden opleveren.
Ik vertelde ze dat wij overal mee akkoord gingen maar dat ze moesten wachten met het vragen van inlichtingen tot ze van mij bericht kregen omdat ik eerst aan mijn chef moest vragen of deze de gevraagde inlichtingen zou willen geven. Als chef moest ik nog iemand uitzoeken want ik kon in geen geval de eerste officier, die mijn chef was, noemen. Ik was er zeker van dat ik dan niet de baan zou krijgen want ik zat o.a. niet bij de ochtend sport vereniging “De Ratten”. Van hem zou ik geen goeie beoordeling krijgen, daar was ik van overtuigd omdat hij ook inlichtingen zou vragen aan schipper Talens, de “Opper Rat”
Ook wilde ik, voor ik de zak nam, een contract hebben. Dit alles begrepen ze volkomen en ze stemden in alles toe. Het ging zelfs zo ver dat een van de bestuursleden, Jesserun, vond dat ik zeer correct werkte omdat ik eerst mijn chef (een officier) toestemming wilde vragen of ik zijn naam mocht noemen. Even later bleek dat Jesserun zelf officier was n.l. kapitein bij de landmacht. Hem vond ik meteen een zeikerdje maar een kapitein van de landmacht stelde natuurlijk heel weinig voor vergeleken met een bootsman van hare majesteits marine dus hoefde ik geen rekening met hem te houden.
Na het borreluurtje werden wij, mijn vrouw – Henk Jan en ik uitgenodigd voor een hap eten , ’s avonds in de cantine. Hennie zei, dan gaan wij met z’n beiden plus echtgenotes een echt biertje drinken.
Het eten in de cantine was erg goed, veel beter als in een Italiaans restaurant waar je alleen die kleine rotvisjes “frito misto” of die smerige kleine inktvisjes kon eten. Ook waren er mosselen maar die waren , door de manier van klaar maken, totaal verpest.. Stelletje klootzakken die Italianen!
Toen we aan tafel zaten vroeg Hennie, mijn maat, het woord. Dit werd hem toegestaan en anders had hij het wel genomen. Hij bedankte mij voor het klusje wat ik opgeknapt had Iedereen proostte op mij en mijn vrouw en ik wilde terug proosten, ik met mijn fles bier maar mijn vrouw, die mij kende, had al een glas volgeschonken wat ze in mijn handen drukte.. Het werd werkelijk gezellig met die stomme burgers maar dat was in grote mate te danken aan mijn maat, Hennie. Later bleek dat Hennie hoogleraar was in de biologie in, ik geloof Hengelo.
Wat erg lullig was, vonden mijn vrouw en ik was dat ook Piet zat te eten met een paar mensen. Natuurlijk wist hij wat er aan de hand was. Hij was niet uitgenodigd aan onze tafel, iets wat wel gebruikelijk was. Wat ik zei, ik vond het wel lullig maar ook weer niet al te veel natuurlijk. Mijn vrouw ging voor,
’s Avonds aan de bar werd het nog gezelliger. Mevr. Nijkamp kon ook goed meedoen.
De dagen die nog volgden waren drukke dagen voor mijn vrouw en mij. De hele dag werden we min of meer lastig gevallen door de vele eigenaren die ook aanwezig waren. Er waren er die al onze banen aan het indelen waren, hoe we dit of dat het beste konden doen. Dit opende een beetje mijn ogen. Als ik al de vijfenzestig eigenaren als baas zou krijgen dan werd het een onmogelijke zaak om goed te kunnen werken.
Ik sprak Henny daar over aan. Hij gaf me gelijk maar het zou moeilijk zijn om dat te veranderen omdat zij allemaal een vinger in de pap hadden. Of ik een oplossing wist en die wist ik
Ik zei hem dat voor mij de enige oplossing zou zijn, één baas. Dat moest dan iemand uit het bestuur zijn die de beheerders portefeuille zou krijgen en dat hij dat moest zijn. Hij was, vond ik, de enige die kijk op de zaak had. Hij zou er onmiddellijk met de aanwezige bestuursleden en eigenaren over praten. Ik maakte hem wel duidelijk dat het aannemen van de baan hier voor een groot deel afhankelijk zou zijn.
Nog dezelfde avond had ik de uitslag, De overgrote meerderheid was het er mee eens, ook de voorzitter die ze gebed hadden. Deze had gezegd waarom hebben wijzelf daar niet eerder aangedacht. Mijn maat Henny zou inderdaad de portefeuille beheer krijgen.
Mijn vrouw vond dat ik wel een beetje teveel doordouwde maar ze was er wel blij mee dat ik het gedaan had. Nu kennen ze je meteen zei ze.
We begonnen weer met het inpakken van de ene koffer en onze plastic plunjezakken want het was weer tijd om te vertrekken. We zouden om een uur of zes in de morgen vertrekken maar dat werd in de middag want het afscheid nemen had te lang geduurd en was te uitbundig geweest. Gelukkig reed mijn vrouw het eerste stuk tot de Zwitserse grens want ik zag het letterlijk en figuurlijk niet zitten.
Zie jullie weer terug in Nederland, waar het wel zal regenen.
Tot Zo !!











 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu