Offshore 08 - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Offshore 08

WILLEM NA MARINE





                                                    OFFSHORE  (8 )

Na een paar maanden thuis te zijn geweest vond ik het tijd om weer eens te gaan bellen.
Mijn eerste belletje was naar (weer) de NOC. Ik vond het geen fijne maatschappij maar i..v.m. Tiny wilde ik geen contract meer als een maand op een maand af. Het kantoor vroeg mij wanneer ik weg kon . Toen ik ze vertelde dat ik binnen een week kon vertrekken kreeg ik het antwoord bel morgen even terug en wees er op voor bereid dat je over een paar dagen weg moet. Ik had niet anders verwacht
Ik belde de volgende morgen op en ja hoor, binnen een paar dagen vertrekken naar Ciudad del Carmen in Mexico. Dus weer terug naar de Caribbean want daar hoorde het nog net bij.
Mijn ticket lag klaar op het vliegveld van Alicante. Dat was dus dicht bij huis. Van Alicante naar Madrid en daar overstappen voor Mexico City. Daar een dag of twee in het hotel, wat bijzonder goed was en toen naar Ciudad del Carmen. Hier werd ik op gewacht door een wagen van de maatschapij waar ik de nodige papieren tekende en naar boord ging.
Ik ging naar de Orca, een ouwe bak maar dat maakte niet uit. Het was net zo iets als de Ocean Builder maar alles veel kleiner . De grote kraan had een hefvermogen van 800 ton wat dus minder als de helft van de grote kraan op de Ocean Builder was.
Het werk in de store maakte niet veel uit en na een paar weken was ik chief storekeeper. Dit maakte in wezen niet veel uit, je had een paar centen meer maar wat wel belangrijk was, ik kon het werk een beetje naar mijn hand zetten
Het schip deed ongeveer hetzelfde werk als de Ocean Builder alleen minder groot.,
De kapitein, toen ik aan boord kwam, was Maarten Timmerman. Dit was een man die altijd een kleine kring met vrienden om zich heen had. Dezen zaten altijd bij hem in zijn hut en dan was er verder niemand welkom. Ik zal hier verder niets over zeggen allen dat ik een grote hekel aan de vent had en ik was niet de enige.
De verlof regeling was iets gunstiger, twee maanden aan boord een maand verlof.
Een van de keren dat ik met verlof ging staakten de vliegers en moest ik met de bus. Deze bussen waren altijd afgeladen maar de maatschappij had twee plaatsen voor mij besproken, dus een hele bank. Kon je tenminste een beetje slapen, dacht ikWe waren nog maar een paar kilometer uit Ciudad de Carmen toen de bus tot zijn nek toe vol zat Bij een van de volgende haltes kwam er een oud vrouwtje binnen. Volgeladen met allerlei pakken en mandjes. Zij wilde naast mij gaan zitten maar de chauffeur vertelde haar dat dat niet kon omdat ik voor twee plaatsen had betaald.. Nou moet je wel een grote rotzak zijn om zo.n oud mensje te laten staan terwijl jij twee plaatsen ter beschikking had en ik liet haar naast mij zitten in de hoop dat ze niet zó ver mee moest. Ze ging mee tot Ciudad de Mexico, dus 36 uur.
De reis duurde zolang omdat we veel rivieren e.d. Over moesten steken. Dan moesten we allemaal de bus uit en ging eerst de bus alleen over dan kwam de pont terug ., Afhankelijk van de pont konden we dan allemaal tegelijkertijd over of de helft moest wachten. Ik zorgde ervoor om altijd bij de laatsten te zijn voor hrt geval dat ding zou kapseizen
Ik zat rechts achter de chauffeur  en hij vroeg mij waar ik vandaan kwam . Toen ik hem dat vertelde stopte hij de bus en praaide rond dat er een echte Nederlander in de bus zat. Iedereen begon te juichen en te zingen. Ik dacht dat Nederland de e.o.a. voetbal wedstrijd had gewonnen of iets dergelijks. Ik begon honger te krijgen en begon aan het lunch paket wat ze aan boord hadden klaar gemaakt maar had geen kans om het helemaal op te eten.
Ik kreeg zakken vol met allerlei soorten eten waaronder veel fruit maar ook gebakken kip
Deze kip was heerlijk en je deed er de mensen veel plezier mee om alles op te eten
Op die betrekkelijk korte reis zag ik dingen waarvan ik zelfs nooit had kunnen dromen.
Het betaal middel waren natuurlijk Pesos maar je zag ook mensen instappen  die met b.v.
Een kip of een partij fruit betaalden. Het was prachtig en ik had wel in Mexico willen blijven maar dat kon niet. Ik moest naar het gezellige Nederland waar altijd de zon schijnt.
Het begon al donker te worden toen we de vulkaan de Popacatepétl opp reden. Ik vond het erg jammer dat we hier niet overdag overheen reden. Op school hadden we allemaal wel gehoord over deze vulkaan en ik vond de naam zo mooi dat ik hem nooit vergeten heb en nu zat ik er zelf op. Er was nog een reden dat ik het jammer vond dat het niet overdag was en dat was de kou. Koud was het. Een handige Mexicaan was hier op ingestapt en had een kraak bovenop de berg waar hij o.a. Pocho,s  verkocht waarvan ik onmiddellijk een kocht
Het hielp niet veel maar het was in ieder geval een stuk beter.
In de vroege morgen reden we Ciudad de Mexico binnen. Ik heb nog nooit zo,n interessante reis gemaakt 36 lange uren, maar ik was blij dat we er waren. Heb nooit een groter bus station gezien, men zegt de grootste ter wereld. Ook heb ik nooit zoveel honden bij elkaar gezien.
Ik stond buiten de bus te wachten tot iedereen uitgestapt was en ik op mijn gemak mijn koffer en tas kon pakken maar dat was niet nodig want de chauffeur kwam er al aan met de spullen. Ik wilde de man een handjevol Pesos geven maar hij wilde het niet aannemen.
Ook zulke vriendelijke mensen had ik nog nooit mee gemaakt.
Ik werd door een wagen van de maatschappij opgehaald en die bracht mij naar het hotel de Reforma. Dit hotel lag aan de Paseo de Reforma. Deze Paseo loopt door heel ciudad del Carmen en heeft in totaal 12 rijbanen. 80% van de autos die je daar zag waren volks wagens( kevers).Dag en nacht was het daar een lawaai wat ik ook nog nooit gehoord had.
Al het verkeer en de honderden politie agenten met allemaal der eigen fluitje die ze constant in de bakkes hadden en waar ze constant op floten. Mijn kamer was aan de achter kant van het hotel dus had ik er niet zoveel last van
Toen mijn verlof er bijna opzat werd ik gebeld door het kantoor dat ik naar de Sea Lion moest. Ik kon gewoon mijn verlof afmaken. De Sea Lion was een veel groter schip als de Orca en zag er beter onderhouden uit. De kapitein was een beetje zenuwachtige man, de naam was geloof ik Harry maar dat ben ik vergeten. Als je hem eenmaal kende en je deed je werk dan was het best met hem uit te houden.
De store was een erg grote ruimte met ook veel meer materiaal als op de  Orca. De chef storekeeper was Jerry Marechal. Jerry was een Pool maar was na de tweede wereldoorlog uit Polen gevlucht naar Frankrijk en had daar de Franse nationaliteit aan genomen en
zijn naam veranderd. Was een beste man. Hij had zijn eigen systeem van administratie ingevoerd wat erg omslachtig was maar het werkte.
Toen ik al een paar maanden aan boord zat kwam er iemand de store binnen die zich voorstelde als de nieuwe toolpusher. Dit was eigenlijk een beetje de omgekeerde wereld want als een toolpusher met je wilde praten dan werd je bij hem geroepen. Hij vroeg mij of ik Willem Gelens was en bij de marine had gezeten en in de jaren 62 – 63 op Curacao  op de van Ewijck had gezeten. Dit klopte dus. Hij vroeg of ik hem niet meer kende . Zijn kop kwam mij wel een beetje bekend voor maar dat was dan ook alles. Hij zegt ik ben Hugo Versnel en was matroos eerste klas. Hij had op basis Parera gezeten Hij kwam geregeld naar de van Ewijck met onderwater snij electrodes die voor ons werk aan de steiger bestemd waren. Toen wist ik meteen weer wie hij was
Even een klein verhaaltje wie hij was maar meer hoe hij was. Hij was gestraft had een aantal dagen licht arrest wat niets bijzonders was voor Hugo want hij was altijd gestraft. Hij moest een dag strafdienst lopen en werd toegewezen aan de chef technische dienst (mijn grote vijand) Hugo moest als strafdienst de auto van die vent schoonmaken, van binnen en van buiten. De auto was een mooie sportwagen met open dak.
Hugo maakte er een mooi stuk werk van . Met de brandblusslang spoot hij de wagen van buiten en van binnen af. Hij melde zich af bij de officier en deze zei, we zullen eens gaan kijken. Toen hij zijn wagen zag, waar van alle kanten het water uit stroomde, begon hij nagenoeg te huilen . Hij ging volledig over de zeik en  wilde Hugo rapporteren. Hugo vroeg hem wat de reden was van het rapport . De reden was omdat hij de wagen naar de kloten had geholpen. Toen zei Theo tegen hem, het is verboden om iemand die strafdienst heeft
klusjes op te laten knappen die niets met de dienst te maken hebben dus als je mij rapporteert dien ik een beklag in. Theo werd dus niet gerapporteerd . De officier had dus ook Theo onderschat. Hij heeft het nooit geleerd.
Dit was dus mijn nieuwe baas op de Sea Lion Ik moest meteen na mijn shift bij hem in de hut komen waar de fles jenever al klaar stond. Ik hb hier nooit misbruik van gemaakt, wél heb ik het zo af en toe gebruikt.
Na een tijd werd ik weer op de Orca geplaatst
Het praatje deed de ronde dat de hele NOC vloot overging naar de Mexicanen was op gekocht door  PEMEX (petroleo mexicano) Na een tijdje kreeg ik plotseling bezoek in de store van een Mexicaan die zich voorstelde als Ochoa. Hij was de baas van de afdeling in kopen en dus ook mijn baas. Hij vroeg of ik over wilde gaan naar Pemex. Alles bleef hetzelfde als bij de NOC v.w.b. Het salaris en de verlof regeling. Ik ging accoord en met mij nog veel Nederlanders en Spanjaarden. We hadden geen van allen veel vertrouwen in de Mexicaanse maatschappij en dat was niet ten onrechte zoals het later bleek maar we hadden voorlopig nog brood op de plank en ik was intussen weer aan de uitbouw begonnen in Spanje en i was van plan om in Mexico te blijven tot dit klaar was, Nadien kon ik rustig uitkijken naar iets anders.
Ik zat rustig in mijn hut toen het gebeurde. De patrijspoort in mijn hut zat ongeveer op een meter afstand van de grote kraan. Plotseling zag ik niets meer als een grote zwarte rookwolk en daarna hoorde ik een hoop lawaai
Volgens goede oude gewoonte had ik al mijn waarde volle dingen, paspoort en geld, in een klein tasje die ik om mijn nek kon hangen, hetgeen ik dus ook deed. Ik ging naar buiten en het bleek dat het hele zo,tje in brand stond. Die brand was begonnen in het ruim onder de kraan en dus vlak voor mijn hut.. Ik kon nog op het voorschip komen, vijf minuten later was dit niet meer mogelijk
De kapitein, die wist datik bij de marine duiker was geweest. Vroeg mij om een paar luchtflessen op mijn nek te hangen en in het ruim te gaan kijken . Ik ging naar beneden op g]het voorschip vanwaar je het hele ruim kon overzien. Het enige wat ik zag was een hoop zwarte rook waaruit af en toe de vlammen omhoog schoten, Het is niet bepaald prettig om in deze omstandigheden in je eentje in een ruim, wat vol ligt met allerlei kolerezooi , rond te sjouwen. Wat ik wel zag en wat erg belangrijk was , de vlammen kwamen naar het voorschip en daar zaten de gevulde olie tanks. Wat ook belangrijk was . Voor mijzelf, ik stapte in een open luik en verstuikte mijn enkel waar ik maanden last van heb gehed. Ik moest natuurlijk wel doorgaan want ik wilde het ruim  uit. Ik jon de opening nog net een beetje zien . Ik zeg een beetje, want daar trok alle zwarte rook naar toe.
Toen ik het resultaat aan de ouwe vertelde was het meteen , schip verlaten. Dat was haast niet meer nodig want alle Mexicanen waren al overboord gesprongen, volledig in paniek.
Dit kwam ons heel goed uit want ze liepen alleen maar in de weg.
De kapitein heeft de zaak gered door het schip met zijn voorsteven op het strand te zetten zodat het schip van voren omhoog kwam en de brand in het achter ruim bleef. De sleepboten en suppliers waren allemaal bezig om de overboord gesprongen Mexicanen uit het water te vissen maar op een na kregen ze allemaal de opdracht om ons met de boeg droog te zetten. We gingen allemaal de wal op behalve een ploeg die de zaak probeerde te blussen ( de machine kamer werkte gelukkig nog).
Na verloop van tijd was het grote gevaar geweken en konden we (behalve de Mexicanen ) teug aan boord De schade was groot. Nagenoeg alle electrische bedrading was verbrand en de grote kraan kon niet meer draaien. Het hele systeem om de kraan te laten draaien was door de grote hitte ontzet.
De machine kamer kon weer draaien en we werden van het strand gesleept wat gelukkig niet zo moeilijk was.
Na een inspectie werd er besloten dat we naar Amerika versleept werden, naar Norfolk. Voor mij de zoveelste keer dat ik naar Norfolk ging maar nu als koopvaardijer  Op de werf werd het hele loopstel van de kraan vernieuwd. Dat duurde 4 á 5 maanden. Vandaar gingen we op eigen kracht naar New Orleans, weer de werf op. Daar hebben we geloof ik een maand of 7 á 8 gelegen Alle electrische leidingen werden getrokken en moesten vernieuwd worden. Het trekken van de kabels was een hondse baan. Ontzettend zwaar en smerig. De mensen die dit moesten doen ware vrouwen( negerinnen). Zij waren ingehuurd speciaal voor dit werk.
Dit was in Amerika heel normaal maar wij hadden allemaal medelijden met deze vrouwen en ze gingen dus iedere avond met een hoop eten van boord en alle werkkleding die ik over had in de store was ook voor hen. Het was gemakkelijk te verschrijven op de verzekering
New Orleans lag aan de overkant van de rivier. Dezelfde radar boten werden nog gebruikt waar ik ook in 1953 veel gebruik van had gemaakt. We bleven meestal aan de kant van de rivier waar we afgemeerd lagen. New Orleans was een beetje gevaarlijk geworden . De dienst werd nu uitgemaakt door overwegend zwarte mensen. Zij vertrouwden de blanken niet zo erg wat begrijpelijk was.
Terwijl ik met verlof was werd het schip terug gevaren naar Mexico. In de tijd die wij in Amerika hadden geleden was er een hoop veranderd. Er kwame steeds meer Mexicanen aan boord. Wat ik al schreef, best leuke lui maar voor het werk aan boord had je er helemaal niets aan. Wie ik er weet tegen kwam was Kees  Hooft die ik ook op de Ocean Builder had meegemaakt als chef personeel . Hij had hier dezelfde functie maar alleen maar v.w.b. de Europeanen. Er kwam een bekendmaking dat ook wij in Peso,s zouden worden uit betaald en dat onze salarissen meer gelijk gesteld zouden worden met die van de Mecicanen.
Daar trapten wij dus niet in en o.a. ik nam mij voor om tijdens het verlof uit te kijken naar een andere maatschappij. Achteraf bleek het dat nagenoeg iedereen er zo over dacht
Toen ik een tijdje thuis was ging ik eens rondsnuffelen want ik was er al aan gewend dat ,als je iets anders vond, je meestal meteen weg moest en ik wilde eerst een tijdje verlof hebben.
Na om en nabij 4 jaar Mexico had ik daar ook wel genoeg van.
Ik kreeg het adres van de SEDNETH ( South Eastern Drilling Company Netherlands)
Dit was een Nederlandse Semi Submersible die in gehuurd was door SEDCO, een Amerikaanse maatschappij , een van de groteren.
Ik belde op en moest meteen op het kantoor komen. De personeels chef was ook een zekere Hooft. (Geen familie van de voorgaande).
Hij begon meteen Engels tegen mij te smoezen. Daar had ik na al die jaren geen moeite meer mee  en ik werd aangenomen. Ik ging naar de Sedneth 1 in Nigeria met als thuishaven Port Harcourt


   
                                






                                                    



 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu