HrMs de Ruyter.52 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.52

WILLEM GELENS 5

HET HEK GING DICHT!                                                               

Op de terugreis overnachten deden we nooit. Het was niet de moeite waard en bovendien reden we met z'n tweeen. Af en toe stopten we ergens om iets te eten, iets wat id die tijd nog goed was. Om te eten gingen we altijd de autobahn af want daar was het waardeloos zoals overal en altijd. Áls we gingen overnachten deden we hetzelfde.
We huurden een kamer voor één nacht maar dat was afhankelijk van hetgeen we dronken vóór - tijdens en na het eten en ook hoe laat het werd. Als deze vier dingen uit de hand gelopen waren, iets wat vaak voorkwam, dan bespraken we nog een nacht.
Ik weet niet meer of dit deze maal ook het geval was maar we kwamen thuis. Ik deed de buitendeur open en verder kwam ik niet, kreeg met geen geweld de kamerdeur open. Onze zoon Henk Jan kreeg een heldere inval en liep rond het huis om in de tuin te stappen en kwam even later terug, hard lachend. Wij moesten meekomen want, zoals hij zei, het was wel belangrijk. Toen ik naar binnenkeek begreep ik waarom hij zo'n lol had.
Ik had vlak voor ons vertrek een parketvloer gelegd. Mooie blokken van 33 x 33 cm. Deze vloer had ik té netjes gelegd, het paste te goed. Het was precies een maanlandschap waar we naar keken. Alle blokken stonden tegen elkaar omhoog. Wat een kolerezooi.
Ik zag het even helemaal niet zitten en we gingen eerst maar eten bij de Chinees in het Falga centrum dit ook om een verstandig idee op te doen hoe ik die rotzooi zou kunnen verschuiven.
Weer thuis gekomen begon ik aan de kamerdeur te rammelen en verdomd, na een tijdje had ik hem een paar centimeter open en toen was het verder een fluitje van een cent. Met een lange schroevendraaier kon ik de paar eerste tegels oplichten en verschuiven tot de deur nagenoeg helemaal open kon in ieder geval zover dat Henk Jan naar binnen kon. Deze heeft toen de zaak zover opgepakt dat we helemaal naar binnenkonden. We hebben daarna de blokken netjes opgestapeld.Gelukkig had ik het een en ander aan gereedschap en de volgende dag heb ik van de buitenblokken een stuk afgezaagd  tot het zo'tje ruim paste.Met een dikke plint langs de kanten zag je er niks van.
Met de gedachte in mijn hoofd dat het een aflopende zaak was ging ik naar de mijnendienst. Het was nog steeds dezelfde troosteloze geschiedenis en ik nam het de Russen of wie dan ook zeer kwalijk dat ze het niet platgegooid hadden.
Ik hjad intussen geen varende plaatsing gekregen en ging de nodige stappen ondernemen.
Het stond al seen paal boven water dat het bestuur van het bungalowpark inlichtingen over mij zouden vragen, iets waar ik toestemming voor gegeven had. Had ik dit niet gedaan dan had ik alles meteen kunnen vergeten.
Er moest dus gerotzooid worden. Ik had bij de marine nogal eens in de “bakkies” gezeten hetgeen bij de marine betrekkelijk normaal was maar ik dacht dat die kloten burgers anders zouden reageren.
Buiten ik weet niet hoeveel dagen licht arrest had ik ook zo’n vijf of zes maal streng en verzwaard arrest gehad. Dan ook nog een paar maal voor de zeekrijgsraad met als resultaat een maal 14 dagen Nieuwersluis, wat ze gevangenisstraf noemden.
Mijn gegevens mochten dus absoluut niet van de eerste officier van de mijnendienst  komen want die vent zou mij met alle plezier de mist in helpen, maar ook was het moeiljik om een andere officier in te schakelen. De oplossing lag vlakbij. De vaste officier v.d.wacht was een ex college van mij. We waren samen kwartiermeester geweest, ik was de bootsman opleiding in gegaan en hij de opleiding voor officier. Ik ging een babbeltje met hem pikken en lie teen beetje door schemeren wat de moeilijkheden waren. Ik hoefde eigenlijk verder helemaal niets te doen, hij zelf bood aan om als mijn divisie chef, baas, op te treden. Ook zou hij voor een, door hem opgemaakt, uittreksel conduiten zorgen. Dit waren de twee dingen waar ik het moeiljikst tegenaan gezien had en ze waren het snelst opgelost.
Mijn conduiten waren weer zoals ik ze op de vloot had gehad en daar kon ik mee voor de dag komen.
Ook al vanwege het aantal stempels die er op stonden.
Ik was er klaar voor om president van Italie maar daar vond ik mijn conduit eigenlijk te goed voor.
Ik nam geestelijk een paar dagen rust om alles nog eens goed te overdenken en op een rijtje te zetten en om er weer over te praten. Mijn vrouw en ik, maar ook Henk Jan. Het was voor ons alle drie toch een redelijk grote stap. Dit deden met een glas wijn want mijn vrouw vond dat ik die troep moest leren drinken.
Ik vind die viezigheid nu nog niet lekker. Het staat natuurlijk wel netjes, denk ik
Eindelijk besloot ik de knuppel in het hok te gooien en vroeg aan mijn ex collega, de off. v.d.wacht wanneer ik hem kon laten bellen door Hennie Nijkamp, mijn toekomstige baas. Dat kon wanneer hij wilde.
Ik drukte hem nog eens op zijn hart om er geen kolerezooi van te maken door mij te hoog de hemel in te prijzen want die viel ik mogelijk op mijn bek. Natuurlijk, de gedachte bij de marine was dat alle burgers stomme dieren zijn en daar was ik het van harte mee eens maar zijn uitzonderingen en Hennie Nijkamp was daar een van.
’s Avonds thuis belde ik Nijkamp om te vertellen dat hij de volgende dag kon bellen en dat hij naar de vaste officier van de wacht moest vragen.
De volgende dag kwam de leerling naar mij toe met de boodschap dat ik bij de off. v.d. wacht moest komen. Hij vertelde mij zo ongeveer waarover ze gesproken hadden, en dat ik wel door Nijkamp gebeld zou worden. Deze belde mij ’s avonds en vertelde dat hij met Overste “uit de ketting” gesproken had en dat het er goed uitzag.
Mijn ex college had zichzelf bevorderd tot Overste want die rang, vond hij, maakte meer indruk. Mogelijk had hij gelijk.
Nijkamp en ik maakten meteen een afspraak om naar de voorzitter van het bestuur van het bungalowpark te gaan om de zaak rond te maken. Hij wilde graag kennis met ons maken maar dat wilde ik ook met hem
Op de desbetreffende dag gingen we ruim op tijd weg. Ik wilde niet te laat komen met de smoes, ik kon de weg niet vinden. Hij woonde ,ik geloof, in Huizen ergens in een van de buitenwijken. We hadden het geluk dat we bijna het huis inreden want je kon je in zo’n buurt het lazerus zoeken voor je iets gevonden had. Ik wilde niet te laat komen maar zeker ook niet te vroeg. Nijkamp zou ook komen en ik zag zijn wagen nog niet staan dus gingen we nog maar een rondje rijden Dit hadden we niet moeten doen. Ik had ongeveer 50 meter gereden toen we in een lange flauwe bocht kwamen. Het was een prachtige laan,zo heet dat in die buurten, vol met bomen aan weerszijden. Ik reed met een snelheid van misschien 40 kilometer en raakte in de slip. We tolden een paar maal rond en ik had nog ruim de tijd om mijn vrouw tegen de rugleuning te drukken. We zagen het allebei aankomen dat we tegen een boom opknalden. Het viel allemaal erg mee,op dat moment.Het enige wat ons gebeurde was, mijn vrouw een kapotte kous en ik had een scheurtje in mijn vinger. Ik probeerde de wagen te starten maar dat ging niet. Gelukkig kwam op dat moment  Henny Nijkamp aanrijden en toen we de wagen een beetje beter bekeken zagen we wel een paar deuken maar dat zou gauw verholpen zijn. Henny nam ons mee naar de voorzitter die ons verhaal aanhoorde en meteen een garage belde. Het noemen van zijn naam was al voldoende om die lui in actie te brengen. Hij zou bellen als hij wist wat er aan de hand was. Dat deed hij ook een half uur later en vertelde dat de wagen Total loss was. Ik geloofde er geen barst van maar dat moest maar even wachten.
De voorzitter vroeg aan Nijkamp of hij inlichtingen over mij had ingewonnen die dit beaamde Volgens mijn chef, zo vertelde hij had ik wanneer ik bij de marine gebleven was alles kunnen bereiken. Nijkamp zei, ik geloof dat Gelens op zijn slofjes admiraal had kunnen worden. Mijn maat, de officier van de wacht had dus behoorlijk op zitten pijpen. Mijn vrouw had een getuigschrift van het ziekenhuis wat nog beter was.
Er was dus geen vuiltje meer aan de lucht.
Er werd niet gesproken over het uittreksel uit mij coduite en ik heb het ook niet laten zien want dat had een gevaarlijk papiertje voor mijn maat de off.v.d. wacht kunnen zijn.
Het contract met alles erop en er aan werd rond gemaakt en er werd besloten dat we op 1 januari 1973 zouden beginnen. Eerder kon niet omdat ik nog de zak moest nemen bij de marine.
Nadat we nog iets gedronken hadden belde de voorzitter de garage op met de vraag of hij ons op kon halen, hij zelf ging ook mee want hij zou wel met de vent babbelen. Het voordeel was dat hij ook zijn wagens bij die garage kocht, voor hem zelf voor zijn vrouw en voor zijn twee zoons.. Toen we buitenkwamen en op de voorzitter stonden te wachten vertelde Nijkamp mij dat dat inderdaad een voordeel was, de voorzitter was een jood, een echte zoals hij zei.
Toen we in de garage kwamen stond de wagen op de brug en inderdaad zelfs ik kon zijn dat hij Total loss was. Het hele chassis stond naar binnen gebogen Het draaide er op uit dat we een andere wagen kochten, ter plaatse. De wagen die ik naar de knoppen had gereden was pas een paar maanden oud. De garage houder belde meteen de verzekering en met de inruilwaarde plus een babbeltje van de voorzitter met de garage houder draaide het er op uit dat ik de nieuwe wagen bijna gratis had. Dit was de tweede maal dat ik zo’n mazzel had. We konden de wagen pas de volgende dag krijgen i.v.m. het regelen van de papieren. Dat dit allemaal zo snel kon was het werk van de voorzitter. Die barste van het geld en had zodoende een hele dike vinger in de pap, overal.
Mijn vrouw belde Henk Jan, die thuis was gebleven, en vertelde dat we ’s nachts niet zouden thuiskomen. Hij moest maar bij de Chinees gaan eten. Henk Jan vond dat wel best. Henk Jan vond alles wel best.
Wij, mijn vrouw en ik , moesten ’s avonds uit gaan eten met de voorzitter en zijn vrouw. Was best lekker alleen ik moest weer die gore wijn drinken en ook nog zeggen dat het lekker was. We hebben later in het hotel de schade ingehaald.
Toen mijn verlof er op zat en ik op de mijnendienst aankwam stond de schipper mij al op te wachten en vroeg wanneer ik aan het allemansend begon. Ik vertelde hem dat ik toch wel eerst touwwerk en nog enkele dingen moest hebben. Dat was volgens hem wel in het kabelgat. In het kabelgat was alleen maar schiemans garen en ik vroeg hem of ik het daarvan moest maken. Nee dat was niet mooi volgens hem ik moest maar nylon touwwerk gaan kopen aan de wal. Ook had ik nog een holle marlspijker en een paar zeilnaalden nodig. Hij stond nogal verbaasd te kijken dat ik om geld vroeg om dat spul aan te schaffen.
Hij gaf mij geld mee wat niet genoeg was en toen ik het spul kocht vroeg ik om de rekening want ik was niet van plan om ook maar een cent te betalen. Hij betaalde mij naar wat later bleek met geld uit de toko gelden van de onder officieren. Hij kreeg toen op zijn flikker van alle onder officieren want er was nagenoeg niemand die het nodig vond om de ouwe een cadeautje te geven. Een fles bier en een paar hapjes waren genoeg.
Ik kreeg van de schipper een “hut” toegewezen waar ik het ding kon maken zodat niemand er met zijn smerige vingers aan kon komen. Deze hut deed ik ’s avonds op slot. Omdat het allemansend wit moest blijven, een maagdelijke kleur, kreeg ik zijn witte handschoenen die hij wel terug moest hebben.
Natuurlijk nam ik er mijn tijd voor, het was tenminste een klus waar ik liefhebber van was, ook al was het dan voor de commandant.
Eén dag voor het grote feest daar was had ik het end klaar.
Hij vroeg mij om het overgebleven touwwerk de zeilnaalden en de holle marlspijker. Ik zei hem dat ik dat hield als salaris voor het werk. De holle marlspijker gebruik ik nu nog.Zijn witte handschoenen gaf ik hem wel terug, vol met gaten en zo zwart als de hel.
Toen de ouwe in de gouden bal kwam werd er eerst een biertje genomen waarop de schipper op hem toe stapte en hem het allemans overhandigde met de woorden; commandant dit overhandig ik u namens de onderofficieren van de mijnendienst. De opperrat vond het prachtig, zei hij. Een van mijn collegas riep, dat heeft bootsman Gelens gemaakt waar geen reactie op kwam. Later zei Talens tegen mij, ik dacht dat dat je niet wilde dat je naam genoemd werd. Dezelfde collega vroeg, en wat had je gezegd als de ouwe gevraagd had, wie heeft dat gemaakt? Dat heb ik voor u gemaakt! Talens hield verstandig genoeg zijn kop dicht.
Onze biljartploeg ging door zoals we het altijd gedaan hadden. Hierbij werd er nogal het een en ander aan bier of wat dan ook gedronken want de spelletjes gingen snel. Er was zo ongeveer iedere tien minuten een verliezer die een rondje moest bestellen. Tegen een uur kreeg de schipper het op zijn heupen want hij vond dat we aan het werk moesten. Wij vonden dat we eerst ons bier op moesten maken en dat was dan ook wat we deden.
Op een middag, om een uur of half twee kwamen we met een man of vier het gebouw uit en liepen bijna de eerste officier en schipper omver die juist naar binnen wilden. De schipper had waarschijnlijk bij de eerste man hulp gezocht .
De eerste man vroeg aan mij, ik neem aan dat ik door de schipper als de raddraaier was aangewezen,
wat ik dacht dat ik aan het doen was waarop ik hem antwoorde dat ik persoonlijks niets deed want er was niets zinnigs te doen.
De volgende morgen diende ik bij de schipper mijn ontslag in.
Ongeveer een uur later moest ik bij de eerste officier komen en natuurlijk dacht ik dat het verband hield me mijn ontslag aanvraag maar nee, het was voor iets waarop ik al een tijdje liep te wachten. Mijn conduite werden voor gelezen. Ik begeep volkomen dat het op enkele punten terecht was maar ik vroeg op welke punten, met hoeveel punten en wanneer ze gezakt waren.
Het was op haast alles met twee punten en op enkelen zelfs met drie en het was ongeveer een maand geleden geweest..
Ik vertelde hem dat hij dan wel erg laat was met het voorlezen van mijn coduite omdat dit onmiddellijk moest gebeuren als dezen twee of meer punten zakken. Waar ik dat verjhaaltje vandaan had vroeg hij. Ik vertelde hem dat iedere onder officier dit wist en dat ook alle officieren dit moesten weten, ook u kon ik niet nalaten te zeggen. Kon ik nou toch maar eens ooit mijn kop dichthouden!
Ik vertelde hem dat ik deze zelfde morgen mijn ontslag had aan gevraagd en dat dat de reden was dat ik geen beklag zou indienen. Dit is trouwens de enige maal dat ik iets, zonder te reclameren, over mij heen heb laten gaan.
Hij had mijn verzoek tot ontslag nog niet gezien en ik zei hem dat dan de schipper ook erg laat was.
Waar ik dacht terecht te kunnen met deze conduite waarop ik hem vertelde dat ik mijn contract al in mijn zak had en dat mijn conduite mij verder niet interesserden.
Ik bleef doorgaan met mijn ouwe job, het doelloos rondhobbelen over het kazerne terrein. Ik kon er met de beste wil ter wereld niets zinnigs van maken.
Toen kwam er nog een varrassing, ik moest bij de een of andere instantie komen, weet niet meer welke en weet niet meer waar. Er werd mij gevraagd hoe ik als bootsman die nog maar dertien jaar moest dienen de zak kon nemen. Ik heb ze mijn redenen verteld, voor zover het met de marine te maken had, en ze verteld dat ik bij de marine was om te varen en niet voor zo’n gore walplaatsing en zeker niet zo’n lange tijd. De tot vakofficier bevorderde schipper v.d.Ven zat ook in de commissie en hij was een van de mensen die mij gelijk gaven. Hij bedoelde het goed maar ik had er niets aan!
Een van mijn laatste dagen nodigde ik mijn maten uit voor een afscheids avondje in de gouden bal. Ik vertelde mijn vrouw dat ik die nacht niet zou thuiskomen en de redenen daarvan. Ze vond het wel best als ik er maar geen puinhoop van maakte. Ook vroeg ze of zij niet uitgenodigd was. Dat was dus niet zo en ook dat begreep ze.
Ook de sergeant kok had ik uitgenodigd en deze zorgde voor allerlei lekkere hapjes waaronde natuurlijk nasi en saté’s.
Het werd een zeer gezellige avond/nacht en gelukkig hadden we allemaal onze vrouwen gewaarschuwd dat ze niet op ons hoefden te rekenen. Niemand zat te zeiken, ik moet naar huis.
Het winterverlof zat er aan te komen en we begonnen thuis de zaken in te pakken.
Chris Stroop, die nog steeds met zijn vrouw bij ons op visite kwam vroeg ik of hij de parketvloer wilde, mijn tropenplunje had ik hem al gegeven. Hij wilde heel graag de vloer en de volgende dag kwam hij met een gehuurde bus het spul ophalen.
Het grootst deel van de dagen die we nog in den Helder waren hebben we doorgebracht met afscheidsavondjes waarvan er ook een op het ziekenhuis Parkzicht.
De dag brak aan dat ik de verhuizing belde. Dit was op hun verzoek met het oog op de feestdagen. Het gevolg was dat wij rond de vierentwintigtse december op een kale vloer zaten. Eten was geen bezwaar er waren genoeg Chinezen in de Helder maar op een betonnen vloer slapen was niet zo gezellig zodat we besloten om de 5 of 26e te vertrekken. In ieder geval we kwamen op de 27e aan in Italie.
De verhuiswagen was al geweest en de zaak stond netjes verstouwd in een schuur, hadden mijn toekomstige bakskinderen gedaan.
Er komt nog een kleinigheid maar dat moet nog even wachten. Het zijn een paar geintjes die ik meemaakte als lid van de demonteer ploeg en nog een kleine nabeschouwing.
TOT DAN!!




 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu