HrMs de Ruyter.53 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

HrMs de Ruyter.53

WILLEM GELENS 5

DEMONTEREN VAN BOMMEN EN MIJNEN.

De opleiding voor dit werk was een onderdeel van de opleiding tot duiker seinmeester, een belangrijk onderdeel.
Natuurlijk ga ik, ook al zou ik het nog weten, niet het demonteren zelf beschrijven, heeft niemand iets aan.
In de jaren 50 kwam het demonteren grotendeels voor rekening van de marine.Als je op de mijnendienst zat, bij het duikbedrijf dan werd je voor dit werk aangewezen. Het was geen kwestie van liefhebbers, je was duiker en je ging.
In die periode kwam het vrij geregeld voor dat er mijnen aanspoelden. Dit waren over het algemeen de zogenaamde contact mijnen. Dit was vaak in periodes met slecht weer, zware stormen op zee. Dan sloegen die krengen los van hun anker en dreven aan land. Ze bleven dan op de laag water lijn liggen en moesten daar gedemonteerd worden.
Je stond tot je ballen in het water en van boven kreeg je de regen in je nek met als gevolg dat je altijd zeiknat was en je het steenkoud kreeg.
In die tijd hadden we natuurlijk geen goeie kleding tegen deze weersomstandigheden. Tegen de kou trokken we onder een overall over ons duikgoed aan. Omdat dat altijd tot de draad toe versleten was hielp het weinig of niet en de bijkomende ellende was dat het binnen een minuut ook zeiknat was. Rotzooi!!
We werkten met twee ploegen, om de week maar denk niet dat je na jouw beurt een week vrij was , vergeet het maar. Als je ergens midden in de nacht of in de vroege morgen terug was gekomen op de mijnendienst nog steeds zeiknat en als het mogelijk was, nog meer versteend van de kou dan moest je toch wel weer om 08 00h aan de bak
We mochten natuurlijk niet klagen want de "extra" verdiensten waren erg hoog, 4 ½ gulden per etmaal. Na aftrek van belasting bleef daar zo ongeveer 3 1/2/ gld. van over. Het was niet genoeg om onderweg een bak koffie met een broodje te kopen.
Om deze "extra" uitbetaling te verhogen hadden we zo ons eigen systeem. Vaak kwamen deze bom/mijnmeldingen 's avonds binnen.We zorgden dan , als het niet te ver was, om voor middernacht op de plaats van bestemming te zijn en meldden ons op het politie bureau. De politie hadden we nodig om het gebied af te zetten. Als we dan mazzel hadden was er een bak koffie en/of een snee brood met margarine en suiker.We bleven hier dan zitten tot we het volgende etmaal binnen rolden en verdienden zodoende het astronomische bedrag van Fl. 9.- We waren rijk!

Ik weet niet hoe het tegenwoordig gaat maar in die tijd als we moesten "uitrukken" dan was ons enige middel van vervoer een jeep en als je mazzel had zat er een zeildoekse kap overheen. Als je op deze manier ergens in de nacht terug kwam van de job, zeiknat, dan was je totaal bevroren en had je moeite om op je fiets te stappen om naar huis te gaan. De onderofficier van de wacht op de mijnendienst vroeg meestal, jullie hebben weer goed verdiend zeker. dan was je in staat om zo'n vent voor zijn bek te slaan.
Er werd niet altijd gedemonteerd. Als het mogelijk was dan legde je een lading bij zo'n ding en liet hem springen of de mijn werd leeggebrand. In dit laatate geval moest er toch wel altijd, tenminste gedeeltelijk gedemonteerd worden.
Als het een mijn was waarvan de bijzonderheden nog niet bekend waren (niet in de bijbel van de demonteur voor kwamen) dan moest er gedemonteerd worden.
De Engelsen omschreven dit als volgt. Ieder explosief hoe gevaarlijk dan ook wat onder de stoel van Churchill ligt moet gedemonteerd worden. (Churcill bleef niet in zijn stoel zitten)

Het was de beurt van onze ploeg toen er 's avonds een mijnmelding binnenkwam. Het ging om een aangespoelde contact mijn. Op iedere ploeg zat een officier, gelukkig een onderofficier en twee of drie manschappen. Ik zeg, gelukkig een onderofficier en dat was ook zo want deze maal heeft die man ons, bijna zeker gered van een enkele reis naar de hel.. Ik weet het niet helemaal zeker maar ik geloof dat deze onderofficier sergeant machinist Dickmans was. Van de officier ben ik absoluut niet zeker en noem daarom geen naam.
We hadden het strand af laten zetten door de politie. Ook al was het midden in de nacht en met dat weer geen ziel te bekennen, dit afzetten door de politie moest en was een goeie gewoonte.. De mijn lag,zoals altijd op de laag waterlijn en het werd dus weer een natte en kouwe klus. Dit leek een normale cotact mijn maar toch werden de regels in acht genomen. Er bleef een man bij de mijn achter om het deksel los te schroeven. Hij stond in verbinding met een van de mensen die in dekking lagen en voor dat hij ook maar iets deed moest hij deze handeling doorgeven. Als het ergens fout liep dan wist een volgende demonteur dat hij niet hetzelfde moest doen. Op deze manier is de bijbel van de demonteur ontstaan.
Even tussendoor, tijdens de eerste maanden na de oorlog zijn er oneveer 145 Engelse demonteurs omgekomen.
Er zaten een hele hoop bouten en moeren om los te draaien op het deksel en toen de laatste los was trokken we van afstand het deksel er gedeeltelijk af. Er gebeurde niks Aan de binnenkant van dit deksel zaten verscheiden draden die ergens in het mijn lichaam met het een of ander verbonden waren. Het was vaak mijn taak om het deksel op te tillen en dan stond je met dat kreng in je handen. Was in die kou een kolere job maar je kon het ding niet loslaten want je zou een verbingen of meer als een los kunnen trekken met onprettige gevolgen.
Als je zo stond en je zag de politie op veilige afstand staan met brandende lamp dan vroeg je je af, waarom ben ik geen politie agent geworden.
Het was nu de beurt van de officier om verder te gaan met het demonteren. Wij kenden hem natuurlijk  het was geen slechte vent maar in dit werk had niemand van ons hem eerder mee gemaakt. We stonden met z'n drieen bij de mijn, de officier, Dickmans en ik. Gelukkig ook Dickmans die er met zijn giegel bovenop stond. Een van de eerste dingen die je leerde was dat wanneer er draden doorgeknipt werden dit nooit meer als een tegelijk mocht zijn. Dit is begrijpelijk, als je twee of meer in een keer doorknipte dan was er een redelijke kans dat je contact maakte. De grootste boerenlul begreep dit. De officier was erger als een boerenlul en knipte een paar draden tegelijk door met als gevolg, er begon iets te tikken. Hij had een cirquit gesloten en er was een klok gaan lopen.
We hadden het geen van drieen nog koud, we stonden etter en bloed te zweten.
Dank zij Dickmans liep het goed af. Hij pakte een klokstopper en bij de eerste poging kon hij de klok stil zetten. Het is moeilijk om te beschrijven wat er in zo'n korte tijd in je om gaat . Misschien had er een van ons of misschien wel alle drie in de broek staan zeiken van ellende maar aangezien we al zeiknat waren merkte je dat niet meer. Het overige demonteerwerk werd door Dickmans gedaan. De officier stond zich in zijn eentje de pest te schamen. Na verloop van tijd zij Dickmans tegen mij, Willem laat het deksel maar zakken. Ik heb dat ding op de grond gelegd en ben er bovenop gaan zitten om bij te komen.
Toen hij de klok er uit haalde zij hij kom eens kijken, het ding stond nog op een minuut en vijftien seconden. Toen gingen hij en ik pas echt over de zeik en begonnen de officier uit te maken voor oud vuil waar hij gelukkig niet op reageerde want anders hadden we hem misschien wel in het mijnlichaam getrapt en samen met de springstof uit gebrand.
De klok is later bewaard gebleven of hij nog bestaat weet ik niet want er was veel liefhebberij voor die dingen dus best mogelijk is hij gejat of in de grote doofpot gestopt want er was een officier die de schuldige was en er waren te veel bewijzen hiervoor.
Nadat de zaak onderzocht was hebben we de officier niet meer terug gezien.
Ik ben mij meteen gaan verdiepen in klok stoppers en waar je precies deze dingen in moest stoppen. Mijn instructeur was natuurlijk DICKMANS.

Een bijkomende moeilijkheid was het op afstand houden van mensen of het evacueren hiervan Dit overkwam ons bijvoorbeeld op Texel. We waren geroepen omdat er een losgeslagen contact mijn op het punt stond om tegen een strekdam aan te drijven. Direkt achter de dijk stonden de huizen van het dorp en de daar wonende mensen moesten weg en de verder op wonenden de ramen en deuren open zetten.
Dit waren over het algemeen lui die zichzelf niet vertrouwden laat staan anderen. Ze verdomden dus om weg te gaan en de ramen en deuren open te doen. Als ze ons voor de deur zagen staan deden ze zelfs niet open als we aanbelden. We lichten de politie in dat die er voor moesten zorgen.
Toen we terugkwamen bij Ltz.Woudstra vroeg deze of iedereen geevacueerd was en we vertelden hem dat de politie er borg voor stond.
Als het fout zou gaan dan was het zeker dat het met ons afgelopen was en het interesseerde ons geen ene flikker of dat zo'tje burgers naar de hel geblazen werd.
In afwachting van een sloep waren wij druk met pikhaken en stokken om te voorkomen dat de mijn op  de strekdam liep toen er plotseling een vent boven op de dijk verscheen, behangen met camera's en al die troep. Woudsra vertelde mij om hem weg te sturen. Ik ging naar hem toe en vertelde hem op te rotten.
Hij begon te zeiken over democratie en nazi systemen e.d. Ik ging naar Woudstra en vertelde hem dat de vent niet weg wilde. Hij zei, die vent moet weg en hoe je het doet blijft mij gelijk. Hij had natuurlijk gelijk, die hufter kon daar niet blijven. Ik had dus het groene licht en zocht een mooi stuk drijfhout en ging daarmee weer naar die rukker. Ik zeg je gaat nu of ik ram je voor je hersens.Als je met een dergelijke klus bezig was dan was er niet veel voor nodig om het bloed onder je nagels vandaan te halen en zeker zo'n arrogante flikker moest dat niet proberen. Hij had door dat het nu echt menens was en ging weg. Op een afstand stond hij te schelden en te dreigen dat het in de krant zou komen.
We hebben later, met de "10" de mijn naar zee versleept en hem daar laten springen.

Het volgende is iets wat de andere ploeg overkwam.
Zij moesten, ik denk naar Cadzand, om een kathymijn te springen. Een paar badgsten hadden hun vette buik open gehaald aan de driepoot die er bovenop stond. De detonator was er al lang door de roest afgevallen. In ieder geval de mijn moest opgeruimd worden.
De leiding had een nog jonge officier en pas duikofficier en de onderofficier was een schipper.
Het strand lag vol met badgasten, over het algemeen Duitsers maar er waren zelfs enkele Nederlanders bij. De moffen hadden de grootste reclames dat ze weg moesten want dan werden hun kuilen door de Nederlanders bezet. Deze moffen werd aangezegd hun grote bek dicht te houden want wij moesten de kolerezooi opruimen die zij hadden achter gelaten. In ieder geval werd met hulp van de politie het hele zootje op veilige afstand gebracht, voor het moment tenminste.
Het werk op zich was een fluitje van een cent, de grootste boeren lul kan iets de lucht in laten springen zo werd in het algemeen gedacht maar ook bij dit "stomme" werk moest je wel een handjevol veiligheids maatregelen toepassen en dat was iets wat in dit geval totaal de mist in ging,
De lading om de mijn te springen werd aangebracht en de officier plaatste de detonator. Het was een electrische explosie dus met behulp van een exploder.. Het was voorschrift dat hij die de detonator aanbrengt de sleutel van de exploder in zijn zak houdt. Hij had dan de zaak volledig onder controle. Deze officier dacht er anders over, hij gaf de sleutel aan de schipper en zei jij bedient de exploder. Ik ga tussen al dat volk in staan om ze op een afstand te houden. Hij zag er erg lief uit, mooie witte duiksokken, nieuwe klomplaarzen en een pracht duiktrui. Stijl Woudstra. Een filmster
De schipper protesteerde wel maar de officier was al op weg naar zijn fans.. De afspraak was dat hij wanneer hij tussen die lui stond op een fluit zou blazen als teken dat de schipper de exploder kon bedienen.
De hele ploeg lag op een zeer veilige afstand, heerlijk in het zonnetje en toen het fluitsignaal kwam drukte de schippde exploder in. Er gebeurde niets.
Bij een electrische explosie moet je bij weigering tenminste 20 minuten wachten voor je naar de mijn gaat. Deze officier deed dit niet ook al omdat hij zich liet opjutten door de burgers die om hem heen stonden en die terug wilden naar hun kuil.
Na een minuut of 5 liep hij naar de mijn en om de aandacht van de schipper te trekken blies hij weer op de fluit. De schipper dacht dat bedoeld werd dat hij weer moest afdrukken en deed dit ook. Nu gebeurde er wel iets,het zootje klapte..
Toen het rustig was liep de ploeg onder leiding van de schipper naar de plaats waar de mijn geexplodeerd was maar de officier was er nog niet en is ook nooit meer verschenen.
Het schijnt dat het enige wat ze van hem gevonden hebben een hand was.
Het fluitje zat er niet meer in, was weg.
Je kunt met dit werk niet de filmster of de patser uithangen. Het is misschien raar om te zeggen maar dit ongeluk heeft mogelijk een hoop mensen gered. Dit was een beetje springstof van 80 kilo.Stel je voor dat zo'n joker hetzelfde uithaalt als het om een mijn gaat met een paar honderd kilo van die troep.

Als we moesten uitrukken gaf ook vaak de reis naar en van de mijn o.i.d. de nodige moeilijkheden.
Als je over een van de grote waterwegen moest zat je altijd in de ellende. Je mocht niet over bruggen en ook niet over een sluis, Het enige wat dan overbleef was kilometers omrijden of met een pont.
Vaak rukten we uit in een jeep, als je geluk had was er een zeildoekse kap overheen getrokken. In dezelfde jeep lagen de springstoffen en detonators gebroedelijk naast elkaar. Dit was tegen alle regels in. De enige oplossing was, een tweede wagen maar dit was natuurlijk onmogelijk, zou te duur geweest zijn.Het zou veel goedkoper zijn wanneer er een jeep met een man of vijf erin de lucht ingeblazen werd.
Op een nacht dat we terugkwamen van een klus moesten we oversteken met de pont. Daar stonden meestal lange rijen vrachtwagens. Daarmee begon het probleem, we mochten ook niet in een file wachten. In dit geval moest de pont ontruimd worden. Dit was soms een werk van uren want eerst moest de file achteruit en pas dan kon de rest van de pont afkomen.
Als het eindelijk zover was dan reden wij met de kleine jeep de pont op. De rook sloeg aan alle kanten uit de jeep want wij zaten meestal te roken als schoorstenen.
Natuurlijk zagen de vrachtwagen chauffeurs dit ook en dan brak de pleuris uit. Deze mensen wisten echt wel dat het roken tegen alle regels was. Wij hielden ons er niet aan maar zij moesten wel de regels volgen en van de pont af.
Als we aan de andere kant kwamen dan kreeg de chauffeur opdracht om zo snel mogelijk te rijden zodat het uitgesloten was dat we door de hele meute ingehaald werden die hadden ons misschien te pletter gereden
Natuurlijk hadden de vrachtwagen chauffeurs alle gelijk aan hun kant maar wat hadden wij anders moeten doen?
We leefden dus nog in tijd van oorlog maar hebben nooit een mooie blauwe helm gehad en ook niet zo'n lief blauw sjaaltje, laat staan een vetleren medaille.
We mochten niet ontevreden zijn want we hadden er weer 9 gulden aan over gehouden.

We reden door den Haag op de laan van Meerdervoort. De reis was deze maal in een grote gesloten wagen. Waarheen we gingen en waarvoor weet ik niet meer.
De leiding was in handen van Ltz.1 Huiskens en die zei ons voor we vertrokken van de mijnendienst dat we een kist bier mee moesten nemen voor als de klus was afgelopen Dit werden een paar kisten bier want zoals ik zei, de wagen was groot genoeg.
Natuurlijk gingen we op de heenweg het bier al proberen, wie weet was het wel bedorven en daar kon je met alle recht een trauma aan overhouden. Zelfs wij pasten er wel voor op om niet bezopen te worden, zoveel verantwoordelijks gevoel hadden we wel en bovendien, het was tegen de regels.
Wel moesten we allemaal pissen van de hoeveelheid bier en we ramden tegen het schot tussen de chauffeurscabine en de laadruimte waar wij zaten. Naast de chauffeur zat Huiskens en na verloopvan tijd en nadat we gedreigd hadden in de wagen te pissen liet Huiskens de wagen stoppen en we moesten allemaal uitstappen,aan de rechterkant van de laan van Meerdervoort. Het was daar redelijk rustig iets wat ons trouwens niet interesserde. We stonden met zijn allen te de wagen te pissen toen deze plotseling wegreed. Huiskens had hier de chauffeur opdracht voor gegeven en het gevolg was dat we met zijn allen midden op de laan van Meerdervoort stonden te zeiken. Huiskens zat zich de koorts te lachen maar ook de burgers die ons zagen staan. Deze mensen hadden door wat er aan de hand was en vonden het prachtig. Wij trokken ons er niets van aan en bleven doorpissen tot we klaar waren.

Deze keer zaten we in , voor ons, een onbekend deel van Nederland. Ergens in het oosten van het land terwijl we normaal altijd ergens langs de kust sukkelden.
Zal in dit geval wel een niet geexplodeerde bom geweest zijn.
Omdat we ook niet over drukke verkeerswegen mochten rijden ging de route via kleine binnenwegen, zoveelmogelijk de dorpen mijdend.
Na veel geetter hadden we eindelijk weer de weg gevonden rondom het een of andere dorp toen we voor ons een lange rij mensen over de weg zagen lopen. De chauffeur  toeterde maar het zo'tje gaf.geen krimp.  Toen we nagenoeg de de laatsten in de rij over de hakken reden kwam er een vent aanlopen die vroeg of we niet een beetje meer eerbied konden betonen want het was een begrafenis stoet.
Wij hadden een rode vlag aan de jeep hangen zodat iedereen kon zien wat we vervoerden. De rouwstoet werd vergezeld door een paar politie agenten die toch zeker moesten weten wat er met die vlag aan de hand was. Onze baas vroeg of zij het inderdaad wisten of dat ze dachten dat wij een rijdende hoerenkast waren. Een van hen dacht het wel te weten maar had er ook geen idee van dat ze de weg voor ons vrij moesten maken. Hij ging de pastoor wel even vragen of ze ruimte konden maken waarop onze baas zei, vertel hem dat het geen kwestie is van ruimte kunnen of willen maken maar vertel hem dat hij ruimte moet maken.
Dit allemaal klinkt misschien een beeje grof en dat was het ook maar wel met opzet. Iedere keer weer hadden we dergelijk gezeik en dat begon ons op de zenuwen te werken. We waren niet van plan om het nog langer te pikken.
Even later kwam de pastoor, in gala uniform aan lopen met bij hem een vent met een stuk tuigketting met daaraan allerlei amuletten om zijn nek. Dat was de burgermeester.. Het waren allebei van die vetgevreten noordkapers, de jongens van het goeie leven. De pastoor begon weer over een beetje meer respect voor een overledene te zeiken e er werd hem aangezegd dat die dooie toch even moest wachten en ook dat die alle tijd had.
Toen ook de burgermeester begon te zeuren werd hem aangezegd dat zeker hij van de voorschriften op de hoogte moest zijn en dat zou dan ook wel uitgezocht worden. Als hij niet deugde voor zijn taak dan kon hij beter opstappen. Dit maakte op de burgermeester veel meer indruk als het lijk. De pastoor was het er nog niet helemaal mee eens maar kreeg de opdracht om meteen de weg te ontruimen. Deze vent was waarschijnlijk nog nooit zo behandeld en kreeg een kop als een biet. Deze keer niet van het vele vreten en de drank maar van woede.
Ook onze baas was er doodziek van en zei de chauffeur door te rijden. Een lijk meer of minder deed niet ter zake.
Door al dit gedoe was het voor ons wel weer nachtwerk geworden. Het was om een dikke lul van te krijgen.
Stomme kolere burgers.

Sobats, dit was het. Hoop dat ik jullie een klein beetje plezier heb kunnen doen met mijn verhaaltjes.
Nogmaals wil ik zeggen dat er in de verhaaltjes niet bewust leugens staan Wel heb ik enkele dingen afgezwakt en enkele namen niet genoemd. Hier had ik mijn redenen voor die jullie geen ene flikker aangaan. De velen die ditzelfde hebben meegemaakt weten over het algemeen wel wat en wie ik bedoel.
De mensen die nog bij de marine komen wil ik aanraden om nog voor ze de krijgstucht leren eerst goed op de hoogte te zijn hoe je je kloten moet klaren. Officieren - onderofficieren en/of colegas die te joviaal over komen in het begin, houdt dezen in de gaten tot ze zich bewezen hebben. Er zitten onder al deze groepen etterbakken.
Maak zo gauw mogelijk goeie vrienden onder de koks - botteliers - en hofmeesters. Vergeet ook niet de ziekenverplegers, kunnen van zeer grote hulp zijn.
Waar het mij om begonnen is en waar ik ook mee begon, er zijn velen die je je zelfrespect willen afnemen, knok daar altijd tegen. Ik weet het wel, als je dat doet staan waarschijnlijk je bevorderingen op een heel laag pitje maar je kunt de hele wereld recht in de ogen kijken
Laat ze doodvallen!!
Misschien hoor ik nog van jullie

De groetjes

Willem





                                                                                                   


 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu