Op de Bagger - Zeeuwse-Navy-Seals

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Op de Bagger

WILLEM NA MARINE
Op de Bagger ( in de bagger )

VOLSTORTEN PLATFORM OP EKOFISK FIELD
Op de Bagger ( in de bagger )

Ergens in september kreeg ik een telegram dat ik op die en die dag om 6 uur in de morgen op het vliegveld Zestien hoven moest zijn om vandaar naar Willems haven in Dld. te vliegen.
Mijn bagage stond al gedeeltelijk in gepakt. Toen het inpakken klaar was had ik twee koffers en een grote weekend tas vol.
We rekenden erop dat Tiny tot rond de kerst bezig zou zijn om in Italië de zaak over te dragen aan een nieuwe beheerder., Ik rekende op een maand of vier en dit was dus de reden dat ik zo'n hoop spullen bij me had.
Henk Jan ging ook mee naar Nederland, hij zou tot die tijd bij een neef van Tiny inwonen en al meteen naar school gaan. De neef en zijn vrouw hadden daarvoor gezorgd. Henk Jan zag het niet zo zitten maar hij zag er wel het nut van in
Tiny bracht ons weg. We brachten eerst Henk Jan naar zijn kosthuis en gingen toen door naar Zestien hoven
We kwamen laat in de avond aan in het hotel dat ik besproken had. Dit hotel lag nagenoeg op het vliegveld zodat ik mij niet 's morgens vroeg de koorts hoefde te lopen met al mijn bagage.
Toen ik daar aankwam zag ik nog een groepje van een man of vijf staan en wat ik dacht bleek zo te zijn, ook zij waren bestemd voor Willems haven, voor de "Tide-Way"
Toen ik dat spul zag moest ik denken aan de lui die iedere morgen in Den Helder op de bus stonden te wachten om naar het duik bedrijf in de Oever te gaan De zelfde zeikerige smoelen. Natuurlijk wisten zij wie ik was maar toen ik mij voorstelde (ik dacht namelijk dat dat zo hoorde)
zeiden er een paar oh, de Italiaan. Er was er een bij die zich normaal voorstelde, dit was de elektricien.
Ik kwam er al gauw achter wat de reden van deze onhebbelijke ontvangst was. Het was nog nooit voor gekomen dat er bij Bos Kalis een bootsman van buiten af was aangetrokken en wat nog erger was, een bootsman van de Marine en bovendien nog iemand die niet uit Papendrecht of omgeving kwam
Ik kon een beetje de mensen begrijpen die misschien gepasseerd waren als bootsman mar daar voelde ik mij niet schuldig aan, Misschien als zij iets beter de best hadden gedaan was het anders voor ze gelopen. Ik was overigens niet gekomen om mij schuldig te voelen . Ik was gekomen om bootsman te zijn en zou er wel voor zorgen dat zij, waar nodig, beter hun best zouden doen.
Het vliegtuigje waarmee we naar Willems haven vlogen was een klein kloten dingetje waar we nauwelijks in pasten maar we waren gelukkig de enige passagiers. Vanaf het vlieg veld bij Willems haven gingen we verder met een bus . De hele omgeving was een trieste omgeving kaal en vlak en ook het weer werkte niet mee. toen we op de plaats van bestemming waren gingen we verder met een vlet die ons naar boord bracht. Het was vroeg in de avond dat we aankwamen. Ik ging mij eerst voorstellen aan de kapitein, Ton Snodijk. Hij stond meteen klaar met de jenever fles en heette me van harte welkom met de woorden dat nodig was dat er weer een bootsman aan boord was en nog wel een van de marine. Ik stond verbaasd over ,vooral, zijn laatste woorden. Zij kwamen zo heel anders over dan ik eerder op die dag gehoord had.
Hij wist dat ik op Den Oever bij het duik bedrijf had gezeten en kwam zelf ook uit Den Oever. Zijn vader had een sleepboot die in en rond Den Oever allerlei klusjes uitvoerde. De matroos daar aan boord was Cor Hommel. Cor en ik hadden samen als matroos bij het duik bedrijf gezeten en dus hadden de kapitein en ik gezamenlijke kennissen die we overigens wel meer hadden.
Na verloop van ruim een uur stelde hij voor om te gaan schaften met de woorden, dan kan ik je meteen voorstellen aan de rest van de bemanning.

Het verblijf zat vol toen we binnen kwamen en hij stelde mij voor. Ik had hem al een klein beetje verteld over mijn eerste kennismaking op het vlieg veld en daar haakte hij meteen op in door hen te zeggen o.a. dat het vak van bootsman bij de marine ook inderdaad een vak was en dat ik vanwege het brevet duiker ook heel goed wist wat "afzien" betekende en de hele dag zeiknat en koud zijn.
Ik was er een beetje verbaasd over om een kapitein van de grote vaart zo over de marine hoorde praten. Zoals later bleek had hij daar zijn reden voor.
Wat ik nu ga vertellen weten een hoop van jullie wel maar ga het toch nog eens vertellen omdat ik het belangrijk vind om jullie te laten weten welke kant ik op ga.
Ook wil ik even goed duidelijk maken dat ik alleen over Bos Kalis kan praten. De ander maatschappijen weet ik weinig of niets van maar bagger is bagger, De drie grote hoofdmoten waren , de Nautische dienst (kapitein stuurlieden en bootsman met de matrozen. De Technisch dienst (hoofdmachinist machinisten en elektriciens) en de mensen die met de bagger te maken hadden (de schipper, de zuig baas en de pijp man
De kapitein had de verantwoording over het schip en de navigatie De schipper over het baggeren.
Het is wel zo dat wanneer het voorkwam dat er wat dan ook mis ging met het baggeren dan moest de hele bemanning bij springen. Van het baggeren kwamen de centen vandaan
Toen het voorstellen en het eten achter de rug waren en de nodige drank achter de kiezen was het al te laat om mijn spullen nog uit te pakken en besloot dit tot de volgende dag te laten wachten.
Het zal ongeveer twee uur in de nacht geweest zijn dat ik gepord werd. Moest meteen aan dek komen want de staaldraad van de zuigpijp was vast gelopen. In mijn tijd als duiker had ik, zoals allemaal, veel te maken gehad met vastgelopen staaldraden.
Het was heel vaak in de schroef. maar dit was hier niet mogelijk. Ik wist niets van de toestanden
onder water en vroeg of er ergens een tekening van was. Die was er gelukkig en hing op de brug
Ik vroeg aan de ouwe of er in de buurt van de zuig kop uit stekende delen op de scheepshuid zaten. Na er een andere tekening bij gehaald te hebben bleek dit niet zo te zijn, in ieder geval niet noemenswaardig. Het was voor mij zo goed als zeker dat de draad ergens op de zuigkop was vast gelopen. De geleerden waren het hier mee eens. Na heel veel en een hele lange tijd etteren kregen we de draad vrij. Het is te veel om hier op te schrijven hoe we het gedaan hebben maar met behulp van een hoop kinnebakken blokken x en een staaldraad hebben we het gefikst.
Ook het feit dat ik een hoop over het werken met blokken e.d. bij de marine geleerd had en daarvan het meeste bij het duikbedrijf. Daar moest je altijd improviseren met dit soort klussen.
Terwijl ik hier over schrijf krijg ik er zin in om weer een paar van die klussen op te knappen.
Toen we de oude draad aan dek hadden bleek deze nog helemaal in goede staat te zijn op de paar laatste meters na. Deze draad zou opgeborgen worden tot we weer in Nederland waren en daar zou er dan, aan de wal, een nieuw oog in gemaakt worden.. Dit vond ik onzin en nog meer . ik vond het een afgang voor mij zelf als bootsman. Dit zei ik dan ook tegen de ouwe , Ton, en vroeg hem of we marl spijkers aan boord hadden. Hij vroeg mij om mee te gaan naar het kabelgat en ik stond verbaasd over alle spullen die er aan boord waren waaronder verschillende maten goeie marl spijkers en schiemans garen. Het was een pracht van een kabelgat . Kinnebak blok , een blok waarvan een van de wangen op kan klappen en waar je de bocht van een draad ik kunt leggen hier voorkom je mee dat je de hele draad door moet scheren.
Marlspijker : Een spits toelopend ronde staaf ijzer waar me je de tieren van een staaldraad open kan steken waarna je er een streng door de opening kan splitsen

Je kon niet opnoemen of het was er. Ik begon er meteen meer zin in te krijgen
Toen ik al het materiaal zag . er stond zelfs een zware bankschroef, zei ik tegen Ton dat ik wel een nieuw oog in de zuig draad zou splitsen. Dat vond hij wel prachtig maar volgens hem zouden ze moeilijkheden kunnen krijgen met de verzekering e.d. Ik wist daarvan maar ik wist ook dat de "marine" splits officieel goedgekeurd was. Dit was vanwege de zogenaamde schoenmakers steek die we bij de marine gebruikten. Hij had daar van gehoord maar moest toch even contact opnemen met het kantoor in Hoek van Holland. Het kantoor (de heer Zijlstra) ging akkoord. Hij was ex stuurman of kapitein van de grote vaart (onze kennis uit Italië). Het zou het bedrijf een hoop geld schelen als ik het splitsen aan boord kon doen.
Ik ging meteen de zaak een beetje uit te buiten en vroeg Ton of het mogelijk was om een splits bank in het kabelgat te fabriceren. Alles was mogelijk op dat moment en hij gaf Dries, de lasser. om op mijn aanwijzingen deze bank te maken en te plaatsen. Dries heeft er een mooi en degelijk stuk werk van gemaakt. Ik vroeg hem om het ding aan dek in het kabelgat vast te lassen in het verlengde van de bankschroef. Toen dit allemaal klaar was kon ik beginnen, wat ik de volgende dag ook deed.
Voor dit alles ging ik nu eerst mijn plunje verzorgen, uitpakken en in de kast en laden opbergen.
Ik was hier nog mee bezig toen er iemand de hut binnenkwam. Hij vertelde mij dat hij ook in de hut woonde en het onderbed was van hem. Ik vroeg hem wie en wat hij was. Hij was Jan, de oudste matroos (in leeftijd) aan boord. Hij had zichzelf de functie van bootsman aangemeten. Ik vroeg hem of dat met medeweten van de kapitein was. Dat was volgens hem niet nodig. Ik wist genoeg Ik vertelde hem om z'n zooi te pakken en te verhuizen naar de matrozen hut en wel meteen want ik wilde plat, had de hele nacht op mijn poten gestaan,
Dit was natuurlijk allemaal tegen het zere been van Jan maar dat interesseerde mij geen ene flikker.
Hij pakte zijn spullen en ging. Toen ik later aan dek kwam stelde ik hem meteen op de proef. Ik zei tegen hem Jan laat de tamp van de zuigdraad in het kabelgat zakken en splits er een nieuw oog in met de schoenmakers steek. Het bleek dat hij geen draad kon splitsen en van een schoenmakers steek nog nooit had gehoord
Wel ging ik later aan de kapitein vertellen wat ik had gedaan maar die wist absoluut niets van het hele gedoe van Jan en hij gaf me de vrije hand om te doen wat ik nodig vond, ook ten opzichte van de matrozen. Dit had ik mij al voorgenomen, om de botte bijl er in te zetten. Dit was zeker nodig met sommige figuren maar met het overgrote deel viel het wel mee. Ik heb ze later bij elkaar geroepen in het kabelgat en uit de doeken gedaan hoe ik de zaak wilde.
De enige die reclameerde was natuurlijk Jan. Hij vroeg of ik iemand, die zijn zaakjes niet goed deed bij de kapitein zou brengen om gestraft te worden. Ik zei, nee Jan dat is niet nodig maar als jij denkt er een kolerezooi van te maken dan kan ik wel ,en zal ik ook , voorstellen aan de kapitein om je van boord te trappen. Aan de reacties van de overige te zien was Jan bij niemand een graag geziene maat. Jan is later wel veranderd.
Terwijl ik mijn praatje hield was Dries, de lasser, bezig met het plaatsen van de splitsbank. Het zag er prima uit. Ik vroeg aan hem wanneer ik kon beginnen. Dat kon over een minuut of 15 .
Ik had voor mij zelf al vastgesteld wie ik als "bootsmans maat" zou benoemen. Dit was een zekere Pim. Later bleek dat ik er een goeie keus mee had gemaakt. Pim had de grote gave om met iedereen te kunnen opschieten zonder over zich te laten lopen. Ik vertelde de de overige mensen van mijn plan. Ik weet niet of ze het er mee eens waren maar hoorde ook geen tegenspraak. Liet het ook aan de kapitein weten en die was het er ook mee eens. De enige die het met vele dingen niet eens was de schipper. Hij vond het niet prettig dat ik hem passeerde waarop ik hem vertelde dat zolang het de nautische dienst betrof de kapitein mijn baas was
Na het middag schaften ging ik naar het kabelgat en daar had Pim de tamp van de zuigdraad al klaar liggen. Ik vroeg hem of hij wel eens een bindsels had gelegd, iets wat bij het splitsen wel belangrijk is en dat zeker als je het niet eerder gedaan hebt. Het is niet moeilijk en hij had het dan ook meteen door.
Ik hoopte dar de splits bank het goed zou doen. Eerst liet ik Pim zijn eerste bindsel leggen en de draden op lengte uitdraaien en daarna zette ik de staaldraad in de bankschroef en in de splits bank. Daarna begon ook voor mij de vuurproef want ook ik had nog nooit eerder met een splits bank gewerkt, bij de marine hen ik nooit zo'n ding gezien. Ik had het voorbeeld ervan uit een of ander boek gehaald. Het werkte vanaf het begin perfect. Zelfs de zuig draad waarin ik het oog moest splitsen en die nogal stug was kon ik zonder moeite opendraaien zodat ik zonder gemakkelijk met behulp van de marl spijker de streng kon door scheren Ik begon, natuurlijk , met de schoenmakers steek een k legde Pim uit waarom die zo. of wel het belangrijkste van de hele splits is.
Voor hen die het niet weten, deze steek voorkomt dat de strengen niet uit de draad slippen als er kracht op komt Deze splits noemden men ook wel de Marine splits en was in die tijd de enige splits die nog gebruikt mocht worden bij het laden of lossen van goederen. Ik heb het meegemaakt in Engeland en Bergen (Noorwegen) dat de havenmeester de bindsels van de splitsen sneden om te zien of de schoenmakers steek er in zat. Toen dit de eerste maal voorkwam stond iedereen met spanning af te wachten (ik het meest) wat het resultaat van deze controle zou zijn. Hij werd geaccepteerd tot groot geluk van mij zelf en o.a. de kapitein Voor enkele anderen was het een tegenvaller dit waren de schipper en de zuig baas. De laatste was bootsman op de koopvaardij geweest. Die klootzak van de marine had ze laten zien hoe het moest.

Binnen de kortst mogelijke tijd was ik stroppen en grommers aan het splitsen van allerlei lengtes .
Vooral de machine kamer was een grote afnemer. Kortom het was een succes. Na verloop van tijd stond ik zelfs stroppen te splitsen voor andere schepen van de vloot, Ook maakte ik "keesjes" van Turkse knopen met een of twee grote moeren er in en dat succes was minder groot. Het gebeurde weer in Bergen (Noorwegen), toen we binnenliepen. Ik gooide een van mijn eigen gemaakte Keesjes en die kwam precies op een of ander metalen deksel wat tijdelijk op de steiger gelegd was om een gat af te dichten. Het gaf een lawaai of er een kanon af geschoten werd en of het zo zijn moest, de haven meester stond er vlak naast en schrok zich te barsten. Ik maakte de keesjes zo zwaar omdat je er dan veel verder mee kon gooien. Hij pakte het ding op en schrok een beetje van. het gewicht. Inderdaad, als je iemand zo'n ding voor zijn kop zou gooien dan had die vent op zijn minst een groot gat in zijn kop. Het Keesje werd dus afgekeurd
We gingen naar een groot olie veld ergens boven in het noorden van de noord zee. In het Ekofisk field. Er werd daar een boorplatform gebouwd waar van de basis niet, zoals gewoonlijk, uit metalen poten bestond . Het was in dit geval een ontzettend groot betonnen gevaarte, cirkelvormig en van binnen hol. Boven de waterlijn en nog een eind daaronder waren er grote gaten in aan gebracht zodat het zee water binnen kon stromen en ook om te voorkomen dat de zware zeeën niet tegen een massieve wand zouden slaan. Onze taak was om het geheel vol te storten met zand. Dit als wijze van verankeren. De zee ter plaatse was veel te diep voor ons om daar zand te kunnen zuigen dus we moesten ergens naar ondiep water om dit te doen. We begonnen in Willemshaven (Dld) We waren een paar uur aan het zuigen toen er ter hoogte van de zuigkop een partij rook boven water kwam..
De zaak werd boven water gehaald en het bleek dat er een "smoke flair" in de kop zat { een smoke flair diende om een gebied af te bakenen waarin gebombardeerd moest worden}
Dit kreng op zich was niet bepaald gevaarlijk maar het hield wel in dat hij nog actief was
En dat andere, misschien wel gevaarlijke < explosieven die ook nog actief waren ook in de kop zouden kunnen komen.
We gingen door met het zuigen tot het bun vol was { een "bun" is de laad ruimte waarin het op gezogen materiaal komt}. Met het volle bun gingen we richting platform om daar het zand in te storten. Dit was verscheidene uren varen en toen we aankwamen was nagenoeg al het water uit de bun weg gelekt en het zand kwam droog te liggen. Een van matrozen riep mij, een beetje paniekerig
Hij stond boven naast het bun. Ik ging er heen en schrok mij te barsten. In het hele bun lagen granaten en allerlei ellende met de koppen boven het zand. Het waren niet een of twee maar tientallen. Het was natuurlijk onmogelijk om dit zootje te gebruiken om het platform mee te verankeren en de hele lading moest gedumpt worden.
We gingen weer naar binnen om het nog eens te proberen mar het was het zelfde. Het bleek dat dit gebied tegen het eind van de oorlog door de Duitsers gebruikt was om al dergelijk tuig te storten.
Deze lading was dus ook onbruikbaar. De kapitein had het vermoeden dat de Duitsers op deze voor hen goedkope manier van hun troep af wilde komen maar hij trapte er niet in en we dumpten deze lading op dezelfde plaats waar we hem gehaald hadden.
Hoe dan ook, zand moesten we hebben en we kregen toestemming om het in een of ander fjord in Noorwegen te halen, De omgeving daar was prachtig en wij zagen het helemaal zitten om daar te werken. Na een 24 uur werken kwam er een paniek bericht binnen dat we onmiddellijk moesten stoppen. Wij zaten al min of meer op dit bericht te wachten. Als je met zo'n grote hopper zuiger bezig gaat . en dit zeker in een Fjord, dan verniel je alles. De plantengroei onder water , de vis stand, afijn alles gaat naar de sodemieter. De bewoners van het fjord hadden groot gelijk dat ze protesteerden. We moesten niet alleen stoppen met het werk maar we moesten ook meteen weg.
Nog steeds zonder zand staken we over naar Engeland. We kwamen terecht in Inverness (UK) bijna in Schotland. Of de duivel er mee speelde, we lagen weer op een explosieven dump plaats te zuigen. Waar we uiteindelijk aan het zand gekomen zijn weet ik niet meer maar we hadden het.
Eindelijk konden we beginnen met het vol spuiten van het platform. Het duurde ni geen 24 uur maar slechts een paar seconden tot we een paniek bericht kregen van het platform om onmiddellijk te stoppen. Ze hadden nog 4 duikers onderwater zitten in de ruimte die wij vol spoten. en die waren ze even vergeten
Op deze job hadden we een hoop tegenslag. Geen zand, een "bijna" begrafenis van een paar duikers en nu kwamen we in het slechte weer te zitten. Het was zodanig slecht dat we op zee niet meer konden werken. We waren "verwaaid" zoals dat heet. In deze periodes gingen we in Bergen tegen de kant. Hoe lang dit was en hoe vaak weet ik niet meer m aar het gaf wel de mogelijkheid om het schip goed onder handen te nemen (wat hard nodig was) en we konden er een beetje ons gemak van nemen.
Bergen was een stad van "ontucht" en dus voor de vrije jongens en overige liefhebbers een heel plezierige stad.
Op de Tide way lagen de hutten en de overige opbouw op het achter schip. Rondom de opbouw liep een berghout van zo ongeveer 40 cm. breed. Je kon er ruimschoots overheen lopen, waar in dit geval ook veel gebruik van werd gemaakt.
Op een avond zat ik met de elektricien in mijn hut een borrel te drinken toen er plotseling door de open patrijs poort een kop gestoken werd Het was een mooie kop met een lief gezicht Het kon dus niet iemand van de bemanning zijn, het was een leuke jonge meid van een jaar of 20.
Ze vroeg of ze binnen mocht komen. Zo lang het bij een praatje bleef kon je daar niets tegen hebben
en wij beiden, de elektricien en ik hadden ook niet de bedoeling om verder te gaan als een praatje. Ik ging aan dek hees haar over de reling en nam haar mee naar mijn hut. Het was inderdaad een mooi ding . Fris en schoon en ze rook beter als de blubber die in het bun lag.
Na een tijdje babbelen kwam het er op neer dat ze de hele nacht wilde blijven voor een liter jenever of een slof sigaretten. In deze prijs was al heer service inbegrepen
Ik voelde er alles voor maar voelde ook dat ik het niet kon doen. We hebben haar nog een tijd binnen gehouden en ik heb haar toen een fles jenever gegeven en de wal op gezet. Het liep in Bergen vol van deze meisjes en het waren allemaal studentes. Hetgeen zij verdienden verkochten ze voor goed geld en konden op deze manier een kamer betalen
Noorwegen lag (officieel) droog en de drank was ontzettend duur. Hetzelfde gold overigens ook voor rokerij en eigenlijk voor alles
Als de jongens wal op gingen dan hadden ze allemaal een fles jenever bij zich waarvan er een bestemd was voor de portier of ober van de dancing waar ze heen gingen. zodat dezen der kop hielden als er illegaal sterke drank gezopen werd. Het eerste wat er besteld werd was een glas bier want om de jenever te drinken had je een glas nodig. Als het bier op was ging de jenever in het glas.
Deze dancings zaten altijd vol met Noorse echtparen die dan met een treurig gezicht en een leeg glas voor zich naar de jenever zaten te kijken. Het duurde meestal maar heel kort of er kwamen een paar echtparen bij zitten. Om een lang verhaal kort te maken de "dame" gaf dan haar gezelschap
(een van de opvarenden van de Tide Way" een seintje om haar man zijn bierglas vol te schenken met jenever. Deze dronk dat glas in een teug leek en viel min of meer bewusteloos op de grond. Deze dame nam dan haar gezelschap mee naar buiten (ze vergaten niet om de jenever mee te
nemen) en dan in de taxi naar haar huis waar het gezellig samen zijn werd voort gezet.
Ze hoefden nooit bang te zijn dat de man onverwachts zou thuis komen want die werd na verloop van tijd de dancing uit gegooid en lag op straat verder te slapen tot hij in de politie bus naar het bureau werd gebracht om zijn roes uit te slapen.
Eindelijk konden we weer aan het werk. Het werd hoog tijd want aan de wal begonnen de zaken uit de hand te lopen. Het waren niet alleen de drank en de "dames" maar ook de vechtpartijen met de Noren. Deze vechtpartijen waren niet onze schuld maar ze werden je opgedrongen en aangezien ook wij niet altijd heer konden en wilden blijven werd het steeds erger. Als we nu de wal op gingen was het altijd met een man of 6 met de nodige bewapening, De politie was er al van op de hoogte en wisten dat wij niet de schuldigen waren . Als zij dachten dat het uit de hand ging lopen stopten ze ons in de bus en werden we naar boord gebracht.
We gingen door met het storten van zand in het platform. Aangezien we zoveel tijd verspeelden vanwege her weer werd de hulp ingeroepen van de firma Volkert (bagger). Dat inroepen van hulp was nodig omdat we de winter, en het daarbij behorende slechte weer tegemoet gingen. Voor het zover was moest het werk klaar zijn. Dit gelukte ons maar het was op het nippertje,
nog een paar dagen in Bergen gelegen te hebben gingen we terug naar Nederland waar we meteen doorgingen met het uitdiepen van de Waterweg. Dit was een werk wat dag en nacht doorging en dat nagenoeg iedere dag van het jaar. Het was dus erg geestdodend.
Het gebeurde wel dat wij een "waker" aan boord mee kregen (een waker is iemand van de rijks waterstaat die meeging om te zien hoeveel blubber we hadden gezogen , dus de nuttige opbrengst)Hij vulde daarom ieder dag een of meerdere malen een soort melk flesjes met het mengsel wat hij uit het bun haalde. Dat was verschillend. de ene maal meer blubber de andere keer minder,
Daar moest dus iets aan gedaan worden en er was een oplossing voor waarover ik mij niet zal uitlaten want misschien gaat het nog steeds op dezelfde manier.
Toen werden we naar IJmuiden gestuurd waar we ook aan her werk moesten. Terwijl we aan het zuigen waren zagen we in het bun geen granaten maar palingen hun kop boven het zand uitsteken Het bleek dat we lagen te zuigen vlak naast een plaats waar die beesten bij duizenden en meer zaten In de nacht gingen we iets naast het ons aangewezen gebied zuigen en na korte tijd hadden we het bun vol paling. We "vraten" gekookte paling tot we er ziek van werden. Gelukkig was er in IJmuiden een paling rokerij en we gingen daarheen met die lekkere beesten om ze te laten roken
Dit was natuurlijk illegaal maar ze werden toch gerookt voor een hoge prijs. De roker moest de helft van de paling hebben maar er bleef meer als genoeg over. Iedereen nam zakken vol met paling mee naar huis. Ik kreeg een brief van mijn vrouw. Zij was nog steeds in Italië en daar had ze van de doctoren gehoord dat haar ziekte zijn kop weer had opgestoken. Ik belde 's avonds en vertelde haar dat ik meteen over zou komen. Dit wilde ze niet, het zou wel weer over gaan of een vergissing zijn. We wisten allebei dat dit niet zo was. We kwamen wel overeen dat zij zo snel mogelijk de zaak in Italië zou overgeven aan een opvolger wat ze dan ook zou doen.
Korte tijd later werd ik overgeplaatst naar een veel kleiner Hopperzuiger de "Mersey" . Dit was zonder twijfel een veel gezelliger schip. Dit schip had altijd gewerkt op de rivier de Mersey (vandaar zijn naam? ) bij Liverpool. Het had nog een gedeeltelijk Engelse bemanning aan boord waaronder de kapitein.
Iets was anders, de omzet van de thee steeg met grote sprongen en die van de koffie daalde. en 's nachts op de hondenwacht was het chocolade melk wat best lekker was in de kou.
De Mersey was een oud schip en hier lagen de hutten onder de water lijn. Bij de marine sliep je meestal onder de water lijn maar als je met een hopperzuiger op de waterweg aan het werk was lag de zaak iets anders. Je had altijd, dag en nacht een hele hoop scheepvaart om je heen en dan meestal grote schepen. Een hopperzuiger die aan het zuigen is had altijd voorrang op de overige scheepvaart Deze schepen waren altijd groter tot heel veel groter als wij maar moesten uitwijken. In te denken dat zij daar niet veel voor voelden en ze passeerden je op een zeer korte afstand' Daar moest je erg aan wennen en dat vooral als je 's nachts in je hut, beneden de waterlijn, zat of lag te slapen. Je dacht geregeld, die vent komt naar binnen
Het was iets waar je aan gewend raakte maar het was steeds weer een rot geluid, die malende schroeven vlak naast je kop. Vanwege de ziekte van mijn vrouw was ik weer van plan om een andere baan te zoeken , iets waar ik meer verdiende om zodoende iets te kunnen kopen in het zuiden (Italië of Spanje)
Tiny was intussen terug in Nederland en we woonden in Deventer en we bespraken de zaak.
Op de bagger verdiende je niet zoveel en dat beetje wat je extra verdiende door de overuren die je iedere dag maakte werd onmogelijk gemaakt door de Nederlandse regering of welke klootzakken het dan ook waren. We mochten nog maar 8 uur per dag maken en de rest van het etmaal zat je dus voor joker aan boord. Daar hadden ze ook een oplossing voor, we gingen nu donderdagavond tegen de kant en dan begon je weekend.
Ik had gehoord over de Offshore en begon de kranten na te spitten, Tiny trouwens ook.
Het duurde niet lang of ik vond een adres. Een offshore maatschappij met het hoofdkantoor in Antwerpen. Ik belde op en moest maar eens langs komen, de daarop volgende week. Terug aan boord vroeg de betreffende dag vrij zonder nog te vertellen waarom.
De week daarop gingen we Tiny Henk jan en ik naar Antwerpen






 
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu