Marine uitdrukkingen - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Marine uitdrukkingen

DAGELIJKSE ORDERS
Ingezonden door onze eigen Pedro
Marine uitdrukkingen en de uitleg voor de leek

De marine, een wereld op zich, heeft zo z'n eigen taal, met eigen uitdrukkingen en gezegden. Als inwoner van Den Helder krijg je daar altijd wel wat van mee.
Er bestaat zelfs een boekje, het Matrozenalfabet. Omdat het niet de bedoeling is, de uitgever van dit boekje in de weg te zitten, staan op deze website alleen uitdrukkingen die ik zelf al eens hoorde of die mij door anderen werden aangedragen. Sommige uitdrukkingen zijn overgenomen uit "Vlag en Vonk", het blad van de Marine-verbindingsdienst.
Hieronder de lijst

Kanepieper . Kok:
Gebakken marinier. Corned beef uit blik, met sambal en tomatenketchup, als extra warme hap tijdens het avondeten opgediend.
Standaarduitdrukkingen:
Aan je palen trekken, er tussen uit knijpen
Achteruit zeilen, de toestand verslechtert
Action Snack. Snelle hap tijdens een oefening vooral 's avonds
Adelborst. Officier in opleiding aan het KIM.
afknijpen, iemand het leven zuur maken
afnokken, stoppen
Afsplitsen. Een ander de klus laten doen
Aftrap. Einde
Aftrap werkzaamheden. We stoppen ermee.
Afwas doen. Nabespreking doen (van een workshop bijvoorbeeld).
Ajam. Maleis voor kip, dus: 'Hebben, die ajam!', hebben, die kip!
Appe-ietoe in de Oost. Geen betekenis, gewoon een uitdrukking die gebezigd wordt als het gesprek even stil valt. (officieel apa itoe, niks loos)
Appe-ietoe wild geraas. Wat is dat voor een herrie.
Ik vind het apies. Ik vind het wel best zo. Officieel woord habis. (Maleis)
Arie. Flinke jongen
Er zit averij op. Het is beschimmeld.
Badmuts. Met badmuts wordt iemand aangesproken die een (bijna) kaal hoofd heeft.
bagger, iets is slecht
balken, omschakelen tussen dag- en nachtdienst.
Bak. Matrozen worden ingedeeld in een bak, een groep, een klas. Van bak zijn veel worden afgeleid zoals bijvoorbeeld baksgewijs, bakstafel, baksmeester.
Baksgewijs. Per bak, groep, klas aantreden voor appèl,
Bak- en stuurboord. Eten we vandaag bakboord of stuurboord?' Bakboord (linkerzijde) en Stuurboord (rechterzijde) worden ook wel met kleuren aangeduid, rood voor de eerste en groen voor de laatste. De vraag hierboven was vroeger een grap over de beperkte keuze in groenten aan boord: Rode kool of Boerenkool
Barang. Maleis voor kleding, plunje. Wordt ook gebruikt voor andere uitrustingsstukken.
Baroe. Nieuw. Splinterbaroe.
Beukenotensap. Hiermee wordt rode Vermout aangeduid.
Berakken. Maleis voor poep. Dit is verbasterd tot het werkwoord berakken (klemtoon op de eerste lettergreep leggen) – poepen.
Bintang. Maleis voor ster. Hiermee worden de medailles en onderscheidingen aangeduid.
blauwe hap, rijsttafel
Boekoes. Maleis voor boek. Is verbasterd in het meervoud – boekoes. De boekoes maken het uit – De boeken (voorschriften) schrijven het voor.
boekoe pienter: handleiding
Boesoek. Maleis voor rot, bedorven. Een orag boesoek is een slecht mens, een rotzak.
Bolle kant. 'Met de bolle kant naar boven liggen' Een dutje nadat je je buik hebt volgegeten
Boordplaatser. Inwoner, binnenslaper. (zie ook walplaatser)
Bordeelsluipers. Sandalen of lichte schoenen met zachte zolen waarmee je onhoorbaar aan kunt komen lopen.
bravozulu, goed gedaan!
Buber. Natte rijst
Cafetaria (caf) Manschappenverblijf
Callsign. Roepletters in radioverkeer, ook wordt de naam van een persoon hiermee aangeduid.
Camporat . Frequente bezoeker van Campo Alegre op Curaçao.
Chicago. De benaming voor Schagen. De marineman gebruikt voor enkele Nederlandse plaatsnamen Engelse/Maleise benamingen. Zoals Pendek City (Broek op Langedijk) en Sweet Lake City (Zoetermeer).Het Rembrandsplein wordt dan ook wel het Brake Fire Square genoemd.
Commissarisje. Drankje van half jenever en half berenburger
Daags blauw. Het nette tenue, ook gezegd over aardappels met blauwe plekken, 'we eten weer aardappels in daags blauw'
Daar word je koud van in je kruistuig'. Daar word je niet goed van.
Dappere dodo. Dat is de benaming voor iemand die nogal risicovolle dingen doet, zoals bijvoorbeeld inhalen als er een tegenligger aan komt
De wal op. Stappen.
dicht varen, iemand kunnen vertrouwen
Dienstfiets. Dienstbril.
Dieptebommen. Vleeskroketten
Djoeroemoedi: kwartiermeester. (maleis)
Doft: zitbank in een sloep. Ieder op zijn eigen doft, wil zeggen dat ieder zijn eigen plaats heeft.
Donderpen: Bliksemafleider op de kloot, d.i. de platte schijf op het uiterste puntje van de mast of steng.
Doormannen: Doorgeven; "Wil je dat ding even doormannen?"
Draadversperring: In Oost-Indië kreeg men als ontbijt rijst, waarbij een licht soort rotmok (haché). Het wordt gemaakt van mager vlees uit blik, dat met een uitje en reuzel plus veel sambal opgesudderd wordt. Het vlees, dat dan als dunne vezels uit elkaar valt, lijkt veel op draadjes. Zowel om deze draadjes als om de sambal, die het hele geval nogal heet (bedis) maakte, noemde men dit soort haché aan boord in Indië draadversperring. De vette, zwaar te verwerken haché in Nederland, de z.g. rotmok, wordt ook met rijst gegeten.
Drijfijs: Snert met drijfijs. Stukjes, dobbelstenen, spek, die in de erwten¬soep drijven.
Eikeltjeswater. Een ander woord voor witte Vermouth.
Einde bericht. Als iets het niet meer doet.
Enak. Lekker
ETBOL, estimated time back-on-line. Bij uitval van een apparaat of systeem, de geschatte tijd wanneer het weer werkt.
facteur. Persoon belast met postverzorging
Far away looker. Steenkolenengels voor de verrekijker.
Feestverlichting. Gekleurde muisjes voor op het brood
the First: naam voor de 1e officier
folieeren. Het nummeren van kledingsstukken, wat bij de marine gebruikelijk is.
Foto’s, littekens. Als iemand nogal opschept over iets dat hij heeft meegemaakt, krijgt hij te horen: Kun je dat bewijzen met foto’s of littekens.
Zet die muts op je FRED. Zet die muts op je hoofd. Ook wel: zet die muts op je ei.
Freggelgrot. Commandocentrale
Gakken. Zo veel mogelijk drinken en /of eten zo snel mogelijk.
Gegaloneerde struikrovers. De officieren
Gelijk werk maken. Afmaken waar je mee bezig bent. Wordt gevolgd door: handenschoon, dat is 5 min. voor vastwerken, wat einde werkzaamheden betekent.
Gerrit. Naam voor een meeuw die op de geuzenstok kan zitten. Geef het maar aan Gerrit, gooi het maar overboord.
Gesticht. Zo wordt het KIM genoemd door adelborsten.
Geus: stervormig gerangschikte rood-wit-blauwe vlag op de boeg.
Glazen slaan, op een scheepsklok cq -bel de uren van de wacht aangeven.
Gouden bal. De benaming van het onderofficiersverblijf.
Grafzerk, de telefoonboei op het achterschip van een onderzeeboot.
Grind met specie. Aardappelpuree met erwten
Gummi-nekken. Knikkenbollen
Haal-op-gelijk. Hiermee wordt bij het roeien het tempo aangegeven. Wordt in de praktijk voornamelijk gebruikt om aan te geven dat het glas geleegd moet worden!
Habla, habla, pontjesbrug. Als iemand in het buitenland wordt aangesproken in een taal die hij niet verstaat zegt hij: Habla, habla, pontjesbrug. Dit is afgeleid van het in de Nederlandse Antillen gesproken Papiamento. De pontjesbrug is een bekende drijvende brug op Curacao.
handenschoon. 5 minuten voor vastwerken.
Handspatoes: Handschoenen, zie 'spatoes'.
Hap snert: Een hap snert verwerken is een borrel drinken.
Harig. slecht. Het is harig weer.
Harpstijf. Stokstijf.
Hijsoog. De krul in de galon van de adjudant of opper wordt een hijsoog genoemd.
Hoeren, sloeren, taxirijden. Nogal ruig gedrag op de wal tijdens het passagieren in een buitenlandse haven.
hoge vaart. Op volle snelheid varen.
hoge vaart-schoenen. Hardloopschoenen.
houten jekker, doodskist
Hurkepissertje. Meisje
ijskip. Ijsklontjesmachine
inleggen, inrukken
inscheren, ingewerkt raken
In-uitrouleren.. In-uitboeken. (Administratieve handelingen bij een nieuwe plaatsing.
Inslingeren. Laten wennen
instuif, bezoek van burgers aan boord met daaraan gekoppeld een feestje
Jamboe. Guave (vrucht)
Jan Janus Uitdeketting. Variant op Huppeldepup of Hobbelduif.
Jantje Kaas: Een tijd lang, (ontstaan tijdens de Belgische opstand) werd de marine met 'Jantje Kaas' aangeduid.
jekkers uit. vechtpartij
Jonker: De adelborsten, tegenwoordig aspirant-officieren voor de marine, worden officieel als jonker aangesproken.
jutter, inwoner van Den Helder
kaairat, prostituee
Kabouterbankstellensoep. Champignonsoep
Kajoe. Timmerman.
kakken te kort, zo snel mogelijk
Kannibaliseren. Als een schip moet varen, maar er is een onderdeel stuk, bv een satellietschotel, dan wordt die van een zusterschip dat toch al tegen de kant ligt afgesloopt en overgezet. Komt uiteraard ook voor bij vliegend materieel.
Kapallakampong!. Betekent eigenlijk dorpsoudste, oftewel baas, maar hiermee wordt iemand voor sukkel uitgemaakt.
Kassian. Zielig
katje, salaris.
Keesje, leren zakje met zand en loden kogeltjes gevuld. Het keesje is verbonden aan een dunne lijn en wordt gebruikt om trossen af te geven .
Ketelaar. Je hebt pech. Alles is op. Kijk op de Ketelaars-homepage voor een betere uitleg
KID. Geruchten, roddels, de kombuis wordt vaak als bron van geruchten en roddels aangewezen, ook wel de KID, Kombuis Inlichtingen Dienst
Het is Kilo. het is k..(vervelend)
KIM. Koninkijk Instituut voor Marine.
Kippekakken. Kippepoten
Kippetje: meisje
Je klakken. Je blote voeten. (Maleis)
Klep. Een landingsvaartuig van het Korps Mariniers, dat heeft aan de voorkant een klep om mariniers en voertuigen op land af te zetten
Knoeten. buitenlands muntgeld
kloten bikken, jezelf wassen
Knikken en Knakken. Lichamelijke oefening onder leiding van sportinstructeur
Knippen en scheren. Functioneringsgesprek.
komaliewant, servies
kombuispraat, geruchten
Kop als een decompressietank. Hij/zij is lelijk.
Korp. Korporaal
Koude snavel of snuffel. Een lekker koud flesje bier.
Kristallen-bolgehalte. Visie (Eigenlijk koffiedikkijken)
me K*t wassen. Douchen. (Wordt gewoon door mannen gebruikt)
lababber, een klets, ook krachtterm.
Lappen: Bij elkaar lappen, bijeen brengen, geldverzamelen.
Lappen en naaien: Huishoudelijke dienst, een verloren achtermiddag, waarop de schepelingen gelegenheid krijgen om hun plunjezak na te zien en het lijfgoed te verstellen, te nummeren (folieeren) of hun sokken te stoppen.
lees voor kip: konijn, een andere oplossing.
Legkleedje: Dit moet zijn ligkleedje, want het is een kleedje om op te liggen, te slapen, zijn middagtukje te doen. Men noemt het ook wel eens een tikkertje, afgeleid van maleis: tikar - slaapmatje.
Leguaan: (niet te verwarren met een hagedis). Is een stootkussen. Men heeft ze van gevlochten touw, al of niet met leer bekleed, in het midden dik en aan beide einden dun uitloopend. De leguaan wordt gewoonlijk rond de neus - de voorkant - van een vlet bevestigd.
Lek. Naar het lek luisteren. Slapen met een oor op je kussen alsof je ergens naar ligt te luisteren
Lekko. Uit het engels let go, dus: laat los.
Leuning. Koosnaampje voor je derde been. Boerenkool of zuurkool met leuning.
Limey. Engelsman
Limlander. Een ander woord voor een Limburger. Ook wel Limbo of Limbabwaan.
Loempoer . Homo.
Longroom: Is het verblijf voor de officieren.
Loopzakje: Is een kleine zeildoekse zak, waarin de lopende zaken, zooals handdoek, naaizakje, schoenpoetsgereedschap e.d. worden opgeborgen. Meestal echter wordt het opgevuld om als hoofdkussen te gebruiken voor het middagtukje.
Los-vaste goederen: Zijn de delen van het schip, die in tijd van actie buitenboord gebracht of overboord gezet moeten worden.
Luiemanshandgreep: Heeft niets met lui, doch wel en vooral met handgreep te maken. Het zijn stalen geleiders of grepen langs de dekhutten, om zich bij een slingerend schip te kunnen vasthouden.
LVT-tje, LVT=Leuk voor thuis, dus iets van de baas wat je thuis goed kunt gebruiken.
Maagpatient. Als iemand een (nogal harde) boer laat, verontschuldigt hij zich met de woorden: Sorry, ik ben maagpatient, het briefje van de dokter heb ik in mijn zak.
Majoor muntje. Kassier
Makan. Maleis voor eten. Slamat makan betekent eet smakelijk.
mandieen, douchen
Man overboord. Wordt ook gebruikt als je op het gras loopt ipv op het pad, vooral op marinierskazernes.
Marinier. 'Daar valt een marinier op dek' Dat wordt gezegd als er een luide knal te horen is maar niet duidelijk is waar het vandaan komt
Marinier, gebakken. Moeilijk definieerbaar vleesgerecht (smac met uien en sambal)
Met geweld naai je een ezel. Met geweld lukt alles.
Mickey mouse. Oorbeschermer (bij het schieten)
Midscheeps.. Hij moet in het midden.'
Model. Volgens de voorschriften
moot zeven, een schip is verdeeld in zes moten, dus moot zeven is: overboord, of in de prullenbak.
Muf. Bezopen.
Muggen! Maak dat je weg komt!
naar de vaantjes gaan, naar de knoppen gaan.
Nasi Belazer. Gebakken gort
Nato gestrekt. Model in je bed liggen.
Niks loos in de Oost. Niets aan de hand.
Nukubu, benaming voor een burger (NUtteloze K** BUrger, of nuttige kundige burger).
Oepetjoep. Als een marineschip een haven binnenloopt, dan wordt er een biertje gedronken. De techneuten noemen dat dan oepetjoep.
Oetjang, regen (maleis).
Oetjang kapok, sneeuw.
Oetjang kapok auw, hagel.
Om de kaap gaan.. Omlopen.
De Oost. Indonesie.
OO van pol. Dienstdoende Militaire Politie.
Operatie dood vogeltje. Naar bed gaan
Operatie stofwolk.. Zodra het fluitje van de chef d'equipage klinkt met vastwerken (einde werkzaamheden), zo snel mogelijk de kazernepoort uit of de valreep af om naar huis te gaan.
Oplopers. Bezoekers.
opgepast, komaliewant. let op het servies, b.v. als het schip gaat draaien
opzouten, ophoepelen
op de kababoes, full speed gaan
Op dek pleuren, omvallen
Oranjerats. Hutspot
Ouwe: Commandant van een schip
overal, ochtendappèl, of kom je nest uit!
Paai, vader. (zie ook: zeevader).
Palen. Netjes gezegd, gemeenschap hebben.
Panas. Maleis voor heet, in de betekenis van hoge temperatuur. Het is hier behoorlijk panas; het is hier behoorlijk heet.
'Hij die het lef heeft om... zal worden gestraft met het dragen van een paraplu-anker op de rechterschouder en het slapen naast een zure marva'. Waarschuwing om iets toch maar niet te doen.
Pantat. Kont. Eigenlijk k?ippekont. (Als je die opeet blijf je dom, werd er vroeger altijd beweerd)
Passagieren. Gaan stappen. De wal op gaan. Blind passagieren is illegaal, stiekem de wal op gaan.
Passagieren aan de waslijn, passagieren onder geleide (excursies).
Pedis. Maleis voor heet in de betekenis van scherp gekruid. Nasi pedis.
Pendek. Onderbroek.
Pendek City. Broek op langedijk.
Peren. Zuipen.
Peukeninspectie, Controle op geslachtziekte, vooral op druiper en platjes.
Piepslag. 'Een piepslag maken' en dutje doen (slapen bij de Marine)
Piet, de pijpers van de kapel worden allemaal Piet genoemd. (Tamboers heten Thijs).
Pijpleiding opzoeken, zich orienteren, inwerken.
pikheet, koffietijd
Pintoe. Deur.
Pisbakkenstaal. Dit is de benaming van roestvrij staal, waarvan aan boord de plasgoten, urinoirs en toiletpotten zijn vervaardigd.
Platkakken. Platvoeten
Aan je platpalen trekken. Er vandoor gaan.
Pompoesjes. Gymschoentjes (Inzender: Ary de Jong)
Porcelijnen stuur. Wc-pot
Poeroet. Chocolademelk
Porren. Wekken.
Porlijst. Als je daar op stond werd je door de wacht gewekt.
praaien, omroepen
Printa's. Orders.
Punten en strepen. Wortelen en doperwten. (Komt uit de verbindelarenhoek)
Radja bamboe. Een radja is een heerser in het Maleis. Radja bamboe wordt gebruikt voor iemand die nogal pienter is en de leiding heeft over bepaalde werkzaamheden.
Rammelen in mijn tuig. Ik sta te rammelen in mijn tuig van de honger. Ik sta te bibberen van de honger.
Rampokken. Stelen.
Roerijzer. De benaming voor een koffielepel. Deze benaming is blijven bestaan, ook nadat de plastic roerstaafjes hun intrede hebben gedaan.
Romeo Delta. De afkorting voor regel dat. Opdracht om iets te regelen. Er moeten nog mensen worden aangewezen om piepers te jassen. Nou, ik zou zo zeggen Romeo Delta.
Rotmok. Hache, ragout
In rotten van 4 , onder een rot wordt verstaan: een aantal militairen die op een rij achter elkaar staan. In rotten van 4 betekent dus: 4 rijen naast elkaar. Deze uitdrukking is dus krijgsmacht-breed te gebruiken. (ingez. door Lieko Helmus, met dank).
Ruggen. Op bed gaan liggen, gaan slapen
Sailpast, aankomende en vertrekkende schepen groeten elkaar door vlak langs elkaar te varen, versierd en wel.
Saja. Dit is het Maleise woord voor ik.
scharrig, armoedig
Scheepstijd. Werktijd, de tijd dat je moet werken
Scheermesjes. Kleine groene pepers, ook wel 'snijbonen' genoemd
schoon schippen, schoonmaken
Sloep naar de wal. Taxi naar de stad.
Sluittoestand, het open of gesloten zijn van de diverse luiken. Gemerkt met X, Y of Z.
Snavelen. Eten.
soeratje: krabbeltje op papier.
Soppen. Douchen
Spatoe. Maleis voor schoen, De baas schoenmaker wordt met spatoe aangesproken. Van een persoon met een heel donkere huidskleur wordt gezegd: Hij is zo zwart als mij spatoes.
Sportwitje. Wit T-shirt waarvan de mouwen en de nek met blauwe rand zijn afgezet.
Spreeuwen schieten. Losse eindjes wegwerken.(een spreeuw is een overbodig loshangend eindje touw)
Storno. Soort walkie-talkie. (Merknaam)
Stuifkoe: poedermelk
Stuurboordskak. Rechtervoet.
Super kort blauw. Dit is de benaming voor de zwembroek. In tegenstelling tot daags blauw, het daagse uniform.
Sweepen! Wegwezen!
Sweet lake city. Steenkolenengels voor Zoetermeer.
Taaiaap. Homo.
Taai, of zak taai . Platweg: zak stront.
takenboeker, matroos, die voor een bevordering naar matroos 1e klas bepaalde dingen moet beheersen.
Tampatje. Bed(je) ook wel Kooi of Rek genoemd
Telor. Ei (maleis)
Thijs, naam van een tamboer (pijpers heten allemaal Piet).
Tidoeren. Slapen.
Tjampoeren. Uit het maleis: roeren van koffie b.v.
tjetten, schilderen
Toetoep moeloet. Hoe je het schrijft weet ik niet. Betekenis. Houd je mond. (maleis).
Toetoep telor, sluittoestand Y. Zie ook : sluittoestand.
Toko. Verkoopplaats van bier en andere lekkere dingen.
Hij heeft een kop als een Tokeh. Hij is behoorlijk lelijk. Een tokeh is een soort hagedis (Gekko-achtige).
Tor. Marinier. (volgens marine-personeel, zie ook vlootje).
Torpedistenbloed. koffie zonder melk, voor de wachtlopers
Truus. Vroegere benaming voor ziekenpa (zie daar) (Inzender: Ary de Jong)
Tupperware vloot. Benaming voor de mijnenjagers van de Alkmaar-klasse die van kunststof zijn gemaakt.
Udang. Garnalen
Uiensnijder. Zo worden helicopters genoemd. Zit je net op het dek een strootje te roken, komt die stomme uiensnijder weer oplanden en moet je weer weg.
Uitknijp hoekie. Een plek waar je, je onttrekt aan de werkzaamheden.
Uitplokken. Geestelijk en lichamelijk afwezig zijn door slaap of vermoeidheid, maar meestal door drank. "Halverwege de avond plokte hij uit".
Us, U/S. Dit is unserviceable. dus kapot.
Vastwerken. Einde werkzaamheden.
Verbindelaar. Iemand die tewerkgesteld is bij de verbindingsdienst wordt een verbindelaar genoemd.
Vernaggelen. Stukmaken, komt van vernagelen van het geschut (van Speijk)
Vijfschaft. Gerecht van lamsvlees
Vlam. Vloot Aalmoezenier
vlar, krachtterm.
Vlootje, vlootbaal. Marineman, volgens mariniers (zie ook tor).
Vlop. Vloot Predikant
Vlora. Vloot Raadsman
iets voorgaats halen, tevoorschijn halen.
Vreetsteentjes. Tanden.
Wadijk. Kleefrijst met suiker
walplaatser. Uitwonend, thuis-slapend. (zie ook: boordplaatser)
Wappen. Wennen Aan Pensioen. Het is de gewoonte bij de marine om je in het laatste jaar, voor je leeftijdsontslag, niet meer in te spannen en geen nieuwe projecten e.d. meer aan te pakken.
De West. De Antillen.
Whalegang. Lange gang die van voor tot achter door het schip loopt.
zachte plank. 'Een zachte plank opzoeken'. Een (middag)dutje gaan doen op het dek
Zakjenaai. Naaisetje, naaizakje. In in de bestelfolder staat hij omschreven als 'zakje, naai'. Vandaar.
'Ze kijkt als een haring die wegens flikkerderij van de doggersbank is geschopt'. Ze kijkt niet vrolijk
Zeeschade. Schade door ruwe zeegang, in de praktijk: als iets per ongeluk stuk wordt gemaakt, wordt dat toegeschreven aan zeeschade.
Zeeuwse rijsttafel. Rijst met bruine bonen, kaantjes en zuur
Zeevader. Een nieuw aan boord geplaatste, meestal jonge, matroos kreeg een zeevader toegewezen. Meestal een oudere matroos eerste klas die hem de eerste tijd aan boord onder zijn hoede nam en hem wegwijs maakte op het schip. Tegenwoordig zijn er ook zeemoeders.
Zeil. 'Onder zeil gaan' Gaan slapen, Deze uitdrukking komt uit de zeiltijd, toen sliep je vaak onder een zeil om warm te blijven
Zeuntje, jongste.
Ziekenpa. Ziekenverpleger aan boord
Zondagssop.Lekker ruikende shampoo die je alleen op zondag gebruikt.
Zwart licht. Duisternis. Uitval van de elektrische installatie aan boord, waardoor natuurlijk ook alle lichten uitvallen.

Marine Taal

Broek op Langedijk = Long Pendek City
Douchen= Mandién of onder het gemalen water gaan
Goeie ouwe tijd = Tempo Dulu
Het schip gaat slingeren = Opgepast Komaliewand
Iets Mislopen = Boka Palu - Houten bek
Je werk afmaken = vierkant werk maken
Ongetrouwd zwanger meisje= Eerst voorschafter- nu Ketelaar
Naar huis toe gaan = de Wal opgaan
Pas op pas geverfd = Awas Tjet Baru
Pas op voor je kleren = Awas Pakean
Passagieren = Naaiwerk zoeken
Timmerman = Kajoe
Aap = Monyet
Aardappel = Kentang
Afdak van zeil = presenning
Agenda= Boekoe Pienter
Al-reeds = Soedah
Appèl = Baksgewijs
Badkamer = Rumah Mandi
Bed = Tampat-Witbaai-Blauw Wit Baai
Bij de tijd zijn = Kepala Pienter
Blanke heer= putie pandjang
Buitenlandse Valuta = Knoeten
Chauffeur = Sopir
Chocolade melk= susu tjoklat-Purut
Commandant = Ouwe
Correctie vloeistof= Klootzakken lak
Dansen = Menarieen
Dapper = Brani
Dokter =Pil
Drol van een oude zeeman=Zeekakkalobbes
Druppels= Gemalen Water
Eet smakelijk= Selamat Makan
Eten= Makan
Ei= Telor /....patroon
Einde werk= Vast werken
Elastiekje= Karet
Erg Heet= Telaloe Panas
Gek= Mata Klap
Gekleurde hagelslag= Technicolor - Feestverlichting
Gelaat= Klus
Gymschoenen = Pompoesjes
Hangmat=Tampat
Harde lul = harde Tamp- ODOL
Heimwee= Kutziek
Heuvel= Tjot
Hij houdt alleen van zich zelf= ia tjinta dia sendiri
Hoofd = Klus
Hoofdman= Kepala
Hulpje van een officier= Dlongos
Iets bevalt je = In de pul fietsen
Indische Jongen/Meisje= Blauwe Jongen
Indische maaltijd= BlauweHap


 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu