Onderzeeboten - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Onderzeeboten

SCHEPEN
Honderd jaar Onderzeeboten



Klik op de Badge voor 100 jaar onderzeeboten
Ontsnappen uit een onderzeeboot


1. Ontsnappen uit een onderzeeboot ? Ik heb enige jaren met veel plezier doorgebracht op de onderzeeboten van de Koninklijke Marine. Regelmatig krijg ik, als het weer eens ter sprake komt, een aantal steeds terugkerende vragen. Hieruit blijkt vaak dat er, naast wat er in films te zien is, relatief weinig bekend is over het dagelijkse leven aan boord van zo'n onderzeeboot. Allereerst wil ik even een opheldering geven over, wat ik vind, dat het verschil is tussen een duikboot en een onderzeeboot. Duikboten bestonden tot omstreeks de zeventiger jaren. Deze boten voeren voornamelijk aan de oppervlakte (hogere snelheid) en waren in staat om tijdens aanvallen te duiken en hun prooi onder water (en dus ongezien) te benaderen. In de zeventiger jaren heeft er op het gebied van het onderwater varen een enorme technologische ontwikkeling plaatsgevonden en kwam de nadruk meer te liggen op een permanent verblijf onder de oppervlakte. Zie hier ook het ontstaan van het begrip "onderzeeboot"•. Een essentieel verschil dus. Een leuke bijkomstigheid is dat de onderzeeboten tegenwoordig onderwater sneller varen dan aan de oppervlakte. Als je wat meer verdiept in de technieken die gebruikt worden aan boord van een onderzeeboot dan kan het niet anders of je krijgt een diep respect voor de mensen die met een enorme creativiteit gewerkt hebben aan deze technologische ontwikkelingen. Uiteraard werd daarbij dankbaar gebruik gemaakt van de natuurkundige wetten. Dit geldt in hoge mate voor ingewikkelde problemen zoals het lanceren van torpedo's, het onder water gebruikmaken van dieselmotoren, generatoren en batterijen, brandstoftoevoer, navigatiesystemen, ballasttanks, enz. maar ook voor simpele dagelijkse huishoudelijke zaken zoals drinkwatervoorziening, toiletafvoer en vuilverwerking. Elke keer sta je er weer verbaasd van hoe sommige zaken zijn opgelost met (achteraf) soms kinderlijk eenvoudige oplossingen. Maar goed. Naarmate het verblijf onder water langer duurt neemt ook het risico van een ongeluk toe. Daarbij dient zeker niet alleen te worden gedacht aan oorlogshandelingen. Ook fouten in de navigatie of het optreden van technische storingen kunnen tot een onvrijwillig verblijf onder water leiden. Is het leven in een onderzeeboot dan zo gevaarlijk? Het antwoord is: nee, niet echt. De meeste zaken zijn zowel automatisch als handmatig uitgevoerd en vaak zijn er een aantal wegen om iets te bereiken of voor elkaar te krijgen. Maar . . . . er kan zich natuurlijk altijd een situatie voordoen (en in het verleden hebben die zich reeds enkele malen voorgedaan) waarbij een samenloop van omstandigheden er voor zorgt dat een gang naar de oppervlakte niet meer mogelijk is. Gebeurt dit boven een wat dieper deel van de oceaan of boven een trog dan laat de afloop zich raden. Geen prettig idee trouwens. Doet zich echter een probleem voor op ons "continentale plat"• dan is het met een beetje geluk in een aantal gevallen mogelijk om de boot te verlaten. Hierbij denk ik aan ongelukken die zich voordoen op dieptes tot ca. 100 meter. Er zijn gevallen bekend waarbij (een gedeelte van) de bemanning het er vanaf die diepte levend heeft afgebracht. Om jezelf echter in dergelijke situaties te kunnen redden wordt elk bemanningslid getraind. Getraind in het ontsnappen vanuit een onderzeeboot. Een dergelijke training heb ik een tweetal keren mee mogen maken. De eerste keer was dit in een duiktoren in Portsmouth (UK) en de tweede keer in een soortgelijke toren, maar dan in Haekonsvern (Noorwegen). Allereerst is het zo dat tijdens de toelatingskeuring elke onderzeedienstman (sorry dames, dit marine onderdeel is nog steeds exclusief voor mannen) in groepsverband van ca. 6 personen geruime tijd dient plaats te nemen in een grote (de)compressietank. In het bijzijn van een arts wordt de druk langzaam opgevoerd tot een overdruk van ca. 3 bar hetgeen, zoals we allemaal geleerd hebben, overeenkomt met een diepte van 30 mtr. Het spreekt vanzelf dat de arts tijdens deze test zeer goed analyseert hoe het gedrag van de personen zich ontwikkelt gedurende, maar vooral ook na, de test. In de duiktoren die een hoogte heeft van ca. 35 meter bevinden zich op resp. 10, 20 en 30 meter aan de zijkanten compartimenten die via een sluis van buitenaf benaderbaar zijn. Na een uitvoerige "droge"• instructie is het de bedoeling dat je vanuit het 10 meter compartiment, gewapend met een zwemvest, een vrije opstijging maakt naar de oppervlakte. Het belangrijkste waar men hier op traint is dat de leerling regelmatig uitblaast, dit ter voorkoming van de bekende "longburst"•. Op het zwemvest bevind zich een ontlastklep die er voor zorgt dat de overtollige lucht uit het vest automatisch ontsnapt. Men adviseert bij vertrek om een fluitende mondbeweging te maken waarna de lucht meestal automatisch naar buiten komt. Blaas je teveel dan tikt hij je op mond ten teken dat het minder moet. Gaat alles goed dan laat men je gaan, is dit dit niet het geval dan ga je terug de sluis in om het later nog een keer te proberen. Ben je eenmaal vertrokken dan passeer je onderweg naar boven een aantal, zich op diverse diepten bevindende instructeurs, die controleren of dit noodzakelijke uitblazen goed gebeurt. Doe je dit niet goed dan grijpt de instructeur de belt van je zwemvest en houd je vast. Blaas je niet uit dan wordt je vastgehouden totdat je weer begint te blazen. Duurt dit te lang (door angst of verkramping) dan volgt een (forse) maagstoot (waarna iedereen wel weer in staat is om uit te blazen en dit onder het motto: het doel heiligt het middel). De praktijk leert dat je kan fluiten wat je wilt, je komt nooit lucht tekort. In het begin is dit uiteraard een rare gewaarwording. Na aankomst aan de oppervlakte worden de leerlingen op een lange witte streep gezet en dienen daar gedurende 5 minuten bewegingloos te blijven staan. Bij de minste verdachte beweging van een leerling worden er geen risico's genomen en volgt direct een (langdurig) verblijf in een decompressietank, wederom in gezelschap van één van de aanwezige artsen. Deze bliksemactie duurt minder dan een minuut. Je zult begrijpen wat er gebeurt met een grappenmaker die op dat moment even de lachers op zijn hand wil hebben . . . . . Inderdaad, die kan gelijk zijn koffers pakken.
Als alles naar wens verloopt wordt deze oefening later op de dag nog een keer herhaald. Het is natuurlijk voor de hand liggend dat de volgende oefeningen, beiden ook weer twee keer, plaatsvinden vanaf 20 meter en 30 meter. Boven aan de rand van de tank kan door iedereen via een aantal monitoren duidelijk worden gevolgd wat zich in het water op de diverse dieptes afspeelt. Het is tijdens deze oefeningen fascinerend om te zien hoe de instructeurs zich vanaf de oppervlakte, uitsluitend gewapend met een brilletje en een neusklem langzaam laten zakken tot 20 of 30 meter. Op deze diepte verblijven ze enige tijd, af en toe een hap adem pakkend uit een van de sluizen om daarna weer even rustig terug te keren naar de oppervlakte. Als sluitstuk van de training word een aantal echte simulaties van een ontsnapping uitgevoerd. Onder de bodem van de tank is een ruimte van waaruit men via een echt ontsnappingsluik en sluis kan vertrekken. In eerste instantie wordt dit weer met het zwemvest geoefend maar de tweede maal gebeurt dit met een speciaal voor dit doel ontwikkeld pak. Dit pak is luchtgevuld en heeft een losse kap volledig over het hoofd. De door de overdruk uit de ontlastklep ontsnapte lucht komt terecht in de kap en blijft daar hangen waardoor er in de kap vrij in- en uit kan worden geademd. De overdruk in de kap stroomt automatisch weg uit de (open) onderzijde van de kap. Dankzij de lucht die zich in het pak bevind ontwikkeld de leerling een enorme opwaartse snelheid een schiet dan ook werkelijk als een raket boven de oppervlakte uit. Na de opstijging en tijdens een eventueel langdurig verblijf aan de oppervlakte zorgt het pak daarna voor een goede isolatie om onderkoeling te voorkomen. In de praktijk is het werken met een sluis (1 persoon tegelijk) ondoenlijk en te zeer tijdrovend om een grootscheepse ontsnapping uit de boot mogelijk te maken. Hoewel er vaak slechts één sluis aan boord is heeft de boot, afhankelijk van het type, ook nog een zes tot acht torpedolanceerbuizen die voor hetzelfde doel gebruikt kunnen worden, zij het dan dat ze, in normale gevallen in een horizontale positie zijn. Deze buizen hebben een gestandaardiseerde doorsnede van "slechts"• 53 cm. Sorry, voor die 2 bestuursleden met die korte voornaam. Om een echte grootschalige redding mogelijk te maken is een hele slimme maar zeer simpele manier gevonden. Door een heel bemanningsverblijf vol te laten lopen (een boot bestaat immers uit een aantal water- en drukvaste compartimenten) en daarna de druk gelijk te maken met de buitendruk kan een verbinding met buiten worden gemaakt. Een speciale maar zeer eenvoudige constructie rondom het luik voorkomt daarbij het ontsnappen van de laatste luchtbel (ca. een kwart van de stahoogte, uiteraard afhankelijk van de diepte). Nadat het luik is geopend staat iedereen, in het water maar met het hoofd in de luchtbel, en wacht, gewapend met zijn zwemvest, op zijn beurt om met een simpele kniebuiging onder het luik te komen en de natuurwetten verder zijn werk te laten doen. Goed uitblazen is het enige waar men aan hoeft te denken. Door de tijd tussen het vollopen van het compartiment en de werkelijke opstijging zo kort mogelijk te houden (dus de tijd dat men onder druk staat) kan de kans op een deco-ongeval zo klein mogelijk worden gemaakt. Hoewel de oefeningen bestemd zijn om de bemanningsleden bewust te maken van de risico's die ze lopen en ze de techniek aan te leren om hiermee om te gaan is het bovendien ook nog eens verschrikkelijk leuk om te doen. Tenminste, dat gold voor mij en voor de meeste onder ons . . . Een enkeling was soms wat minder enthousiast. Wie weet is toen al, min of meer onbewust, het fundament gelegd voor mijn huidige plezier in het duiken


Klik op de foto voor het verhaal achter de O13
 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu